Leestijd 4 — 7 minuten

De boom op het dak. Verdiepingen in het figurentheatererfgoed – Simon Smessaert m.m.v. Roel Daenen

Eerst was er het Mechels Stadspoppentheater (MSPT) van de familie Contryn, en de School voor Poppenspel. Het MSPT werd DE MAAN met Willem Verheyden en Paul Contryn als leidinggevers, een paar jaar later heette de opleiding voor poppenspelers Het Firmament. Niet alleen de naam bevat een link tussen de twee organisaties: de mensen van DE MAAN waren aanvankelijk eveneens de stemmen van Het Firmament.

Nadat een aantal aalbaarheidsonderzoeken het bestaansrecht van Het Firmament hadden bevestigd en er subsidies kwamen, zijn de mensen van DE MAAN uit de praktische leiding van Het Firmament weggegaan. Paul Contryn is pas sinds juni geen voorzitter meer van de raad van bestuur. Bij een aantal professionele figurentheaters is er misschien geen argwanende, maar dan toch een afwachtende houding ten opzichte van dit huis, temeer omdat het in een vorig decreet nog werd kenbaar gemaakt als een overkoepelende organisatie. Dat is Het Firmament zeker niet, onderstreept Veerle Wallebroek, die nu de algemene leiding heeft. Wat is Het Firmament dan wel? We lezen:

Het Firmantent is het (t)Huis voor figuren-, poppen- en objectentheater in Vlaanderen. Als landelijk expertisecentrum voor figurentheatererfgoed wil het een professionele en inspirerende voortrekkersrol spelen door het verwerven en overdragen van kennis en expertise rond de materiele en immateriële aspecten van het figurentheatererfgoed. De focus ligt daarbij op behouden beheer, onderzoek, eigentijdse ontsluiting en publiekswerking. Bovendien ijvert Het Firmament ervoor om een zo groot mogelijke zichtbaarheid en uitstraling te geven aan deze levende podiumkunst en haar dynamisch erfgoed.

Geen koepelorganisatie dus, noch een steunpunt voor de professionele figurentheaters. De vier structureel gesubsidieerde gezelschappen (DE MAAN, Theater Froe Froe, Ultima Thule en Theater De Spiegel), het Alibi collectief van Pat Van Hemelrijck (via beurzen minimaal betoelaagd) en de profs in wording zoals Theater Tieret moeten daarvoor aankloppen bij het VTI en OKO (Overleg Kunstenorganisaties).

Wat figurentheater is, wat de huidige krachtlijnen zijn inzake materieel en immaterieel erfgoed, hoe figurentheater en erfgoed in de toekomst zullen aangepakt worden: het antwoord op deze vragen vinden we in de fraai verzorgde uitgave De boom op het dak. De titel verwijst naar de ruwbouw: het huis staat er en wordt gesubsidieerd; nu moeten de invulling en afwerking volgen, zodat het huis echt bewoond raakt en een thuisgevoel uitstraalt.

In het eerste hoofdstuk wordt gezocht naar een definiëring van figurentheater als omvattende term voor poppen-, figuren- en objectentheater. Het genre is een mix van theater en beeldende kunst, waarin niet zelden crossovers voorkomen met andere kunstdisciplines zoals muziek en nieuwe media. Figurentheater wordt vaak omschreven als het tot leven brengen, het bezielen, het animeren van dode materie (in casu poppen en andere objecten). Maar het is meer dan dat: het is een spelen met en een manipuleren van poppen die mensen, dieren en al dan niet bestaande wezens verbeelden, en van objecten in een narratieve en dramaturgische vertoning. Ook het lichaam kan een object zijn.

Daarmee zijn meteen veel theatervormen gedefinieerd. Tegenwoordig gebruiken veel (dans)theaters figuren-theaterelementen in hun producties, gaande van gemanipuleerde poppen over video- en beeldmateriaal uit de nieuwe media tot het pure spel met objecten. Van producties van Toneelgroep Ceremonia over die van het Toneelhuis tot de performances van Benjamin Verdonck. Met daartussenin werk van fABULEUS, Manah De Pauw, Jan Fabre (en niet alleen De dienaar van de schoonheid), Kris Verdonck, Laika en natuurlijk Marijs Boulogne,… Er is duidelijk sprake van een hybridisering binnen de podiumkunsten. Er zijn heel wat gezelschappen die niet aangeduid staan als figurentheater maar toch spelen met poppen, figuren en objecten. Tot deze gezelschappen richt Het Firmament zich niet, denk ik. En of het ook materiaal van deze gezelschappen tentoonstelt, weet ik niet.

Het zou eigenlijk moeten. In het boek staan bijvoorbeeld wel foto’s van Wewilllivestorm van Benjamin Verdonck, van producties van Troubleyn en van andere niet-figurentheaterproducties. Verder zijn er ook veel foto’s van amateurgezelschappen. Daar wringt misschien het schoentje bij Het Firmament: amateurs, profs, artistieke producties, pure animatievoorstellingen; alles wordt op één hoop gegooid en zonder onderscheid behandeld. Figurentheater is de laatste eeuw ook in Vlaanderen echter uitgegroeid van een volkskunst tot een artistieke discipline, en dat verschil zou zichtbaarder (gesteld) moeten worden.

Het Firmament wil het erfgoed van deze theaterniche ontstoffen en ontsluiten. In de grote toren op de Brusselse Poort in Mechelen zal het materiële erfgoed in een interactieve opstelling tentoongesteld worden. Er zullen wisselende exposities zijn van poppen, attributen en decorstukken, aangevuld met bewegend beeldmateriaal. Ook het immateriële erfgoed zal aan bod komen. De ‘levende drager’, zoals de UNESCO hem noemt, moet zijn verhalen, technieken en anekdotes kunnen doorgeven. Daarvoor organiseert Het Firmament workshops en masterclasses (met onder andere Neville Tranter van het Nederlandse Stuffed Puppet Theatre), geleide bezoeken naar en nagesprekken bij voorstellingen, tentoonstellingen op locatie (zoals Bedverhalen in het kasteel d’Ursel-Hingene in 2008), halfjaarlijkse ontmoetings- en forumdagen. Zo vond de vierde editie dit jaar plaats op paasmaandag 5 april. Het thema was ‘opleiding’. Moeten aanstormende acteurs ook een basistechniek objectenmanipulatie in hun pakket krijgen?

Om figurentheater in de schijnwerpers te zetten, is er begin dit seizoen de rondtrekkende installatie-performance-expo Play: Figurentheater en/in beweging, in een parcours dat door danser/choreograaf Eric Raeves zal worden samengesteld.

Vlaanderen heeft veel erfgoedmateriaal dat uit kelders en ateliers kan gehaald worden. Men heeft al zo’n 16.600 poppen en andere figuren geregistreerd. Want – zo lezen we – naast de vier professionelen telt Vlaanderen maar liefst 80 (!) figurentheaters. Ze situeren zich vooral rond Antwerpen en Gent, een dertigtal ervan beoefent figurentheater als hoofdberoep. Veel van die gezelschappen spelen 100 tot 200 voorstellingen per jaar, in eerste instantie voor kleuters en kinderen, liefst als familievoorstelling. Sprookjes, volksverhalen en educatieve thema’s vormen voornamelijk de inhoud. De spelers zijn bijna voor de helft autodidacten, die hun kunde al dan niet via workshops hebben bijgespijkerd.

Het figurentheater ontsluiten en er een grotere uitstraling en hogere waardering voor zoeken is echter een ander paar mouwen. Er zijn in Vlaanderen gezelschappen die elk met hun eigen profiel knap artistiek werk verrichten. Die ‘artistieke profs’ zouden sterker moeten gepromoot worden. Er zou een helder onderscheid moeten zijn tussen het louter op animatie gerichte, pedagogische of traditioneel-folkloristische poppenspel en het figurentheater als theater. De vrees (tot nu toe) is dat Het Firmament dezelfde fout maakt als de wereldoverkoepelende organisatie voor poppentheater UNIMA. Die maakt geen kwalitatief en artistiek onderscheid, en toont en benadrukt het hele poppenwereldje als één grote familie. Zo blijft ook het grote publiek het fenomeen poppentheater als één geheel beschouwen en beoordelen, meewarig, smalend en nostalgisch, waardoor er voor te veel mensen bijzondere producties verborgen blijven. Die vooringenomen perceptie zou moeten doorbroken worden. Hopelijk beperkt Het Firmament zich als expertisecentrum niet tot erfgoedonderzoek alleen, maar getuigt het ook van de deskundigheid om het kaf van het koren te scheiden.

Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Simon Smessaert m.m.v. Roel Daenen, De boom op het dak. Verdiepingen in het figurentheatererfgoed, faro (Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed), Brussel, 2009, www.faronet.be

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#122

01.09.2010

30.11.2010

Tuur Devens

Tuur Devens is theaterrecensent (onder andere voor De Bond en theaterkrant.nl) met een grote liefde voor figurentheater.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!