© Benning & Gladkova

Leestijd 3 — 6 minuten

Artiesteningang: Naomi Velissariou

Naomi Velissariou (Bilzen, 1984) is een Grieks-Belgische regisseur, schrijver, acteur en performancekunstenaar met een fascinatie voor de vloeibaarheid van de hedendaagse identiteit en de manier waarop deze wordt ingezet in de huidige beeldcultuur. Onlangs won ze de Theo d’Or, de Nederlandse prijs voor beste vrouwelijke hoofdrol, voor haar voorstelling Pain Against Fear.

Wat was je vroegste aanraking met de podiumkunsten? 

Een workshop ‘plankenkoorts’ in het cultureel centrum van Genk.

Wat wou je als kind worden? 

Eerst non, dan ballerina en daarna secretaris-generaal van de NAVO.

Wanneer wist je dat je het theater in wilde?

Toen ik op de middelbare school de tragedies van Aeschylus, Euripides en Sophocles moest vertalen en mijn leraar Grieks ons bij wijze van context alle films van Pasolini liet zien.

Van welke voorstelling heb je recent wakker gelegen? 

Van mijn voorstelling Pain Against Fear, die over mijn grootste angsten gaat. Ze is het laatste deel van een trilogie, waarvan de eerste twee delen achteraf gezien voorspellingen bleken van wat daarna in mijn leven zou gebeuren.

Welke voorstelling is onvergetelijk?

The Pyre van Gisèle Vienne, Recovery van Florentina Holzinger, Hideous Women van Susanne Kennedy en Boogaerdt/Vanderschoot, Studio Vivarium van Philippe Quesne, P Project van Ivo Dimchev, elk concert van Benjamin Clementine, en Opening Night van Ivo van Hove. Omdat ze allemaal een domein aanboorden in mijn hoofd, hart en lijf dat tot dan toe onaangeboord was gebleven.

Wat is je favoriete plek? 

Een platte rots achter een aanlegsteiger bij het uiteinde van het kustdorpje Assos op het Ionische eiland Kefalonia.

Waar zou je heel graag eens je werk tonen?

Vooruit in Gent, De Grote Post in Oostende, De Studio in Antwerpen, C-mine in Genk en de KVS in Brussel, omdat mijn werk dan een podium zou hebben in Vlaanderen.

Van wie heb je het meest geleerd?

Van mijn leraar Grieks, van de totale discrepantie tussen de leer van Dora van der Groen en die van René Lobo, van de onverschrokkenheid van Florentina Holzinger en de kwetsbaarheid van Abke Haring. En van mijn zoon van twee.

Hoe ziet jouw werkplek eruit?

Koffie, tafel, microfoon, laptop, telefoon, water, koffie.

Heb je een ritueel voor je het podium op gaat? 

Wanneer ik aankom in het theater doe ik eerst een soundcheck en controleer ik de lichtstanden. Daarna eet ik samen met mijn team en doe ik een powernap. Vervolgens put ik mezelf een uur lang fysiek uit, stretch ik en ‘leg ik mijn pijn neer in de ruimte’ (een niet te verklaren ritueel dat ik heb overgenomen van Abke Haring), dan warm ik mijn stem op, check ik mijn props, neem ik een douche, trek ik mijn kostuum aan en ga ik op.

Wat is het mooiste aan je werk? 

De onverdeelde concentratie die in een ruimte hangt als publiek en performers één zijn.

Zijn je ouders fan? 

Mijn ouders zijn trots op mijn carrière, maar komen niet vaak kijken naar mijn werk. Ik denk dat ze zich een beetje schamen voor hoe ik op het podium sta, en tegelijk blij voor me zijn dat er genoeg andere mensen zijn die het kunnen appreciëren.

Heeft theater invloed? 

Ik denk dat theater er baat bij heeft om kruisbestuivingen aan te gaan met andere disciplines en domeinen, om vervolgens zichzelf als kunstvorm te herdefiniëren. In potentie heeft het meer invloed dan nu het geval is.

Met welke kunstenaars voel je je verwant? En met wie zou je graag eens samenwerken?

Ik voel me verwant met Joost Maaskant, Floor Houwink ten Cate, Florentina Holzinger, Nanouk Leopold, Performancecollectief Urland, Thibaud Delpeut, Veerle Baetens, Abke Haring, Gary Gravenbeek, Rik van den Bos, Athos Burez en Frederik Heyman. Ik zou graag eens samenwerken met Stromae, Felix Van Groeningen, Melanie Bonajo, FC Bergman, Emmanuel Adjei, Fien Troch, Cindy Sherman, Nina Polak, Tim Mielants, Yorgos Lanthimos, Lukas Dhont en James Blake.

Wie zou je graag eens zien samenwerken? 

Performancecollectief Urland en Florentina Holzinger.

Heb je ooit een bijzondere ontmoeting gehad met een toeschouwer? 

Ik ben een keer aan de praat geraakt met een jongen uit het publiek, en toen gingen we dansen en courgetteschijfjes frituren voor dronken mensen op een afterparty. Nu hebben we een kind.

Kunnen recensies je raken? 

Een van mijn drijfveren om theater te maken is de compulsieve drang om begrepen en aanvaard te worden om wie ik ben. Ik zou dus liegen als ik zei dat recensies daar geen onderdeel van uitmaken. Ik moet wel zeggen dat het afhangt van de recensent, hoe zwaar een oordeel weegt op mijn gemoed. Mijn inschatting van de recensent is alleszins bepalender dan het aantal sterren. Dat geldt zowel voor positieve als negatieve recensies.

Wat is de laatste notitie die je gemaakt hebt? 

‘If you make love the way you make music, I will put all your songs on repeat.’

Is kunst je leven? 

Ja. En andersom.

Als je een tweede carrière zou beginnen, in welke sector zou dat dan zijn? 

In de politiek.

Denk je dat het theater in de toekomst zal blijven bestaan?

Ik denk dat het theater de kunstvorm van de toekomst is. Het is een live medium dat zowel kan opgaan in andere kunstvormen als die andere kunstvormen in zich kan verenigen.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

interview
Leestijd 3 — 6 minuten

#166

01.12.2021

14.03.2022

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!