‘Roy Cohn/Jack Smith’, Ron Vawter

Leestijd 5 — 8 minuten

Een krachtig lichaam

Roy Cohn/Jack Smith door Ron Vawter

De Amerikaanse acteur Ron Vawter bracht met Roy Cohn/Jack Smith een opgemerkte dubbele monoloog. Rudi Laermans over deze voorstelling en over wat ze (niet) ter sprake brengt.  

1.

Het is onmogelijk om over de voorstelling Roy Cohn/Jack Smith te spreken of te schrijven en te zwijgen over homoseksualiteit of Aids (een uitdrukking die in het vocabulaire der weidenkenden evenzeer taboe is als het traditioneel gecensureerde vierletterwoord in de Engelse taal). Roy Cohn, een succesvolle Newyorkse advocaat en ex-medewerker van communistenjager McCarthy, stierf in 1986 aan Aids; Jack Smith, tijdens de jaren zestig en zeventig een centrale figuur in de New Yorkse theater- en filmscène, overleed in 1989 aan Aids. Ron Vawter, de acteur die in Roy Cohn/Jack Smith één fragment uit beider levens brengt, zegt net voor de aanvang van de voorstelling dat hij ‘leeft met Aids’. Het wordt terloops, haast achteloos gezegd, alsof het om een simpele constatering ging. In de voorstelling zelf gaat het expliciet (het Cohn-gedeelte) of impliciet (het Smith-gedeelte na de pauze) over homoseksualiteit, maar Aids komt niet ter sprake. En toch beheerst ‘het niet-gezegde’, dat wat vooraf slechts even werd vermeld (of beter nog: gemeld), de hele voorstelling. Ik ken geen theaterstuk waarin het niet-voorgestelde zozeer de hele voorstelling domineert, wat alles bij elkaar genomen zeer vreemd is. Misschien wil Vawter enkel zeggen dat over Aids niets zinnigs te zeggen valt — dat elk direct spreken het geweld van deze pandemie verkleint en banaliseert? Maar tegelijk is alles eigenlijk heel duidelijk en wordt het niet-gethematiseerde onmiddellijk getoond. Want voor ons staat iemand die leeft met Aids, wat verdere woorden meteen overbodig maakt. Ron Vawter heeft voor de voorstelling gezegd wat hij persoonlijk te zeggen had, en deed daarna zijn werk als acteur. Maar wat hij zei veranderde de acteur ook voortdurend in een getuige van een werkelijkheid die niet voor theatralisering vatbaar is. Roy Cohn/Jack Smith is een drama, alleen zit het belangrijkste onderwerp niet in de stof maar bewoont het de acteur zelf: in dit drama wordt het eigenlijke thema niet gerepresenteerd maar is het gewoonweg lijfelijk present (het is aanwezig: ‘hij daar leeft met Aids’).

2.

Ron Vawter vertelt niet over Aids; hij verhaalt evenmin over de levens van Roy Cohn of Jack Smith. Vawter volstaat met te vermelden — alweer: voor de voorstelling — van enkele essentiële gegevens over de twee personages; de rest wordt duidelijk tijdens de opvoering, waarin twee momenten uit de levens van Roy Cohn en Jack Smith geënsceneerd worden die beide an sich met ‘het scenische’ hebben te maken. Want de getoonde ogenblikken zijn wezenlijk theatraal: Roy Cohn die in 1978 de American Association for the Preservation of the Family toespreekt, en Jack Smith die op 10 oktober 1981 in het Theater for the New City What’s Underground About Marshmallows? opvoert. Enerzijds het maatschappelijk theater van de geslaagde notabele, wiens lichaam en gebaren welhaast mechanisch lijken, zozeer zijn ze gekneed naar het standaardbeeld van de ‘good fellow’; anderzijds het ‘echte theater’ van de marge of de underground: goedbedoeld maar amateuristisch, en daarom ook op een charmante wijze doorzichtig, transparant (‘goed’ in alle betekenissen van het woord). Roy Cohn poseert: hij hult zijn lichaam in een nevel van conservatieve gebaren en woorden (hij verloochent homoseksualiteit en prijst het hetero-gezin); hij verloochent zo zichzelf, te beginnen met z’n eigen lichaam en verlangen. Jack Smith speelt theater maar is tegelijk zichzelf: hij affirmeert zijn identiteit van homo die houdt van camp en kitsch en het daarom ‘lovely’ vindt om in een exotisch oosters interieur, languit gestrekt in een zetel, voor Egyptische farao te spelen, compleet met goudomrande ogen en nep-sieraden. Kortom Ron Vawter maakt in Roy Cohn/Jack Smith theater-over-theater, maar de verschillen tussen de geënsceneerde scènes verwijzen overduidelijk naar twee radicaal tegengestelde wijzen van omgang met ‘het scenische’ — en ook met ‘zelfenscenering’. Men kan theatraal zijn en zo het verlangen verdringen; of men kan op het podium het eigen verlangen theatraliseren en zo het individuele leven trouw blijven. Ron Vawter kiest echter niet voor Roy Cohn of Jack Smith; hij toont een fragment uit beider levens en betoont zich zo een meesterlijk acteur: hij ‘is’ nu eens Roy Cohn, dan weer Jack Smith.

(Vawter over zijn twee ‘personages’: ‘These two jokers haunted me more than any two white males in the world. The hypocrite Roy Cohn became what I was afraid I was going to become, because I was equally determined to push my own sexuality down. The odd thing was, at the same time, Jack Smith expoded it out so far that he was frightening to me too. The first time I saw him I thought: ‘My God, is that the other side of the coin?’. To be that out — I was also frightened by that.’)

3.

Wat krijgen we te zien? Een reconstructie van een toespraak resp. een theatervoorstelling. In beide gevallen gaat het om efemere gebeurtenissen, niet enkel in de absolute (wat vandaag op het podium werd gezien en gehoord, is overmorgen voltooid verleden tijd), maar ook in de relatieve zin: het gaat om twee tamelijk onbeduidende avonden in twee mensenlevens. Roy Cohn, zo weten we van een van zijn medewerkers, reed te samen, met zijn ‘male date’ naar The American Society for the Preservation of the Family, gaf er zijn speech, en ging daarna met zijn vriendje dineren. Jack Smith gaf op 10 oktober 1981 de x-ste voorstelling van What’s Underground About Marshmallows? (en Ron Vawter speelt de y-de maal de voorstelling Roy Cohn/Jack Smith). Alles welbeschouwd gaat het in de getoonde scènes om historische details, om anekdotes of ‘petites histoires’, ook in de levensverhalen van de betrokkenen. Ron Vawter redt deze vluchtige momenten, die in een mensenleven meestal worden vergeten en in de Geschiedenis nooit worden herinnerd. Hij onttrekt zich aan de vergetelheid, en wel juist door deze ogenblikken alleen maar te tonen, te mimeren en zo te actualiseren, zonder verdere tekst of uitleg of context of commentaar. We zien Roy Cohn tijdens zijn toespraak voor de American Association for the Preservation of the Family; en we zien Jack Smithtijdens een opvoering van What’s Underground About Marshmallows?. In feite zien we natuurlijk slechts Ron Vawter die deze particuliere histories op een particulier moment actualiseert en zo alsnog in onze levensverhalen inweeft.

(Er zit een quasi-Benjaminiaanse geschiedenisopvatting achter/in dit stuk. In een van de talrijke notities uit het kentheoretisch deel van het Passagen-Werkkarakteriseert Walter Benjamin zijn wijze van ‘Geschichtsdarstellung’ —het actualiseren, het ‘presentmaken’ of ‘aanwezig stellen’ van historische gebeurtenissen — als ‘Telescopage der Vergangenheit durch die Gegenwart’. En in een ander fragment, over de ‘Methode dieser Arbeit’: ‘Ich habe nichts zu sagen. Nur zu zeigen. Ich werde nichts Wertvolles entwenden und mir keine geistvollen Formulierungen aneignen. Aber die Lumpen, den Abfall: die will ich nicht inventarisieren sondern sie auf die einzig mögliche Weise zu ihrem Rechte kommen lassen: sie verwenden.’)

4.

New York, oktober 1989. Ik zie in The Performing Garage een voorstelling van de Wooster Group (Frank Deli’s The Temptation of Saint Anthony). Ron Vawter maakte mij die avond zichtbaar duidelijk (alweer: hij toonde) wat ik al langer vermoedde: toneelspel is een aparte en eigenstandige kunstvorm, naast dans- of theaterkunst. En die kunst, zo besefte ik toen plots, heeft alles te maken met de totale verlichamelijking van de blik en de stem. Bij een goed acteur vloeien alle gebaren samen in het kijken en spreken. Het lichaam verdwijnt als het ware in de ogen en de mond van de acteur; het is er wel, maar louter ondersteunend, of beter: louter dat bekrachtigend wat wordt gezegd en ‘geblikt’ (en blikken zijn op het podium altijd ‘hoogst veelzeggend’). In en doorheen deze lijfelijke verdwijntruc maakt het lichaam zich noodzakelijk: het expliciet gezegde krijgt pas door de lichamelijke affirmatie ervan een zekere zeggingskracht. Ron Vawter heeft een uiterst scherpe blik die autoriteit uitstraalt; hij spreekt met een lage, doordringende stem die geen tegenspraak duldt en zeer imperatief is (beide zijn misschien een erfenis van Vawters officierstijd in het Amerikaanse leger). Blik en stem zijn ontzagwekkend, uit één stuk, en ook: aristocratisch, ‘distingué’. Ze zijn dat echter alleen maar door Vawters soepele lichaam, dat met onopvallende maar zeer precieze gebaren dat zegt — maar anders — wat blik en stem reeds sowieso zeggen. Het is een krachtig en mooi lichaam -zodat het ondenkbaar wordt dat het binnenin wordt ontkrachtigd, zelfs gedood.

Er is iets met Ron Vawters lichaam aan de hand; er is iets met het toneelspel aan de hand — want ik kan mij niet voorstellen ooit nog een theatervoorstelling te zien zonder het vooruitzicht van een voorstelling met Ron Vawter.

 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#42

15.06.1993

14.09.1993

Rudi Laermans

Rudi Laermans is socioloog, auteur en vertaler.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!