(c) Wannes Cré

Steff Nellis

Leestijd 5 — 8 minuten

Ducktape/Wie Eerst Wakker Wordt Wint – Theaterwerkplaats NEST

Peter Pans ‘Lost Boys (and girls!)’ in Neverland

“Hoe komen we dichter?”, “Hoe komen we vooruit?” en “Hoe doe ik niet hetzelfde?” zijn de drie vragen die centraal staan in Ducktape/Wie Eerst Wakker Wordt Wint. In de vorm van utopisch locatietheater met een hoek af, gesterkt door een krachtig ensemble van jonge spelers, legt Theaterwerkplaats NEST bloot wat we liever verbogen houden. Aan de hand van enkele illustere, maar typisch menselijke eigenschappen, brengen de speler-makers tegelijk een ode aan de kinderlijke naïviteit en een waarschuwing voor het kwaad dat daarin schuilt.

Ducktape/Wie Eerst Wakker Wordt Wint speelt in een van de droogdokken bij het Antwerpse STORMKOP. Voor een keer is de locatie niet de setting voor het befaamde ‘Scheldejutten’, waarbij kinderen de dokken exploreren op zoek naar afval om artistiek mee aan de slag te gaan, maar voor locatietheater gemaakt door theatergekke jongeren van de theaterwerkplaats NEST. Elk seizoen werkt deze organisatie toe naar een voorstelling die geldt als het resultaat van een driejarige opleiding waarin jongeren tussen 14 en 21 jaar elkaar op wekelijkse basis ontmoeten in ruimte en gedachten. Samen met kunstenaars, coaches en docenten werkte de lichting van 2017-2020 toe naar een voorstelling over de frictie tussen de denkkaders van verschillende personen en ideologieën. Acht jongeren nemen ons mee in een utopische wereld van kolder en spel. Het STORMKOP-dok wordt daarbij hun speelterrein waarin alles kan en alles mag. Maar tegen welke prijs?

De fysieke afdaling in het drooggelegde dok opent een nieuwe wereld voor de toeschouwer. Het door de natuur herwonnen terrein met hoge planten en afval, de frisse najaarswind en het warme oranjerode licht van de ondergaande zon zetten de toon voor een haast apocalyptisch scènebeeld. Bij het begin van de voorstelling verschijnen acht jonge spelers bovenaan de droogdokken. Allen hebben iets dierlijks, iets onbezonnens. De jongeren verpersoonlijken outcasts die aan de rand van de maatschappij dolen. Geleid door verveling en instinctieve nieuwsgierigheid gaan ze op zoek naar zingeving, manieren om in de samenleving te stappen, zich tot die samenleving te verhouden of er zich resoluut tegen te verzetten. We krijgen een inkijk in het utopische ‘Neverland’ van deze ‘lost boys’ en ‘girls’ waarin ze zelf de regels opstellen. Maar wat is de waarde van hun utopie?

De intrigerende figuren lijden aan het Peter Pan-syndroom. Ze spelen een spel van duwen en trekken, van aantrekken en afstoten. “Met de verliezer mogen we alles doen wat we maar willen!”, roept een van de jongeren. Wat begint als onschuldig spelen en uitdagen, het aftasten van fysieke, emotionele en ethische grenzen, verandert al snel in buitensporige acties en conversaties. Wanneer twee van de spelers keuvelen over de verleidelijke neiging om het portier van een rijdende auto te openen of onverwacht aan de handrem te trekken, gniffelt het publiek nog. “Ik denk dat hé, maar ik doe dat niet! Zot!”, lachen de meisjes. Wanneer de conversatie echter omslaat in het laten struikelen van oudjes of het verpletteren van het hoofd van een baby, blijft het pijnlijk stil. Later, wanneer andere gruwelijke verbeeldingen, fysieke uitputting, seksuele connotaties, drank en drugs alsmaar meer de overhand nemen, wordt de moeilijke grens tussen aanvaardbaar spel en intolerabel gedrag blootgelegd.

In Utopia (1517) beschrijft Thomas More de utopie naar analogie met haar Griekse herkomst (“eu-topos”) zowel als de beste plaats, alsook een onbestaande plaats. Mijn utopie is niet de jouwe, waardoor een universele betere wereld tegelijk onbestaand en ondenkbaar is. Langzaam wordt duidelijk dat het utopische ‘Neverland’ van de jongeren dreigt te vervallen in een dystopie. Een van de spelers raakt immers steeds meer afgezonderd van de groep. De jongedame wordt eerst genegeerd en uitgesloten door de andere spelers waarna een buitensporige kettingreactie van gevaar ontluikt. Het meisje wordt als een lappenpop door de overige jongeren door het dok heen gesleurd en uiteindelijk roerloos, als voor dood, achtergelaten.

Dat maakt de voorstelling uiterst actueel. In het licht van de zaak Sanda Dia versus de Reuzegommers, de ‘uit de hand gelopen studentendoop’ die het leven kostte aan een jonge twintiger, duiken in het publieke debat dezelfde stemmen op. Gaat het werkelijk om een uit de hand gelopen spel van dronken jongeren of spreekt hieruit de ziekelijk narcistische neiging tot een onaanvaardbare variant van sadomasochisme? Precies deze vragen resoneren in de performance van NEST. Moeten dergelijke zaken geclassificeerd worden als doodslag of zelfs moord met als doel en precedent te stellen voor jongeren? Hoe kan je immers een chatgroep verklaren waarin de Reuzegommers met voorbedachten rade oproepen tot het hardhandig aanpakken van ‘schachten’? Hoe verklaar je gelijkaardige chatgroepen waarin meer dan 600 jongeren elkaar aansporen tot het afslachten van iedereen die zich niet als hetero identificeert? En belangrijker nog: hoe ga je daar als samenleving mee om? Zijn veroordeling en straf of eerder verzoening, herstel en begeleiding de oplossing?

De NEST-jongeren spelen met de vraag wanneer een spel uit de hand loopt. Filosofe Hannah Arendt verklaart in de Banaliteit van het kwaad (1963) dat gedachteloos meegaan in de ideologie van het heersende regime, van elke persoon een monster kan maken. Op verschillende manieren wordt hiervoor door de voorstelling heen gewaarschuwd wanneer de spelers hun fysieke grenzen opzoeken. Het blindelings meegaan in de ideeën van een systeem wordt krachtig geëvoceerd door een scène waarin alle spelers hun T-shirt over hun hoofd binden. Twee van hen geselen diegenen die toevallig op hun pad komen met stokken en riet die ze in het dok vonden. De banaliteit van het kwaad, een soort kinderlijke naïviteit die voortkomt uit het specifieke vermogen om te stoppen met denken, wordt later, wanneer alle acteurs als dravende paarden in het gareel lopen over de uitgestrekte bodem van het dok, nogmaals metaforisch bekrachtigd.

Ducktape/Wie Eerst Wakker Wordt Wint flirt op die manier ingenieus met het geweten van het publiek. Aan de hand van theatrale conventies en procedés zoals de onderbreking van scènes en het doorbreken van de vierde wand knipogen de spelers rechtstreeks naar de toeschouwers. In een intermezzo door de licht- en geluidstechnici wordt bijvoorbeeld een documentaire vertolkt waarin het gevaar van ideologieën wordt benadrukt. Wanneer de technici terug het dok opklimmen en een indrukwekkende soundscape afvuren, verandert het Neverland van de jongeren in het Tomorrowland waarvan menig festivalganger deze zomer enkel kon dromen. Terwijl de spelers krampachtig pulseren op de beats die de samenleving hen oplegt, verdwijnen ze een voor een van de uitgestrekte vlakte. Het levenloze lichaam van de outcast der outcasts, de ‘freak’ die reeds in de helft van de voorstelling alleen achterbleef, ligt echter nog steeds roerloos tegen de achterzijde van het dok. Het koelt af, en er is niemand die zich over haar ontfermt. Utopisch spel werd dystopisch drama.

In een wereld zonder COVID-19 zou deze voorstelling reeds in april 2020 in première zijn gegaan op het met ducktape – vandaar de titel – afgebakende dak van de Singel. De verplaatsing naar het dok levert geen enkel probleem op. Het is bewonderenswaardig om te zien hoe de jonge wolven erin slagen om de gigantische ruimte te vullen. Hoewel de soundscape en het licht enorm bijdragen tot de kracht van de performance, is het de sterke cohesie binnen de spelersgroep waarmee NEST de ruimte naadloos naar zijn hand weet te zetten. Het is ontroerend om jonge acteurs terug te zien doen wat ze het allerliefste doen na maanden van lockdown. Verdomd jammer was het dat mijn mondmasker mijn lach voortdurend verborg tijdens de voorstelling.

Wanneer ik na afloop uit de dokken klauter en op de tonen van Bad Guy geniet van een pintje valt de puzzel in elkaar. Deze Billie-Eilishgeneratie heeft lak aan aannames, vooringenomenheid en vastgeroeste kaders waarin we als samenleving zomaar dreigen te vervallen. Daarom brengen de NEST-jongeren een ode aan de kinderlijke naïviteit en kan hun spelen begrepen worden als een utopische daad van verzet. Helaas draait diezelfde kinderlijke naïviteit uiteindelijk uit op een dystopische zondeval. Ducktape/Wie Eerst Wakker Wordt Wint speelt aldus met het geweten van het publiek. “Hoe zorg ik ervoor dat ik niet hetzelfde doe?” is de vraag waarmee het jonge geweld de toeschouwer naar de foyer stuurt: “Hoe belet ik dat de utopie niet vervalt in een dystopie?” Hebben we daar wel controle over? Zijn we niet allemaal de slaaf van ons perverse onderbewustzijn van waaruit we wel denken, maar niet (altijd) doen? Onze kinderlijke naïviteit dient precies daarom tegelijk als utopisch potentieel gekoesterd, maar als dystopische dreiging gevreesd te worden.

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#161

15.09.2020

14.12.2020

Steff Nellis