Maak kennis met Michael Disanka, onze columnist in Congo!
Nieuwe reeks: Outside Eyes
Michael Disanka
© Koen Broos
In ‘Chaos. Making sense of an ending’ probeert bioloog en acteur Thomas Ryckewaert vat te krijgen op de wanorde in zijn leven. Met de chaostheorie als rode draad verweeft hij kunst, wetenschap en zijn eigen leven tot een associatieve, onvoorspelbare zoektocht. Dat levert boeiende en beklijvende scènes op die schommelen tussen begrijpen en niet-begrijpen. Maar beide vinden elkaar onvoldoende onderweg. Het leidt zelfs tot een expeditie met twee eindes.
Chaos. Making sense of an ending begint met een bombardement aan beelden uit het videospel ‘The Last of Us’, geprojecteerd op een gaasdoek die recht voor het podium hangt. Het zorgt voor een korrelige, haast onscherpe blik, alsof er een mist over het podium drijft. We volgen een vrouwelijke protagonist in een desolate stad. Met vlammenwerpers, afgescheurde lichaamsdelen en gruwelijk geschreeuw zijn alle clichés van een post-apocalyptische doodsstrijd aanwezig.
Wanneer een laatste schreeuw het videospel langzaam doet wegsterven, onthult zich op de scène een woonkamer. Links een vintage tweezit, een aquarium en een salontafeltje, rechts, meer in het midden, staat een varen, haast eenzaam en alleen. Niets bijzonders, behalve dan een grote, glimmende kast van de hand van scenograaf Erki De Vries.
Thomas Ryckewaert zit in de zetel, steekt een sigaret op en dooft ze weer. Hij gaat liggen, tuurt gedurig voor zich uit. Iets lijkt hem parten te spelen. Tot tweemaal toe merkt hij een vrouwelijke stem die hem zoekt niet op. Een derde, meer dwingende aanspreking doet hem opschrikken uit zijn gedagdroom. De stem komt van het aquarium. Het is de geest van Dora van der Groen. ‘Jij bent toch al lang dood’, vraagt Ryckewaert verward. ‘Dood, wat is dat?’, repliceert ze, ‘Dood is toch niet als iemand is verdwenen. Dood is meer als men is vergeten. Ben jij mij vergeten?’. Ze herinnert Ryckewaert aan één van de belangrijkste lessen die ze meegaf: loslaten. Maar wat dan?
Alsof hij terug op de toneelschool zit, begint hij tongtwisters te oefenen: ‘Bosbranden in Brisbane’ of ‘Fibrillaties van een falend hart’. Warmt hij zijn stem op? Wat volgt, is classic Ryckewaert. Net als in Move 37, zijn lecture-performance over een computer die een nooit geziene zet deed in het Chinese gezelschapsspel Go en zo de menselijke verbeelding versloeg, richt hij zich tot ons en leidt zichzelf en de voorstelling in. Hij brengt ons zo terug naar de concrete realiteit van de theaterzaal, ware het niet dat we nog steeds naar hem kijken door de gaasdoek.
Eloquent introduceert Ryckewaert de chaostheorie van Edward Lorenz, die ontstond toen die laatste de grilligheid van het weer probeerde te voorspellen. Maar wanneer Lorenz een controle uitvoert met haast identieke invoergegevens, denkt hij dat zijn computer stuk is. De resultaten tarten elke logica. ‘Alsof een compleet willekeurig klimaat uit een hoed werd getoverd’. Lorenz beseft dat kleine veranderingen aan de begincondities kunnen leiden tot compleet andere, haast onvoorspelbare gevolgen. Hij noemt dit het vlindereffect, of hoe het fladderen van een vlinder in Zuid-Frankrijk een bosbrand in Brisbane kan veroorzaken. Die altijd aanwezige, maar onvoorspelbare chaos zit in alles dat we kennen, de fluctuaties in vispopulaties, de opkringelende rook van een sigaret of de fibrillaties van een falend hart.
Met die laatste zin vervalt Ryckewaert opnieuw in getongtwister. Tegelijk doemen op het gaasdoek schokkerige beelden van oude familievideo’s op. Ze halen hem uit zijn concentratie, doen hem terugkeren in de tijd. Ryckewaert, nu met lange blonde haren, een dik West-Vlaams accent en een typische bruine utility field vest, begint aan zijn thesisverdediging als biologiestudent. Maar ook deze lecture wordt onderbroken, ditmaal per telefoon.
Aan de lijn hangt Gene Bervoets, die verstek moet geven voor de voorstelling. Ryckewaert, zonder pruik, is teleurgesteld. Hij had specifiek hem en Abigail Abraham voor ogen. Samen spelen ze in Arcadia, een post-apocalyptische sci-fi serie. Vooral één scène, opgenomen aan de Vesder in de regio Luik net nadat die getroffen was door enorme overstromingen, wil Ryckewaert op theater brengen. Die gebeurtenis, een scenario van een fictieve toekomst spelen terwijl het net echt gebeurd is, kan hij niet vatten. Bovendien ervaarde hij de fictie veel spectaculairder dan de tragere, maar niet minder tragische werkelijkheid. Maar ook Abraham zegt af en dus wordt het een monoloog. Of hoe feit en fictie op vreemde wijze toch in elkaar verstrengelen.
Al deze scènes tuimelen haast chaotisch in elkaar over. De aaneenschakeling is snel, onvoorspelbaar. Structuur lijkt afwezig. Toch merk je al snel hoe een klein detail uit een vorige scène de oorsprong vormt voor een geheel nieuwe, totaal andere scène. Zo komt Ryckewaert nog zelf terecht in het videospel dat hij voorheen speelde, terwijl Bervoets als in een natuurdocumentaire vertelt over de expeditie die Ryckewaert als student ondernam. Op het einde van dat spel doemt dan weer het spook van Hamlets vader op, waar Ryckewaert al naar hintte in de intro. Ryckewaert verbeeldt zo het vlindereffect. Dat is enerzijds goedgevonden, maar anderzijds, zeker na een tijdje, voelt het wat artificieel, wat te bedacht en gekunsteld.
Want het spook uit Hamlet voorspelt schokkende gebeurtenissen. En dus somt Ryckewaert er, feit en fictie opnieuw vermengend, een aantal op: corona, de bijna dood van voetballer Christian Eriksen, de overstromingen in Luik, de ongeziene bosbranden in Brisbane. Hij brengt die in de vorm van ‘weet je nog dat…’. Maar pas wanneer hij vraagt aan de tot dan toe onbepaalde je of die nog weet ‘dat je naar mijn voorstelling kwam kijken en zei: gi zi zot’, weten we dat hij zich richt tot zijn vader, die overleed nadat zijn hart chaotisch begon te fibrilleren.
De toon van de voorstelling verandert, wordt persoonlijker. Ryckewaert haalt herinneringen aan zijn vader op en staat stil bij de onvatbaarheidheid van dit plotse verlies. Hij vindt het vreemder dan een zwart gat. Net dan komen de gaasdoeken naar beneden. Die ingreep brengt tot leven wat hij zo net nog onder woorden bracht. Dat voor hem, wanneer de levenslijn van zijn vader horizontaal werd, de mist optrok. Ryckewaert en zijn verdriet worden zichtbaar. Hij vat het duidelijk niet. Tegelijk lijkt hij bevrijd. Zat hij voorheen ‘opgesloten’ in de scenografie? Moest hij eerst door een persoonlijk rouwproces? Kan hij nu pas zijn verdriet delen?
Het vlindereffect als rode draad vormt de kracht én de achillespees van deze voorstelling.
Net als bij de scène over Arcadia en de Vesder, zien we hier een Ryckewaert die het leven niet begrijpt. Dat staat in schril contrast met de momenten waarin Ryckewaert als lecturer diezelfde wereld volledig snapt. Die spanning tussen weten en niet-weten, begrijpen en niet-begrijpen fascineert. We kennen het allemaal. Soms is de alledaagse eenvoud moeilijker te vatten dan een complexe wetenschappelijke theorie. Alleen komen die twee werelden onvoldoende samen, staan ze te sterk naast elkaar. Dat maakt dat aparte scènes boeiend en interessant of pakkend en aangrijpend zijn, maar als geheel niet overtuigen. Dat spanningsveld, met het vlindereffect als rode draad, vormt zo de kracht én de achillespees van deze voorstelling.
Dat wordt duidelijk in het epilogisch toetje. Ryckewaert springt weer vol overtuiging in zijn rol als lecturer. Hij vertelt ons over de coelocanth, een kwastvinnge vis die de link tussen leven in zee en leven op aarde zou kunnen verklaren en waarvan men vermoedde dat die samen met de dinosauriërs uitstierf. Tot een kapitein als bij toeval een exemplaar ontdekt in de buurt van Madagaskar. Hoe verhoudt deze slotscène, die toch een verklaring in zich draagt, zich tot de vorige scène over zijn vader, die ook voelt als een einde, maar dan met een ‘ik snap het nog altijd niet’-uitkomst? Waarom deze volgorde? Nu voelt alsof je ze zo van plek zou kunnen wisselen. Waarom gaan beide scènes niet in gesprek? Het maakt dat Chaos. Making sense of an ending schijnbaar twee eindes bevat, die niet echt als een einde aanvoelen.
Een antwoord bieden op de vraag hoe we chaos en onvoorspelbaarheid in ons een leven een plek moeten geven, is telkens een ware koorddans tussen begrijpen en niet-begrijpen, tussen uren over iets nadenken en het loslaten. Beide zijn nodig om er vat op te krijgen. Dat heeft Ryckewaert zeker door. Maar het evenwicht tussen beide is hij soms wat zoek.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.