© Helena Verheye

Leestijd 8 — 11 minuten

De Meeting – Julie Cafmeyer

Wat staat er op het spel?

Hoe moeten we kijken naar De Meeting, de langverwachte voorstelling van Julie Cafmeyer over haar grensoverschrijdende ervaringen in een Antwerps theaterhuis? Is het een gefictionaliseerd verslag van waargebeurde feiten? Is het een platte wraakoefening? Is het een mediastunt? Een therapeutische bevrijding? Of een kunstwerk? En in het geval van dat laatste: kunnen we het dan ‘gewoon’ op artistieke merites beoordelen?  

O, zat ik maar onder een steen, in het voorjaar van 2024 – dan kon ik nu misschien met een iets klaardere blik naar De Meeting kijken. Maar net als quasi alle andere toeschouwers in deze overvolle premièrezaal – want dat De Meeting een ‘theatergebeurtenis’ is, staat vast – weet ik maar al te goed naar welke reële affaire in deze voorstelling wordt verwezen. 

Actrice en theatermaker Julie Cafmeyer kwam in april vorig jaar in een mediastorm terecht nadat ze in een publicatie met de titel Life is but a dream – op eigen kracht gedrukt en verspreid over elf verdeelpunten in Vlaanderen – het grensoverschrijdende gedrag van ‘de theaterdirecteur’ aankaartte. Ondanks de fictieve insteek van het gepubliceerde verhaal kon Marc Verstappen, artistiek leider van het Antwerpse theaterhuis DE STUDIO, moeiteloos worden geïdentificeerd. Net zoals zijn toenmalige rechterhand Amelie Aernaudts, die er als het personage van ‘de lakei’ minstens even duchtig van langs krijgt. Verstappen zette intussen een stap opzij, Aernaudts werd algemeen coördinator van De STUDIO. De moeilijkheid met De Meeting is dat de voorkennis over de geleefde en beleefde realiteit het kijken naar de fictie grondig verstoort – en dat zoiets een morele ambiguïteit met zich meebrengt. Alleen al omwille van die verwarring is De Meeting een interessante voorstelling. 

In De Meeting ensceneert Cafmeyer de repetities voor de voorstelling ‘De meeting’. De constructie is met andere woorden een beetje zoals in John Cassavetes’ Opening Night: we kijken naar acteurs (Jeff Aendenboom, Mourad Baaiz, Julie Cafmeyer, Nona Demey Gallagher & Lukas Smolders) die acteurs spelen, in volle repetitie voor een stuk dat ‘De meeting’ zal heten en hopelijk – dat is toch de grootste wens van het regisseurspersonage Julie – geprogrammeerd zal worden in theaterhuis ‘De Rotonde’, als teken van verzoening. Rond die metatheatrale schil zit zoals gezegd nog eens een buitentheatrale schil: zowel De Meeting als ‘De Meeting’ vertelt van gebeurtenissen die – net zoals bij Gena Rowlands en John Cassavetes – stevige wortels hebben in de realiteit. 

Centraal op de bühne staat een ronde, witte vergadertafel met rode stoeltjes, rechts een rode massagetafel die verwijst naar de grensoverschrijdende ‘tantrische massage’ waarover Cafmeyer schreef in Life is but a dream. Alle personages zitten strak in het pak, sommige in opzichtige plastic kostuums, alsof de ontwerpen van Clara Lissens nog eens de kunstmatigheid van het hele gebeuren moeten benadrukken. Dit is allemaal niet echt, en toch is het waar. 

In De Meeting’ worden de hoofdrolspelers van het conflict rond de tafel gebracht voor een bemiddelend gesprek, iets wat in realiteit (nog) niet gebeurde. Het is de enige manier om elkaar op dit moment in de ogen te kijken, zegt regisseur Julie over haar motivatie om ‘De Meeting’ te maken. De fictie als ultieme vorm van dialoog.

Uiteraard vervagen de grenzen tussen de personages en de personae – van die grensvervaging maakt Cafmeyer al haar hele carrière lang haar artistieke waarmerk.”

Aan de ene zijde van de tafel vinden we dus ‘Didier’ (Aendenboom alias Verstappen) en ‘De lakei’ (Demey Gallagher alias Aernaudts), aan de andere zijde ‘Julie’ (die op alle theatrale niveaus dezelfde naam draagt) en ‘Bruno Swegers’ (Mourad Baaiz alias Bruno Swegers), ex-voorzitter van de raad van bestuur van theaterhuis ‘De Rotonde’ (DE STUDIO). In het midden ‘de bemiddelaar’ (Lukas Smolders). Dan is er nog ‘Wilfried’, de zakelijk leider van het theaterhuis, die zich middels een parkeersmoes aan de lastige meeting onttrekt en dat met schreeuwerige sms’jes tracht te verhullen. 

De machtsverhoudingen tussen personages en personae (de acteurs die ‘zichzelf’ spelen) spiegelen niet alleen elkaar, maar ook nog eens de realiteit. In ‘De meeting’ staat ‘Didier’ tegenover ‘Julie’ zoals Aendenboom staat tegenover Julie, zoals Verstappen staat tegenover Cafmeyer: als opponent. De twee kemphanen hebben allebei netjes hun secondanten in de personages van ‘De lakei’ en ‘Bruno’. Het valt op hoezeer juist die secondanten het woord voeren, hoe sterk hun rol in de verf wordt gezet, ten aanzien van de grotendeels zwijgende ‘hoofdrolspelers’. Dat dit soort grensoverschrijding kan plaatsvinden en aanhouden is niet alleen de verantwoordelijkheid van de dominante figuren, maar evengoed van de bijstanders, de draaikonten en de goedpraters, lijkt Cafmeyer te willen zeggen. Alles wat ‘de lakei’ zegt is gescript, ze bauwt maar na zonder veel eigen inzicht – zo speelt Demey Gallagher haar personage ook. Toch heeft ‘de lakei’ bijzonder veel macht.

© Helena Verheye

Uiteraard vervagen de grenzen tussen de personages en de personae – van die grensvervaging maakt Cafmeyer al haar hele carrière lang haar artistieke waarmerk. Zo domineert Julie het creatieproces van ‘De Meeting’ met vanzelfsprekend overwicht, soms tot frustratie van Aendenboom, van wie het ego (alsook, in een mooie theatrale scène, zijn mannelijke dierlijkheid) dient ‘getemd’ te worden, parallel met dat van zijn personage. Regelmatig is er een pauze tijdens de repetities, maar die rustmomenten verglijden vaak ongemerkt of subtiel weer over in de dialogen van ‘De Meeting’ zelf. 

Het straffe aan deze fluïde opbouw van personages is dat Cafmeyer op deze manier niet alleen speelt met theatrale, maar ook met morele ambiguïteit. Als regisseur van ‘De Meeting’ is ze close to toxisch, als personage in ‘De meeting’ zet ze zichzelf op geen enkel moment neer als slachtoffer. Uitbundig toont ze hoe ze in dominantie niet voor ‘Didier’ moet onderdoen, hoe ze hem uitdaagt, hoe ze haar sensualiteit uitspeelt, hoe ze ‘Bruno’ op dezelfde manier behandelt als ‘Didier’ dat met ‘zijn lakei’ doet. Ze is niet onschuldig, niet verbindend, niet verzoenend – en waarom zou ze? Evengoed wordt ‘Didier’ in de tekst van ‘De meeting’ bewierookt als als een subversief zakenman, een visionair, of wordt zijn kwetsbaarheid in de verf gezet: ‘Didier bloedt uit zijn hart’, zo bijt ‘de lakei’ ‘Julie’ toe. Mensen zijn niet zwart-wit, menselijke relaties zijn rommelig, onduidelijk, flou. 

“Waar het in De Meeting in essentie  om draait is om de (mannelijke) angst voor (vrouwelijke) verbeelding, sterker nog – gezien de grote rol van de vrouwelijke opponent – de angst voor de verbeelding tout court.”

De onwil van Cafmeyer om in strakke dader-slachtofferpatronen te denken staat overigens even goed los van gender. Het gaat in De Meeting immers niet alleen over fysieke grensoverschrijding of de (mannelijke) macht over een (vrouwelijk) lichaam. Waar het misschien in essentie misschien nog meer om draait is om de (mannelijke) angst voor (vrouwelijke) verbeelding, sterker nog – gezien de grote rol van de vrouwelijke opponent – de angst voor de verbeelding tout court. De sleutelzin in De Meeting? ‘Zonder u was heel deze voorstelling er nooit gekomen.’

Het verraadt waar de échte pijn zit. Los van de tantrische greep op een vrouwenlichaam bleek Verstappen ook greep te hebben op de creatieve mogelijkheden van Julie Cafmeyer. Haar voorstel voor een nieuw project, dat zou gaan over grensoverschrijding, werd door de toenmalige directie van DE STUDIO (waaronder ook door Aernaudts) afgewezen – volgens Cafmeyer uit angst voor onthullingen over het eigen huis. Als theatermaker bleek Cafmeyer potentieel gevaarlijker dan als burgerlijke partij in een strafzaak. Dat is, op een wrange manier, een compliment. 

Het fnuiken van een artistiek project (om welke reden dan ook) is een voorbeeld van een zeer tastbare, reële vorm van macht die in handen ligt van een theaterdirecteur en diens entourage. In De Meeting én in ‘De Meeting’ wordt opvallend veel gesproken over geld – en daarmee over creatieve kansen. Telkens weer geeft Julie aan wat het van een kunstenaar vraagt om afhankelijk te zijn van geldschieters om de verbeelding tot leven te wekken. Het verklaart voor een deel ook de gebetenheid (jaloezie?) van haar personage ‘Julie’ op ‘De lakei’. ‘Jij bent de winnaar’, zegt ‘Julie’ tegen ‘De lakei’. ‘De lakei’ heeft een directiepost, een vast inkomen, een man en een gezin – hier piept, en niet voor het eerst (ook in Bad Woman uit 2019 was dat het geval) een dubbelzinnige hang naar conformisme in Cafmeyers schriftuur. Het is een worsteling met de maatschappelijke rol die van haar wordt verlangd (gezin, stabiliteit, partner) en waartegen ze zich in haar stukken als een duivel verzet, maar waarnaar toch een stiekem verlangen blijkt uit te gaan. 

Die dominantie van het geld over de verbeelding is wat wezenlijk moet veranderen, en het maakt van Julies finale oproep, direct gericht aan het publiek – ‘Wat gaat er nu veranderen? Wie volgt deze to do’s op? Wie neemt het nu van hier over?’ een onverholen pleidooi voor een andere machtsverhouding, niet enkel tussen mannen en vrouwen, maar vooral tussen huizen en kunstenaars. Met De Meeting heeft Cafmeyer net bewezen dat die machtsverhouding niet onwrikbaar is. Haar verschillende antwoorden op de fysieke maar ook artistieke grensoverschrijding van Verstappen getuigen van een intelligent inzicht in de aard en omvang van haar speelruimte. Ze heeft tot twee keer toe ingezet wat ze ongelimiteerd tot haar beschikking heeft: verbeelding. Life is but a dream was een zeer impactvolle vorm van fictie, De Meeting is dat in nog sterkere mate. Dat Cafmeyer er überhaupt in geslaagd is om deze voorstelling te creëren, is ongetwijfeld haar zoetste vorm van wraak. Geen rechtszaak, maar een kunstwerk.

Maakt dit alles van De Meeting dan ook een goede voorstelling? Geregeld verdwijnen de acteurs van ‘De Meeting’ even in de publiekstribune, alsof ze het gebeuren via het perspectief van het publiek willen interpreteren. Hoe kijkt een (verondersteld onwetend) publiek hiernaar? Stel dat ik vorig voorjaar onder mijn steen had gezeten, hoe had ik dan naar De Meeting gekeken? In termen van spel, tekst, dramaturgie? ‘Artistiek’ gezien?  Blijft deze voorstelling recht, ook zonder voorkennis van de realiteit? Bestaat er theater zonder wortels in de realiteit? Hoeveel realiteit kan een voorstelling verdragen, voor de fictie eraan ten onder gaat?  En zijn deze vragen naar het artistieke nog wel zinvol, na al het voorgaande, met alles wat er tussen en in de lijnen te lezen valt? Met alles wat er op het spel staat?

Nog te zien in Monty in Antwerpen op 19 en 20 maart 2025.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 8 — 11 minuten

#178

15.12.2024

28.02.2025

Evelyne Coussens

Evelyne Coussens is freelance cultuurjournalist voor De Morgen en verschillende cultuurmedia, waaronder Ons Erfdeel, rekto:verso en Staalkaart. Ze is lid van de grote redactie van Etcetera.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!

Wat is de toekomst van cultuurspreiding in Vlaanderen? De nieuwe Strategische Visienota Kunsten van minister Caroline Gennez wil expliciet meer inzetten op spreiding in landelijke gebieden en een breed bereik.

 

Ga mee in debat met Kunstenpunt en Etcetera op dinsdag 26 mei in de Beursschouwburg. Reserveer hier je gratis ticket.

Moderator: Ciska Hoet. Panel: onder andere Wouter Hillaert (cultuurjournalist), Rolf Quaghebeur (kabinetsadviseur bij Minister van Cultuur Gennez)? Andere namen worden snel bekendgemaakt.