IN MEMORIAM
Redactioneel Etcetera 182
Zoë Ghyselinck
© Laura Van Severen
All Watched Over by Machines of Loving Grace is een visueel indrukwekkende voorstelling die eer doet aan de spectaculaire component van theater. Het stuk werd aangekondigd als een verkenning van ‘vrijheid en onvrijheid in relatie tot technologie’ door ‘het gelijknamige gedicht van Richard Brautigan uit 1967 te ensceneren’. Maar het lijkt alsof de makers al stellig hadden besloten wat de relatie was tussen vrijheid en onvrijheid tot technologie, en dat ze dat besluit ensceneerden – niet de twijfel of het conflict tussen beiden.
Wanneer het publiek de zaal betreedt, ligt het decor er roerloos bij. Het straalt verstilling uit. Achteraan de scène hangt een groot glanzend lichtgroen doek, de vloer is wit, er zijn een drietal hobbels die bedekt zijn met een crèmekleurige satijnen stof. In het midden van de tribune ligt een dikke tros gelige kabels die uitmondt en vertakt op het podium. Wanneer het applaus, een uur later, losbreekt, straalt het decor allang geen verstilling meer uit: het heeft geademd en gepuft.
De makers kondigden All Watched Over by Machines of Loving Grace aan als een verkenning van ‘vrijheid en onvrijheid in relatie tot technologie’ door ‘het gelijknamige gedicht van Richard Brautigan uit 1967 te ensceneren’.1 Het is een beloftevolle premisse: Bosse Provoost en Ezra Veldhuis die een gedicht tot leven brengen middels een spannende scenografie en drie performers met een eigenaardige lichaamstaal. Het is tout court een spannend idee wanneer makers die geregeld theater zonder spreken maken, een talige voorstelling maken. Vanuit een tekst die bovendien niet zomaar gegrift zit in ieders collectief geheugen.
Net als in Indoor Weather (2021), wordt de zaal diametraal geactiveerd in All Watched Over by Machines of Loving Grace. Waar de sterkte van Indoor Weather erin lag dat die architectonische activering verheven werd tot de centrale pijler van het stuk, vallen sommige van die ingrepen in dit stuk iets zwakker uit. Maar ook nu zorgt de atypische uitgestrektheid van het speelvlak voor sterke scènes. In de eerste akte bijvoorbeeld, die de totaliteit van het theatraal apparaat inzet. De drie performers – die aanvankelijk tussen het publiek zaten – betreden de gele tros, tasten het af, turen, kronkelen. Intussen is ook de soundscape aangevangen – een ronkend ruisend geluid. En het licht, dat zich zal opwerken tot een van de protagonisten van de voorstelling, komt tot leven. Ook daarin is de schriftuur van Provoost en Veldhuis duidelijk, die ‘licht’ in SUN-SET (2020) al heel wat theatrale agency toekenden.
Terwijl de drie performers zich traag naar het horizontale speelvlak begeven, zwelt de muzikale textuur aan. De monotone ruis wordt gebrekkig melodisch, waarbij stelselmatig duidelijk wordt dat het gaat om een licht-atonale remix van het nummer California Dreamin’ van The Mamas & The Papas. Het verbasterde nummer is deels comic relief, deels historische setting, gezien het twee jaar voor Brautigan’s gedicht uitkwam. De kern van Brautigans gedicht ligt in haar laatste paragraaf besloten, namelijk:
I like to think
(it has to be!)
of a cybernetic ecology
where we are free of our labors
and joined back to nature,
returned to our mammal
brothers and sisters,
and all watched over
by machines of loving grace.
Deze paragraaf alleen raakt al heel wat aan – arbeid, (ongerepte) ‘natuur’, broeders en zusters, tedere machines, cybernetische ecologie. De voorstelling telt 60 minuten, dus er zijn scherpe keuzes gemaakt in welk concept wel of niet werd overgeheveld naar de scène. Die uitpuring verdient lof. De voorstelling vervalt bovendien nooit in een letterlijke adaptatie van het gedicht. De tekst lijkt meer atmosferisch dan narratief-richtinggevend te zijn ingezet. Wat het stuk wél strenger lijkt te dicteren, is het genoemde thema van ‘vrijheid en onvrijheid in relatie tot technologie’.
“Misschien zou All Watched Over by Machines of Loving Grace baat hebben gehad aan iets meer twijfel; iets meer paradox.”
De voorstelling lijkt te bestaan uit één langgerekte exploratie van het decor, van de geënsceneerde cybernetic ecology. In het eerste deel van de voorstelling baadt die exploratie in een zachte, dromerige sfeer. Langzaamaan wordt die verkenning mechanischer. De bewondering van de spelers formatteert zich tot een dwangmatige logica – hun speelse verbazing wordt gecontroleerd en nerveus. Wellicht alludeert het muzikale motief van California Dreamin’ in het stuk ook op het utopische elan van de jaren zestig, of naar het psychedelische filter die over die periode hing. Want All Watched Over by Machines of Loving Grace trekt ongracieus de trippy kaart: de pakjes van de performers zijn van lycra met psychedelische prints gemaakt, het decor suggereert een dromerige wereld, en de performers ageren alsof ze ‘weg van de wereld zijn’. Het gevoel van vrijheid die iemand tijdens een trip kan ervaren, is illusoir. De vrijheid-onder-invloed is beperkt in tijd, zal uitdoven. Al snel rijst de vraag of dat de claim is die Provoost en Veldhuis willen maken – dat de cyberspace beeldvormende mogelijkheden bevat, maar een verkeerd beeld biedt van vrijheid; een begrensde vrijheid; die van een trip waar een einde aan komt.
Na de nerveuze bewondering van de cybernetic ecology volgt een prachtige scène, waarin niet de tribune, niet de satijnen lakens, niet de dansers, niet de rook, maar alleen de rode spots op de voorgrond treden. Alle andere lichtbronnen doven uit, en de spots lichten teder en gradueel op – tot er zich een rode-spot-hemel ontvouwt boven het podium en een deel van het publiek. Deze scène, die dezelfde thematische en visuele sterkte bevat als het begin van de voorstelling, wordt opgevolgd door een scène waarin de performers het ostentatief moeizamer vinden, dat aftasten van de ruimte. Hun bewegingen worden loom, pijnlijk, zielloos. Het is een scène als een boutade – dat technologie ons zo log maakt, zo moe, zo zielloos, zo verwijderd van de ongerepte natuur.
In een tekst over het werk van Brautigan, schrijft The Poetry Foundation, ‘Brautigan presented paradoxes within his messages: his characters long for an American utopia free from pollution and technological innovation, yet they use these very elements to achieve their goals.’2 Misschien zou All Watched Over by Machines of Loving Grace baat hebben gehad aan iets meer twijfel; iets meer paradox. Soms leek het alsof de makers al stellig hadden besloten wat de relatie was tussen vrijheid en onvrijheid tot technologie, en dat ze dat besluit ensceneerden – niet de twijfel of het conflict tussen beiden.
Ils flottent / de rook blijft hangen (platte wolk) / verstoring magnetisch veld? / strijkijzer over satijn <3 / applaus pas na lange stilte (teken dat het ritme onvoorspelbaar was?).
Bovenstaande zinnetjes zijn een greep uit wat ik noteerde tijdens All Watched Over by Machines of Loving Grace. Net als deze notities is de voorstelling fragmentarisch, maar de ‘/’ wordt vaak genoeg omgebogen tot een koppelteken, een verbinding, een entanglement. Natures, cultures, subjects, and objects do not preexist their intertwined worldings, schreef Donna Haraway in Staying with the trouble: making kin in the Chthulucene.3 In posthumanistische theorie is het concept van “entanglement” cruciaal. Die vervlechting (tussen mens-technologie, podium-toeschouwer-performer, licht-donker) wordt op slimme wijze benadrukt door de doortrekking van het decor in de tribunes, en de activering van dat decor door de dansers. Een vervlochten perspectief impliceert bovendien dat men zich niet tot de dominante matrix horizontaal/verticaal beperkt. All Watched Over by Machines of Loving Grace zet die matrix geregeld op haar kop: door het schuine speelvlak op de tribune, door de kopstanden van de dansers, door hun liggen en springen en achter het doek verdwijnen en, weeral, op hun kop en schouders staan.
Deze voorstelling gaat niet alleen over vervlechting, het is de vrucht van een geslaagde vervlechting tussen alle geledingen van het theatrale apparaat. De fenomenale scenografie van Ezra Veldhuis & Bosse Provoost & Sibran Sampers haakt organisch in met de tribune, de choreografie, het kostuum- en objectenontwerp van Carly Rae Heathcote en het geluidsontwerp van Benne Dousselaere.
All Watched Over by Machines of Loving Grace is een visueel sterke voorstelling waarin eer wordt gedaan aan de spectaculaire component van theater. De makers zijn er zeker in geslaagd om je anders te laten kijken naar wat roerloos lijkt, vaststaand. Maar voor een voorstelling waarin vrijheid één van de centrale thema’s is, voelde ik dat mijn interpretatieve vrijheid soms wat beknot was – omdat er al veel al was besloten. Dat is een valide dramaturgische keuze, die geen afbreuk doet aan de kwaliteit van de voorstelling. En toch had ik graag gehad dat het stuk zou uitnodigen om vertwijfeld te kijken naar de relatie vrijheid-technologie. Dat All Watched Over by Machines of Loving Grace ervoor zou zorgen dat ik niet alleen anders zou kijken naar een tros kabel en rode spots, maar ook naar dat veelbesproken verband.
De voorstelling is nog te zien in Mechelen, Kortrijk en Brugge. De speellijst vind je op de website van Hiros.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.
Wat is de toekomst van cultuurspreiding in Vlaanderen? De nieuwe Strategische Visienota Kunsten van minister Caroline Gennez wil expliciet meer inzetten op spreiding in landelijke gebieden en een breed bereik.
Moderator: Ciska Hoet. Panel: onder andere Wouter Hillaert (cultuurjournalist), Rolf Quaghebeur (kabinetsadviseur bij Minister van Cultuur Gennez)? Andere namen worden snel bekendgemaakt.