Theater per capita
Romina Paula
© Brecht Van Maele
Opnieuw tart Post Uit Hessdalen de wetten van de zwaartekracht. Net als in eerdere voorstellingen sluit jongleur Stijn Grupping zichzelf en zijn publiek op met een hele hoop ballen. Ballroom is een magische trip waarin hard en stug het opnemen tegen beweeglijk en veranderlijk. Wie die strijd wint is onduidelijk, maar het levert wel een spectaculaire show op die tot de verbeelding spreekt.
Het zonnetje schijnt op het droge grasveldje aan de Philips-site in Leuven. Er staan enkele circustenten opgesteld in het kader van CIRKL, het circusfestival van 30CC dat intussen aan z’n achtste editie toe is. Voor hun laatste worp doet Post uit Hessdalen het niet in een tent, wel in twee aaneengeplakte vrachtwagens. In hun voorstellingen gaat het circus- en muziektheatergezelschap rond jongleur Stijn Grupping en regisseur Ine Van Baelen steeds op zoek naar nieuwe manieren om met tijd en tijdsbeleving om te gaan. Ballroom is een overtuigende volgende stap in hun repertoire. Bij Pakman (2016) en Man Strikes Back (2020) liet Grupping zich nog live vergezellen door drummer Frederik Meulyzer. Deze keer moet hij het alleen doen, met zijn botsballen. Samen met Jochem Baelus stond Meulyzer wel nog in voor de muziek bij Ballroom.
De binnenkant van de vrachtwagens is omgetoverd tot een betonnen blokkendoos. De scenografie van beeldend kunstenaar Lodewijk Heylen spreekt meteen tot de verbeelding. We zien een grauw hoekje van een ondergrondse parking waar de avond voordien zomaar een rave had kunnen plaatsvinden. De vloer ligt bezaaid met witte ballen. Met een droge tristesse die aan Buster Keaton doet denken, komt Grupping op met een kleine stofzuiger. Terwijl het publiek nog volop bezig is zich in de nu al oververhitte camion te proppen – ‘goe stapelen’, adviseert een medewerker van CIRKL – begint hij de ballen onverstoord op te zuigen. Ze zijn te groot om door de buis opgeslokt te worden, dus deponeert hij ze manueel een voor een in een emmertje. Het lijken wel de balletjes van de lotto, alleen hier geen felle kleuren of een geldprijs. Gewoon telkens één balletje minder om op te rapen.
“Met een droge tristesse die aan Buster Keaton doet denken, komt Grupping op met een kleine stofzuiger.”
Grupping is gekleed in een sober grijs pak. Enkel zijn felrode pet steekt af tegen de grauwheid van de scène. Wanneer hij af en toe een van z’n earbuds uitdoet, verraadt hij dat hij naar pompende beats aan het luisteren is. Telkens hij ze terug in zijn oren propt, verstilt de muziek en neemt een subtiele soundscape het over. We horen verstomde autogeluiden die bijna niet te onderscheiden zijn van de drukke baan naast de site. Plots is er een balletje dat niet meewerkt. Het is te zwaar om opgezogen te worden. Het blijkt een botsbal. Grupping kijkt bedenkelijk van de bal naar de betonnen bunker, met al zijn vlakken in verschillende vormen en hoeken. Er ontstaat een spel waarbij de botsballen via zoveel mogelijk kaatsingen in een bak moeten belanden. Telkens scant Grupping op voorhand de ruimte, elke keer verrast hij met het traject dat hij de bal laat afleggen.
Naast zweetdruppels vult de vrachtwagen zich bij elke geslaagde truc met een salvo aan ‘moh enfin’s’ en soms een ‘da’s spijtig’, wanneer een bal eens niet in de bak belandt. Eén keer laat hij een balletje ook bewust in het publiek terechtkomen. Het jongetje dat de bal vangt, gooit die plichtsbewust richting de bak. Als je circus enkel begrijpt als de kunst om een truc zo vaak te oefenen dat je die schijnbaar moeiteloos kunt reproduceren, dan is Ballroom uitmuntend circus.
Ballroom toont echter ook dat circus zoveel meer kan zijn dan een aaneenschakeling van verbijsterende acts. Het ambacht en de techniek waarmee Grupping zijn ballen weet te beheersen, weerhouden hem er niet van om ook een verhaal te vertellen. De dramaturgie van de voorstelling is simpel. Een man heeft de opdracht gekregen om een onbestemde, hoekige ruimte op te kuisen. In plaats van een rotsblok heeft deze Sisyphus een honderdtal witte stuiterballen. Stelselmatig weet hij deze hersendodende arbeid om te buigen naar een verrassend creatieve ontdekkingstocht. Ook als je in een betonnen bunker vastzit, kan je dromen van buiten.
“Het ambacht en de techniek waarmee Grupping zijn ballen weet te beheersen, weerhouden hem er niet van om ook een verhaal te vertellen.”
Zonder zijn deadpan te verliezen geeft Grupping zijn zinloze opdracht steeds enthousiaster kleur. Hij doet zijn grijze vest uit en onthult daaronder een hemelsblauwe trui met witte wolkjes. Het beton oogt niet langer stug en onbuigzaam maar lijkt een speeltuin te zijn met oneindig veel mogelijkheden. Gruppings transformatie is een oproep om ook in repetitief werk plezier en vooral vrijheid te vinden. En die vrijheid neemt in het tweede deel van de voorstelling een verbazingwekkende vorm aan.
Opnieuw is er een balletje dat niet meer mee wil en stopt met botsen. De bal blijft plakken aan het tafeltje, aan de muur en aan zijn schoen of trilt plots onverklaarbaar in de lucht. Grupping staat opnieuw voor een uitdaging en onderzoekt de ruimte nu met een nieuwe blik. Hij ziet iets wat wij niet zien. Voor een tweede keer in de korte voorstelling zijn we getuige van magie. Deze keer heeft Grupping geen fysieke weerstand nodig om zijn ballen te laten stuiteren. Hij laat ze verbluffende trajecten afleggen door de lucht, zonder dat er hulpmiddelen of draadjes te zien zijn.
“Moeten we ons deze stuiterende Sisyphus nu wel of niet als een gelukkig mens voorstellen?”
Met m’n bestofte basiskennis fysica gok ik op magneten, iets met polen die elkaar afstoten. Maar dan nog is het parcours dat de ballen afleggen te complex om te vatten op welke manier hij het precies doet. De verwondering vanuit het publiek zwelt weer aan en ik laat mezelf ook een verbouwereerde ‘What the fuck’ ontvallen. Samen met de mensen rond mij deins ik terug wanneer hij zijn ballen op het publiek begint te richten. Maar elke bal komt uiteindelijk toch weer terug in zijn handen terecht, zonder ook maar één fysieke botsing. Geen wonder dat Grupping na afloop zijn geheimen niet prijsgeeft. Het mysterie versterkt de techniciteit die schuilgaat achter zijn magische toverdoos.
Het einde van Ballroom is ambigu. Wanneer de hypnotiserende dans stopt en alle ballen uiteindelijk verdwenen zijn, impliceert het slotbeeld dat al het werk weer van voren af aan begint. Gruppings vrijheid was slechts van korte duur. De buitenwereld blijft een droom. Gruppings blik is onleesbaar. Is hij daar nu blij of droevig om? Enerzijds start de uitzichtloze arbeid opnieuw, maar dat betekent ook dat de kans om met de ballen te experimenteren zich opnieuw aandient. Moeten we ons deze stuiterende Sisyphus nu wel of niet als een gelukkig mens voorstellen? Het is een vraag die nazindert, alleen (net) niet zo hard als die andere: hoe hij nu in godsnaam die ballen doet zweven.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.