© Koen Broos

Leestijd 8 — 11 minuten

Crowd #2 rewritten with OBV – Gisèle Vienne/Opera Ballet Vlaanderen

Exces in slow motion

Met Crowd #2 belooft Opera Ballet Vlaanderen een bewerking van Gisèle Viennes Crowd (2017), dat inmiddels een cultstatus verwierf. De belofte lijkt meer een marketingstunt dan een doorleefde praktijk – maar dat neemt niets weg van de explosieve kracht van deze choreografie. Crowd #2 laat toeschouwers nog steeds nadenken over het feest dat zich vertraagd voor hun ogen ontvouwt, en over het exces dat al dan niet op de dansvloer is te vinden.

Crowd #2 begint met een lichaam in slow motion. In een gelig regenjasje en een jeansshort glijdt een danser met sterk vertraagde bewegingen de bühne op. De vloer is bezaaid met droge aarde, soms glinstert er iets – een vertrapt bierblikje, sleutels misschien. De muziek – The Illuminator van Underground Resistance – pulseert met opgejaagde beats en gebliep, rechtstreeks uit het Detroit van de late jaren 1980. Reagans beleid had daar een etterend litteken achtergelaten in het sociale weefsel; wereldwijd ontstonden raves als uitlaatklep tegen de verstikking van het opkomende neoliberalisme. Het is in die geschiedenis dat Gisèle Vienne groef bij het maken van Crowd – een voorstelling die geen reconstructie is van een feest, maar een dissectie. 

De muziek houdt aan. Meerdere dansers volgen, ook in slow motion. Ze dragen allemaal andere kleren, comfortabele kleren; gekreukt, bevlekt, losjes of net heel strak rond hun lichamen gewikkeld. What’s next? Anderhalf uur quasi onophoudelijk gedans, meestal met erg vertraagde, asynchrone bewegingen die putten uit het bewegingsrepertoire van ravers. In het donker, in de club, soms onder invloed, deinst het lichaam onbewust mee op – en even vaak naast – de stevige kadans van technomuziek. Die spontane, symbiotische bewegingen verworden in Crowd tot een hypertechnische choreografie, waarvoor virtuositeit en helderheid noodzakelijk zijn. De maat van de lange, ononderbroken dans wordt geslagen door de muziek en door het lichtontwerp (Patrick Riou) dat soms diffuus, soms erg gericht, soms zachtjes, soms stroboscopisch wordt ingezet.

Klassiek corpus

Crowd ging de wereld rond en verwierf een cultstatus in de hedendaagse dansscène. De muziekmix is van de hand van Peter Rehberg – een belangrijke muzikant en curator binnen experimentele elektronische muziek – en de dramaturgie van Vienne zelf in samenwerking met Dennis Cooper, een subversieve schrijver en goede vriend. Opera Ballet Vlaanderen noemt Crowd #2 rewritten with OBV een ‘herschrijving’ van het origineel, maar dat lijkt overtrokken. Er zijn twintig dansers; vijf meer dan in de oorspronkelijke versie van dit stuk. Op enkele minieme aanpassingen na – zoals het verhoogde aantal dansers en het feit dat twee performers aan het begin een keffiyeh dragen – bleef het werk zowel inhoudelijk als vormelijk vrijwel identiek.

“In het lichaamsarchief van de dansers staat het Zwanenmeer blijkbaar moeiteloos naast dansbewegingen die doen denken aan een vertraagde stuiptrekking na iets te veel XTC.”

Wat natuurlijk wel erg verschillend is, is het corpus dat deze choreografie belichaamt. Het ensemble waarmee Vienne nog steeds de wereld rond gaat, bestaat uit 15 dansers tussen de 20 en 35 jaar, met eclectische opleidingsachtergronden – hoewel er wel een paar dansers tussen zitten die klassiek zijn opgeleid. Bij het balletensemble van OBV is die klassieke opleiding de norm. Het is dan ook indrukwekkend hoe zij zich deze grillige choreografie eigen hebben gemaakt. In hun lichaamsarchief staat het Zwanenmeer blijkbaar moeiteloos naast dansbewegingen die doen denken aan een vertraagde stuiptrekking na iets te veel XTC. Crowd #2 is bovendien een voorstelling die van haar dansers vraagt lelijk te durven zijn. Van mijn balletlessen herinner ik me vooral dat ik moest blijven lachen – en dat alles altijd sierlijk moest zijn. De dansers van OBV lijken moeiteloos afstand te nemen van die voorbijgestreefde voorschriften, en in slow motion tuimelen ze door de aarde, die langzamerhand modderig wordt. Hun gezicht in een grimas, hun bewegingen hoekig. 

Uitzinnig dansen

Geen enkel artistiek product zit in een vacuüm: de wereld dreunt door op de bühne. Het skelet van het stuk mag dan wel hetzelfde zijn gebleven, de tijd is niet blijven stilstaan. De laatste jaren verschijnen er wel eens artikels die stellen dat jongeren niet meer of minder uitgaan, die berichten over het hardhandig afbreken van ‘illegale raves’ – en ook de sfeer van Reagan is niet ver weg, met een wereldwijde golf aan repressie en economische recessie. Waar het vijandbeeld in de jaren 1980 concreter was, zijn de tegenkrachten nu diffuus: geëngageerde burgers weten niet meer op welke kerncentrale, dictator, wapenfabrikant, boorplatform of miljardair ze zich eerst moeten richten. In die context voelt Crowd #2, zonder duidelijke actualisering, soms aan als een belichaamd rave-archief. Een bewegend artefact dat door een stil publiek wordt geobserveerd terwijl het zich afvraagt: wanneer ben ik voor het laatst zo uitzinnig gaan dansen?

“Crowd #2 voelt, zonder duidelijke actualisering, soms aan als een belichaamd rave-archief.”

Dat gevoel van afstand wordt versterkt door de frictie tussen de fictieve ruimte op scène – een grauwe, desolate hal – en de concrete ruimte van de toeschouwer; een neobarokke operazaal. Crowd speelde al honderden keren in heel verschillende zalen. Ik zag het zelf voor het eerst in La Villette in Parijs, een industriële site die tot eind de jaren 1970 dienst deed als slachthuis. Maar ook daar was ‘immersie’ geen prioriteit. Anders dan andere recente ensceneringen van het feest die op Belgische podia verschenen, zoals Categoreez van Yassin Mrabtifi en Venus in Libra van Jaouad Alloul, wil Crowd #2 de toeschouwer niet laten meefeesten. Precies dat maakt het zo fascinerend: de voorstelling biedt een ongeëvenaarde blik op een fenomeen waarin je normaal óf volledig opgaat, óf waarbij je enkel een anonieme massa ziet.

De spanning tussen individu en groep vormt de dramaturgische rode draad van Crowd #2. Het is een stuk dat je vijftien (of in dit geval twintig) keer zou kunnen bekijken door telkens één danser te volgen. Elk lichaam draagt een verhaal, en OBV stelt dat de dansers die verhalen voor deze versie opnieuw hebben ontwikkeld: waar komt dit personage vandaan, waar vlucht het voor, wie wil het vasthouden? Het ensceneren van een massa die vertraagd en op afstand aan je oog voorbijtrekt vervult een herkenbaar verlangen: heel even worden de anonieme mensen die we dagelijks kruisen – in files, in metro’s, in winkelstraten – weer individuen.

Toch doet de keuze voor twintig dansers dat principe een beetje wankelen. Door hun aantal gaat het individu sneller op in het geheel. Waar je met vijftien dansers nog gericht kon focussen, wordt dat nu moeilijker. Twintig lichamen worden sneller een blok; de groep krijgt iets amorfs, anemoon-achtigs. Waar de originele Crowd een web van interpersoonlijke relaties voorstelde, wordt die spanning hier meer verstrooid. Daarnaast plaatst deze constellatie de technische virtuositeit van die vele dansers meer op de voorgrond dan wat ik me van Crowd herinnerde. 

“Kunnen we echt niet ontsnappen aan de regel dat elke verzetsvorm tegen neoliberalisme vroeg of laat marktconform is, en mee uittekent wie het wel of niet heeft begrepen – de wereld, culturele codes, hoe je moet vieren en waarom?”

Danstechnisch blijft Crowd #2 natuurlijk verbluffend, met vertraagde bewegingen, schokkerige lichamen die hun eigen ritme volgen, poses die bevriezen onder stroboscopisch licht. Een feest dat nauwgezet wordt afgepeld, zoals je zorgvuldig een mandarijn van zijn vel kan ontdoen, tot je met alleen het vruchtvlees overblijft. Het stuk verdient zijn plaats in het dansrepertoire – zeker binnen de recente revival van het feest als thema op scène. Precies daarom wekte een ‘herschrijving’ grotere verwachtingen: een scherpere propositie, een sterkere ingreep. Waarom nu ‘herschrijven’, nu er zo weinig te vieren valt en er ook wel minder wordt gevierd? Waarom zo weinig aanpassen wanneer net chaos, onvoorspelbaarheid en de immer latente dreiging van ommekeer de échte raves kenmerken? En vooral: kunnen we echt niet ontsnappen aan de regel dat elke verzetsvorm tegen neoliberalisme vroeg of laat marktconform is, en mee uittekent wie het wel of niet heeft begrepen – de wereld, culturele codes, hoe je moet vieren en waarom?

Chaos

Dat zo’n stoer stuk zo’n ingehouden herneming kent, en daardoor gladder aanvoelt, lijkt wel de manier te spiegelen waarop er wordt omgegaan met chaos en onbepaaldheid in de openbare ruimte. Er is steeds minder ruimte, steeds minder tijd om ongebreideld hard te gaan, om de openbare ruimte met verveling en muziek te vullen. Administratie blokkeert spontane impulsen. Plots wordt een rave – ooit een nexus van protesterende energieën – het stoffige decor van een stuk met prijzige tickets, veilig ingekapseld in de geluidsdichte muren van een stadsopera. 

Het feest, de voorstelling, dooft uit met 14:31 van Global Communications. Dat nummer begint met het geluid van een trage metronoom. Het lijkt de terugkeer naar de kloktijd in te leiden: spullen oprapen, slapen, om daarna opnieuw aan het werk te gaan. In Boum Boum – Politiques du dancefloor (2024) ontleedt cultuurcriticus Arnaud Idelon hoe het feest in laat-kapitalistische steden functioneert als uitlaatklep én als mechanisme dat terugkeer naar de orde mogelijk maakt. Hij vergelijkt het met carnaval: ‘Le carnaval programme dans l’excès le retour à l’ordre social par la mise en scène temporaire de sa suspension.’ Even alles opheffen, om het nadien des te strakker terug in de plooi te trekken. Een ochtendrave om zeven uur. Een theaterrave om drie uur ‘s middags.

Onderweg naar huis zie ik iemand dansen op straat – onder invloed, met een muziekbox. Niet cool, niet gecureerd. Zijn dans is afwijkend. Zijn drugsgebruik niet feestelijk. Ik denk aan een zin van danstheoreticus André Lepecki: ‘Choreography as a planned, dissensual, and non policed disposition of motions and bodies becomes the condition of possibility for the political to emerge’ – en ik beeld me een herwerking in van Crowd #2 die precies met die betekenis aan de slag gaat.

Nog tot en met 28 juni 2025 te zien. Klik hier voor de speellijst.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 8 — 11 minuten

#179

01.03.2025

14.09.2025

Sixtine Bérard

Sixtine Bérard (2000) is recent afgestudeerd als kunstwetenschapper aan de UGent. Ze schrijft voornamelijk poëzie, proza, essays en mails.

recensie

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!