The Dan Daw Show, Dan Daw © Shannyn Higgins

Leestijd 13 — 16 minuten

F*cking Men — Queering mannelijke seksualiteit

Van (seksuele) onderdanigheid over speels-ruwe vormen van tederheid tot een chemseksfeest: steeds meer mannen gaan op het podium aan de slag met niet-normatieve vormen van mannelijke seksualiteit. Toch botsen ze nog vaak op de grenzen van wat hun publiek betamelijk vindt — een ervaring waar ook Lars Brinkman, als performer én als kijker, mee worstelt. Aan de hand van zijn eigen voorstelling Nader tot U en drie performances van (queer) collega’s schetst hij een ontwikkeling in het theater die bevrijdend kan werken voor álle mannen.

‘Alstublieft meester,
noem me een hond, een aarsbeest, een nat aarsgat
& neuk mij bruter, mijn ogen verborgen met uw palmen rond mijn schedel
& duik neer in een ruwe harde zwiep door zacht druip-vlees
& bons vijf seconden door om uw zaad-hitte uit te spuiten,
meer & meer, het naar binnen rammend terwijl ik uw naam uitroep,
ik houd zo van u,
Alstublieft meester.’

Deze woorden van dichter Allen Ginsberg sprak ik avond na avond uit, zittend op mijn knieën, direct naar mijn publiek toe, in een van de pikantste scènes uit mijn voorstelling Nader tot U. In deze voorstelling deel ik enerzijds belangrijke momenten in de geschiedenis van het ontwaken van mijn seksuele verlangens, anderzijds probeer ik mijn schaamte daarrond in het moment voor het publiek te overwinnen. Elke avond voelde ik minutenlang de zindering van diep ongemak, bij mezelf en het publiek, die het uitspreken van de bovenstaande woorden opwekt. Meiden die giechelig werden, toeschouwers die hun hoofden afkeerden, harten die sneller gingen kloppen.

Schuilde het ongemak in het expliciete erotische karakter van Ginsbergs woorden, of in het feit dat ik ze als jongen uitsprak? Elke avond voelde alsof ik iets probeerde wat ik niet publiekelijk of in theaterzalen om me heen zag gebeuren: het neerzetten van een mannelijk personage dat naar seksuele onderdanigheid verlangt. Toeschouwers die me na afloop complimenteerden met mijn ‘durf’, maar die me ook graag wilden laten weten dat ze wat ze gezien hadden als behoorlijk extreem hadden ervaren, bevestigden mijn gevoel van eenzaamheid. Heel ‘apart’ en ‘bijzonder’, maar niet echt een voorstelling voor hén, vonden ze.

Mannelijke seksualiteit heeft lang op slot gezeten. Heel lang. Het traditionele, eendimensionale idee dat een man in zijn seksualiteit een jager is, en dus stoer, assertief, dominant en vastberaden, is te lang de norm geweest in onze maatschappij. Doordat mannen veelvuldig op die manier worden afgebeeld op (sociale) media, krijgen velen van hen over het algemeen het idee dat er geen ruimte mag bestaan voor een zorgende, eerder gevoelige, dienstbare en volgzame kant in hun seksualiteit. Mannen die die kant wel opzoeken, krijgen we nog ontzettend weinig te zien op de (digitale) podia. Gelukkig staan er nu meerdere theatermakers op die allerlei onderbelichte kanten van de mannelijke seksualiteit op de scène plaatsen. Wat opvalt, is dat deze makers allemaal homoseksueel of queer zijn. Is dit een tijdelijke tendens van queer makers die licht willen schijnen op hun onvertelde perspectieven, of is dit het begin van een grotere emancipatiebeweging voor álle mannen?

Meer dan een alfaman

In de circusvoorstelling Cuir gebruiken de Brusselse acrobaat-performers Arno Ferrera en Gilles Polet aantrekkings- en trekkracht om fysiek met elkaar te spelen. Ze stoeien, balanceren op elkaar en gooien hun lichamen tegen elkaar aan. Ze dragen leren tuigjes waarmee ze elkaar manipuleren en vastgrijpen, maar waar ze zelf ook houvast aan vinden. Met hun gespierde torso’s, het leer en het zweet, doen ze denken aan gladiatoren die elkaar in een arena te lijf te gaan. Maar in plaats van elkaar te bevechten om de ander te overmeesteren, gebruiken ze elkaars kracht om in een emotionele staat van speelse intimiteit te raken. In een scène waarbij ze elkaar bij de harnassen vastgrijpen om hun heupen hard tegen elkaar aan te rammen, krijgt hun fysieke kracht een ietwat gewelddadige, maar ook vooral seksuele lading. Maar het einddoel lijkt hier niet het overwinnen door de ander onder de duim te krijgen, maar juist het bundelen van hun krachten, om zo elkaar aan te vullen en groter dan één lichaam te worden. Om meer dan de som van hun delen te worden.

Het is verfrissend om twee mannen met het sterke uiterlijk van een traditionele alfaman niet te zien concurreren, maar lijfelijk te zien samenwerken. Ze laten zien dat lichamelijke kracht geen synoniem hoeft te zijn voor onderdrukking of dominantie, maar dat het evengoed kan worden ingezet om een ander (lijfelijk) te helpen en te ondersteunen. Wat Cuir ook laat zien, is dat kracht niet altijd samen hoeft te gaan met hoekigheid. Na een aantal fysiek intensieve scènes staan de performers tegen elkaar aan. Ze knuffelen, hun voorhoofden tegen elkaar. Dat beeld evolueert voort: ze pakken elkaars harnassen vast en besturen elkaars heupen in ronde en sensuele bewegingen. Er ontstaat een dans, waarbij ze op een zachte en precieze manier controle over elkaar lichaam nemen en geven. Zo bevrijden ze zichzelf (en ons als toeschouwer) van de idee dat masculiene mannen met grote spierbundels en leren tuigjes alleen maar dominant, ruw en leidend mogen zijn.

“Het is verfrissend om twee mannen met het sterke uiterlijk van een traditionele alfaman niet te zien concurreren, maar lijfelijk te zien samenwerken.”

Empowerment door onderdanigheid

In The Dan Daw Show laat de Britse performancekunstenaar en queer crip activist Dan Daw zich met volledige consent ruim een uur lang domineren door zijn medespeler Christopher Owen. Owen geeft Daw allerlei opdrachten die hij moet uitvoeren, van ‘leg de microfoon neer, kijk je publiek aan en buk je voorover’ tot het bevel om naar Owen toe te kruipen en zijn lichaam als voetensteun te laten dienen. De opdrachten hebben een seksuele lading en zijn fysiek uitdagend, en omdat Daw een fysieke beperking heeft, worden zijn lichamelijke grenzen veel sneller bereikt dan bij een normatief lichaam.

Daws lichaam wordt gefilmd, bespuugd, in het rond geslingerd. Op een bepaald moment staat Owen zelfs met zijn schoenen op Daws borstkas. Daw geniet zichtbaar van ieder moment. ‘Ik wil dat jullie me zo zien’, zegt hij herhaaldelijk tegen zijn publiek. ‘This show is about me wanting to get fucked in a society that is predicated on fucking the disabled, without actually losing my power.’ Door zelf te bepalen wat er met zijn lichaam mag worden gedaan, en daarvoor nadrukkelijk consent te geven, schept hij een kader waarbinnen hij het eigenaarschap over zijn lichaam terugneemt. In een maatschappij die niet-normatieve lichamen uit goedbedoelde zorg betuttelt en voorzichtig behandelt, laat Daw zien dat zorg er ook heel anders kan uitzien: het op een veilige manier vervullen van iemands fantasieën en verlangens is ook een vorm van zorg. Door binnen vooraf afgesproken kaders hard, ruig, speels en sexy te zijn, draagt Owen zorg voor Daw. Die zorg blijft — ondanks de soms ruige uitdagingen— door de hele voorstelling heen voelbaar. Owen daagt Daw uit, maar altijd binnen de grenzen waar Daw zelf zijn akkoord voor heeft gegeven. Wie domineert nu eigenlijk wie?

“Het op een veilige manier vervullen van iemands fantasieën en verlangens — door binnen vooraf afgesproken kaders hard, ruig, speels en sexy te zijn — is ook een vorm van zorg.”

Halverwege de voorstelling laat Daw zichzelf in een latexpak stoppen dat vacuüm wordt gezogen. Dat levert een prachtig beeld op, waarin we de details van zijn lichaam door het latex kunnen bekijken. Als Owen hem vraagt hoe het voelt, omschrijft hij het als ‘een grote knuffel’. Voor iemand die snel wordt geconfronteerd met de beperking van zijn lijf moet het heerlijk zijn om gedragen te worden door een latexpak, waarin hij zijn lichaam volledig kan ontspannen. Het is een prachtig voorbeeld van hoe seksuele verlangens zichzelf kunnen overstijgen en een veel groter thema aankaarten: je veilig en geliefd voelen.

Als Daw na alle opdrachten uitgeput én (seksueel) opgeladen in Owens armen ligt, roept hij: ‘Fuck me!’ Hij vertelt dat hij door dit rollenspel alle aspecten en beperkingen van zijn lichaam kan omarmen. Hij kan vragen waar hij behoefte aan heeft, is niemand tot last, en voelt zich sexy. Op zijn rug heeft Daw een Oni, een Japanse demon, getatoeëerd — hij ziet die als zijn schild tegen de buitenwereld. In het eindbeeld staat een trotse Daw voor het publiek als deze vleesgeworden demon, met gigantische stekels die uit zijn schouders groeien. Een krachtig beeld van empowerment. Door zijn seksualiteit te onderzoeken en de ruimte te geven, is hij sterker, meer ontspannen en vrijer in zijn eigen lijf.

Cuir, Arno Ferrera & Gilles Polet © Valérie Frossard

Reflexmatige reactie op confrontatie

In Dries Verhoevens The Narcosexuals staat de ervaring van het publiek centraal. Hij verbeeldt een groep mannen die onder invloed van drugs een orgie heeft. Terwijl zoiets normaal achter gesloten deuren plaatsvindt, gooit Verhoeven de deuren en ramen open: op een industriële locatie staat een bungalowachtig appartement, met grote ramen en glazen deuren. De toeschouwer is vrij om als voyeur rond het huis vanuit verschillende hoeken de mannen te bekijken. Alleen: de performers kijken terug. Met hun ogen verscholen achter speciale witte lenzen, die ze de schijn van een dier of demon geven, kijken ze de toeschouwer recht aan, terwijl ze staan, liggen, rondlopen en neukbewegingen maken.

Via een koptelefoon horen we de mannen een gezamenlijke monoloog uitspreken, waarin thema’s als bevrijding en verslaving, vluchtigheid en eeuwigheid, connectie en eenzaamheid centraal staan. Deze figuren vinden emancipatie in het níét voldoen aan het beeld van een aangepaste normatieve homo, die gezond en netjes leeft en het liefst over zijn interieur praat. In plaats daarvan vinden ze vrijheid in het genieten van aanzienlijk veel drugs en seks. Of dat een intrinsieke behoefte of een traumarespons is, lijkt Verhoeven in het midden te laten. Hij velt geen oordeel over de chemsekscommunity. Of toch wel?

Hoewel dit werk over een gemeenschap gaat waar ik geen onderdeel van ben, merk ik dat er toch een alarmbelletje bij me afgaat: zet Verhoeven de narcosexuals met hun onmenselijke pupillen nu als een soort beesten neer? Als seksdemonen die de kijker alleen maar met monsterlijke ogen kunnen aankijken? Wat zegt dat in een emancipatoir kader over de gayscene en specifieker de chemsekscommunity? Zijn het geen mensen, maar beesten?

Halverwege voel ik dat ik eigenlijk helemaal geen voyeur van dit exhibitionistische drugs-en-seksspektakel wil zijn. Ik hoef het niet te zien. Ik wil vooral afstand nemen. In dit deel van seksualiteit, waarbij het combineren van grote doses drugs met seks centraal staat, ben ik niet geïnteresseerd. Good for them, leef en laat leven, zou ik zeggen. Maar ik hoef dit niet per se te zien: het gaat niet over mij.

Maar laat die gedachtegang nou net zijn wat ik zelf herhaaldelijk te horen kreeg van een aantal heteronormatieve toeschouwers na het spelen van Nader tot U, waarin het omarmen van mijn verlangen naar seksuele onderdanigheid centraal staat. Dat delen gaat voor mij met veel schaamte gepaard, omdat het haaks staat op de seksuele beleving van de traditionele man. Me uitspreken over mijn verlangen om me te laten nemen voelde daarom extreem kwetsbaar, en tegelijkertijd ook empowerend. Door mijn seksuele verlangens te benoemen en te belichamen, ben ik me sterker in mijn lijf gaan voelen.

The Dan Daw Show, Dan Daw © Shannyn Higgins

‘Bijzonder dat jij jouw vrijheid en verlangen zo kunt opzoeken op de vloer. Tof voor jou! Maar wat moet ík hiermee? Dit gaat niet over mij en over mijn verlangen.’ Wanneer iemand zo op mijn voorstelling reageerde, voelde ik me onbegrepen, anders en eenzaam. Ik probeerde toch juist te laten zien dat als je je eigen seksuele fantasieën de ruimte geeft, dat iets voor iederéén kan opleveren?

Maar ik betrapte mezelf erop dat mijn oordeel over Verhoevens werk een exacte parallel was van de reacties die ik over mijn eigen werk heb gekregen. Het laten zien dat er meerdere mogelijkheden van seksualiteit bestaan, schrikt mensen af — mij dus ook, in dit geval. Is chemseks misschien gewoon niks voor mij, of is er iets anders aan de hand?

“Misschien schrik ik van wat ik te zien krijg en blokkeer ik daardoor. Misschien durf ik mezelf niet een moment toe te staan om wat deze performers vertolken op mezelf te betrekken.”

Misschien schrik ik van wat ik te zien krijg en blokkeer ik daardoor. Misschien durf ik mezelf niet een moment toe te staan om wat deze performers vertolken op mezelf te betrekken. En neem ik, door de initiële schok, geen moment om over die mogelijkheid na te denken en te fantaseren. Hoe je het draait of keert: er heerst in allerlei contexten, ook in de bubbel van de podiumkunsten, een taboe rond verschillende vormen van seksualiteit. Het is een kwetsbaar onderwerp. In die zin zit volgens mij de erfenis van een christelijk verleden nog diep in ons lichaam en onze geest verankerd: een schaamte voor onze eigen verlangens. Een preutsheid die ons is aangeleerd. Het is makkelijker om er niet over te praten.

Wat al deze makers doen is het tegenovergestelde: ze ontleden seksualiteit en plaatsen haar in de spotlight. Dat is kwetsbaar voor de maker én voor de toeschouwer. Wat ik hierbij aan alle (mannelijke) toeschouwers — mezelf incluis — zou willen vragen: voordat je redeneert dat dit werk niet over jou gaat, neem een moment om daarbij stil te staan. Is dat écht zo? Of is het een reflexmatige reactie op een confrontatie: dat er seksueel meer mogelijk is dan dat je dacht? Belichamen deze makers misschien wel een fantasie van jezelf, die je te spannend vindt om in de ogen te kijken?

“Het is hoog tijd dat iedere man meer over zichzelf leert door zijn seksualiteit te onderzoeken en te omarmen wat hij fijn vindt.”

Queer als gedachtegoed

Deze voorstellingen roepen nog een andere belangrijke vraag op: moeten we ze queer noemen, of juist niet? Ze ontspruiten wel degelijk vanuit een queer bron, maar we moeten niet denken dat ze exclusief voor een queer publiek worden gemaakt, en dat de rest van de maatschappij lekker achterover kan leunen en denken: die voorstellingen hoeven we in ieder geval niet te zien. Denkbeelden die vanuit de queer invalshoek ontstaan zijn vaak juist een enorme inspiratiebron voor de hele maatschappij. Queerness gaat voor mij over het transformeren van normatieve denkbeelden, door verder te kijken dan dat wat we tot nog toe als mogelijk zagen. In deze betekenis is queer dus een gedachtegoed dat gunstig is voor iedereen, ongeacht je genderidentiteit of seksuele oriëntatie.

Je zou al deze voorstellingen kunnen zien als onderdeel van een emancipatiebeweging van mannelijke seks. Eigenlijk zijn deze theatermakers allemaal met hetzelfde bezig: het normaliseren van de idee dat mannelijke seksualiteit veel breder gaat dan hoe daar over het algemeen over wordt gedacht. Ze maken met hun werk de weg vrij voor mannen uit het publiek om hun seksualiteit te zien als iets waarin heel veel mogelijk is, als iets dat ze, wellicht geïnspireerd door de voorstellingen, zelf verder kunnen exploreren.

Wat wel heel erg opvalt, is dat al deze makers mannen zijn die hun seksualiteit via of samen met andere mannen onderzoeken. Ik zie (nog) geen voorbeelden van mannelijke makers die hun seksualiteit in relatie tot vrouwelijke lichamen onderzoeken. Misschien komt dat deels doordat deze makers zelf queer zijn, dat ze daardoor automatisch sneller over de seksuele norm struikelen, en meer gaan experimenteren met andere, niet-traditionele vormen van seksualiteitsbeleving dan heteroseksuele makers. Zien we daarom nog zo weinig voorbeelden van heteroseksuele mannelijke makers die hun eigen seksualiteit samen met een vrouw — of een andere heteroseksuele man — onder de loep nemen? Of zit er onder de oppervlakte toch misschien ook een angst voor het verliezen van hun (fragiele) masculiniteit, als ze zich hieraan wagen?

The NarcoSexuals, Dries Verhoeven © Willem Popelier

Een schat aan mannelijke seksualiteit

Alle mannen hebben baat bij het zien van de voorstellingen van Dries Verhoeven, Dan Daw en Gilles Polet en Arno Ferrera. Deze werken gaan niet over queer seks, maar over allerlei verschillende manieren om mannelijke seksualiteit te beleven. Ze laten zien dat je jezelf beter kunt leren kennen door niet klakkeloos aan te nemen dat je in bed een traditionele man bent, maar door je seksuele verlangens juist uitvoerig te onderzoeken. Misschien vind je wel vrijheid in onderdanigheid, ontdek je nieuwe seksuele dimensies door stimulerende middelen te gebruiken, of ontdek je dankzij een rollenspel een diepgeworteld verlangen in jezelf!

Ik heb het gevoel dat dit nog maar het begin is van deze emancipatiebeweging. Er zijn nog massa’s narratieven en voorstellingen nodig om de ondergrondse schat aan mannelijke seksualiteit, waar nu langzaamaan in wordt gewroet, volledig om te spitten en bloot te leggen op de vlakke aarde. Het is hoog tijd dat iedere man meer over zichzelf leert door zijn seksualiteit te onderzoeken en te omarmen wat hij fijn vindt. Dus mannen, neem een voorbeeld aan deze makers, en ga op zoek naar wat jij zelf eigenlijk écht lekker vindt. Veel plezier.

Beluister deze tekst hier.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

essay
Leestijd 13 — 16 minuten

#176

01.06.2024

04.09.2024

Lars Brinkman

Lars Brinkman beweegt zich op een fluïde manier door het theaterwerkveld; hij werkt de ene avond als performer en theatermaker, de andere als recensent of drag queen. Hij strijdt voor zachtheid, is allergisch voor haantjesgedrag en probeert op een liefdevolle manier kritisch naar de wereld om hem heen te kijken.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!