“De reisgids” (NTG) – Foto Luk Monsaert

Johan Thielemans

Leestijd 4 — 7 minuten

De reisgids – NTG

KRONIEK – MEER DAN GENOEG BETWETERIGE (JONGE EN OUDE) SCHOOLMEESTERS

Wie met Het Park van Botho Strauss vertrouwd is, bevindt zich met De Reisgids (Die Fremdenführerin) op bekend terrein. Het lijkt erop dat Strauss voor het eerstgenoemde stuk nog een merkwaardig paar bedacht had, maar dat hun verhaal zo interessant was, dat hij het liet uitgroeien tot een zelfstandig stuk. Het gaat dus opnieuw om de problematiek van de lust, als gewenst en verstorend element.

Strauss heeft als hoofdpersoon een Duitse leraar gekozen. Een typische trek, die in Duitsland een veel directere relevantie bezit dan in Vlaanderen, is dat hij een grote belangstelling heeft voor het antieke Griekenland, omdat hij zich er scherp van bewust is dat daar de oorsprong van onze westerse beschaving te vinden is. Totaal ontgoocheld over zijn positie in de huidige maatschappij, trekt de leraar, Martin, op tocht en belandt hij in het stadion van Olympia. Daar ontmoet hij een jonge reisgids, en als hij haar ziet, maakt de lust zich van hem meester. Het meisje, Kristin, voelt zich tot hem aangetrokken, maar heeft nog een verhouding met Vassili, die zij beschrijft als een soort goddelijk genie, verdwaald op deze wereld, verloren in de walmen van de alkohol. Martin tracht Kristin te winnen, maar zij blijft het spel van aantrekken en afstoten tot tergens toe voortzetten. Tot op het ogenblik dat ze voor Martin kiest, en hij de leiding van de verhouding neemt. Deze ommekeer wordt ook gemarkeerd door een verandering van plaats: het paar verlaat het moderne appartement en gaat huizen in een berghut. Ze beleven de illusie dat ze een stap dichter bij de essentie zijn, omdat de sporen van de beschaving nog verder weggevallen zijn. In deze berghut ontaardt hun samenzijn langzamerhand tot een hel: de lust, het totale bezit en het totaal afgesloten-zijn van elke andere sociale band, lopen op hysterie uit. Ten slotte zal Kristin in zich de kracht vinden om weg te gaan, en blijft Martin verwezen achter, lezend over de Griekse mythe van Pan en Syrinx.

Het stuk is fascinerend omdat het gaat over het pijnlijke bewustzijn van het verlies. De hedendaagse mens is van zijn essentiële, volle zelf afgesloten, zegt Strauss in elk van zijn stukken. In De Reisgids houdt hij ons even voor dat de “boodschap” die dat verlies ongedaan kan maken, gewoon te vinden is in de eerste teksten, die trachtten aan het bestaan zin te geven. Het christelijke referentiekader wijst hij af om er dat van de Griekse mythologie voor in te ruilen. In Het Park was deze thematiek reeds duidelijk aanwezig, en hier keert ze in licht gewijzigde vorm terug. De droom van de “oorsprong”, de illusie van de essentie doortrekt dit verhaal zo sterk, dat het stuk tegelijkertijd de wenselijkheid van een verlossende mythologie poneert, en zulk een oplossing meteen ondergraaft. “Mise-en-abyme” heet dat nu in modieus Frankrijk. Maar dit spel met een betekenis die wankelt tussen een leegte en een volheid, verleent aan wat qua verhaalstof bijna een cliché is, een grote spanning. Strauss heeft terzelfdertijd ook een interessant literair spel opgezet. De manier waarop hij in het eerste deel het verhaal van Vassili fragmentarisch aan de toeschouwer onthult, is subtiel en werkt het intrigerende in de hand. Dat laat hem daarbij toe om de figuur van Kristin steeds raadselachtig en onvoorspelbaar te houden. Tezamen met het onbegrijpende maar gefascineerde personage Martin moet ook het publiek uit de steeds wisselende situaties een verband trachten te puren. Het is één van de sterkste teksten die ik in het hedendaagse theater ken.

Jean-Pierre De Decker heeft dit complexe stuk met grote trefzekerheid op de scène gezet. Zelden heeft hij zo sterk de essentie van een tekst getroffen. In het eerste deel heeft hij vooral van Chris Thys een schitterende prestatie verkregen. De rol bestaat uit korte tot zeer korte momenten, en telkens moet de actrice in een totaal andere gevoelssfeer zijn. Het vergt een grote concentratie en een diepgaande analyse van de tekst. In het tweede deel leidt haar rol haar naar een moment van volslagen hysterie. Wat ze hier als staaltje van toneelkunst te zien geeft, is zelden in Vlaanderen vertoond. Men kan alleen maar hopen dat men in het NTG nu eindelijk door heeft dat men haar al die jaren wat te veel in de schaduw heeft laten staan van collega’s met minder talent. Wie een Kristin van deze klasse op de planken kan neerzetten, heeft nog veel in zijn mars.

Tegenover haar stond Herman Coessens. Al is dat acteren op een ander niveau, toch hielp de afwezigheid van charisma de acteur om binnen deze tekst juist te functioneren. Als de wat oudere leraar-met)problemen werkte zijn grijsheid perfect als klankbord voor het grillig passionele van Chris Thys.

Ook in de vormgeving had Jean-Pierre De Decker, tezamen met Marc Cnops, een reeks opvallend juiste oplossingen gevonden. Strauss schrijft in korte scènes, zodat zijn tekst veel weg heeft van een filmscript. Door het gebruik van een bewegende lichtbank heeft De Decker dat syntactische probleem een voortreffelijke, vloeiende vorm gegeven. Het decorontwerp zelf speelde op hyperrealisme (de kamer van Martin), opgenomen in een abstracte suggererende ruimte (het stadion van Olympia). Het tweede deel was drastisch symbolisch. Er werd wel wat veel met bloed op het achterdoek omgesprongen, en hoe sterk het laatste beeld ook was (waar Kristin door een scheur, die duidelijk een vagina oproept, naar buiten treedt – dat de vrouwelijke aantrekkingskracht hier als een kooi en een noodlot wordt beklemtoond, is één van die typische vrouwenhaterige trekjes die Jean-Pierre De Decker niet achterwege kan laten), toch was het te veel schatplichtig aan Manthey’s decor voor Ödipus (wat gelukkig (?) maar een schaars deel van het Gentse publiek gezien heeft.)

Dit was een schitterende voorstelling, zonder meer.

 

DE REISGIDS
auteur: Botho Strauss; regie: Jean-Pierre De Decker; decor en kostuums: Marc Cnops; licht: Jan Gheysens; spelers: Chris Thys, Herman Coessens, e.a.

Gezien op 8 november 1986 (première) in het NTG.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

Johan Thielemans

Johan Thielemans stond mee aan de wieg van Etcetera. Hij doceerde aan de tolkenschool Gent en is nu gastprofessor theatergeschiedenis aan het Conservatorium van Antwerpen. Hij schreef boeken over Hugo Claus en Gerard Mortier, creëerde twee operalibretto’s en maakte uitzendingen over Amerikaanse cultuur voor Radio 3. Hij was ook voorzitter van de Theatercommissie en van de Raad voor Kunsten.

recensie