© Kris Verdonck en Luc Schaltin

Elke Van Campenhout

Leestijd 14 — 17 minuten

Buiten de lijnen

Trialoog voor twee wetenschappers en één kunstenaar

Bestaat er zo iets als schoonheid in de wetenschap? Zijn wetenschappers eigenlijk heimelijke spektakelmakers? Kan de kunstenaar in een verwetenschappelijkte wereld nog een kritische positie innemen? En waar raken ze mekaar? Professor Luc Steels brengt de theatrale vermogens van Louis Pasteur aan het licht. Professor Van Bendegem praat over de schoonheid van wiskundige bewijsvoering. En theatermaker en beeldend kunstenaar Kris Verdonck bekijkt het theater door een technologische bril.

Kris Verdonck is als theatermaker en kunstenaar bijzonder geïnteresseerd in wetenschap en technologie. Met zijn collega’s van Fyke liet hij tijdens het Tutorials-project wetenschappers en specialisten aan het woord over hun monomane vakgebied. En in zijn latere voorstellingen verstilde hij het theater tot nauwelijks bewegende beelden, waarin de acteur steeds werd onderworpen aan de wil van de machine, robot, of technologie. Kris Verdonck zetelt eveneens in de Commissie ter Bevordering, Bevraging en Bewaking van de Relatie tussen Kunst en Wetenschap.

Kris Verdonck Bij het bedenken van de Tutorial-reeks was het opzet vooral om een sterk verhaal te vertellen, dat alle parameters zou hebben om een dramatische tekst te vormen. De meeste wetenschappers, vooral als ze met experimentele wetenschap bezig zijn, focussen zó monomaan op één ding, dat ze dit onderzoek als levensbelangrijk beschouwen en daar met zoveel passie en overtuiging over kunnen vertellen, dat hun spreken een uiting van bijzondere schoonheid wordt. Voor de Tutorials had ik hen dus uitgenodigd om dat ‘sublieme’ verhaal te komen vertellen.

Wat me in de reeks bijzonder is opgevallen is dat de kunsten en de wetenschappen mekaar raken in het experiment en in de abstractie. Experimentele wetenschap pers zijn op hun manier dusdanig ver aan het vooruitdenken en aan het werk met zo’n abstracte materie, dat hun onderzoek op het eerste zicht niet meer maatschappelijk relevant lijkt. Hun werk bereikt een niveau van abstracte schoonheid dat erg gelijkt op dat van de abstracte kunsten.

Tegelijkertijd zie je ook een andere parallel opduiken: wanneer je kijkt naar de manier waarop experimenten in het verleden werden opgezet, merk je dat die steeds een sterke theatrale component in zich droegen. De Maagdenburgsebollen, bijvoorbeeld, dat was eigenlijk een circusact. Twee vacuüm getrokken bollen die door twee paarden nog niet konden worden gescheiden – dat was een publieke act om de mensen te overtuigen van de wonderlijke bevindingen van de wetenschap. Want er was natuurlijk niemand die geloofde dat dat kon. Er wordt gezegd dat sommige wetenschappers hun onderzoek zelfs financierden door dergelijke circusacts te bedenken. Die experimenten vonden dan ook meestal plaats in het theater of het circus. In de samenleving hebben beide disciplines dus altijd al wel parallel gelopen. Dat is voor mij een interessante inspiratiebron.

In mijn werk wil ik vooral de gevolgen van de wetenschap en technologie op een samenleving duiden. Op één van mijn zoektochten op het internet kwam ik bijvoorbeeld het experimentele programma Doctoon tegen. Dat is een onderzoek naar het gedrag van kinderen in het ziekenhuis. Normaal durven zij de dokter niet vertellen wat er aan de hand is, omdat ze zich onwennig voelen in die vreemde omgeving. Daarom is er nu een interactief programma bedacht dat gestuurd wordt door een psycholoog in een andere ruimte van het hospitaal. Het kind krijgt op een monitor een tekenfilmfiguurtje te zien van een soort alien beestje en bekijkt dat heel snel als een kameraadje. Die Doctoon vraagt aan het kind wat er aan scheelt, en krijgt meteen veel klaardere antwoorden over wat het heeft en hoe het zich voelt. Dankzij de nieuwe technologie worden de gelaatsuitdrukkingen van de psycholoog zelfs vertaald naar het tekenfilmfiguurtje, en zijn vragen worden in real time vervormd tot ‘alien’-taal. Daar zie je een connectie tussen nieuwe media die een invloed hebben op het lichaam en hoe mensen denken.

Technologisch theater

Ik ben door Photoshop tot theater gekomen. Ik wilde eigenlijk het theater stilzetten en er een fragment uit distilleren, als sterke monoloog in scène zetten. Net zoals je een film kunt stilzetten en inzoomen. Het idee dat je een still maakt van iets is een compleet mechanisch gegeven, en als je dat in de realiteit wil doen, heb je heel wat machines nodig om dat te kunnen tonen. Onder het motto ‘wat Photoshop kan, kan ik ook’,  maar dan in het echt in live art, kom je ook tot een bijzonder surrealistisch resultaat, tot een schoonheid die alleen met behulp van technologie, van machines kan worden gegenereerd. Tussen het menselijk object en de machine op scène ontstaat dus een enorme spanning, die voor een stuk ook bedreigend aanvoelt. Dat zie je bijvoorbeeld ook bij een machine die iemand in leven houdt in een ziekenhuis: dat ziet er erg eng uit, maar ook heel mooi.

Maar het blijft puur theater en beeldende kunst. Voor mij is de technologie geen doel an sich. Wat mij interessert is mijn personage en hoe dat zich ontwikkelt in het verlengde van die technologie of apparatuur. Dat is een theatralisering, een dramatisering van de kinderziekten van de cyborg. Het enige wat theater nog onderscheidt van andere kunstvormen is het feit dat het bij uitstek een live art is: het gaat om een levende persoon op scène, iemand die iets anders doet dan in het gewone leven. Ik merk dat, hoe meer je die handeling reduceert en de acteur onderwerpt aan de wil van de machine, de spanning in het kijken stijgt. Hoe meer je focust op de connectie tussen technologie en lichaam, hoe duidelijker het wordt dat het lichaam in de snelheid van de technologische ontwikkeling steeds meer tot stilstand komt.

Kunst & Wetenschap

Ik denk dat de kunst hopeloos achter de wetenschap aan hinkt. De wetenschap bepaalt de terminologie waarmee de kunst moet werken. Dat hangt ook samen met het feit dat de godsdienst vroeger erg belangrijk was, als partner van de kunsten. Nu is dat terrein overgenomen door de wetenschap. Het mysterie en de Godsvraag is vervangen door kloning, biochemie en ruimtereizen. De wetenschappen zijn de kunst in verbeelding ver voorbij geschoten. De kunst kon nog de religieuze wereldbeschouwing in vraag stellen, maar de wetenschappen begrijpen en te vlug af zijn is een heel ander spel. Op dit moment is er een Duitse kunstenaar die vlees heeft gemaakt, uit zelfgenererende cellen. Maar dat is in de jaren ‘40 al in de wetenschap gebeurd, dat is allang geen mirakel meer.

Luc Steels is professor in de computerwetenschappen en oprichter van het Artificial Intelligence Laboratory van de Vrije Universiteit Brussel. Als wetenschapper werkte hij mee aan artistieke projecten van onder meer Matthew Barney, Olafur Eliasson en Anne-Mie Van Kerckhove. Afgelopen zomer stond de voorstelling Le Cas de Sophie K. op het theaterfestival van Avignon. Het is een voorstelling die Steels samen met regisseur Jean-François Peyret schreef en concipieerde, gebaseerd op het leven van de 19de-eeuwse Russischewetenschapster Sophie Kovalevskaia.

Luc Steels Mijn samenwerking met beeldend kunstenaar Olafur Eliasson resulteerde in een installatie die Look into the Box heette, en dat werk hangt nauw samen met zijn onderzoek naar perceptie en mijn onderzoek naar perceptie en taal. Eén van de uitgangspunten voor mijn onderzoek is de perceptie van kleur: hoe analyseren en categoriseren we kleur, wat is precies het onderscheid tussen verschillende kleuren? Hoe komen we daartoe, volgens welke processen? Welke woorden gebruiken we om over kleur te spreken? Die belangstelling is niet nieuw, in de jaren ‘70 was de Art & Language-beweging, waar onder andere Kosuth deel van uitmaakte, ook al zeer geïnteresseerd in het ontstaan en het functioneren van de taal. Look into the Box werd een installatie die functioneerde als een soort kijkdoos. Wanneer de bezoeker zijn oog voor het kijkgat bracht, werd dat gedetecteerd door het computerprogramma, dat dan een foto nam van het oog. Die foto werd vervolgens uitvergroot achter de bezoeker geprojecteerd, zodat die, wanneer hij zich omdraaide, zichzelf in de ogen keek. Dat was één aspect van het werk, maar het andere was dat over de kleur van het oog een taal werd ontwikkeld tijdens de tentoonstelling. Het programma, de agents, waren geprogrammeerd om te leren praten over de kleur van de ogen van de toeschouwers. Je kon dat leerproces ook horen, als een soort engelengezang, en langzaamaan on tstond het mechanisme om kleurcategorieën te onderscheiden.

Kunst // Wetenschap

Ik denk dat kunst en wetenschap elkaar altijd al hebben beïnvloed. Maar er zijn natuurlijk verschillende types van wetenschap. Zoals het ontwerpen van behangpapier ook geen kunst is, heb je diezelfde specificiteit ook in de wetenschap. Met andere woorden, er zijn heel weinig wetenschappers. Natuurlijk zitten er aan de universiteit heel veel mensen die naast hun naam ‘wetenschappelijk onderzoeker’ kunnen zetten, maar eigenlijk zijn die niet bezig met de creatieve, speelse, multidisciplinaire aspecten ervan. De weinige wetenschappers die er wél zijn, overschrijden ook alle vakgebieden. Het feit dat iemand bioloog is, of scheikundige, wiskundige of computerwetenschapper, speelt dan eigenlijk totaal geen rol meer. De wetenschapper is een groot deel van de vrijheid ontnomen die de kunstenaar nog wel heeft. Ik denk dat dat voor een groot stuk te maken heeft met het enorme succes van de wetenschappen, waardoor ze een grote maatschappelijke invloed hebben gekregen. De maatschappij kan bijgevolg niet meer functioneren zonder de resultaten van die wetenschap, en die kleine groep wetenschappers moet heel hard vechten, onder meer door de economische en bureaucratische druk.

Afwijkende persoonlijkheid

Ik ben ervan overtuigd dat je als wetenschapper op zijn minst een afwijkende persoonlijkheid moet hebben. Dat is ook de reden waarom kunstenaars zich ertoe aangetrokken voelen. Die interactie speelt tussen persoonlijkheden die gepassioneerd zijn, nieuwsgierig, die waanzinnige experimenten doen. Ik heb dit jaar samen met de Franse theaterregisseur François Peyret een stuk geschreven voor het festival van Avignon: Le Cas de Sophie K., over Sophie Kovalevskaia, een Russische wiskundige en natuurkundige. Peyret maakt zijn werk altijd in samenwerking met wetenschappers uit uiteenlopende disciplines. De figuur van Sophie K. is niet alleen als wetenschapper maar ook als persoonlijkheid erg interessant. Ze werkte in de tweede helft van de 19de eeuw, en ze was naast de wetenschap ook erg betrokken op politiek vlak. Het was het begin van het nihilisme als vrijheidsstrijd, en van het terrorisme. Daarnaast was ze ook erg geïnteresseerd in literatuur, ze correspondeerde haar leven lang met Dostojevski en heeft zelf ook een roman geschreven, en theaterstukken en gedichten. Voor de repetitieperiode heb ik met de acteurs een aantal salons georganiseerd die echt gingen over natuurkunde. Sophie K. heeft onder meer gewerkt rond de tol, die een belangrijke rol speelt in het stuk: de vraag om de beweging van een tol te beschrijven is een gekend vraagstuk in de fysica. We hadden hier ook Kovalevskaia-kenners uitgenodigd, en de acteurs begrepen dan misschien niet alle fijne punten van de theorievorming, maar er werd veel nagedacht en geïmproviseerd om tot de uiteindelijke tekst en voorstelling te komen.

Theatraal experiment

Historisch zie je mooie voorbeelden van manieren waarop de wetenschap de spektakelwaarde van haar experimenten heeft uitgebuit. Louis Pasteur, bijvoorbeeld, wou de mensen overtuigen van het –waanzinnige– idee van inenting: je laat je ziek maken in beperkte mate, zodat je de volgende keer immuun kunt worden, en dat in een tijd dat mensen nog niet in microben geloofden. Pasteur zocht ergens in Frankrijk vijftig schapen, waarvan hij er 25 behandelde en 25 niet. De schapen in kwestie staan in twee kampen gescheiden in een wei. Pasteur komt met de trein aan uit Parijs, met zijn spuiten. Dat is een event voor het hele dorp. Iedereen gaat in stoet, met de burgemeester op kop, naar die wei, de schapen worden ingeënt tegen de ziekte, en zes maanden later hetzelfde ritueel, maar nu worden alle schapen besmet met de ziekte om te zien welke er gaan overleven.

Het werd een echt media-event, dus ook een extreem risico, want de sluitendheid van die theorie was op dat moment nog helemaal niet bewezen. Dat soort experimenten zijn bijna kunstwerken die het publiek confronteren en op een radikale manier van gedachte doen veranderen.

Commissie ter Bevordering, Bevraging en Bewaking van de Relatie tussen Kunst en Wetenschap

‘De mens kan fouten maken, dat onderscheidt hem van de computer.’ Sinds enkele maanden bereidt de Commissie ter Bevordering, Bevraging en Bewaking van de Relatie tussen Kunst en Wetenschap zich achter de schermen voor op een voorname taak. Vanaf november 2006 zal de commissie namelijk in het kader van het Vooruit-project ‘Chaos Chaos – Science for Art Lovers’ actuele kwesties omtrent Kunst en Wetenschap bespreken tijdens publieke zittingen. Een verslag daarvan zal te vinden zijn in de digitale Wunderkammer, een website die het beste uit kunst en wetenschap herbergt. De commissie is het antwoord op de teloorgang van de homo universalis en is samengesteld uit experten uit het wetenschappelijke én het artistieke veld. Ze staat onder leiding van voorzitter-acteur Peter Van den Eede. Volgende leden staan de voorzitter bij met raad en daad: de professoren Dirk Ryckbosch (atomaire en stralingsfysica, RUGent) en Jean Paul Van Bendegem (logica, wiskunde en wetenschapsfilosofie, VUB), doctor Raf De Bont (cultuurhistoricus, KU Leuven), Pieter De Buysser (auteur, regisseur, filosoof), Kris Verdonck (theatermaker, beeldend kunstenaar) en Patricia Portela (theatermaakster). Daarnaast nodigt de commissie experten uit, die de commissie eenmalig kunnen versterken. De commissie is zonder twijfel verantwoordelijk voor gebeurlijke wetenschappelijke en artistieke fouten.

Jean-Paul Van Bendegem is wetenschapsfilosoof en wiskundige, en eminent lid van de vereniging SKEPP die verwoed strijdt tegen het geloof in parawetenschappelijke theorieën. Enkele jaren geleden nam hij deel aan het Tutorials-project van Fyke, waarbij aan wetenschappers of hoog gespecialiseerden werd gevraagd om hun obsessie te delen met een kunstpubliek. Vanuit de wetenschap is zijn interesse in de kunst alleen maar sterker geworden. Dit jaar zetelt hij ook in de Commissie ter Bevordering van de Relatie tussen Kunst en Wetenschap, dat deel uitmaakt van het Kunst & Wetenschap-project van de Vooruit.

Van Bendegem Als je nadenkt over de relatie tussen kunst en wetenschap zou je op het eerste zicht zeggen dat de doelen die ze zich stellen grondig verschillen. Als wetenschapper wil je uiteraard sommige problemen opgelost zien. Maar op de weg naar de oplossing van een probleem moet je heel vaak overgaan tot het creëren van dingen. Artefacten om het probleem zelfs maar te kunnen beschrijven. Dat is voor mij één van de belangrijkste kenmerken van de wiskunde. De helft van de tijd zijn wiskundigen bezig met bewijzen te zoeken, voor de andere helft zijn ze bezig met concepten te bedenken om datgene wat ze graag willen bewijzen alleen al maar te formuleren, en dat is een bijzonder creatieve bezigheid. De gedachte dat wetenschappers ‘feiten verzamelen’ en daar dan patronen en structuren proberen in te zien, die is natuurlijk onjuist. Daar is een preliminair selectiemechanisme aan de gang. En daar speelt intuïtie een belangrijke rol in. Intuïtie moet je dan ruim opvatten: als het resultaat van een leerproces. Je wordt ergens in opgeleid of getraind, en vanuit die achtergrond ontwikkel je een intuïtie.

Wetenschap en schoonheid

Ik hoor bij die groep filosofen die geloven dat het esthetische een cruciale rol speelt in de ontwikkeling van de wetenschappen. Ik heb het nu vooral over de wiskunde: er zijn oneindig veel bewijsvoeringen ontwikkeld in de wiskunde, maar in de beoordeling ervan wordt steeds teruggegrepen naar esthetische termen: zo heb je mooie of lelijke bewijzen. In de jaren dertig heeft een Amerikaanse wetenschapper, Birkhoff, een boek geschreven, On aesthetic measure, waarin hij tot een wiskundige formule kwam om schoonheid te meten: m=o:c. De measure of beauty is gelijk aan orde, gedeeld door complexiteit. Dat is typisch voor een wiskundige. Orde interpreteerde hij dan als symmetrie: in de meetkunde bijvoorbeeld is de cirkel daarvan de meest ideale uiting, omdat elke diameter een as is voor symmetrie.

En complexiteit is gekoppeld aan de psychologische inspanning die je moet doen om de figuur te bekijken. Waarbij een scherpe hoek het moeilijker maakt, omdat je je aandachtsveld moet verleggen. De cirkel is dus de mooiste van alle meetkundige figuren.

Maar als je dit toepast op wiskundige bewijzen, kan je de formule anders interpreteren. In plaats van orde zeg je: diepte van het resultaat. Daarmee bedoel ik het belang ervan: hoe meer repercussies, hoe groter het veld waarop je bewijsvoering van toepassing is, hoe beter. En de complexiteit is effectief de complexiteit van het bewijs. Dus een eenvoudig bewijs dat een breed resultaat heeft, dat vinden wiskundigen een bijzondere schoonheid hebben. Wanneer een wiskundige een bewijs heeft uitgedacht dat ‘lelijk’ is, dan blijft hij doorzoeken, ook al is zijn bewijsvoering volledig correct. Wiskundigen spenderen heel veel tijd aan het opnieuw bewijzen van dingen om esthetische redenen. Dat is een sturende factor: door te kijken naar het lelijke bewijs en proberen te komen tot een ‘mooiere’ herinterpretatie, ontstaan er ook opnieuw inzichten, die leiden tot een volgende stelling en bewijsvoering. Dat is geen randfenomeen, dat maakt essentieel deel uit van de methodologie van de vooruitgang, al zal je dat op een wetenschappelijk congres niet vaak te horen krijgen.

Kunst, wetenschap en samenleving

Indien kunst een maatschappelijke impact wil hebben in een samenleving die zo verwetenschappelijkt is als de onze, in die vertikaal-horizontale maatschappij van ons, dan lijkt het me onvermijdelijk dat je de wetenschap er in betrekt. Als we rondkijken zien we een gemathematiseerde wereld: rechte muren, horizontale vloeren. Daar zit uiteraard ook een economisch aspect aan vast: een rechthoekig tafelblad is makkelijker te berekenen en uit te voeren dan een amoebe-blad bijvoorbeeld.

Je hoeft daarom als kunstenaar natuurlijk niet rechtstreeks commentaar te leveren op wetenschappelijke ontdekkingen. Een van mijn lievelingskunstenaars is Stanley Brown; hij maakte een kunstwerk dat volgens mij de link tussen kunst en wetenschap op een heel interessante manier interpreteert. Hij ontwierp een reeks metalen latten van verschillende lengte.

Het lijken twee identieke sets, maar op de ene staat de lengte uitgedrukt in cm en mm en op de andere in oude maten: voet, el, maten die aan het menselijke lichaam gekoppeld zijn. Doordat de latten identiek zijn, lijken ze echter over hetzelfde te gaan. Men zegt altijd: we zijn geëvolueerd van die lichaamsgebonden maten naar mensonafhankelijke maten, maar door die eenvoudige parallelle opstelling zie je opeens wél de continuïteit tussen die twee modellen, en zie je ook hoe die menselijke maat gestandaardiseerd is geraakt, hoe het lichaam is geobjectiveerd. Dat is een indirecte commentaar, maar wel heel interessant.

Patent Human Energy

Installatie uit het parcours II, Kris Verdonck

In Patent Human Energy ligt een vrouw als een fakir op haar rug op een bed van lange ijzeren staven; ook boven haar zijn staven aangebracht. Aan de uiteinden van de staven, daar waar ze haar lichaam raken, zijn kleine microfoontjes aangebracht. Deze registreren alle signalen (geluid, temperatuur,…) die van haar lichaam uitgaan en zetten deze om in impulsen die de toeschouwers met hun zintuigen kunnen waarnemen. De titel Patent Human Energy verwijst naar het gelijknamige patent dat in juni 2004 gedeponeerd werd door het Amerikaanse bedrijf Microsoft. Dit patent betrof het veiligstellen van een door hen uitgewerkte methode én apparatuur om de kracht en de impulsen van het menselijke lichaam aan te wenden als een soort keyboard waarlangs bepaalde toestellen –bijvoorbeeld een GSM of een polshorloge– hun energie kunnen betrekken.

Maagdenburgse Bollen

Otto von Guericke (1602-1686) was een Duits natuurkundige. Hij was van 1646 tot 1681 burgemeester van Maagdenburg. Zijn bekendste proefopstelling, de Maagdenburgse Bollen, was een poging tot het creëren van het ‘niets’. Na eerdere ‘gevaarlijke’ proeven om tonnen, flessen, bollen,… luchtledig te maken liet Otto bij een koperslager twee koperen halve bollen maken die precies op elkaar pasten. Aan één helft werd een ventiel aangebracht, waardoor de lucht kon verwijderd worden. Tussen de beide helften werd een leren ring aangebracht volledig met was en terpentijn doordrenkt. Tijdens het luchtledig pompen werd duidelijk met welk een geweldige kracht deze leren ring samengedrukt werd. Door de luchtdruk werden beide helften zo sterk op elkaar gedrukt, dat 16 paarden de twee halve bollen niet of nauwelijks uit elkaar konden trekken. Werd het ventiel lichtjes opengedraaid, dan konden beide helften eenvoudigweg met de hand uit elkaar geduwd worden.

Louis Pasteur

Het Pasteur Instituut werd geopend in 1888. In die tijd was het niet eenvoudig voor hem om het publiek te overtuigen van zijn ideeën, die op dat moment als zeer controversieel werden gezien. Pasteur probeerde artsen te overtuigen van het bestaan van microben, en het feit dat zij konden verspreid worden door vuile instrumenten of handen. Hij vond het pasteurisatieproces uit om bacteriën te doden. Zijn belangrijkste bijdragen tot de wetenschap waren: het introducerenvan andere werkmethodes in ziekenhuizen om besmetting te beperken en zijn ontdekking dat zwakke vormen van een ziekte gebruikt konden worden als een immunisatie tegen sterkere vormen. Hij ontdekte ook hoe hondsdolheid werd verspreid, en introduceerde het concept ‘virus’ in de wetenschap.

Tissue Culture & Art Project

Oron Catts en Ionat Zurr onderzoeken de mogelijkheid om een semi-levende jas te ontwerpen in het kader van hun pogingen om ‘slachtofferloos leder’ te ontwerpen. Ze hopen een vorm van leder te kunnen creëren, die het doden van dieren onnodig maakt. Het duo focust op dit moment op het kweken van levend weefsel dat de vorm zal aannemen van ersatz-leder, en het te laten groeien in de vorm van een miniatuur naadloze vestvorm.

Artificial Intelligence Laboratory (VUB)

Het Artificial Intelligence Laboratory, of in het kort VUB AI-Lab, werd opgericht in 1983 door Luc Steels als deel van het Computer Science Department. In de loop der jaren hebben honderden onderzoekers er gewerkt. Er werd vooral onderzoek verricht naar artificiële systemen om aan onderzoek te doen naar de ontwikkeling van intelligentie: kennissystemen, autonome robots, leersystemen voor machines, natuurlijke taalontwikkelingscomponenten, design en toepassingsvelden.

Malevitsj

‘Geen enkel kunstwerk heeft die gemeenschappelijke psyche zo treffend uitgebeeld als het zwarte vierkant van Malevitsj. Tegelijk is het een van de meest ontroerende kunstwerken uit de geschiedenis van de mensheid. Op vergelijkbare hoogte met de Borobodur of de guitarsolo van Django Reinhardt in zijn opname van Minor Blues uit 1947. Het kleine schilderij is een gedenksteen voor een tijd waarin het verhalende beeld niet meer nodig zou zijn. Waarin emotionele en religieuze communicatie nog uitsluitend zou geschieden met behulp van geometrische gaten in de ruimte. In onze door het profijtbeginsel aangejaagde tijd herkent men in Malevitsj’ extreme abstractie misschien een statement. Nochtans waren Malevitsj’ bedoelingen opstandig en mysthiek religieus. Niet zonder reden wordt er in verband met Malevitsj vaak verwezen naar de Russische icoonschildertraditie.’ Malevitsj zelf beschouwde het zwarte vierkant als het einde van de figuratieve schilderkunst en het begin van zijn geometrisch-abstracte ‘suprematistische’ kunst. Malevitsj schilderde in de loop van negen jaar vier versies van het ‘Zwarte Vierkant’. link beeld: http://boeken.vpro.nl/avondlog/bericht/17622097/

Joseph Kosuth

Invloedrijk Amerikaans conceptueel artiest. In zijn werk streefde hij naar het ontdekken van de natuur van de kunst, en hield hij zich eerder bezig met de ideeën die in het zog van de kunsten ontstaan, dan met de kust op zich. ‘De waarde van kunstenaars na Duchamp kan gemeten worden aan de vraag in welke mate zij de aard van de kunst in vraag stelden.’ Kosuth stelde dat kunst kunst is als iemand het zo benoemt. Voor hem zijn conceptuele kunstwerken analytische proposities. Ze zijn talig van aard omdat ze definities van kunst tot uitdrukking brengen, hetgeen hen tautalogisch maakt.

Man

Installatie uit het parcours II, Kris Verdonck

Man is een performance: een danser draagt een helm waarop een kleine camera is gemonteerd. Via het digitale systeem The vOICe hoort de man een onophoudelijke stroom van geluiden. The vOICe werd door Nederlandse ingenieurs ontworpen om blinden te laten ‘zien’: de visuele impulsen geregistreerd door de camera worden omgezet in auditieve gegevens. Deze auditieve gegevens moet de man ontcijferen om zich in de wereld te kunnen bewegen. Zijn sensory deprivation slaat om in een ‘haast verdrinken’ in een teveel aan ongekende impulsen waarin hij letterlijk zijn weg moet vinden.

Talking Heads

experimentele opstelling van professor Luc Steels. Het Talking Heads-experiment stelt drie fundamentele vragen en formuleert een originele hypothese voor elk van hen: Hoe krijgen woorden betekenis? Is artificiële intelligentie mogelijk? Hou zou een machine moeten interageren met een mens?

In de proefopstelling leren verschillende computers elkaar om te gaan met taligheid. Ze leren van elkaar en van de interacties met menselijke gebruikers.

Grafische voorstelling op http://talking-heads.csl.sony.fr/

Bio-vlees

In Nantes werd de tentoonstelling ‘L’art Biotech’ georganiseerd, waar Oron Catts, Ionat Zurr en Guy Ben-Ary een maal organiseerden dat bestond uit ‘kleine polymeren gevuld met de cellen van een klauwkikker à la Davis, geflambeerd met Calvados’. De Australische artiesten noemden hun installatie ‘Disembodied Cuisine’. Ze hadden weefselcellen van kikkers omgebouwd tot kleine biopolymere substraten -van ongeveer 3 cm diameter- en keken toe hoe die uitgroeiden tot kleine steaks.’

agenda
Leestijd 14 — 17 minuten

#100

15.02.2006

14.05.2006

Elke Van Campenhout

Elke Van Campenhout is redacteur van Etcetera, is freelance publicist voor diverse kunsttijdschriften, en werkt als curator en dramaturg.

agenda