Dear Winnie, JR.CE.SA.R, KVS & NNT© Reyer Boxem

Leestijd 3 — 6 minuten

De religie van het menselijke

De troostrubriek

Kunst kan pas helen als ze geëngageerd is. Een van de meest beklijvende stukken die ik ooit gezien heb, is Mistero Buffo (1972) van Dario Fo. Een communist, jazeker. Hij wist als geen ander de sociale onrechtvaardigheid van zijn tijd aan te klagen en het volksverzet ertegen te bezingen, letterlijk. Hij nam het Nieuwe Testament als uitgangspunt voor een marxistisch verhaal over de strijd tegen onrecht en uitbuiting.

De voorstellingen van Mistero Buffo door de Internationale Nieuwe Scène waren zowel naar vorm als inhoud vernieuwend. Het wat ingeslapen toneelwereldje van die tijd werd wakker geschud door de mise-en-scène, de muziek en de fantastische prestaties van acteurs en actrices. Hilde Uitterlinden en Charles Cornette, die de hoofdrol speelden, zie en hoor ik nog steeds voor me. Zoals ik me ook Wannes Van de Velde herinner, de protestzanger bij uitstek, die samen met hen de Italiaanse volksliederen had omgezet naar Vlaanderen. Het resultaat was verbluffend. ‘Van de schoonheid en de troost’ zou Wim Kaizer het hebben genoemd: zo overrompelend was de hele voorstelling.

Tja, de première was in 1972: kunst en sociale strijd gingen toen vaak hand in hand. In 1968 hadden Leuvense studenten ‘We shall overcome’ gezongen, het lied van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging. Van Mistero Buffo had iedereen de mond vol. Het zette ons, jonge en sociaal bewogen journalisten, aan om in ons werk veel aandacht te besteden aan sociale conflicten. Het leverde ons de geuzennaam ‘rode missionarissen’ op. Daar waren we best trots op.

Vandaag de dag zijn het engagement en de helende kracht van podiumkunsten van een heel andere aard. Nu staan de strijd tegen racisme, seksisme en uitbuiting van zogenaamde ‘illegalen’ centraal bij de geëngageerde kunstenaars. En alweer schrijven ze geschiedenis. Dear Winnie (JR.cE.sA.R, KVS en NNT) is een voorstelling die Mistero Buffo evenaart of zelfs overtreft. Weer is de vernieuwing in vorm en inhoud grensverleggend. Dear Winnie is qua bezetting een spiegelbeeld van onze veelkleurige samenleving, en gaat door zijn ongeëvenaarde kracht en dynamisme recht naar het hart van de toeschouwer. Het juryverslag van het Theaterfestival 2020 formuleerde het zo: ‘Negen zwarte vrouwen die een opzwepende ode brengen aan hun idool Winnie Madikizela-Mandela. Tijden, talen en stijlen lopen vrolijk door elkaar, tot één feministisch en antiracistisch statement én een spetterend totaalspektakel.’

Dear Winnie werd bedacht en geregisseerd door Junior Mthombeni, de zoon van Maurice Mthombeni, een Zuid-Afrikaanse balling (en goede vriend van schrijver dezes). Junior heeft van zijn vader kennelijk de strijdlust meegekregen. ‘Deze voorstelling wil je geen geschiedenisles leren, ze wil kracht delen’, stond op de website van de KVS te lezen — ongetwijfeld een tekst van Junior zelf. Kan kunst meer helend zijn? Junior heeft ondertussen al een hele reeks producties op zijn naam staan (zoals Rumble in the Jungle en Malcolm X) die precies dezelfde bedoeling hebben.

Kunst hoeft uiteraard niet per se maatschappelijk geëngageerd te zijn om te helen. Weinig thema’s zijn zo vaak en zo hartstochtelijk bezongen als de liefde, wereldwijd en door alle eeuwen heen. De grote toneelauteurs of operacomponisten hebben het vaak over tragische, verboden of onmogelijke liefdes. Op hun manier zijn hun stukken helend, juist omdat ze een duidelijke boodschap hebben: leg niets in de weg naar het geluk van twee mensen die van elkaar houden. Romeo and Juliet van Shakespeare is mijns inziens een scherpe aanklacht tegen elkaar bevechtende clans, die hun verliefde kinderen de dood in drijven. Wijlen Jules De Corte liet er zich door inspireren om een liedje te schrijven over twee mannen die van elkaar houden. Romeo en Julio noemde hij hen. Als vandaag de dag homoseksuele mensen in onze gewesten niet meer vervolgd worden, is dat mede dankzij de helende kunst, die, zoals Jules De Corte het deed, benadrukt dat het enige wat telt de vraag is of de geliefden gelukkig zijn met elkaar.

Gerard Mortier, ook een vernieuwer van formaat, was formeel: opera moet geëngageerd zijn. In de oren van velen was het als vloeken in de kerk. Maar hij leverde wel het bewijs dat het klopt. Toen hij eventjes operadirecteur was in New York, gaf hij de opdracht om het boek Brokeback Mountain van de Amerikaanse auteur Annie Proulx en de verfilming ervan te bewerken tot een opera. Het thema: de cowboys Jack en Ennis, die elkaar twintig jaar lang in het geheim ontmoeten omdat ze hun romance niet openlijk kunnen beleven. Dan wordt een van hen door homofobe dorpsbewoners vermoord.

Mortier programmeerde de opera toen hij directeur was in Madrid. Om hem te laten volgen door Tristan und Isolde, een al even tragisch verhaal. Hij verantwoordde die combinatie zo: ‘Tristan, Isolde, Jack, Ennis: het zijn allemaal personages die niet begrijpen wat hen overkomt, maar bereid zijn te sterven voor hun liefde.’ Ik heb beide voorstellingen in Madrid gezien. En heb ervaren hoe Mortier opera, zijn passie, zag: als theater dat ons verandert, als religie van het menselijke. Bedankt, Gerard.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 3 — 6 minuten

#168

15.05.2022

14.09.2022

Walter Zinzen

Walter Zinzen (1937) is ex-VRT-journalist. Hij schrijft nog regelmatig opiniestukken voor MO*, De Standaard en De Morgen. Daarnaast geeft hij lezingen en wordt hij dikwijls gevraagd als Congo- of politiek expert bij Vlaamse tv- en radioprogramma’s.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!