Bertolt Brecht

Leestijd 2 — 5 minuten

Bertolt Brecht (1898-1956)

Fragmenten uit een tekst uit 1939, postuum gepubliceerd in Sinn und Form 13 (1961).

Het is een heel oude en fundamentele mening, dat een kunstwerk eigenlijk voor alle mensen zou moeten werken, ongeacht hun ouderdom, hun stand of hun opvoeding. Die kunst, heet het dan, richt zich op de mens, en dat kan iedereen zijn, of hij nu oud of jong is, hoofd- of handwerker, opgeleid of niet. Omdat alle mensen iets kunstzinnigs in zich hebben, kunnen alle mensen een kunstwerk verstaan en ervan genieten.

Uit deze mening ontstaat vaak een uitgesproken afkeer tegen zogenoemde commentaren op kunstwerken; men richt zich tegen een kunst die allerhande verduidelijkingen nodig heeft en niet ‘van zichzelf’ werkt. ‘Hoezo,’ vraagt men, ‘zou kunst voor ons slechts dan kunnen werken, als de geleerden er hun voordrachten over gehouden hebben? De “Mozes” van Michelangelo zou ons slechts aangrijpen nadat een professor hem aan ons heeft verklaard?’ Zo zegt men dan, maar tegelijkertijd weet men toch dat er mensen zijn die met kunst meer kunnen doen, die uit kunst meer genot kunnen halen dan anderen. Dat is de beruchte ‘kleine kring van kenners’.

Er zijn veel kunstenaars – en het zijn niet de slechtste – die vastbesloten zijn in geen geval alleen voor die kleine kring van ‘ingewijden’ kunst te maken, en die voor het hele volk willen creëren. Dat klinkt democratisch, maar volgens mij is het niet helemaal democratisch. Het is democratisch de ‘kleine kring van kenners’ tot een grote kring van kenners te maken. Kunst heeft immers kennis nodig. Maar de beschouwing van kunst kan slechts dan tot werkelijk genot leiden, als er een kunst van de beschouwing bestaat [… ]

Als men tot kunstgenot wil komen, volstaat het nooit alleen het resultaat van een kunstproductie comfortabel en goedkoop te willen consumeren. Het is noodzakelijk aan de productie zelf deel te nemen, zelf in bepaalde mate productief te zijn, een zekere mate van fantasie aan het werk te zetten, zijn eigen ervaringen aan die van de kunstenaar toe te voegen of tegen te stellen, enz.

Zelfs iemand die gewoon eet, werkt: versnijdt het vlees, brengt een beetje naar de mond, kauwt. Kunstgenot kan men niet voor minder krijgen.

Vertaald uit Texte zur Theorie des Theaters, Klaus Lazarowicz en Christopher Balme, Stuttgart, Reclam, 1991. Vertaling: Dries Moreels.

artikel
Leestijd 2 — 5 minuten

#74

15.12.2000

14.03.2001

Bertolt Brecht

artikel