Artists’ Entrance: Meg Stuart
Meg Stuart
© Yuri van der Hoeven
Even Pitchen. In Even pingpongen maken we kennis met Susanne, Hekuran en Christine (Indra De Bruyn, Arber Aliaj en Yinka Kuitenbrouwer). In voortdurende ademnood en met waanzin in de ogen werken ze zich letterlijk de ziel uit het lijf voor het bedrijf Worth It. Schipperend tussen sociale satire en gevoel voor sciencefiction beweegt het trio zich op glad neoliberaal ijs. Dat zorgt voor een smakelijke dosis vervreemdend entertainment, maar slaagt Even pingpongen er in om werkelijk te activeren en te bevrijden?
Worth It wil van de wereld een betere plek maken. Ongelijkheid de wereld uit helpen. We’re nothing but drops in the ocean en Worth It wil echte verandering. Even pingpongen is een systeemkritiek, maar dan één die zich geheel volgens de regels van de satire inschrijft in het systeem dat ze bevraagt. Dat betekent dat het bedrijf collectieve draagkracht afwijst en zich richt op de disciplinering van het individu tot eindeloze zelfoptimalisatie en gelooft in individuele verantwoordelijkheid voor wel en wezen. In samenwerking met de overheid voert het bedrijf ratingen van burgers uit en geeft ze een A, B, C of D-score. Op basis van die score verkoopt Worth It advies om je rating te verbeteren. Level up!
Ban dus iedereen uit je leven die niet dienstbaar is voor je succes. Je lief heeft een C-score? Dumpen die handel. Voorbeelden van mensen die wel of niet met dat advies meewerken, worden losjes met premium abonnementen en gratis trials verbonden. Kies je ervoor deze adviezen niet op te volgen? Eigen schuld, dikke bult, spartelend aan de rand van de maatschappij. Een logica die de werknemers met hart en ziel verkopen.
Geen wonder dat de drie zich elk op een andere manier verliezen in verdeeldheid. Knettergek zijn ze, en dat maakt hen extreem herkenbaar. Keihard hebben ze aan zichzelf gewerkt, om dat bitter disciplinerende systeem te kunnen belichamen: ze knokten zich een weg naar de A. Zo’n score bepaalt welke kansen en privileges je verdient of wordt buitengesloten. Maar of je nu een A of een D bent, menselijkheid krijg je natuurlijk niet zo eenvoudig uit je lijf. Hoe dwingend het ook klinkt dat ‘als het systeem iets zegt dan moet je luisteren,’ als de crèche belt dat je kind koorts heeft, moet iemand het ophalen. ‘Mother bear is here to eat,’ maakt Christine duidelijk, voor ze weer druk bellend met de crèche naar de achtergrond verdwijnt.
En ook de levens van Hekuran en Susanne komen in opspraak tegen Het Systeem. Wanneer Susanne haar trouw afblaast door ‘professionele omstandigheden,’ kan ze het niet laten haar weelderige jurk te tonen aan de smeltende Hekuran. Voorbij het anekdotische vormt die jurk een flamboyant contrast met de harteloze disciplinering die op en naast de werkvloer de maat slaat, een symbool voor grenzeloze emotie, kwetsbaarheid, voor gladde vloeren, valpartijen en romantiek. Voor het niet-productieve en voor de afwijzing van of ten minste zoekende houding ten opzichte van het (disciplinerende?) huwelijksinstituut. Het is dat contrast, die verdeeldheid die geënsceneerd wordt in Even pingpongen: willen samenvallen met een onmenselijk systeem en tegelijk verlangen naar glibberige menselijkheid. Op die manier vormt zich op scène een dialoog tussen anekdotiek en abstractie, tussen de satirische belichaming van een uiterst koud systeem en de de warmte van kwetsbaarheid.
“Op scène ontstaat een dialoog tussen anekdotiek en abstractie, tussen de satirische belichaming van een uiterst koud systeem en de de warmte van kwetsbaarheid. “
De overdracht tussen die inhoud en de specifieke vormelijkheid van Even pingpongen, tussen de taal en het materiaal, roept bij mij meerdere referentiekaders op. De Engelse oneliners, de ademnood van de werknemers, het product dat ze verkopen, refereren aan het vergevorderde kapitalisme dat ons verleidt met een succesverhaal, door zorg toe te eigenen en te abstraheren tot een hyper individueel concept. Een kader dat, ondanks wortels die diep teruggaan in de tijd, zeer modern aanvoelt. Even pingpongen transporteert me dan ook geregeld naar mijn eigen maniakale gedrag, de nachtelijke YouTube-sessies in bed. Over vervreemding gesproken. De materialiteit van de voorstelling herinnert me dan weer aan sci-fi films uit de vorige eeuw. Een gordijn (een referentie aan Rain van Rosas?) dat dienst doet als projectiescherm voor de onmisbare PowerPoint-presentaties, vormt door de elegante beweeglijkheid een opvallend contrast in reactie op de razende lichamen van de spelers.
Die opvallende relatie tussen de lichamelijkheid van het overwerkte trio en de scenografie is vooral bevreemdend wanneer ze als vanzelfsprekend gebruik maken van de sciencefictionachtige technologische apparatuur op scène. Zo houden ze een simpele glazen bol in hun hand om het lot van hun cliënteel in de ogen te kijken. Een logge machine op wieltjes, hier en daar een buis en kabel en een grote, lichtgevende koepel blijft gehuld in abstractie, hoewel het ding onmisbaar lijkt voor het werk van Hekuran, Susanne en Christine. Even pingpongen slaagt erin de machine in een sluier van abstractie te hullen, ondanks de onmiskenbaar concrete materialiteit van het object voor de personages en in zijn vorm. Op die manier thematiseert het op scène de bevreemdende afstand tussen lichaam en technologie, en toch loopt de wederzijdse overdracht tussen speelse vorm en kritische inhoud gevoelsmatig stroef. Dat doet de vraag rijzen hoe je dat eigenlijk doet, een betekenisvolle vorm geven aan een fenomeen dat zo extreem dicht bij een dagelijks voelbare sociale realiteit ligt?
“Is Even pingpongen te voorzichtig, of een rake verbeelding van onvrijheid?”
Met heldere regie en een groot gevoel voor taal verbeeldt Even pingpongen hedendaagse waanzin. Toch vraag ik me af: is Even pingpongen te voorzichtig, of een rake verbeelding van onvrijheid? In het tweede geval, willen de makers me net in een positie brengen waarin ik geen betrokkenheid voel met een systeem dat me het leven niet gunt, maar me permanent schaakmat zet? Ondanks de voorzichtigheid van de satire, maakt de voorstelling inderdaad de verdeeldheid, het snijvlak voelbaar tussen een wreed herkenbaar hyperindividualistisch systeem en het onbegrensd persoonlijke. Bovendien wordt duidelijk hoe die waanzinnige verdeeldheid inhakt op onze persoonlijke relaties en levens. Om de satire compleet te maken, lijken Susanne, Hekuran en Christine te blijven geloven in het systeem waaronder ze zelf zo pijnlijk gebukt gaan.
De herkenbaarheid van Even pingpongen bezorgt me dan ook rillingen van verwarring. Schipperend tussen onverschilligheid en paniek, tussen klassieke referenties en een sensibiliteit die naar de toekomst lijkt te verwijzen. Daarin zit ongetwijfeld ook de relevantie van de voorstelling. De zweem van paniek, verstopt achter een krampachtige glimlach en veel blablabla maar duidelijk hoorbaar in de samengeknepen kelen van de personages, zal me nog langer dan ik zou willen bijblijven. Wanneer Hekuran de zaal opdraagt om zijn woorden te herhalen, vindt de satire een hoogtepunt. ‘Ik zweer dat ik zwijg over wat ik zag,’ klinkt het schaapachtig en ironisch in koor. Ik krijg de zin maar niet uit mijn hoofd.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.