Seefhoek Series, Thomas Verstraeten (2023) © Wannes Cré

Leestijd 8 — 11 minuten

Artiesteningang: Thomas Verstraeten

In Artiesteningang stellen we podiumkunstenaars vragen over hun leven en werk. Vandaag: Thomas Verstraeten. De Antwerpse theatermaker, acteur en beeldend kunstenaar maakte dit jaar met FC Bergman Guernica Guernica. In december gaat hij met componiste Heleen Van Haegenborgh in première met Symphony for one hundred citizens and a traffic light, een grootschalige, symfonische installatie van alledaagse stedelijke geluiden.

Wanneer kwam je voor het eerst in aanraking met de podiumkunsten? 

Ik was nog geen jaar oud. Op het jaarlijkse kerstfeest speelde ik Jezus in het door mijn neven en nichten geregisseerde kerstspel.

Wat wilde je als kind worden? 

Kunstenaar. Mijn beeld daarvan was wel niet zo realistisch, of alleszins niet echt in overeenstemming met mijn leven nu. Ik wilde een romantische zolderkamerkunstenaar worden. Ik stelde me een bohemienachtig bestaan voor, ver weg van de wereld, in de weer met olieverf en terpentijn.

Wanneer wist je dat je in de podiumkunsten wilde werken?

Dat ontdekte ik toen ik op de middelbare school toneel begon te spelen. Eén van de leerkrachten had iets in me gezien, wat ik zelf niet meteen zag. Zijn vertrouwen gaf me vleugels. Hij reed met mij het hele land af op zoek naar spraakmakende voorstellingen en stimuleerde me om meer te spelen.

De leerkracht had ooit één maand Studio Herman Teirlinck gedaan, en was om onduidelijke redenen gestopt. Desalniettemin kon hij er met zo veel vuur over vertellen dat de vonk oversloeg.

“Als kind wilde ik een romantische zolderkamerkunstenaar worden. Ik stelde me een bohemienachtig bestaan voor, ver weg van de wereld, in de weer met olieverf en terpentijn.”

Welke voorstelling zal je nooit vergeten? 

Ik denk aan Orphée et Eurydice van Romeo Castelucci. Ik zag nooit eerder zo’n ontroerende, eenvoudige opera: een vrouw met het locked-in syndroom luistert live, vanuit het revalidatiecentrum, naar Glucks meesterwerk, dat enkele kilometers verder in de Munt uitgevoerd wordt.

Ook De ondergang van de Titanic van Lucas Vandervost blijft me bij. Ik zag de voorstelling ooit op Theater Aan Zee. Het is een zelfportret van Lucas Vandervost, maar vooral een portret van een mens die afscheid neemt en twee uur lang probeert te achterhalen wat hij heeft verloren. Hij heeft het stuk maar enkele keren gespeeld, en telkens maakte Vandervost een nieuwe versie.

Tot slot staat ook Palermo Palermo van Pina Bausch op mijn netvlies gegrift. Ik was negentien jaar, het was de eerste keer dat ik iets van Pina Bausch zag, en was totaal overdonderd door hoe ze het politieke aan het poëtische koppelde.

Het zijn drie voorstellingen die niet harder van elkaar kunnen verschillen, maar ik denk dat ze één ding gemeen hebben: telkens breekt het echte leven door de theatrale constructie.

Wat is jouw favoriete plek? 

De Antwerpse Seefhoek. Ik ben er komen wonen vanuit een zekere pragmatiek, de huizen waren er nog betaalbaar. Ik ben langzamerhand verliefd geworden op deze wijk. Ik hou van de mensen, de morsigheid, de energie, de dynamiek, de rotvaart waarmee de wijk verandert. Het leven op straat is echt een schouwtoneel.

Waar zou je heel graag eens je werk tonen?

De Turbine Hall van Tate Modern.

Van wie heb je het meest geleerd?

Oh, er zijn zoveel mensen waar ik van geleerd heb, en nog steeds leer. Die lijst is eindeloos. Maar misschien leer ik wel het meest van mijn twee kinderen: ze zijn vier en acht jaar en houden me voortdurend een spiegel voor. Wat ik daarin te zien krijg is vaak confronterend. Daarnaast leer ik door hun ogen de wereld anders te begrijpen, of alleszins opnieuw te ontdekken.

Hoe ziet jouw werkplek eruit?

Ik deel een atelier met mijn lief, een oud klaslokaal in het poortgebouw van de Stuivenbergsite in Antwerpen-Noord. Centraal staat een grote tafel, die zich transformeert van eettafel naar vergadertafel naar bouwtafel. Daarnaast neemt mijn archief met kleine decorstukken, tekeningen en maquettes veel ruimte in.

Maar misschien meer dan die fysieke plek, waar ik eerder sporadisch werk, is mijn atelier mijn laptop en een atomaschriftje, die ik altijd bij heb. Dat nomadisch atelier kan ik overal, op elk moment openklappen, wat ik ook voortdurend doe, tot ergernis en spot van mijn FC Bergmancollega’s.

Wat doe je om te ontspannen?

De laatste tijd heb ik veel moeite om te ontspannen, alsof ik dat enigszins verleerd ben. Het is iets waar ik mezelf opnieuw in zou moeten trainen.

Ik plan om opnieuw te gaan lopen door de stad, bij uitstek een moment om alleen te zijn met mijn gedachten, niet afgeleid door iPhones en laptops, die voortdurend naar mijn aandacht hengelen.

Welke muziek luister je momenteel op repeat?

Ik luister naar Torso, een plaat van de Oostenrijkse singer-songwriter Soap&Skin. Ik zag haar tijdens het openingsevenement van de Wiener Festwochen en was totaal betoverd.

Heb je een ritueel voor je het podium opgaat? 

Met FC Bergman hebben we een ritueel dat ‘De Put’ heet. Tijdens onze eerste voorstelling Wandelen op de Champs-Elysées… was die put reëel, nu is die put denkbeeldig.

Met alle performers, techniekers, kleedsters en productieleiders komt we in een cirkel samen rond die denkbeeldige put, waarin we laatste aandachtspunten voor de voorstelling meegeven, onszelf opladen en succes en plezier wensen.

“Ik werk erg gestructureerd. Elke ochtend begin ik stipt om 9u te werken, meestal tot 17u, en vaak opnieuw zodra mijn kinderen in bed liggen.”

Wat vind je het mooiste aan je werk als theatermaker? 

Het menselijke aspect. Ik vind het een ongelofelijk voorrecht om bij elk project opnieuw in contact te komen met een hele diverse groep mensen, vaak deelnemers aan mijn projecten, maar ook curatoren, technici, ontwerpers, collega-kunstenaars…

Zo groeit er een netwerk dat zich vertakt over heel Europa, niet in carrière-opzicht, maar als een web van diepmenselijke uitwisseling van dromen, gedachten, ervaringen, plezier.

Heb je een dagelijkse praktijk?

Ja, ik werk erg gestructureerd. Elke ochtend begin ik stipt om 9u te werken, meestal tot 17u, en vaak opnieuw zodra mijn kinderen in bed liggen.

Zijn je ouders fan van wat je doet? 

‘Fan’ is een understatement. Vanaf mijn tijd aan de toneelschool tot nu zijn ze mijn meest trouwe publiek. De afgelopen twintig jaar hebben ze zo goed als alles gezien. Ze volgen me met hun camper door Europa, stemmen hun vakanties af op mijn premières en openingen, ze mobiliseren telkens heel hun achterban.

Ik heb ze maar één keer niet enthousiast geweten, toen ik een obscure performance deed op het dak van Extra City. Hoogstwaarschijnlijk hadden ze het bij het rechte eind.

Heeft theater invloed? 

Ja. Ik geloof dat kunst in het algemeen en theater in het bijzonder een democratische ruimte is van collectieve aandacht, waar mensen van alle mogelijke hoeken en kanten van de stad samenkomen.

Tegelijkertijd wil ik me ervoor hoeden om de impact die kunst kan hebben als iets meetbaars of kwantificeerbaar voor te stellen. Zowel ter linker- als ter rechterzijde van het politieke spectrum is er de ergerlijke neiging om kunst te instrumentaliseren voor hun eigen agenda. Ter rechterzijde wordt kunst ingezet ter meerdere eer en glorie van de Vlaamse identiteit. Ter linkerzijde worden kunstenaars ingezet om de gaten te dichten die gevallen zijn na de afbraak van de welvaartsstaat. Kunnen we daarmee ophouden?

“Ter rechterzijde wordt kunst ingezet ter meerdere eer en glorie van de Vlaamse identiteit. Ter linkerzijde worden kunstenaars ingezet om de gaten te dichten die gevallen zijn na de afbraak van de welvaartsstaat. Kunnen we daarmee ophouden?”

Met wie zou je graag eens samenwerken?

Ik zou heel graag eens met Laure Prouvost werken. Ik bewonder haar werk enorm. Ik hou van haar intuïtie, haar wonderlijke associaties en de vrijheid die uit haar werk spreekt. Ik hou van de materialen die ze gebruikt en de vanzelfsprekendheid waarmee ze verschillende media verbindt.

In zekere zin lijkt haar praktijk het tegendeel van de mijne, die eerder op een cerebrale, analytische manier tot stand komt.

Kunnen recensies je iets schelen?

Ja, natuurlijk. Het is altijd een eer als iemand tijd uittrekt om een aantal gedachten te wijden aan iets wat je gemaakt hebt. Het gebeurt naar mijn gevoel minder en minder, maar heel af en toe kom je een analyse tegen die iets openbaart wat je zelf nooit in het werk gezien had.

Wel probeer ik wat afstand te houden van het positieve dan wel negatieve oordeel dat in zo’n recensie besloten zit. Ik ontdekte nog niet zo lang geleden dat de reden waarom mensen een werk of performance heel erg mooi of goed vinden, vaak ook de reden is waarom anderen datzelfde werk juist helemaal niets vinden. En dat het dus vooral zaak is om je eigen kompas te volgen.

“Ik heb lang gedacht dat ik misschien in de politiek zou gaan, maar daar kom ik nu van terug.”

Wat is de laatste notitie die je gemaakt hebt? 

Ik schreef neer in mijn notitieboekje dat Michel Follet een kermiskenner is. Kan hij helpen in mijn zoektocht naar een kermisomroeper voor mijn Symphony for one hundred citizens and a traffic light?

Als je een tweede carrière zou beginnen, in welke sector zou dat dan zijn? 

Ik heb lang gedacht dat ik dan in de politiek zou gaan, maar daar kom ik nu van terug. Ik word moedeloos en wanhopig van het partijbrede, weerzinwekkende, cynische machtsspel, en dat in een tijd van polycrisis.

Denk je dat het theater in de toekomst zal blijven bestaan? 

Ja, daar ben ik van overtuigd. Theater heeft al zo’n lange weg afgelegd en zoveel crisissen en metamorfoses doorgemaakt. Uiteindelijk draait het om de communicatie van mens tot mens, en daar kan geen artificiële intelligentie tegenop.


De speeldata van Symphony for one hundred citizens and a traffic light vind je hier.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

interview
Leestijd 8 — 11 minuten

#180

15.09.2025

14.12.2025

Thomas Verstraeten

Thomas Verstraeten woont en werkt in Antwerpen en is theatermaker, acteur en beeldend kunstenaar. Hij maakt sinds 2017 deel uit van theatergezelschap FC Bergman. Hun voorstellingen worden gekenmerkt door hun groots aan elkaar gemonteerde beelden en onderzoek naar theater in immense ruimtes, met groepen figuranten en integratie van video.

Daarnaast werkt hij aan een solopraktijk die laveert tussen podiumkunsten en beeldende kunsten. Zijn projecten zijn vaak grootschalig, geworteld in de stedelijke publieke ruimte en getuigen van zijn fascinatie voor de mooie, morsige manieren waarop mensen hun leven vormgeven. In deze praktijk destilleert Verstraeten narratieven uit de bewegingen van de stad en haar bewoners, uit haar zichtbare en verborgen verhalen en levens.

Dit artikel maakt deel uit van: Artiesteningang

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!