‘De Mompelaar en de Liefde’. Speelteater. – Foto Peter Lorre.

Christel Op de Beeck

Leestijd 3 — 6 minuten

De mompelaar en de liefde

Speelteater, Gent

De grote kracht van het Speelteater ligt erin dat de groep er steeds opnieuw in slaagt om met de meest elementaire gevoelens formeel erg aangrijpende produkties te maken. Een creatie van Eva Bal zal altijd wel ergens over emoties als angst, geluk of eenzaamheid gaan; het zoekproces naar beter of meer zal primeren; en er moet ook steeds iets van een begrijpende samenzwering met of een troost voor het kinderpubliek inzitten.

Wat het Speelteater echter resoluut van de makkelijke, zeemzoete weg van het ‘liever-lief’-theater afhoudt, is de onophoudelijke zoektocht om via diverse improvisatieprocessen de bovenstaande thema’s uit te diepen en er nieuwe verzoeningspogingen mee aan te gaan. Met De Mompelaar en de Liefde staat meer dan ooit het onderzoek naar de mogelijkheden van die aanpak centraal. Resultaat is een hechte, plastisch exuberante en aangrijpende creatie.

De produktie ontstond op basis van improvisaties rond het thema ‘op weg zijn’. Pjeroo Roobjee, wiens plastische en uitbundige taalcoloriek al enkele theaterteksten enorm pompeuze proporties had laten aannemen, werd hier in formeel erg interessante banen geleid: hij maakte het script namelijk op basis van brieven, die de protagonisten aan elkaar schreven. Deze laatsten wisten enkel van de inhoud van hun eigen en van de aan hèn geadresseerde brieven af. Welke insinuaties, plannen, samenzweringen, waarschuwingen, verdachtmakingen of bekentenissen in de overige brieven stonden, was onbekend. Roobjee en Bal lazen over de schouders mee en sponnen een rode draad, die alle karakters bond.

Het uitgangspunt is eenvoudig: vijf personages zijn onderweg van punt A naar punt C. In B worden ze opgehouden. Het is echter niet het lot dat hen parten speelt. Allemaal hebben ze immers stiekem meegeholpen — of er tenminste op gehoopt — dat de lorrie waarop ze zich verplaatsten, zou ontsporen. Dat geheim geven ze echter niet prijs. Net zomin als hun verleden.

Aan de oppervlakte zou je kunnen stellen dat het variété-artiesten zijn, die om aan een woeste menigte te ontsnappen (we horen iets over een diefstal) weg moesten van de plek die ze het beste kenden. Dieper zit de idee dat we met z’n allen steeds onderweg zijn, wèg van een bekend en dus sowieso minder aantrekkelijk verleden, op naar een onbekende, aanlokkelijke, maar tegelijk ook beangstigende toekomst.

Op de momenten tussen twee overgangsfases doet iedereen aardig zijn best om zichzelf van zijn beste kant te laten zien, om zeker geen angst of onzekerheid te tonen, om het leiderschap op te eisen of om geborgenheid te zoeken. Anders gezegd, de existentiële oerkracht, het krachtigst op onzekere momenten, en de fantasie, steeds bereid om de realiteit in illusies te laten omslaan, houden elkaar in perfect evenwicht.

In elke situatie — aandacht vragen, liefde bekennen, vriendschap tonen — ervaren we gradaties van vertwijfeling tot zelfverzekerdheid. Eva Bals regie benadrukt dan ook resoluut de wisselende karakteriële kenmerken. Geen van de personages is afgerond, hoewel ze zich vertonen in de gedaante van een springerig meisje, een stoere macho, een dame, een goedlachse jongen, een geslepen kerel. Wat hen echter herkenbaar maakt, is het feit dat ze geheimen, verlangens en soms onuitspreekbare gevoelens meedragen. Dat resulteert in een organisch en sterk ineengekluisterd net van gevoelens en karaktereigenschappen.

Daarnaast gaat het stuk ook heel duidelijk over theater en de inspanningen die je ook daar – vaak heel zichtbaar – moet leveren om de aandacht van de toeschouwers vast te houden. Zo ageren de variété-artiesten enerzijds vanuit hun eigen verzuchting om in het middelpunt van de belangstelling te staan, anderzijds vertolken ze als personages op haast meta-theatrale wijze een rol op de scène. Ze lichten bijvoorbeeld het publiek in over het verdere verloop van de voorstelling en bekennen tegelijk ook hun individuele betrachtingen. De produktie krijgt er een Brechtiaans cachet door.

Ook al is dit een onmiskenbaar wervelend spektakel, een intelligente mengeling van thrillerelementen (‘Wie deed de trein ontsporen en waarom?’), van cirkusarcrobatieën en cabaret.

De Mompelaar en de Liefde is een voorstelling gebouwd op de extremen van fysieke en gevoelsmatige krachten, en het is daardoor een tegenpool van het louter intimistische Wie troost Muu? En toch is De Mompelaar er om evenveel redenen ook weer zeer intens, zij het kleurrijker, beweeglijker en enorm expressief, mee verbonden.

De Mompelaar en de Liefde

gezelschap: Speelteater;

scenario: Pjeroo Roobjee;

regie: Eva Bal;

decor en kostuums: Andreï Ivaneanu;

spelers; Jeanne Pennings, Vera Puts, Paul Carpentier, Peter de Graaf, Robert Van Leeuwen.

Gezien op 8 februari in De Meervaart.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

#25

15.03.1989

14.06.1989

Christel Op de Beeck

recensie