© Martijn Bal

Leestijd 3 — 6 minuten

Eva Bal (1938-2021), theatermaker en -pionier

‘Je mag niet wijken’, was het eerst wat mij op het hart werd gedrukt toen ik Eva Bal leerde kennen. ‘Eva heeft een hekel aan mensen die wijken.’ Ik was drieëntwintig, schuwe theaterwetenschapper-in-de dop en ik liep mijn stage als regie-assistent bij het Gentse jeugdtheater KOPERGIETERY. Bal was 65 en scherp als een scheermes. Soms wierp ze haar krullende zwartgrijze haren in de hals en keek me met haar al wat dieperliggende ogen een paar seconden zwijgend aan. Ik was doodsbang, maar ik week niet.

Het was 2003, precies het jaar waarin Bal het artistiek leiderschap van KOPERGIETERY had overgedragen aan Johan De Smet, de jonge regisseur die in haar theaterateliers zijn eerste artistieke stappen had gezet. De wissel was niet zonder slag of stoot verlopen, zoals dat gaat bij pioniers die van hun hobby hun levenswerk maken – grapje, Eva. Bals koppige strijd voor een professioneel en volwassen jeugdtheater was nooit ofte nimmer een hobby, maar ze vertelde graag hoe dat in de jaren 1970 nog anders werd gezien. Hoe men, wanneer ze vertelde dat ze regisseerde in het jeugdtheater, knikte – ‘interessant, interessant’ – en vervolgens vroeg wat ze dan eigenlijk als beroep deed.

Eva Gerretsen (°1938) komt dan ook naar Vlaanderen in een tijd dat professioneel jeugdtheater nog in de kinderschoenen staat. Ze werkt bij het Ministerie van Cultuur, ontmoet er haar eerste echtgenoot August Bal en maakt voorstellingen bij de schaarse huizen die aandacht schenken aan een jong publiek: de Brusselse Beursschouwburg, het Gentse Arcatheater. Bal is afkomstig uit Nederland, waar veel jeugdtheater wortelt in de pedagogie, maar brave en opvoedkundige verhaaltjes interesseren haar geen fluit. Voor Bal is jeugdtheater volwaardig theater: multidisciplinair, professioneel, met beide voeten in het leven. Ze neemt het kind au sérieux, als publiek én als gesprekspartner.

Dat ongoing gesprek zal haar grootste sterkte worden. Niet alleen streeft Bal naar kwalitatief theater voor een jong publiek, ze begint ook te creëren met dat jonge publiek. In 1978 richt ze Speelteater Gent op, een dramacentrum voor kinderen en jongeren. Er worden professionele producties gemaakt voor jonge mensen (zoals Landschap van Laura en De tuin, allebei in samenwerking met choreograaf Alain Platel), maar het kloppende hart van het Speelteater zijn de wekelijkse theaterateliers, waar kinderen en jongeren op een speelse maar serieuze manier hun talenten kunnen beproeven. Het is een vruchtbare biotoop, waar in de loop der jaren kunstenaars als Alexander Devriendt, Nic Balthazar en Johan de Smet tot bloei komen.

In 1993 verhuist het Speelteater naar een oude kopergieterij, die met behulp van Bals tweede echtgenoot Walter Mareen wordt aangekocht en verbouwd. Naast producties en ateliers is er nu ook plaats voor het ontvangen van interessante gastproducties uit binnen- en buitenland, want Bals blik beperkt zich niet tot de grens. Met de twee andere sterkhouders van het Vlaamse jeugdtheater – Oda Van Neygen bij het Brusselse BRONKS en Barbara Wijckmans van HETPALEIS in Antwerpen – lijkt het jeugdtheater zich in de jaren 1990 nu echt op de kaart te hebben gezet. De drie artistiek leiders worden steevast ‘de madammen van het jeugdtheater’ genoemd, typerend voor de laatste (?) stuiptrekkingen van paternalisme die het jeugdtheater omgeven.

Maar 2003 dus, het jaar waarin Johan De Smet de fakkel overneemt, het jaar waarin Eva Bal Wilde Dingen creëert en ik mijn stage loop. Het wordt een musicalbewerking van Max en de Maximonsters, het bekroonde prentenboek van de Amerikaanse auteur Maurice Sendak. De hoofdrol is weggelegd voor een stout jongetje. Hij plaagt de hond, is brutaal tegen zijn moeder en vliegt zonder eten naar bed. Alleen in zijn kamertje opent zich een wereld voor hem: er groeien bomen uit de muren, de zee rolt aan en hij vaart naar het eiland van de Maximonsters. Maar stoute jongetjes hebben vaak kleine hartjes. Hoe fijn Max ook de beest uithangt met zijn mede-monsters, na een tijdje knaagt toch het verlangen naar huis.

Eva Bal houdt zielsveel van dit stoute jongetje, zo wordt me al snel duidelijk – zoals ze bij uitstek houdt van kwetsbare, boze, beschadigde kinderen. Ze sluit ze in haar hart, niet op een sentimentele manier, maar door hun angsten en frustraties serieus te nemen. Deze Max, dit ettertje, verdient telkens opnieuw een kans. Hij verdient een thuis, een plek waar er naar hem wordt geluisterd. Dat is wat Eva Bal altijd heeft willen creëeren, met haar voorstellingen, met haar Speelteater, haar KOPERGIETERY: een plek waar kinderen zichzelf mogen zijn. Wanneer Max terug in zijn kamer is aanbeland, staat daar zijn avondeten. En het is nog warm.

Ze hield niet van mensen die wijken, maar op 83-jarige leeftijd is Eva Bal nu zelf moeten wijken. De Max-en van deze wereld zullen je missen, Eva.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

in memoriam
Leestijd 3 — 6 minuten

#163

15.03.2021

31.05.2021

Evelyne Coussens

Evelyne Coussens is freelance cultuurjournalist voor De Morgen en verschillende cultuurmedia, waaronder Ons Erfdeel, rekto:verso en Staalkaart. Ze is lid van de grote redactie van Etcetera.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!