De man zonder eigenschappen I © Koen Broos

Leestijd 6 — 9 minuten

De man zonder eigenschappen I – Guy Cassiers/Toneelhuis

Wie het geduld niet kan opbrengen om zich door een van de meest gewaardeerde en minst gelezen literaire meesterwerken van de West-Europese literatuur te worstelen, kan nu naar de theaterwerking van Guy Cassiers en zijn Toneelhuis. De theaterversie is niet beter dan De man zonder eigenschappen van de Oostenrijkse schrijver RobertMusil (1880-1942). Hoe zou dat ook kunnen. Maar ze zet net als de roman aan het denken. Ze doet beelden ontstaan in je hoofd. En ze maakt Musils boek actueel. Wat kunnen we nog meer wensen? Sterke acteerprestaties, belichting, muziek, kostuums, decorelementen die kloppen. Maar de grote kracht van Cassiers’ versie van De man zonder eigenschappen, die uiteindelijk uit drie voorstellingen zal bestaan, lijkt voorlopig elders te liggen.

Thomas Mann zei over De man zonder eigenschappen: ‘een boek dat schittert als vuurwerk en dat op gewaagde en aanstekelijke wijze het midden houdt tussen essay en episch blijspel, is goddank geen roman meer – is dat niet meer omdat, zoals Goethe zegt, “alles wat volmaakt is in zijn soort boven zijn soort uit moet stijgen en iets anders onvergetelijks moet worden’”. In Cassiers’ handen krijgen we episch theater dat essayistisch wordt. Kan dat? Hij bewijst het met de tekstbewerking en met zijn regie, die de prachtige taal van Musil volop tot haar recht laten komen.

Musil slaagde er tijdens zijn leven niet in om zijn romanproject tot een goed einde te brengen. Hij zou door schrijfangst gekweld geweest zijn. Misschien voelde hij het tijdsgewricht zo scherp aan, dat het niet anders dan een onvoltooide symfonie kon blijven. Hij omschreef zijn project in zijn dagboeken als ‘een bloemlezing uit het koortsachtige, dus troebele denken dat in het begin van de eeuw opgeld deed, én een parodie erop’.

Het boek De man zonder eigenschappen tast als een positieve wetenschapper de grenzen van het denken af, en gaat na hoe ver je met de rede komt. Net daarom is het goed dat Guy Cassiers samen met een van onze theaterauteurs, Filip Vanluchene, en met dramaturg Erwin Jans zijn tanden zette in dit ‘onmogelijke’ project. Want Cassiers is bij uitstek de regisseur die vormen weet te vinden om zijn acteurs te laten denken op de scène, en dat nog aannemelijk te maken ook.

Ik beschouw Musils taal als poëtisch, ook al zit ze in een vuistdik boek vervat. Ze is erg beeldend, zet ons graag op het verkeerde been als we genoegen willen nemen met een snelle interpretatie, ze is speels ondanks de grote densiteit van ideeën en ze zit vol irrationele gedachten. Heel de taal ademt de ‘mogelijkheidszin’ die Musil aan zijn hoofdpersonage Ulrich toedicht. Daarmee sloot Musil aan bij Wittgensteins en Ernst Machs gedachtegoed: beide tijdgenoten van hem hadden het in hun filosofische analyses over de onmogelijkheid om de werkelijkheid achter de zintuiglijk ervaren wereld te kennen. Ulrich gaat zich dan maar te buiten aan allerlei overwegingen, hij bedenkt alternatieven, probeert te bedenken wat nog niemand bedacht heeft. Laten we dat ‘essayeren’ noemen. In zijn theaterversie laat Cassiers ons op een gelijkaardige manier meedenken.

Cassiers, Vanluchene en Jans benadrukken de politieke connotatie van Musils romanproject in hun tekstbewerking, omdat ze die een duidelijke actuele betekenis willen geven, zonder te vervallen in anekdotiek. Er is een mogelijke parallel: het Hongaarse rijk dreigt uiteen te vallen, terwijl de personages dat onvoldoende beseffen, net zoals het met België gaat op dit moment. Maar de omstandigheden zijn natuurlijk fundamenteel anders. De roman speelt zich af vlak voor de Eerste Wereldoorlog. Intussen is het grote, multiculturele Oostenrijks-Hongaarse Rijk, dat tegelijkertijd koninkrijk en keizerrijk is – k en k, vandaar de naam Kakanië die Musil ervoor bedacht – aan het afbrokkelen. Kakanië staat voor een overgangstijd, waarin waarden en normen beginnen te wankelen. En hier komen we bij een tweede parallel, want ook in onze tijd zijn er nog weinig zekerheden. Als we dit laatste argument voor ogen houden, dan heeft Cassiers het met zijn actualiserende aanpak bij het rechte eind.

Net zoals in het begin van de roman maken we in het eerste deel van Cassiers trilogie de voorbereidingen mee van de viering van het zeventigjarige keizerschap van Franz-Josef in 1918. Men heeft er een ‘Parallelactie’ voor in het leven geroepen, een actiecomité dat voorstellen moet uitwerken voor het feest. Ulrichs vader zorgt ervoor dat zijn zoon de secretaris van de organisatie wordt, maar dat zint hem niet. Hij ontmoet er in elk geval de kleurrijke vertegenwoordigers van een maatschappij die langzaam vervalt. Voor dat verval is er een mooie, groteske metafoor: Wenen blijkt geteisterd te zijn door paarden die aan diarree lijden. Ze schijten alles onder. En men is natuurlijk bang dat de ziekte ook de verfijnde Lippizaners zal treffen. De meeste figuren herkennen we uit Musils werk, dat zo meesterlijk is door de manier waarop hij hen typeert: de sceptische Ulrich, de idealistische Diotima die in hogere sferen verkeert, de naïeve en behoudsgezinde generaal Stumm, de Pruisische industrieel en schrijver Arnheim, wiens bedoelingen niet altijd oprecht zijn, de conservatieve graaf Leinsdorf, de levensgenieter Tuzzi die verslingerd is aan opera en vrouwen, Bonadea die haar verliefdheid maar moeilijk kan sublimeren, Clarisse die met Nietzsche dweept en de mislukte kunstenaar Walter. Cassiers en co voegden aan hun tekst twee kleurrijke personages toe, die we niet bij Musil terugvinden. De koetsier Palmer staat garant voor een volkse invalshoek. En graaf Von Schattenwalt, die zich steeds meer tot een extreemrechtse figuur lijkt te ontpoppen, zorgt voor de politieke dimensie en in zekere mate voor de actualisering van deze theaterbewerking. Palmer en Von Schattenwalt laten zien hoe volkse simpelheid van denken en het sluimerend extreemrechtse gedachtegoed hand in hand gaan. Palmer horen we bijvoorbeeld zeggen: ‘Er is meer en meer vreemd volk in de stad de laatste tijd: negers, jodinnen als huispersoneel. Araben, Turken als bakkersgasten en slagersknechten… We hebben nog niet genoeg aan de Hongaren en Bohemers die zich staatsburger mogen noemen. En generaal Von Schattenwalt spreekt de noodzaak uit van één sterke visie: ‘Een hele straat vol mannen die allemaal op dezelfde manier voortbewegen in hetzelfde uniform. Dat is de grote politieke opgave van deze tijd. Ofwel gaat ons Rijk ten onder aan parlementair gezwets, communautaire chaos en vreemde invloeden; ofwel schaart het zich achter zijn sterkste zoon en laat het zich in blind vertrouwen door hem leiden’

Je kan je afvragen of de tekstbewerkers het zich konden permitteren om personages aan Musils tekst toe te voegen. Uiteindelijk vallen daar niet veel tegenargumenten voor te verzinnen, behalve misschien dat het zo al ruime aantal personages bij Musil in de theaterversie nog groter wordt. Palmer en Von Schattenwalt vormen een verrijking, omdat ze de houding en de opvattingen van de andere personages scherper helpen stellen.

Voor de pauze presenteert Cassiers zijn personages als een soort levende poppen. Daarmee bedoel ik niet dat we slechte vertolkingen krijgen. Wel integendeel: de cast, die met acteurs als Dirk Buyse, Katelijne Damen, Gilda De Bal, Vic De Wachter, Marc Van Eeghem en Wim van der Grijn de fine fleur onder de repertoireacteurs herbergt, en aangevuld wordt met het jonge, grote talent van Tom Dewispelaere – werkelijk indringend als Ulrich – en Liesa Van der Aa, speelt homogeen sterk. Maar de opvallende, wat groteske kostuums die verwijzen naar de wereld van de paarden (ontworpen door Valentine Kempynck en Johanna Trudzinski) illustreren samen met het stemgebruik van de acteurs het gekunstelde karakter van de uitwisseling van ideeën door de personages. Iedereen wordt op deze manier te kijken gezet. In het deel na de pauze krijgen we meer psychologisering. Daarvoor gebruikt Cassiers een procédé dat we intussen goed kennen: hij plaatst de acteurs voor kleine camera’s, zodat we elke gelaatsuitdrukking bij hun bedenkingen goed kunnen zien. Het is alsof de acteurs, vooral de actrices dan, ons onder vier ogen toevertrouwen hoe ze hun gemis en verlangen allemaal op het hoofdpersonage Ulrich projecteren.

De grootste kracht van dit eerste deel van De man zonder eigen schappen schuilt in de openheid die Cassiers laat: het theater wordt een vrijplaats waarin we via de uiteenlopende gedachten van de personages onze eigen mening kunnen vormen, net als bij een essay. Terwijl Musil benadrukt dat de realiteit ons te veel stuurt, laat Cassiers ons toe om afstand te nemen, te reflecteren en ons eigen standpunt te bepalen. Vooral in het tweede deel van de voorstelling worden we daartoe uitgenodigd, want dan kijken de acteurs ons via de camera’s bij wijze van spreken recht in het gezicht. Het theater wordt op dat moment een minisamenleving, waarin de spanning tussen individu en groep voelbaar wordt, een schitterende metafoor voor de worsteling van de mens met de sociale en politieke patronen van de gemeenschap, zoals Musil die subliem verwoordt in zijn roman. Op de achtergrond van de enscenering zien we intrigerende, gefragmenteerde projecties van Het laatste avondmaal van Da Vinei en van De intocht van Christus in Brussel van James Ensor. De harmonie maakt plaats voor het groteske, het reddende individu voor de maskerade en de massa. Cassiers’ De man zonder eigenschappen I schept zo een fictieve wereld die ons des te nuchterder naar de werkelijkheid doet kijken.

Tot en met december 2010 op tournee in Vlaanderen en Nederland, www.toneelhuis.be

 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#122

01.09.2010

30.11.2010

Paul Demets

Paul Demets (1966) is dichter, vertaler en publicist. Hij werkt aan een biografie van Paul Snoek, schrijft over podiumkunsten en literatuur voor Ons Erfdeel en bespreekt poëzie voor De Morgen.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!