José Besprosvany – ‘Temperaments’

Alexander Baervoets

Leestijd 6 — 9 minuten

De Beweeging gewogen

De Beweeging is een festival dat Nieuwe dans en Nieuwe mime, Nieuw bewegingstheater van hoofdzakelijk Belgische nationaliteit brengt. De echt gevestigde waarden komen er niet aan bod, maar dat heeft waarschijnlijk meer met financiële en organisatorische, dan met andere redenen te maken. De “middenmoters”, om een wat oneerbiedige term te gebruiken, zijn er wel. Zij dragen het festival. Veel aandacht gaat evenwel naar de “nieuwelingen”, de aankomenden, de hoop in bange dagen.

De Beweeging 1988 was gespreid over twee lange weekends: het eerste de nieuwelingen, het tweede de reeds bekende namen, al was deze opdeling niet altijd kwalitatief verantwoord.

De eerste beweeging

Karin Vyncke was de festivalopener. Sous les vêtements blancs start als een zeer kwade droom. Onder de tere meisjeshuid schuilen blijkbaar vele passies, emoties en vooral frustraties. De angst voor het niet-communiceren, voor het niet-gehoord-worden

ontspoort hier in een ware nachtmerrie en een aangrijpend eerste kwartier. Met het geluid van een opgeschrikte volière op de achtergrond worden er onophoudelijk dode duiven richting publiek tegen kippegaas gekwakt. Vyncke doet haar naam daarmee alle eer aan, maar daarmee is haar kruit zowat verschoten.

De vogelmeppers verdwijnen en er blijven enkel nog de twee meisjes in nachtkleed. Zij vullen de rest van de voorstelling met een serie duo’s in de resterende pluimen en op en rond een zetel. En daar gaat het schoentje gauw knellen. Er is de storende vormelijke breuk met het eerste deel, maar vooral is het tweede deel niet zo doorleefd, niet zo echt als het eerste. Het lijkt een patchwork van op zich staande stukken en, hoe mooi de beelden en bewegingen ook zijn, ze zijn niet gedanst in een homogene, persoonlijke stijl. De hele koreografie is een samenraapsel van ontleningen: een beetje contactdans, de cru van Marin en delen à la Rosas. Het alles “dubbel” dansen, de identieke bewegingen van de twee danseressen, maakt vele stukken visueel sterker, maar het druist in tegen het expressieve karakter van deze choreografie.

Uiteindelijk gaat deze voorstelling ten onder aan de langdradigheid, aan het voornemen een uur te willen vullen. Een vol uur zonder een zweem van (zelfrelativering duurt erg lang.

‘s Avonds laat moest het festival nog officieel geopend worden en kreeg Eric Raeves ruimte en tijd voor een korte performance. Die was aangenaam, mooi zelfs. Raeves heeft een voldoende ontwikkeld ego om zoiets aan te kunnen.

De tweede dag opende dezelfde Eric Raeves met Amper zonder, weer zeer origineel, zowel in de podiumopstelling als in de bewegingen. Hoewel hij zelf beweert beelden en bewegingen te zoeken “omtrent onrust, fysiek, twijfel en het ongrijpbare” werd het helemaal geen zwaarwichtige voorstelling, en naar mijn gevoel zelfs licht komisch. Waar hij beweert de vorm abstract te houden, zou ik zeggen dat hij vooral het esthetische nastreeft. Het enige euvel aan de voorstelling was het gemis aan harmonie tussen de drie dansers, zowel qua techniek als qua stijl. Raeves zelf overtuigde in ieder geval in de expressieve bewegingen.

Spijtig genoeg kreeg het publiek dezelfde avond ook Maria Natale te verwerken. Haar Zielsverduistering verliep in drie delen. Het eerste deel is hopeloos traag, zonder kracht, oervervelend. Het tweede deel is een typische uiting van het hedendaagse stap-syndroom of tracé-ballet, hier opgevuld met tics, nietszeggende armbewegingen, zonder veel variatie en wars van enige diepgang. Het derde deel ten slotte is sterker, is een beter samenhangend geheel, maar redt de voorstelling niet. Natale werkt te introvert, te egocentrisch; ze vertrekt duidelijk vanuit een problematiek, maar verwerkt die onvoldoende. Yoga hoort niet op een podium thuis.

De volgende avond werden we allereerst vergast op Christine Le Fort en haar Cie Incidence. Hoe raakten die bij de Nieuwe dans verzeild? Je vous en prie is een “klassiek” modern ballet, braaf en proper. Het is zeker geen theater, maar als zuivere dans boeit het al evenmin: allemaal technisch verzorgde, mooie bewegingen in een choreografisch keurslijf, maar geen verbeelding, geen (zeggings)kracht. Het formalisme overheerst dermate dat noch het thema noch het gevoelen uit de verf komen.

Michèle Swennen en haar Cie Flagrant délit — nomen est omen — waren zowaar nog minder te wreten. Mémoires de pierres kende een zeer goede start in alle opzichten, maar al dat schoons werd 55 minuten lang herhaald, tot in den treure. Hier werd de limiet van de verveling bereikt. Op het einde werd het zelfs lachwekkend. Hoe langer ze bezig bleven, hoe meer de bedoeling de mist inging.

De tweede beweeging

De tweede week bracht de meer gevestigde waarden. Op donderdag werd er meteen al ingevlogen met Alain Platel en les ballets Contemporains de la Belgique… van Gent zeker? Ik vond Emma een snertvoorstelling. Ze heeft niets met dans te maken, hooguit met beweging, maar dat is niet zo belangrijk. Het is ook een rommelvoorstelling, een chaotische mozaïek, en dat is erger. De poging om een hele voorstelling te boeien loopt uit op een oneconomische vertoning zonder hoogtepunten. Arme Emma, een nochtans niet onverdienstelijk hoofdpersonage, moet de hele voorstelling dragen. Doordat ze doorlopend op het eerste plan staat en het verhaaltje rond Emma vlug is verteld, raakt haar energie gauw op. Haar oorspronkelijkheid vervalt daardoor in tics en er rest haar enkel nog de overdrijving. De nevenpersonages zijn geen van allen volwaardige rollen. De meesten onder hen zoeken dan ook krampachtig naar hun plaatsje op de scène. Het geheel laat een amateuristische indruk na, van het niveau van een schoolvoorstelling. Je kijkt de hele tijd naar een stel lieden die proberen plezant te doen. Deze voorstelling leek mij trouwens helemaal niet af. Dit is hooguit het materiaal waaruit eventueel ooit een stuk gedistilleerd zou kunnen worden.

De tweede voorstelling die avond was het andere uiterste. Met Tempéraments toonde José Besprosvany een zeer degelijk en krachtig werk, dat bovendien uitstekend gedanst werd. De vier temperamenten komen echter niet goed uit de verf; de suggesties blijven daartoe te summier, te afgemeten. De totaalindruk is trouwens zó streng, dat José’s werk veel genietbaarder zou worden, mocht hij de teugels wat vieren.

‘s Anderendaags wenkten de Sleeping Boys van Marc Vanrunxt, uitgevoerd door de Noorse Collage Dance Cy; een mooie voorstelling met — zoals vaak bij Vanrunxt — een opvallend mooie belichting. Vanrunxt is goed geëvolueerd, maar zijn gebrek aan dansopleiding is nog steeds zichtbaar. Dit blijft een hypotheek op zijn toekomst.

Later op de avond kregen we Caligari in de maag gesplitst. Deze Opera of Horror in Latin is je reinste boerenbedrog. De dader, Jan Panik, zorgde op Klapstuk ’83 als Denis Devisscher nog voor hilariteit in het nachtprogramma met Knife Dance en Bolero. Deze keer was zijn stunteligheid door zoveel financiële middelen gemaskeerd dat sommigen staande hun dank betuigden. Misschien was een deel van het publiek óók betaald. In telegramstijl: amuzikaal (de zangers maken er het beste van), ondansbaar (niet de dansers hun schuld dat ze soms in de fout gingen!), saai en onnozel; waardeloos met andere woorden, en allemaal eigen werk!

‘s Anderendaags was er eerst Les petites morts, een duo van en met Nicole Moussoux, voor mij de beste onder de introverten. Ik hou niet van de ego-tripperstijl, maar zij geeft in ieder geval blijk van een goede lichaamsbeheersing. Voor de liefhebbers was dit natuurlijk numero uno.

Daarna was in De Singel het buitenbeentje L’étrange Mr. Knight van het Théâtre de la Mandragore te zien, een stukje mime-betovering dat velen zal bekoord hebben. Er wordt bijna ongemerkt overgegaan van stomme film in toneel: een originele idee, die bovendien öp een bijzondere secure en humoristische wijze is uitgewerkt. Al bij al was deze produktie een vreemde — zij het sympathieke — eend in de bijt.

De laatste avond werd geopend door de “laureaat” van de eerste week, Eric Raeves met Amper zonder; zonder twijfel, zou ik zeggen. Een uurtje later danste dezelfde Eric Raeves in een produktie van Cathérine Massin. Senso 2 is een prima combinatie van techniek en creativiteit. Het is tegelijk luchtig en inventief, opgewekt en mooi. Het loopt zo soepel, zo rustig. Bovendien wordt het podium goed gebruikt, heeft het decor werkelijk zin en is er een mooie belichting. De kostuums zijn knap. Alles ademt sfeer en liefde voor het vak. Alles wordt gedanst door een knappe équipe (Massin zelf, Raeves, Vanrunxt en Marie-Anne Schotte). Spijtig dat het net een ietsje te lang duurde. In ieder geval was het zachtaardige Senso 2 voor mij het gedroomde einde.

Finale

Deze Beweeging bracht veel creativiteit aan het licht, maar ook minder positieve zaken. De Nieuwe Dans blijkt een erg klein wereldje te zijn en het gemis aan dansopleiding in België wordt almaar duidelijker voelbaar. Die twee feiten zijn waarschijnlijk met elkaar verweven. Slechts enkele stukken bereiken een zekere graad van abstractie. De meeste “choreografen” zijn genoodzaakt vanuit alledaagse bewegingen te vertrekken. Zij hebben onvoldoende technische bagage om een indirecte uitdrukkingsvorm te kunnen hanteren. Het proberen omzeilen van die handicap is wellicht het meest typische kenmerk van de “Belgische” dans. Vandaar ook het overwegende gebruik van klankbanden: de meesten kunnen geen muziek aan.

Wat De Beweeging zelf betreft: het is een goed georganiseerd festival, zonder overdaad, waar men met gemak alles kan zien. Het heeft een groot belang als podium voor nieuwelingen en vernieuwers. Het algemene concept is goed uitgebalanceerd en er heerst een prettige sfeer. Alors?

artikel
Leestijd 6 — 9 minuten

Alexander Baervoets

artikel