© Vibe Stalpaert

Leestijd 4 — 7 minuten

BOBBY H̶e̶r̶e̶ f̶o̶r̶ y̶o̶u̶ – Romy Louise Lauwers, Peter Seynaeve & Theater Malpertuis

Tech-monnik in tijden van eenzaamheid

‘Zie je mij? Ja maar, zie je mij?’ Ze vraagt het tweemaal. Je twijfelt of het retorisch is. Maar ze kijkt zo hunkerend de tribune in dat enkele toeschouwers aarzelend toch antwoorden.  Zij is Bobby, maar ze zou evengoed X of Y of genderloos kunnen zijn. Bobby leidt een online bestaan, verscholen achter de laptop en af en toe glurend achter het glasgordijn in een uniseks appartement. Op zoek naar gesprek is het enige wat rest een monologue intérieur.

Met BOBBY H̶e̶r̶e̶ f̶o̶r̶ y̶o̶u̶  staat Romy Louise Lauwers voor het eerst solo op scène. Waar ik Lauwers eerder vooral vol overgave groots aangezette meeslepende vrouwenrollen zag spelen, of het nu was bij Kuiperskaai (het vroegere collectief van Lisaboa Houbrechts waar ze meespeelde) dan wel bij Needcompany (het gezelschap van vader-regisseur Jan Lauwers en moeder-actrice Grace Ellen Barkey), zo ingehouden subtiel omzwachtelt ze nu deze monoloog.

Een ‘monoloog’ tussen aanhalingstekens. Want de voorstelling schreef en maakte ze samen met Peter Seynaeve, die ze in een interview zelf omschrijft als haar andere theatervader. Als puber acteerde ze bij diens gezelschap JAN. Seynaeve zette het eerste decennium van deze eeuw enkele straffe producties op met jongeren en schuwde daar – lang voor Milo Rau daar een punt van maakte – de heftige en hedendaagse thema’s niet, resulterend in cocktails van psychische kwetsbaarheid, zelfmoord of scheiding met klassieke tragedies.

Maar BOBBY H̶e̶r̶e̶ f̶o̶r̶ y̶o̶u̶ is ook een mono-dialoog in de tekst zelf. Tijdens corona onderhielden Lauwers en Seynaeve een intensieve Whatsapp-conversatie. Die afstand en tegelijk nabijheid lieten hen toe hun diepste zielenroerselen te delen en in dat heen-en-weer texten ontstond Bobby als gedeeld alter ego.

Hikikomori

‘Zie je mij?’, vraagt Bobby. Ze zegt het tegen niemand en iedereen, de donkerte de zaal als een gapende leegte. De wereld speelt zich af achter haar computer. Haar ogen verborgen onder de pet. Just do it, luidt de slogan. Just do it, denkt ook Bobby. Op Google Street View ziet ze zichzelf plots op een brug staan. Terwijl in de verte een stad in helder licht opgaat ziet ze zichzelf springen. Just do it. In een virtuele wereld vindt ze zich steeds meer onthecht van het materiële. Maar daarmee ook onthecht van elk fysiek menselijk contact. De enige gesprekken die ze luidop voert is met zichzelf en de planten via haar plantenapp.

Bobby ademt het coronatijdperk uit dat we hebben opgeborgen in een hoekje van ons geheugen als een onwezenlijke droom. In een taal doorspekt van Engelse woorden, belandt ze af en toe in een glitch in het systeem. Dan stokken Lauwers’ gebaren, gaat woorden en spel in rewind of vervormt ze haar gezicht. Als de verwrongen gezichten in de freeze-modus tijdens een Zoom moment. Live op scène zorgt het voor een bevreemdend effect.

Lauwers’ Bobby is tegelijk jong en volwassen. Als een puber en evengoed een oude ziel die het leven heeft afgezworen. Los van de Corona associaties kaart de voorstelling in die zin een groter en permanenter probleem van eenzaamheid en isolement aan. Zoals de hikikomori, een Japanse term die verwijst naar de vele vaak jongere mensen die wereldwijd bewust kiezen om hun huis of kamer niet meer uit te komen en enkel nog een online leven te leiden als een soort ‘tech-monnik’. Een collectief event als ‘De Warmste Week’ voelt plots meer wereldvreemd en onaangepast dan Bobby.

Klimaatopwarming

Hoewel BOBBY H̶e̶r̶e̶ f̶o̶r̶ y̶o̶u̶  een heel persoonlijke tekst is van Lauwers & Seynaeve – de referenties naar de zelfmoord van de vriend – en qua spel ingehouden klein, voel je dat er achter dat glasgordijn een wereld in brand staat. Dat we afstevenen op een apocalyps, is het niet dat we onszelf uitwissen door ons fysieke toedoen dan doen we zelf de grote verdwijntruc door enkel nog virtueel te bestaan.

BOBBY H̶e̶r̶e̶ f̶o̶r̶ y̶o̶u̶  is een verraderlijk kleinood. Op het moment zelf zie je een fijnbesnaarde, intelligente en subtiel gespeelde monoloog, maar de impact laat zich pas achteraf gelden.”

Bij de première fladdert een vlinder ganse tijd op de projectie van het glasgordijn op het scènegordijn, als een cynisch metagrapje. Heel lang geloof ik dat de vlinder écht even gekocht of gehuurd is, als decoratief statement. Maar het bedreigde diertje die een voorstelling lang een uitgang naar de échte wereld zoekt, blijkt slechts een toevallige passant. Lauwers noemt het achteraf haar spirit animal. Maar evengoed is het een omen. ‘Toeval bestaat niet. Zo noemen we een gevolg waarvan we de oorzaak niet zien,’ wist Voltaire al.

Het maakt BOBBY H̶e̶r̶e̶ f̶o̶r̶ y̶o̶u̶  tot een verraderlijk kleinood. Op het moment zelf zie je een fijnbesnaarde, intelligente en subtiel gespeelde monoloog, maar de impact laat zich pas achteraf gelden. Daar, buiten het theater, blijft het stuk verder aan hart en geest krabben. Als iets onvermijdelijks dat achter de deur zit. ‘Iets’ waarvoor we weigeren de deur open te doen en ‘het’ recht in de ogen te zien.


Dit voorjaar op tournee. www.malpertuis.be

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#178

15.12.2024

28.02.2025

Liv Laveyne

Liv Laveyne werkt rond kennis en reflectie voor Circuscentrum en is lid van de Grote Redactie van Etcetera. Ze is ook actief als journalist voor De Standaard.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!