© Jelle Jespers

Leestijd 6 — 9 minuten

Eva Binon & Jason Dousselaere/frieda — Catharsis

Drijven richting loutering

Zoals je je droom overdag aan iemand probeert te vertellen, een droom waarin alle gebeurtenissen zeer logisch op elkaar leken te volgen – al is dat volgens een heel andere logica dan in onze dagdagelijkse realiteit. Zo pogen Eva Binon en Jason Dousselaere in ‘Catharsis’ ons tot loutering te leiden aan de hand van een resem verhalen.

De inhoud van die verhalen is moeilijk na te vertellen, we krijgen namelijk een complete zondvloed aan materiaal over ons heen. Binon en Dousselaere, makers én spelers van Catharsis, schetsen een woestijn vol zandkorrels die samen besluiten die woestijn te zijn, een ruimteschip dat landt op een schorpioen die bestaat uit miljoenen moleculen, en een autosnelweg voor drijvende mensen. Zo lijken we steeds van verhaal in verhaal te vallen en steeds verder in te zoomen. Zo belanden we bijvoorbeeld op een nogal ongemakkelijk feestje dat zich blijkt af te spelen in een schedel die een garnaalvisser heeft opgevist en sindsdien bewaart in zijn schuif. Op dat feestje bevindt zich een studente psychologie, in de toiletten. Ze is tijdens haar eerste les aan de universiteit geobsedeerd geraakt door de vaas van  Rubin, een optische illusie waarbij men telkens louter de afgebeelde vaas kan zien, of de gezichten die de vaas creëert met haar silhouet. Maar de studente is erop gebrand om de twee toch tegelijk te kunnen zien. Ze behangt er haar kamer mee, en laat de illusie zelfs tatoeëren op haar armen. Maar wanneer ze slaagt in haar opzet, brengt dat moeilijkheden met zich mee: het meisje ziet nu van alles alle kanten – zeg maar een overvloed aan nuance. Over niets heeft ze nog een mening, en dat zorgt natuurlijk voor praktische én sociale problemen. De verhalen lijken aan het oppervlak met de minuut absurder te worden, maar raken in essentie zeer herkenbare, existentiële thema’s aan: niet alleen de vraag in hoeverre we standpunten nodig hebben om in een gemeenschap te functioneren, maar ook kwesties als vergeving, authenticiteit en het loslaten van een onbeantwoorde liefde passeren de revue. 

Maar net als de ‘middenvakdrijvers’ op bovengenoemde snelweg moet je je als toeschouwer van Catharsis eigenlijk vooral overgeven aan de verhalentsunami die op je afkomt. De voorstelling vliegt aan zo’n hoog tempo aan je voorbij dat je helemaal overdonderd wordt door de hoeveelheid aan beelden. Zachte meelevende momenten kunnen voor je het weet omslaan in in hilariteit, euforie en komische tristesse. Een nogal triest maïsveld, een volle maan die moet aangezet worden met een afstandsbediening, en véél rook: ook het decor van Jan Palinckx en Sam Declercq is schijnbaar zo willekeurig gekozen dat je je er maar beter niet het hoofd over breekt tijdens de voorstelling. Het grootste deel van de voorstelling speelt het duo echter voor een gesloten rood theatergordijn, wat het visualiseren van de beelden eigenlijk ten goede komt, afleiding is er niet. Maar om na dat visualiseren ook nog eens te reflecteren over de inhoud van de verhalen, heb je tijdens de voorstelling geen tijd. Daardoor dwingen de makers je bijna om  de verhalen na de voorstelling na te vertellen of in je hoofd opnieuw af te spelen in een poging tot reflectie. Om dat vertellen, navertellen en door te vertellen blijkt het in Catharsis ook daadwerkelijk te draaien.

‘Catharsis’ is oorspronkelijk een term uit de geneeskunde, duidend op de uitdrijving van katamenia, menstrueel vocht of ‘ander reproductief materiaal’. Maar mettertijd werd de term ook gebruikt op andere gebieden, en vandaag is hij vooral in de theaterwetenschap nog alomtegenwoordig. Aristoteles hanteert het concept als een metafoor, waarbij het effect van een tragedie (of eventueel een komedie, of andere kunstvormen) wordt vergeleken met het effect van catharsis op het lichaam. De term heeft door de eeuwen heen verschillende interpretaties gekregen, maar de meest gangbare is die van ‘emotionele zuivering’. Aristoteles sprak van catharsis wanneer er krachtige emoties worden opgewekt bij de toeschouwer, zoals verdriet, angst, medelijden of zelfs gelach, waardoor die toeschouwer een zuivering van die gevoelens ondergaat. We moeten overspoeld worden door de heftigheid van onze emoties, om herboren te worden. In de academische wereld is er geen eendracht over hoe Aristoteles dit juist bedoelde. 18de-eeuwse filosoof en theaterschrijver Gotthold Ephraim Lessing zag het fenomeen catharsis bijvoorbeeld als een purificatie, een in balans brengen van het medelijden en de angst van het publiek. Het is in zijn opvatting dus een soort correctie: door het kijken naar een tragedie, leert het publiek hoe deze emoties op een ‘normaal’ niveau te beleven. Anderen vinden Lessing’s interpretatie echter gebrekkig omdat deze uitgaat van de veronderstelling dat we naar het theater gaan als patiënten die ergens van genezen dienen te worden. Patiënten of niet, het is alleszins de mogelijkheid van een vorm van catharsis door vertelling waar Binon en Dousselaere naar op zoek gaan. 

Doordat in één van de verhalen in de voorstelling Sheherazade vermeld wordt, de Perzische vertelster van de verhalen uit Duizend-en-één-nacht, wordt de gelijkenis met de manier van vertellen al snel duidelijk. Na door zijn echtgenote bedrogen te zijn, kiest de waanzinnig geworden sultan Sjahriaar elke dag een nieuwe bruid. Vervolgens laat hij haar doden, nog voor  de  ochtend aanbreekt – voor ook zij de kans krijgt om hem te bedriegen. Sheherazade biedt zich aan als bruid, met een plan om hem uit deze waanzin te verlossen: ze trouwt met hem, maar vertelt elke nacht een nieuw verhaal waarvan hij de afloop wil weten. Vervolgens wacht ze tot de volgende nacht om het verhaal af te maken en een nieuw te beginnen. Na duizend-en-één nachten is de sultan van zijn waanzin genezen en leven ze samen nog lang en gelukkig. Met andere woorden, hij ondergaat een soort catharsis dankzij de verhalen van Sheherazade. 

In hun voorstelling opperen onze vertellers dat het misschien niet de sultan was die Sheherazade uit de waanzin probeerde te verlossen, maar zichzelf. Want hoewel men bij catharsis in de eerste plaats doelt op het effect op het publiek, hebben velen gespeculeerd dat er mogelijk ook sprake kan zijn van een catharsis bij de personages zélf. Binon en Dousselaere gaan werkelijk samen met ons op deze duizelingwekkende trip, richting een antwoord op hun vraagstelling: “Wat is het waanzinnig louterend feest voor het universum, het publiek en tenslotte voor deze twee eenzame figuren?” Net zoals bij Sheherazade lijken we bij het begin altijd middenin een verhaal te zitten en aan het einde lijkt het nog niet afgelopen. Dousselaere betreedt het podium en verandert binnen enkele seconden in een soort niet nader genoemde woestijnvogel; het einde van de voorstelling is al even erg een los eindje – net zoals Sheherazade het zou willen. 

Ondanks de onconventionele narratieve insteek, schetsen Dousselaere en Binon de absurde wereld met een ongelooflijk gevoel voor ritme en spanningsbogen.

Ondanks die onconventionele narratieve insteek, schetsen Dousselaere en Binon de absurde wereld met een ongelooflijk gevoel voor ritme en spanningsbogen. Het duo is trouwens een absoluut genot om naar te kijken. Het spelplezier druipt, spat, kronkelt en springt over de scène. Niet alleen in hun voordracht, maar ook fysiek zijn ze ongelooflijk op elkaar ingespeeld. De spelers bewegen zich met hun taal en fysiek als een energetische kracht door de verhalen heen, als waren ze niet in staat de woorden tegen te houden, ook al zouden ze dat willen. Behalve wanneer er even nood is aan een langgerekte adempauze, die ze weloverwogen weten te plaatsen. In de manier waarop ze naar elkaar kijken en af en toe samen naar adem moeten happen lijken ze wel twee kinderen die volledig opgaan in hun fantasieverhaal. Op zulke momenten wordt de absurditeit van sommige van deze verhalen extra in de verf gezet, maar anderzijds ook de schoonheid ervan. Daarnaast weten de makers hun respectievelijke individuele krachten mooi te benutten. Zo kan Binon met één enkele blik een overagressieve, kleine koning neerzetten, of met één handbeweging een elegante doch gevaarlijke leeuw.  Dousselaere schittert dan weer voornamelijk in de komische timing. 

De fijnste momenten zijn echter die waarop de performers elkaar zichtbaar verrassen. In de programmatekst stond aangekondigd dat de spelers zichzelf “elke avond de vrijheid geven om het verloop en de verhalen van vorm te laten veranderen”. Daardoor zou elke voorstelling anders zijn. Op 11 en 12 februari in Monty blijkt dat alvast het geval. Onze vertellers belanden steeds bij dezelfde knooppunten, maar gebruiken regelmatig een andere weg om elkaar vervolgens terug te ontmoeten. Zo neemt de van vorm veranderende alien bijvoorbeeld andere vormen aan dan de dag voordien – onder andere een grasveld en een goedgevulde koelkast met lekkere drankjes. En de buschauffeur die in de voorstellling van vrijdagavond nog een kip tussen zijn ruitenwissers kreeg waardoor hij tegen een kerk reed, stapt in de versie van zaterdag op tijd uit om met de kip in dialoog te gaan. Die creativiteit en behendigheid is bewonderenswaardig, en maakt van Catharsis een voorstelling die je meerdere keren wil zien. Bovendien maakt deze onvoorspelbaarheid je benieuwd naar het maakproces, naar wat juist vaststond en wat niet. 

Dit toevalselement in de verhalen is een duidelijke voortzetting van hun voorgaand werk samen. In Pygmalion zagen we bijvoorbeeld een gelijkaardige insteek. Maar waar daar de vertelling zich herhaalde binnen in de voorstelling, gebeurt dat bij Catharsis over verschillende avonden heen. In de zich steeds veranderende performance I WILL TELL YOU EVERYTHING (1000 NACHTEN), eveneens een productie van frieda, verzonnen Binon en Dousselaere telkens een volledig nieuw verhaal vanuit enkele door het publiek ingefluisterde woorden. Vertrekkend vanuit het belang van verhalen voor de mens, zochten ze toen reeds samen naar een soort van loutering in een eeuwige raamvertelling. In Catharsis zetten ze die zoektocht verder. 

Ook in de psychologie is het bestaan van catharsis in relatie tot vertellen een belangrijk thema. Psychologen als Bernard Rimé denken dat het sociale delen van ervaringen een emotionele balans kan herstellen. Als emotionele verhalen worden gedeeld en op hun beurt een emotie opwekken in de luisteraar, dan is die luisteraar geneigd dat verder te vertellen. Binon en Dousselaere geven als het ware een aanzet in dit proces, want dit zogenaamde ‘grapevine effect’ wordt ongetwijfeld verder gezet door de bezoekers na de voorstelling. Dat doet beseffen dat collectieve catharsis van grote therapeutische waarde kan zijn, zeker in tijden van een pandemie. In de programmatekst werd ons beloofd dat de voorstelling, zoals het een ware catharsis betaamt, haar helende vinger zou leggen op oude en moderne problemen. Aan het niet te stoppen gelach te horen, ondanks de bij momenten zware thema’s, zijn de makers daar ruimschoots in geslaagd.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#166

01.12.2021

14.03.2022

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!