Luk Van den Dries

Leestijd 5 — 8 minuten

Etcetera ontving

KRONIEK – MEER DAN GENOEG BETWETERIGE (JONGE EN OUDE) SCHOOLMEESTERS

Kwetterende dwergen en andere toneelmakers

Uitgangspunt voor dit 18de Dramatisch Akkoord is een citaat uit een brief van Bert Verminnen over het verschil tussen personages en personen, en de overvloed van de enen (de meelopers) tegenover de schaarsheid van de anderen (de compromislozen) in het Vlaamse toneelleven. Hoe zit dat vandaag, vroegen de samenstellers van dit Vlaams-Nederlandse jaarboek zich af, en zij stuurden de vraag door naar toneeldeskundigen en toneelmakers. Aan wie ze het gevraagd hebben, wordt niet vermeld, maar de antwoorden lopen ver uiteen. Twee vaststellingen: 1. het boek is slechts voor 1/3 gewijd aan Vlaanderen en voor 2/3 aan Nederland. 2. De overgrote meerderheid van de respondenten behoort tot een generatie van 40-igers en 50-igers. Dat verklaart m.i. het (negatieve) belang van het vormingstheater en de Actie Tomaat in een aantal bijdragen in een boek dat nochtans de ondertitel draagt “Reacties op de nieuwste theatertrends “.

Niet alleen de standpunten lopen ver uiteen (wat positief is, maar er ontbreekt een bundeling ervan in een besluit), ook het gehalte verschilt. Een aantal bijdragen blijft steken bij dunne uitspraken over regisseurstoneel vs. acteurstheater. De “intendant” doet hier en daar zijn intrede, zonder dat deze functie geïntroduceerd wordt. Rob Erenstein, in het meest polemische stuk, fulmineert tegen de “middelmatigheid”, ”anti-theatraliteit” (!), “publieksvijandigheid”(!!) en “leegheid” van “al die zoekers naar een eigen stijl” en bakt het helemaal bruin op p. 16: “Waartoe goed management en een ruimhartig overheidsbeleid kan leiden, zien we in de Beursschouwburg in Brussel waar Mortier heerst.”

Twee bijdragen vallen kwalitatief op. Kees Epskamp bekijkt zonder vooroordelen het hedendaagse theater en zijn kritiek en levert filosofisch getinte commentaar bij de verschijningsvorm, het acteerproces (“De relatie tussen acteur en personage vormt de theatrale obsessie van de jaren tachtig”), de banden met de traditie. Karst Woudstra van zijn kant houdt een pleidooi voor groot repertoiretoneel, ensemblevorming, piramidale structuren.

Deze bundel biedt discussiestof, maar maakt een beetje een rommelige indruk en is te weinig begeleidend voor oningewijde lezers. Bert Verminnen had beter verdiend.

Kwetterende dwergen en andere toneelmakers.
Samengesteld door Rob Erenstein, Jaak Van Schoor en Eva Cossee. Met bijdragen van Rob Erenstein, Boris Abarov en Marianne Fennema, Kees Epskamp, Redactie Etcetera, Jo Gevers, Alfons Goris, Jac Heijer, Ivo Van Hove, Theo de Jong, Henk Scholten en Anton Smit, Johan Thielemans, G. Tinholt, Karst Woudstra. Harlekijn, Westbroek, 1986.

 

MMT-Lustrumboek 1956-1986

Het Mechels Miniatuur Theater (MMT) heeft n.a.v. het 30-jarig bestaan een mooi en rijk geïllustreerd lustrumboek uitgegeven. De focus richt zich uitsluitend op het eigen gezelschap. Een voordeel daarvan is dat de geschiedenis van het MMT erg nauwkeurig teruggelopen wordt en zo vind je tussen namen en speellijsten enkele verrassende gegevens: b.v. dat de regie van het successtuk Het machtig reservoir van Franz Marijnen was, die in de MMT-experimenteerperiode ook Fando en Lis, Gered e.a. bracht; dat het MMT Heiner Müller in Vlaanderen introduceerde (Filoctetes), met Jan Decorte, Dirk Buyse en Guido Vastesaeger als acteurs.

Met dezelfde nauwkeurigheid waarmee repertoiregegevens en speellijsten geïnventariseerd werden, werd ook de financiële boekhouding doorgelicht: de verhouding eigen inkomsten-subsidies, de evolutie van het personeelbestand, van het aantal voorstellingen en van het bereikte publiek, enz. Dat wordt allemaal heel helder in kaart gebracht met keurige grafieken. En dat pleit voor het goede beheer van het gezelschap.

Maar de artistieke presentatie van het MMT valt tegenover het cijfergeweld erg mager uit: een produktieproces wordt beschreven, het beleid summier toegelicht. Er is geen reflectie over de specificiteit van de repertoiresamenstelling, de accenten in scenografie, de ontwikkeling (of afwezigheid?) van een acteerstijl. Men maakt er zich nogal makkelijk vanaf: “Het MMT beperkt zich niet qua genre, stijl en/of inhoud. Tragische, tragikomische en komische stukken wisselen elkaar af. De enige voorwaarde die aan een stuk wordt gesteld is de sociale relevantie ervan.” Evenmin wordt er nagedacht over de erfenis en betekenis van het kamertheaterverleden, over de plaats en de functie in het Vlaamse theatergebeuren.

Dat het publiek zo’n centrale plaats in het boek toegemeten krijgt, past bij het imago van het MMT (“toneel van, voor en over het volk”) maar zowel opgevrijd te worden door de politici aan het begin van het boek als afgelikt door de acteurs aan het eind ervan, is toch een beetje van de vriendelijkheid te veel.

 

Dedalus

Uitgeverij Dedalus is i.s.m. EXA een tijd geleden gestart met de uitbouw van een dramafonds. Een toe te juichen initiatief, in Vlaanderen krijgt het drama, behalve in de tekstafdruk in Etcetera, weinig permanente aandacht van de uitgevers. Dedalus biedt drie nieuwe teksten aan: Richard III (Shakespeare, Courteaux, Wannes van de Velde), Hamlet (Shakespeare, Kohout, Claus), Het Vincent-Effekt (Paul Koeck). Prijs: 150 fr, 9,90 fl.

 

Rodolphe De Buck, Het beroepstoneel te Gent tussen 1944 en 1965, feiten en gebeurtenissen.

R. De Buck doet in dit boekje het relaas van het verdwijnen en opnieuw verschijnen van het Gentse KNS-gezelschap. De auteur was, als directeur van de Gentse toneelschool en werkzaam in allerlei verenigingen, nauw betrokken bij het geijver om Gent opnieuw een professioneel gezelschap te bieden en geeft dan ook met behulp van brieven en vergaderingsverslagen een nauwkeurig beeld van het geduw voor en achter de schermen. Tegelijkertijd beperkt hij zich tot wat hij gezien en gehoord heeft en het lijkt mij dat veel van het politieke gelobby voor De Buck ongezien bleef. Maar in zijn onvolledigheid levert dit boekje toch een bouwsteen voor de nog ongeschreven geschiedenis.

Rodolphe De Buck, Het beroepstoneel te Gent tussen 1944 en 1965, feiten en gebeurtenissen. Fonds Koninklijke Toneelschool-Gent, p/a De Buck R., Fr. Rooseveltlaan 336, 9000 Gent, 53 p.

 

Frans Roggen, of een leven voor het theater

Nog geschiedschrijving, eveneens uit Gent, is het huldeboek aan Frans Roggen. Frans Roggen was acteur in de Gentse KNS van 1940 tot 1945, gaf les in de Gentse Toneelschool en het Conservatorium, was directeur van Arca en regisseur bij verschillende groepen en bij de NIR/BRT. In die verschillende werkgebieden wordt hij gehuldigd door medewerkers en vrienden: Herman Balthasar, Marcella Cottinie, R. De Buck, Jo De Meyere, Jan D’Haese, Walter Eysselinck, Dries Poppe, Jeanne Thienpont, Dré Van Daele, Jules Van Houtte en Jaak Van Schoor.

Frans Roggen, of een leven voor het theater, uitgegeven door de Frans Roggenstichtng, 60 p., 400 fr., Lievestraat 4, 9000 Gent.

 

Winkler Prins Encyclopedie van de Opera

Inhoud: “Vanzelfsprekend worden de vele van ouds tot het ijzeren repertoire behorende opera’s naar ontstaanswijze en inhoud behandeld, maar ook vele minder bekende werken krijgen aandacht. Daarnaast bevat de encyclopedie een schat aan wetenswaardigheden over componisten, librettisten, zangers en zangeressen, muziek- en theatertermen, literaire werken en schrijvers die stof voor een opera hebben geleverd en historische en mythologische figuren die aanleiding tot opera’s zijn geweest.”

In vergelijking met het standaardwerk X Y Z der muziek komen veel meer aspecten van het operagebeuren aan bod en biedt het boek meer aandacht aan de operatraditie in België en Nederland. De inhoud en de situering van de vermelde werken is daarentegen minder uitgebreid.

Ongetwijfeld een belangrijke en zeer verzorgde uitgave. Een puntje nog: in plaats van de ouderwetse foto op de voorpagina van de Clemenza di Tito – enscenering van de Nederlandse Opera Stichting had men beter een opname van de Munt-enscenering gebruikt. Een foto daarvan vind je wel elders in het boek, maar Karl-Ernst Herrmann is nergens terug te vinden.

Winkler Prins Encyclopedie van de Opera, Drs. Paul Korenhof, 449 blz., 2.650 trefwoorden, 1.930 fr.

 

Nummer 26 van Alternatives Théâtrales is gewijd aan het Canadese theater en dans. Nummer 56-57 van Cahiers théâtre Louvain heeft als thema: “Jean Vilar, théâtre et utopie”.

varia
Leestijd 5 — 8 minuten

#17

15.03.1987

14.06.1987

Luk Van den Dries

Luk Van den Dries is hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en redacteur van Etcetera. Hij wijdde zijn doctoraat aan de opvoeringsgeschiedenis van Heiner Müller in Vlaanderen en is gespecialiseerd in het naoorlogse Vlaamse theater.  

varia