Raimund Hoghe

Leestijd 2 — 5 minuten

De bochel

Raimund Hoghe herinnert zich hoe zijn bochel ontstond. Een lichaam waaraan geen ontkomen meer is.

1

“Het lichaam in de strijd werpen,” schrijft Pier Paolo Pasolini.

2

Hij is te klein voor zijn leeftijd, zeggen de mensen. Te tenger, te zwak. En daar zit iets, wat men nog maar amper kan zien: een lichte kromming van de ruggengraat, een nauwelijks zichtbare buiging, die hen bang maakt. Ze wordt groter en groter, en groeit zonder dat men haar kan tegenhouden. Er valt weinig aan te doen, zeggen de dokters. Ze schrijven massages en gymnastiek voor, en eens per jaar een kuur aan zee. Dat is goed voor de luchtpijptakken van de jongen, zeggen ze, hij kan er vrijer door ademen. Toen hij nog kleiner was, heeft moeder eens een matrozenpak voor hem genaaid. In de bioscoop zagen ze schlagerfilms, die hen meenamen naar het verre zuiden, naar de zon en de zee. Het programma wijzigde elke dinsdag en vrijdag. De zee was altijd zo blauw als de hemel.

3

Om de kromming van de wervelkolom kon men niet meer heen. De bochel kwam te voorschijn. Onder wijde truien valt hij nauwelijks op, zei moeder. Het woord bochel sprak zij nooit uit. Zij noemde hem alleen maar ‘zijn rug’. Als hij één, twee jaar in een ziekenhuis in een gipsbed ligt, krijgen we hem waarschijnlijk weer recht, zeiden haar dokters in een instelling voor gehandicapten. Ze verzette zich. Liever zo’n rug dan dat. Op de terugweg gingen ze koffiedrinken en vierden ze hun beslissing als een triomf. “We hebben elkaar, dat is het belangrijkste.” ‘s Nachts sliep hij voort in een gipsbed, dat met twee houtkleurige riemen over borst en buik vastgesnoerd was. ‘s Morgens mocht hij de handbrede banden losmaken en naast de gipsafdruk gaan liggen. Om de twee jaar werd die vernieuwd. Moeder en zoon gingen samen naar een orthopedist. Uitgekleed legde hij zich op een gummi doek. Het gips werd aangemaakt en op de rug gestreken. Op zijn naakte huid voelde het warm en vochtig aan. Droog en hard geworden werd het van het lichaam losgemaakt.

4

Zoon krijgt een korset dat hem rechtop moet doen lopen. Het korset is van ijzer, leer, stof. Vooraan wordt het met snoeren aangetrokken. Het geeft niet mee en maakt wonden. De bewegingen zijn ingeperkt. Hij walgt van de geur van het leer. Tussen het korset en de wonden worden watten gelegd. Hij moet het enkel maar gewoon worden, zegt de dokter, later zal hij het niet meer merken, dan is het als een tweede huid. Hij wordt het niet gewoon. Er zijn ergere dingen dan zo’n rug, vindt moeder. Na twee wandelingen dwingt ze hem niet meer in het speciaal voor hem gemaakte korset. Rechtop lopen kan ook anders. Het korset komt in een uithoek van de kleerkast terecht.

5

Tweemaal per week wordt hij door een fysiotherapeute behandeld. Een van de oefeningen bestaat erin met de gebogen arm van de zwakkere zijde van het lichaam tegen een weerstand te duwen. In een bodybuildingstudio hangt de zin: “Kracht neemt toe bij weerstand.”

vertaling uit het Duits: Peter Anthonissen

kunstenaarsbijdrage
Leestijd 2 — 5 minuten

#71

15.03.2000

14.06.2000

Raimund Hoghe

Raimund Hoghe begon zijn carrière als schrijver voor Die Zeit. Van 1980 tot 1990 werkte hij als dramaturg voor het Tanztheater Wuppertal van Pina Bausch waarover hij twee boeken schreef.

kunstenaarsbijdrage