Leestijd 4 — 7 minuten

De Canadese Muur

Nieuw Ensemble Raamtheater, Antwerpen

Wie veel met een bijl hakt, maakt hem daardoor nog niet scherper. Maar dat heeft men in Nieuw Ensemble Raamtheater blijkbaar even anders begrepen. Nochtans is het meest plausibele antwoord op volgend schoolknapenraadsel uit De Canadese Muur de opvoering zelf: “Rara, het hangt aan een draadje en het is zwart.” Op voorwaarde dat het draadje lang genoeg is, wel te verstaan. Want wat het sterkste wapen uit de voorstelling had moeten worden, het bijtend groteske, wordt door de langdradigheid afgebot.

Er zijn van bij het begin echt wel genoeg elementen die de opvoering in de richting van de betere groteske sturen. Aspecten uit de voetbalwereld en de Vlaamse kneuterigheid zijn massaal uitvergroot. Zo moet een klankmontage met Rik De Saedeleer in betere Mundialdagen het binnenkomend publiek acclimatiseren. Op de decorwanden verwijst een montage van vergrote krantekoppen eveneens naar het voetbal. Een reusachtige sanseviëria rijst vanuit de hoek van het burgerlijke woonkamertje (een kijkkastscène van Jan Vanriet) op tot in de nok van het dak. En dan de handelingen. Jean-Pierre, in voetbaluitrusting, bal in de hand. De jonge voetbalgod, het credo van de sport belijdend (“keihard zijn, discipline”), het voetbalspel opgeblazen tot kunst. De ballonnetjes zijn opgelaten, het doorprikken kan beginnen.

Precies aan dat ultieme punt komt de opvoering nooit toe. De fluttekst van Brusselmans en Lanoye trekt al te zeer de aandacht op breedvoerig voorbereide grapjes en een lange stoet sketches. Zo blijft men ergens aan de oppervlakte meedeinen, op het gezapige ritme van voorspelbare dialogen. Voor verrassingen is er weinig plaats. In het decor is er een voorbijglijdende leestekst ingebouwd. Met tussentitels anticipeert deze op wat gaat komen, vat samen en segmenteert het geheel in aparte nummertjes. Om nog meer te fragmenteren, en zo het beetje vaart dat er was helemaal af te remmen, zijn er chansonintermèzzi tussengevoegd. Daarin mag elk personage zich als typetje komen tekenen. Behalve Jean Pierre (Erik Kerremans), maar van hem is al meteen geweten dat hij na een mislukte voetbalcarrière niet meer wenst te participeren aan het sociale leven. Zijn vrouw Sonja (Katelijn Verbeke) balanceert met haar bouwonderneming op de rand van het faillissement. Richard wil zijn pedofiele ex-clubvoorzitter chanteren, omdat deze hem als jong spelertje had uitverkoren tot stoeiknaap.

Elly ten slotte, stelt zich als kapstertje, naïef en oerdom, voor. Vooral Elly en Richard mogen in hun rollen nogal wat afrazen. Voor een acteur is het in die omstandigheden niet altijd makkelijk niet te gaan overdrijven. Elly (A’leen Cooreman) blijft nog binnen de perken; Richard (Marc Peeters) gaat soms te ver. Zo vergeet hij wel eens dat hij met zijn kapotte knie op hinken aangewezen is.

Wat is aangekondigd als een familiedrama, blijft zowat drievierde van de speeltijd (verdeeld in twee speelhelften, natuurlijk) hangenop het niveau van het entertainment. Dat lukt niet helemaal, want de humor werkt vooral volgens het principe van de herhaling. En dat wil nogal eens vervelend worden. Als Elly voor de zoveelste keer komt vertellen dat men haar vooral niet voor de gek mag houden, reageert zelfs het publiek nog nauwelijks. Meestal zijn de grappen overgeëxpliciteerd. Mijlen op voorhand zijn er wegbordjes geplaatst met de vermelding dat er een grap in aantocht is. Het woordspelletje kapsalon-kaksalon, op zich al niet zo denderend, wordt volledig leeggemolken. Voor de verklaring van wat de Canadese muur is, wordt een voorspel aangevat dat zo lang duurt dat men al geen zin meer heeft om nog aan de coïtus te beginnen. Uiteindelijk opent men dan maar het repertoire van de zwarte humor. Had één van de schrijvers misschien heimwee naar de Zwarte Komedie?

En dan, totaal onverwacht en helemaal niet gemotiveerd, verschuift de aandacht van de grapjasserij naar het familiedrama. Jean-Pierre, straalbezopen, dwingt de anderen tot bekentenissen over het verleden. De opgespaarde trauma’s verklaren de inertie waarin de meeste personages vervallen zijn. Het inlassen van deze verklaringsmomenten (zo ook de interviews, met tune van ‘Sport op zaterdag’) doet erg prozaïsch aan. Desondanks prijst Tillemans de auteurs de hemel in als meesters in het moeilijke vak van de toneelschrijfkunst. Laten we vooral bescheiden zijn. Goden (jong, mooi) zijn ook maar mensen.

De Canadese Muur is een opvoering die in een boogje om haar eigen preteksten (voetbal, drank, Vlaanderen, familiedrama) heen loopt, om zich te vermeien in grappig bedoelde fragmentjes. Daardoor heeft ze veel weg van een tot leven gekomen stripverhaal of een uit de kluiten gewassen studenten revue. Brusselmans en Lanoye mogen zeer blij zijn. Ze hebben van de regisseur veel krediet gekregen.

De Canadese Muur

Auteurs: Herman Brusselmans en Tom Lanoye;

gezelschap: Nieuw Ensemble Raamtheater;

regie: Walter Tillemans;

acteurs: Erik Kerremans, Katelijn Verbeke, A’leen Cooreman, Marc Peeters, Roger Van Kerpel;

decor: Jan Vanriet;

muziek: René Van Hove.

Gezien op 29 april 1989 in Raamteater op ’t Zuid.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

Geert Sels

Geert Sels (1965) is cultuurredacteur bij De Standaard. Voordien werkte hij onder meer bij de vrt en De Morgen. Hij is de auteur van Accidenten van een zaalwachter, over Luk Perceval.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!