© Clara Hermans

Leestijd 4 — 7 minuten

Electric Life – fABULEUS & Brussels Philharmonic

Stravinsky sprankelt en inspireert

Negen jongeren tussen 16 en 20 jaar dansen Stravinsky’s ‘Petrouchka’. Het originele ballet uit 1911 over een pop die tot leven komt, laten ze los. Onder begeleiding van choreografen Elisabeth Borgermans en Thomas Vantuycom ontstond een nieuwe creatie die gedreven wordt door een elektriserend samenspel tussen lichaam en muziek. ‘Electric Life’ plaatst Stravinsky’s muziek zo in het hart van de moderniteit en bevraagt tegelijkertijd het statuut van het lichaam binnen de (hedendaagse) technologische conditie.

Met zijn abstracte vorm en onvoorspelbaar verloop is Stravinsky’s Petrouchka niet bepaald ‘easy listening’. Het originele ballet vertelt het verhaal van drie poppen die tot leven worden gewekt door een kwaadaardige tovenaar. Het werk wordt vaak aangehaald als voorbeeld van een totaalkunstwerk met invloeden van Russische folklore in de dans, de kostuums en de décors. Op het eerste zicht geen evidente keuze dus om net deze compositie op te vissen voor een dansvoorstelling met jongeren. Een foute veronderstelling, bewijst Electric Life. Zo sprankelend als de opening van Stravinsky’s stuk, zo energiek gaan de dansers een relatie aan met de muziek. Bevrijd van het verhaal en de folkloristische elementen krijgen ze ruimte om met de interne dynamiek van de muziek zelf aan de slag te gaan. Het resultaat is een esthetisch mooie en aanstekelijke voorstelling die ook een interessante meerduidigheid vindt in de wisselwerking tussen muziek en lichamelijkheid.

Elektriciteit is daarbij de metafoor. Stravinsky behoorde immers tot een generatie kunstenaars die in de nasleep van de tweede industriële revolutie zochten naar esthetische vernieuwing in alle domeinen van de kunst. Het wijdverspreide gebruik van elektriciteit, het ontstaan van film en fotografie, telegrafie en telefonie zorgden voor een toenemende drang naar snelheid en efficiëntie, maar ook voor een bijhorende vervreemding van het lichaam. Denk maar aan Muybridges bekende studies van beweging, waarin bijvoorbeeld het dansende of lopende lichaam ontleedt werd in verschillende fotografische frames. Die verhouding tussen mens en technologie komt evenwel op een heel open manier terug in de voorstelling. Choreografen Elisabeth Borgermans en Thomas Vantuycom spreken van “aan/uit” in zowel de muziek als de bewegingen. Stravinsky’s plotse en onverwachte sfeerwissels, die doen denken aan bijvoorbeeld het aan en uitdoen van een lamp, krijgen een vertaling in de dans. Die varieert van vloeiend naar stilstand, van krachtige en hoekige naar meer ronde bewegingen. De herhaling van bepaalde frases in verschillende constellaties doet daarenboven denken aan het modulaire karakter van de muziek.

Daarnaast onderzoekt Electric Life de spanning tussen ‘gebaar’ en ‘beweging’. Wanneer krijgt een beweging betekenis en wordt het een gebaar? Vooraan het podium trekt een danser tussen haar vingers een onzichtbaar draadje uit de lucht. Twee dansers bewegen hun hoofden traag op en neer en van links naar rechts alsof ze een object volgen dat door de zaal vliegt. Of zijn dit gewoon mechanische bewegingen van het lichaam die niets concreet uitbeelden, een simpel samentrekken van spieren en plooien van gewrichten? Het zijn suggesties van een narratief die binnen de abstracte choreografie niet meteen een verhaal vertellen. De dansers in Electric Life bewegen zich zo op een continuüm tussen het lichaam als machine en het lichaam als organisch geheel waarmee we betekenisvol met elkaar in contact treden. Hiermee raken ze aan een spanning die niet enkel toebehoort aan de historische moderniteit, maar die ook in ons huidige digitale tijdperk doorwerkt.

“De dansers in Electric Life bewegen zich zo op een continuüm tussen het lichaam als machine en het lichaam als organisch geheel waarmee we betekenisvol met elkaar in contact treden.”

Op een bepaald moment lopen de dansers achter elkaar in een cirkel met schokkerige bewegingen. Hun voeten slepen over de grond, hun armen bewegen ongecontroleerd, iemand springt onverwacht in de lucht. Het doet denken aan de beschrijvingen die Gilles de la Tourette maakte van zijn patiënten in de late negentiende eeuw en waarover ook filosoof Giorgio Agamben schrijft in zijn bekende essay over de geste. Voor Agamben is het immers veelbetekenend dat zowel de wetenschap als de literatuur en de vroege film in deze periode een grote interesse toonden in het onderzoeken van menselijke bewegingen. Een tijdperk dat zijn gestes verliest, geraakt er door geobsedeerd, stelt Agamben. Die vervreemding van de geste zet zich vandaag door in de digitale sfeer. Denk maar aan een gebaar in een meme dat eindeloos herhaald wordt en van betekenis verandert, digitaal gemanipuleerde lichamen die veraf staan van de fysieke realiteit, of het schenden van iemands lichamelijke integriteit door het delen van online beelden zonder toestemming. Hoewel de voorstelling dit niet letterlijk verbeeldt, zijn het associaties die ontstaan bij het kijken naar deze jonge dansers, die zich meer dan voorgaande generaties moeten verhouden tot de digitale werkelijkheid.

Electric Life historiseert deze problematiek via Stravinsky, maar is ook een opvallend lichte, frisse en kleurrijke voorstelling. Dat is voor een groot deel de verdienste van de dansers zelf die een zichtbaar plezier vinden in het bewegen en die ook op een mooie manier samen op het podium staan. Er ontstaat de indruk van iets relationeels, van een soort gemeenschap die zich op de scène vormt zonder dat die ooit een concrete narratieve invulling krijgt. De muziek werkt daarbij als een onzichtbare maar tastbare textuur die de dansers met elkaar verbindt en hen doet bewegen. Dit wordt het meest voelbaar aan het einde van de voorstelling, tijdens de epiloog waarvoor muziekdramaturg Alain Franco en Raphaël Hénard een sampling maakten van Stravinsky’s compositie. Hier komt de materialiteit van de muziek nog veel meer op de voorgrond, en de manier waarop die inwerkt op de lichamen van de performers. Bijvoorbeeld wanneer de beweging van de ene danser die van de volgende in gang zet, of wanneer de dansers schijnbaar ineenkrimpen onder het machinale knarsen van de muziek. Electric Life slaagt er op die manier in om iets bloot te leggen in Stravinsky’s muziek en om het werk van de Russische componist opnieuw actueel te maken voor een hedendaags publiek.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#166

01.12.2021

14.03.2022

Esther Tuypens

Esther Tuypens is theaterwetenschapper en maakt deel uit van de kleine redactie van Etcetera.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!