Klaas Tindemans

Leestijd 2 — 5 minuten

Dagboek van een duivenmelker

Achiel De Baere, meer dan een anekdote

Eric De Volder vond, op een rommelmarkt, in de lade van een keukenkast een stapel volgeschreven agendaatjes. Achiel De Baere was in mei 1973 gestorven en had sinds 1942 elke dag, zonder onderbreking, zijn dagboek bijgehouden. Een heel gewoon leven, met eenvoudige gevoelens, trieste momenten, liefdevolle ervaringen, ziekte, veel ziekte. Een leven dat zich niet tot een theaterbewerking leent: aan een nieuwe Zola hebben we niet direct behoefte. En ik heb inderdaad, tijdens de voorstelling van Achiel De Baere, een paar keer het gevoel gehad te zitten staren naar banaliteit. De duivenmelker, de bedrogen minnaar, het kermissfeertje: een scenario voor een gemiddelde Vlaamse TV-film die als drama is gemaakt, maar er tien jaar later als een beschamende klucht uitziet. Merkwaardig genoeg, en zonder dat er een echte ommekeer zit in het stuk — het blijft een “tranche de vie” — had ik na de voorstelling het gevoel van een kleinood, een juweeltje te hebben genoten.

De gegevens zijn eenvoudig. Achiel (Bob De Moor) loopt in de ziekenkas, hij is een enthousiast duivenmelker, hij houdt erg veel — hij vermeldt haar elke dag in zijn dagboek — van Rachel (Hilt De Vos), soms vrijt hij met haar. Voorts is er een bevriend paar ,waarvan je enkel de man, Rudy, te zien krijgt. Rachel is Achiel ontrouw, hij gaat naar de hoeren, ten slotte troost Rachel hem.

Een mager skelet dus, dit stuk, en regisseur-auteur Eric De Volder doet gelukkig ook geen moeite om deze biografie belangrijker te laten schijnen dan zij in werkelijkheid is. Precies deze schamelheid — ook uitgedrukt in het decor: een schutting achteraan, met een grote stapel agendaatjes ervoor, meer is er niet — verleent scherpte, brutaliteit aan de communicatie tussen deze “proleten”, letterlijk mensen van weinig woorden. Over gevoelens wordt niet langer dan drie replieken gesproken, maar hierin ligt telkens een tastbare tragiek besloten: de hardheid van het leven waarmee Achiel een slepend gevecht levert.

Het meest teder in hun brutale vorm zijn de scènes in het bordeel, de zielige walsjes, bijna een surrealistisch beeld, tot Achiel buitenstapt en alles weg is: hij zindert na, alsof hij onder stroom stond. Als Rachel definitief bij hem weg is, kakt Achiel van pure miserie in zijn broek. Rudy vindt hem zo, doet zijn kleren uit, wast hem helemaal af, en, omdat hij geen propere onderbroek vindt, kleedt hem aan met een grauwe supermarktzak. Een onvergetelijke scène, zeker ook door het contrastrijke spel van twee uitstekende acteurs. Bob De Moor, onbeweeglijk, als zakt hij in de grond, en een druk doende, maar oprecht bezorgde Dirk Buyse. Hilt De Vos vult de cast aan als Rachel, met alle charmes van de “amateuristische” eenvoud. Eric De Volder leidt zelf de voorstelling in: hij leest, neutraal, de laatste vijf maanden uit Achiel Debaeres dagboek voor.

Achiel De Baere krijgt, als theaterpersonage, de allures van een Woyzeck, alleen is zijn taalgebruik minder poëtisch. De Baere droomt niet weg, filosofeert niet, en doodt bijgevolg ook niet zijn ontrouwe minnares. Maar de manier waarop hij zijn ziekte koestert, heeft veel weg van Woyzecks langzame tocht in het water, tot hij verdrinkt.

Het is de helderheid, die een toneeltekst werkelijker maakt dan de realiteit — een beetje als de Beierse proleten bij Achternbusch, maar de Gentenaars zijn hier niet zo’n uitvergrote karikaturen –, die van Achiel De Baere meer dan een anekdote maakt. Een kleinood dus, bitter genoeg om een klein sneetje te maken in onze harde huid.

recensie
Leestijd 2 — 5 minuten

Klaas Tindemans

Klaas Tindemans is doctor in de rechtsgeleerdheid. Hij is als docent en onderzoeker verbonden aan het RITCS, het Koninklijk Conservatorium Brussel en aan de VUB. Hij verricht onderzoek op het gebied van de performancestudies, waarbij hij vooral geïnteresseerd is in de relatie tussen dramaturgische structuren en politieke en rechtstheorie. Daarnaast werkt hij ook als dramaturg, toneelauteur en publicist.

recensie