ALL TOGETHER NOW! – Suze Milius / House Crying Yellow Tears & Toneelhuis
Een overladen tafel zonder poten
Natalie Gielen
Ella-June Henrard en Ina Geerts in Bo © Kinepolis Film Distribution
Hans Herbots is de regisseur van meerdere tv-series en van de films Verlengd Weekend en Windkracht 10. Met Bo, gebaseerd op de bestseller Het Engelenhuis van jeugdauteur Dirk Bracke, draaide hij een film die inzoomt op jonge personages en hun emoties. Het meest opmerkelijk aan de film is zeker de casting van de zestienjarige Ella-June Henrard in de titelrol als Bo/Deborah. Ze werd door Hans Herbots ontdekt toen ze in februari vorig jaar speelde in een kortfilmpje van het RITS, geregisseerd door een voormalig student van Herbots. Ella-June Henrard draagt de film en is zelfs de belangrijkste reden om de film te gaan bekijken.
Ella-June speelt de rol van Deborah, een meisje van vijftien, bijna zestien. Deborah wil weg uit de verstikkende alledaagsheid van een rijhuis op de Antwerpse Linkeroever, waar ze met haar alleenstaande moeder, broertje en grootvader woont. Deborah heeft een slechte relatie met haar moeder (Ina Geerts) en ze heeft vooral geen geld om een eigen leven te leiden.
Jennifer (Kalina Malehounova), een meisje dat bij haar op school zit, neemt Deborah op sleeptouw. Ze zit in de escort-business en raakt zo aan geld om te doen wat ze wil. Het duurt niet lang of Deborah wil meedoen: meegaan met mannen naar recepties en etentjes, zoals Jennifer het beschrijft. Ze maakt kennis met Vincent (Thomas Ryckewaert) die haar – zoetjes aan – in deze wereld introduceert. Het blijft niet bij etentjes, er komt seks van. Soms onaangenaam, soms best ok, zoals bij de zakenman Robert die haar goed behandelt en, zo blijkt, een dochter van haar leeftijd heeft.
Op een nacht valt de politie binnen in het hotel waar ‘Bo’, zoals ze zich nu noemt, met Robert verblijft. Ze wordt opgepakt en voor drie maanden naar een gesloten jeugdinstelling in Beernem gestuurd. Een ontsnappingspoging samen met Yasmien (Anemone Valcke), mislukt. Wanneer Bo/Deborah uiteindelijk vrijgelaten wordt, ontwijkt ze haar moeder die haar opwacht – ze heeft intussen vernomen dat haar moeder achterhaar arrestatie zit. Ze keert terug naar haar pooier Vincent.
Ze betrekken als een verliefd koppel een appartementje aan zee. Maar wanneer een heroïneverslaafde Yasmien opduikt en zelfmoord pleegt, toont Vincent zijn ware aard. Hij verkoopt Bo, Jennifer en een derde meisje aan een stel sinistere mensenhandelaars. De mannen voeren hen weg naar onbekende bestemming. Bo weet te ontsnappen en belt haar moeder om haar te komen ophalen.
Op wat slordigheden na (Bo’s gsm wordt uit haar handen geslagen door de mensenhandelaars die haar overmeesteren, maar in een volgende scène heeft ze alweer een nieuw en fraaier exemplaar op zak) is er op het eerste gezicht niet veel mis met Bo. Het thema van jeugdprostitutie wordt tactvol behandeld, er wordt meer gesuggereerd dan getoond – al was het maar omwille van de zestienjarige hoofdactrice. De andere rollen zijn goed ingevuld, het scenario bezit de nodige plotwendingen om boeiend te blijven. De fotografie van Danny Eisen is gewild slordig, om realisme te suggereren. De locaties (Antwerpen Linkeroever, Antwerpse luxehotels, een gesloten instelling, een appartement in Oostende) zijn authentiek en overtuigend. De muziek van Senjan Jansen is uitstekend, de montage van Dieter Diependaele gebald en krachtig. Dit is kwaliteit zoals het Vlaamse publiek die vandaag verwacht en waarvoor het naar de bioscoop komt.
Desondanks moetje de film niet overschatten. Bo staat mijlenver af van het rauwe realisme van Ken Loach of de gebroeders Dardenne. In vergelijking met hen is dit een soft en zelfs een tikkeltje glamoureus realisme. De auteur van het originele boek, Dirk Bracke, bracht een hele tijd door in de gesloten instelling van Beernem en documenteerde zich grondig. Maar noch het boek, noch de film vertelt ‘een waar gebeurd verhaal’. Het blijft fictie, geïnspireerd op reële feiten die allicht meerdere meisjes overkomen zijn. Wellicht verklaart dit het feit dat ik na afloop het gevoel had naar drie, vier verschillende films te hebben gekeken, die enkel dezelfde hoofdactrice deelden.
Het brengt me bij een belangrijke zwakheid van Bo. Het scenario van Nele Meirhaeghe, Christian Vervaet en Hans Herbots vertelt een onderhoudend verhaal, maar mist dramatische kracht en samenhang. De twee tegenspelers van Bo, haar moeder en haar pooier, komen veel te weinig uit de verf. En dat is jammer – tenslotte vertelt de hele film alleen maar hoe Bo van haar moeder in de armen van haar pooier belandt, om tenslotte terug te keren naar haar moeder. Er zitten een paar goede confrontaties tussen moeder en dochter in de film, maar een hoop dramatische mogelijkheden worden letterlijk uit de weg gegaan. Waarom vernemen wij niet rechtstreeks dat de moeder haar dochter aangegeven heeft, maar komen wij het via de grootvader te weten – een figuur die verder nauwelijks uit de verf komt? Waarom is er geen confrontatie tussen moeder en dochter wanneer Bo vrijgelaten wordt? Rauw realisme vereist een paar goede scheldpartijen, hoog oplopende emoties en het nodige geroep en getier.
Deze elementen blijven hier achterwege. Waar Loach of de gebroeders Dardenne zich werkelijk met figuren uit de lagere klassen identificeren, is Bo – zoals de hele Vlaamse film – qua mentaliteit een brave middenklassefilm. De echte tegenspelers van Bo zijn dan ook niet haar moeder of haar pooier, maar de morele vooroordelen van het publiek. Zowel de moeder als de pooier zijn niet veel meer dan ‘stand ins’ voor wat het publiek denkt. Terwijl Bo zich laat meeslepen door de charmes van Vincent, weet je als kijker vooraf dat hij een spelletje met haar speelt. En dat vooroordeel wordt op het einde natuurlijk alleen maar bevestigd. Er wordt nooit ingegaan op Vincents ware motieven. Vóór de film pleit dan weer dat de pooier nooit tot een karikatuur vervalt.
Door in te spelen op de morele vooroordelen van het publiek, door opnieuw het spelletje te spelen waaraan zowel de Vlaamse film als de media lijden – trying to please the public – vernietigt de film zijn eigen dramatiek. Van een potentieel dramatisch gegeven, een meisje dat zich een plaats tracht te verwerven in de wereld, verwordt Bo tot een moralistisch verhaaltje over de vele ongelukken die haar overkomen omdat ze het verkeerde pad bewandelt. Die ongelukken lijken uit het niets te komen: noch de arrestatie, noch de zelfmoord van Yasmien die de film zijn definitieve wending geeft heeft iets met de hoofdfiguur zelf te maken.
Terwijl Bo weggevoerd werd door de mensenhandelaars bedacht ik wat haar nu nog allemaal aan avonturen zou kunnen overkomen: terechtkomen in een luxebordeel in Dubai, heroïnehoertje in Thailand, oorlogshoer in Afghanistan, noem maar op. In deze moralistische verhaaltjes zijn de mogelijkheden om de zondige heldin te straffen met steeds ergere rampen eindeloos. Ook Bo kon zo nog een tijdje doorgaan. D.A.F. de Sade heeft dat soort ‘stichtende’ lectuur definitief belachelijk gemaakt in zijn Justine ou les malheurs de la vertu. Maar Sade is aan het brave Vlaanderen van vandaag niet besteed. En dus overvielen de arme Bo geen nieuwe rampen, maar was de film plots gedaan, op basis van één enkel gsm-gesprekje met haar moeder.
www.bothemovie.com
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.