Costa Kritiek
Aflevering 2: Margot De Grave Loyson
Margot De Grave Loyson
Wat moeten we aan met Baal? Het is Brechts eerste en enige autobiografische drama, geschreven in 1918, nog lang voor hij zijn ideeën over theater als revolutionair vervreemdingsmiddel in praktijk zou brengen met stukken als de Driestuiversopera (1928) of Moeder Courage en haar kinderen (1939)- Baal is vooral een menselijk portret, the portrait of the artist as a very, very angry young man. De jonge Baal drinkt, treitert, beliegt en schoffeert al wie op zijn pad komt: bewonderaars van zijn werk, vrouwen, vrienden, zijn oude moedertje. En in ruimer verband: de staat, de kerk, de bourgeoisie. Baal maakt het bont. Zijn gedrag is absurd, zijn uitleg simpel: ‘Ik ben Baal. Ik heb honger.’
Je begrijpt Baal niet, en de enscenering door Theater Antigone en het Théâtre National doet ook geen gooi naar begrip voor haar titel-‘held’. Veeleer mikt het regisseursduo Jos Verbist-Raven Ruëll op een onbestemd gevoel van onbehagen.
Verbist en Ruëll, beide gastdocent aan het Luikse conservatorium, trommelden voor Baal een gemengd Frans-talig-Nederlandstalige cast op. Daar schuilt geen politieke agenda achter, het was een kwestie van kiezen voor de beste mensen. Uit het engageren van een aantal acteurs die al verbonden waren aan het Théâtre National vloeide als vanzelf een coproductie voort – zo complexloos kunnen samenwerkingen dus gaan. De jonge Brusselaar Vincent Hennebicq schittert als een uiterst fysieke Baal. Hij gedraagt zich als de kruising tussen een narcistisch kind en een ongetemd dier – op een gegeven moment checkt zijn vriend Johannes zelfs de scherpte van Baals gebit. De demonische moeite die Hennebicq aan de dag moet leggen om de Nederlandse tekst te brengen vergroot het expressionisme van zijn spel: hij spuwt de strak gearticuleerde woorden uit alsof ze hem vreemd zijn – in de regie loert de Verfremdung alvast om de hoek. Verbist en Ruëll hebben radicaal gekozen voor een rauw-realistische aanpak. Op de scheiding tussen voor- en achterplan, gevormd door een reeks houten latten die bij aanraking luguber aan het klepperen gaan, verschijnen live videobeelden, overwegend gemaakt met een handcamera. De ruwe korrel heeft geen genade voor de lelijkheid van wat binnen het blikveld wordt geregistreerd. De beelden creëren de smoezelige sfeer van een achterkamertje, het soort achterkamertjes waarin Brecht tijdens het schrijven van Baal zelf optrad met zijn liedjes. Bovendien vergroten de grauwe close-ups de emotie bijna grotesk uit, zoals de verbijstering op het gezicht van de bourgeoisfamilie wanneer de aanstormende dichtersbelofte Baal de vrouw des huizes begint op te vrijen.
Af en toe wordt er enkel op het achterplan gespeeld, achter de houten latten, zodat uitsluitend de onderlijven van de acteurs te zien zijn. De personages zijn dan ‘onthoofd’, ontdaan van elke persoonlijkheid, en worden zo representatief voor meer dan enkel zichzelf.
Het meest fascinerend is de aantrekkingskracht die Baal uitoefent op andere mensen, ondanks zijn woeste gedrag, of misschien net omwille daarvan. Neem nu zijn omgang met vrouwen: hoe wreder hij hen behandelt, hoe sterker ze hem adoreren. ‘Eerst moet ik geweld gebruiken, daarna willen ze niet meer weg.’ grinnikt de vileine minnaar spottend. Misschien schuilt de verklaring voor zoveel betovering wel in Baals haast ondraaglijke eerlijkheid. Baal is het enige authentieke personage op scène: hij is even meedogenloos eerlijk met zichzelf als met de anderen. Zijn radicale gedrag kaatst de angst en de lafheid van de anderen terug in hun gezicht, en laat hemzelf te midden van die ontluistering verrijzen als een uniek want zuiver wezen. Daar kunnen de salonrevolutionairen met hun dassen en hun lamme praatjes nog een punt aan zuigen… Baal kan zich die eerlijkheid enkel permitteren omdat hij zich vrij voelt, wat betekent dat hij ook vrij is, misschien wel als enige mens ter wereld. Amoreel, maar vrij – ziedaar de verklaring voor zijn onweerstaanbare aantrekkingskracht. Dat die vrijheid hem als mens niet gelukkiger maakt, zagen we al in Marichals beklijvende afficheontwerp.
Brecht bekritiseert in Baal de wereld op een indirecte manier, door zonder expliciete lering of boodschap te tonen welke amorele wezens die wereld voortbrengt. Tegelijkertijd onthult hij pijnlijk scherp de tragiek van die wezens. Eén frontaal camerabeeld toont enkel Baals woedende ogen, en vat daarmee de hele voorstelling samen. Uiteindelijk crepeert Baal alleen en zonder hoop, luisterend naar het getik van de regen. Eerder dan een expliciete aanklacht tegen een hypocriete en burgerlijke samenleving, of een oproep tot revolutie, is dit vroege werk de tragedie van een man die te veel voelt: ‘Niets begrijpt men. Veel voelt men.’ Het is exact wat Baal ook met de toeschouwer doet.
Baal is van oktober tot december op tournee in Vlaanderen en Brussel.
www.antigone.be
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.