© Benny Stroet

Leestijd 7 — 10 minuten

Artiesteningang: Khadija El Kharraz Alami

De Amsterdamse Khadija El Kharraz Alami studeerde in 2014 af aan de acteursopleiding van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Voor ‘Nu Ben Ik Medea’ won ze de TAZ-KBC jongtheaterprijs en de TAZ- jongerenjury prijs. Met haar nieuw werk, de reeks ‘Re-claiming Space’ werkt ze toe naar een enscenering van The Waves van Virginia Woolf die in het voorjaar 22’ in première zal gaan.

Wat was je vroegste aanraking met de podiumkunsten? 

Dat is een moeilijke en confronterende vraag omdat ik uit een sociale klasse kom die ervoor zorgt dat ik niet per se op de conventionele manier in aanraking kwam met podiumkunsten.

Als het gaat over de conventionele manier van theatermaken, dan vond mijn vroegste aanraking plaats op de basisschool met de playbackshow of via jeugdtheater de Krakeling in Amsterdam. Maar misschien was de niet-conventionele manier wel belangrijker. Ik was als kind al dol op het gegeven dat je live iets kon doen voor een publiek. Dan denk ik aan de dansjes die ik buiten op straat maakte met mijn jeugdvriendinnetjes en aan alle Marokkaanse traditionele feesten en bruiloften waarbij er gezongen en gedanst werd. Ik hield ervan als de vrouwen samenkwamen om elkaar te vermaken en verhalen te vertellen. ‘Vertel het nog eens,’ vroeg ik dan, of ‘hoe liep het dan af?’, ik vond die verhalen ongelooflijk spannend.

Wat wou je als kind worden? 

Al in mijn vroegste herinnering wilde ik actrice worden. Niet dat ik toen wist wat dat precies betekende, maar ik wilde mensen aan het lachen brengen en laten zien wat ik kon met mijn stem, mijn gezicht en mijn lichaam. Spelen in films was mijn grootste droom.

Wanneer wist je dat je het theater in wilde?

Ik ging in het begin van de theaterschool naar veel voorstellingen van de grotere gezelschappen in Nederland. In eerste instantie kon ik me niet verbinden met wat ik zag in het theater, ik herkende mezelf niet in wat er getoond werd, niet in de vertellingen en niet in de acteurs.

Totdat ik Romana Vrede op het toneel zag, toen voelde ik mij verbonden, gezien en gehoord.

Na een tijd ontdekte ik verschillende soorten makers en collectieven, ik zag andere conventies en mogelijkheden en toen groeide er een ander beeld en een andere definitie van theater voor mij.

Ik kwam ook pas echt in aanraking met theatermaken toen ik naar de toneelschool ging. Ik was er begonnen omdat ik filmactrice wilde worden. Maar tijdens de opleiding ontdekte ik dat ik zelf ook dingen kan maken en dat ik mijn eigen verhalen kan vertellen. Na een jaar wist ik dat ik daar mijn werk van wilde maken. Toen was ik 25.

Van welke voorstelling heb je recent wakker gelegen? 

Let Me Tell You Something You Already Know’, de solo van Merel Severs. Ik was betrokken bij het maakproces en ik vind haar een erg sterke maker en performer. Het stuk gaat over machtsmisbruik en seksuele intimidatie, onderwerpen waar nog te weinig naar gehandeld wordt en die nog steeds niet altijd ernstig genoeg worden genomen. Merel gebruikt op een heel moedige manier haar eigen materiaal, ze is echt iemand om in de gaten te houden.

Wat is je favoriete plek? 

Sowieso zijn dat de bergen, met bovenaan mijn favorietenlijstje het Atlasgebergte. De bergen brengen me rust door hun overweldigende weidsheid, de vergezichten en ook doordat je je er als mens zo nietig voelt.

Waar zou je heel graag eens je werk tonen?

Ik wil graag op internationale festivals spelen die op een hoog niveau met performance bezig zijn, denk maar aan ImPulsTanz, Holland Festival, of Kunstenfestivaldesarts. Dat verlangen heeft wellicht te maken met het feit dat ik wil ervaren of wat ik maak wel zo universeel is als ik hoop. Ik ben benieuwd naar wat mijn werk communiceert op dat niveau, wat de reacties zijn en hoe het ervaren wordt.

Van wie heb je het meest geleerd?

Van de vrouwen in mijn familie: mijn grootmoeder en mijn moeder. En niet per se met een zachte hand.

Hoe ziet jouw werkplek eruit?

Op zich is het wel geordend en overzichtelijk. Er hangen heel wat foto’s van mijn grootmoeder toen ze jonger was en van mijn ooms toen ze klein waren. Het zijn heel oude foto’s om me eraan te herinneren waar ik vandaan kom. Daarnaast liggen er veel boeken, essays en post-its.

Heb je een ritueel voor je het podium opgaat? 

Als ik in een maakproces zit, ben ik heel gedisciplineerd. Ik ga elke morgen de yogamat op en ga intensief hardlopen. Ik wil mezelf in die periodes fysiek fit en gezond houden en mijn hoofd leeg kunnen maken, om zo heldere keuzes te maken. Vlak voor ik opga, doe ik veel ademhalings- en stemoefeningen, en een fysieke opwarming natuurlijk. Ik ga ook altijd op voorhand gewoon stil in de ruimte staan om te voelen wat de ruimte in mij beweegt.

Wat is het mooiste aan je werk? 

Ik weet niet of het aan mij is om die vraag te beantwoorden. Ik laat het liever aan het publiek om dat te benoemen. Wat ik wel kan meegeven, is dat ik graag werk rond het niet-weten. Er schuilt voor mij schoonheid in het feit dat ik niet weet langs welke kant de munt valt. Verder is het het mooist wanneer zowel ik als het publiek verrast zijn over hoe een voorstelling binnenkomt.

Zijn je ouders fan? 

Nee. Ze zijn nog nooit komen kijken. Ze zijn gescheiden toen ik negen maanden was en ik ben opgevoed door mijn grootmoeder. Ik heb mezelf aangepraat dat ze vast stiekem fan zijn van mij als persoon, maar mijn werk kennen ze niet. Het grootste deel van mijn familie is niet betrokken. Mijn volle zus is een keertje komen kijken en mijn halfzusje ook. Enkel mijn nichtje en mijn oom zijn echt fan. Ik ben het gewend dat we mijn werk gescheiden houden van de familie: wat ik doe, is wat ik doe maar dat staat los van de familiebanden. En dat is voor iedereen goed. Ondanks dat mijn moeder er niet fysiek bij is, is ze bovendien toch altijd erg aanwezig in wat ik maak.

Ik vind trouwens dat de standaard hierrond gerust mag veranderen. Veel middenklassers in de theaterwereld gaan ervan uit dat je ouders komen kijken. Ja, dan wordt het inderdaad iets eenzaams als ze er niet zijn. Terwijl ik nooit anders gekend heb en er ook de voordelen van zie. Ik had er nooit bij stilgestaan tot ik verbaasde reacties kreeg bij de toonmomenten op de toneelschool. Natuurlijk is het supermooi als je een ouder hebt die heel enthousiast en trots is, dat zal ik niet ontkennen. Maar ik ben dankbaar voor mijn publiek en voor wie er is en ik vind het ook prima dat er mensen niet zijn.

“Veel middenklassers in de theaterwereld gaan ervan uit dat je ouders komen kijken. Terwijl ik nooit anders gekend heb en er ook de voordelen van zie. Ik vind dat de standaard hierrond gerust mag veranderen.”

Heeft theater invloed? 

Theater zou in positieve of negatieve zin invloed kunnen hebben, ja. De theaterwereld is nog altijd niet voor iedereen toegankelijk, het is exclusief. Als je er via school of op een andere manier mee in aanraking komt, dan kan het heel bevrijdend zijn om bijvoorbeeld jezelf te herkennen in een verhaal of een beweging. Dat kan zeker dingen losmaken. De ervaring spreekt, I guess.

Met welke kunstenaar(s) voel je je verwant?

Degenen die zich buiten de gebaande paden bewegen en onderzoek en experiment als een hoger goed in hun werk meedragen. Kunstenaars waarvan het onderzoek zichtbaar blijft in het werk. Makers die onconventioneler zijn. Kunstenaars die moedig zijn in onderwerp, handelen en vorm. Ik hoop vooral zo’n werk te kunnen maken.

Heb je ooit een bijzondere ontmoeting gehad met een toeschouwer? 

Heel vaak zelfs. Ik denk dan aan toeschouwers die furieus zijn en mij uitschelden omdat ze het zo oneens zijn met wat ik heb gemaakt. Of mensen die me komen uitleggen hoe ik het anders moet doen en dan beginnen roepen. Evengoed zijn er jongeren die me lieve en emotionele brieven sturen of die na een voorstelling zo ontroerd zijn dat ze me een knuffel willen geven.

Eigenlijk wil ik na een voorstelling vaak meteen naar huis omdat ik me zeker na een solo erg kwetsbaar voel, maar ik kies er tegen die drang in toch vaak voor om naar de foyer te gaan en mijn publiek te ontmoeten.

Kunnen recensies je iets schelen? 

Nee. Het is wel zo dat ze een perspectief schetsen van de persoon die het schrijft en/of een standaard en privilege vormgeven. Het maakt zichtbaar dat het nog altijd niet inclusief is en dat eenzijdige perspectieven, acteurs en of performers met een kleurrijke identiteit makkelijk weggezet worden als ‘too much’, en dàt kan me wel iets schelen. Een tijd terug koos een recensente bepaalde woorden voor haar recensie over de voorstelling van Dood Paard. Zij liet zich uit over een performer die meespeelde en/of over een voor haar overduidelijk ongekende conventie en artistieke keuze. Die woorden had ze wellicht wel beter kunnen wikken en wegen. Ik geloof dat we op de momenten wanneer we (nog) niet begrijpen wat we zien of ervaren, we niet de ander als ‘too much’ moeten willen wegzetten, maar de eigen kaders zouden moeten willen bevragen in plaats van het, zonder na te denken, af te meten aan eigen waarheden.

Natuurlijk is het leuk als je een positieve review krijgt en sommige recensenten leveren goede teksten af waarin vragen worden gesteld die relevant zijn voor het werkveld. Het is een discipline die ik op zich dus wel respecteer. Maar elkaar afvallen, daar moet ik een beetje om lachen. Bovendien is het standpunt van waaruit er nu geschreven wordt te eenzijdig. Ik zou benieuwd zijn naar de visie van recensenten die de kunsten niet met de paplepel hebben meegekregen.

“Ik zou benieuwd zijn naar de visie van recensenten die de kunsten niet met de paplepel hebben meegekregen.”

Wat is de laatste notitie die je gemaakt hebt? 

‘Rustig blijven en ademhalen. Liefde, alleen maar liefde.’

Gisteren zat ik nog als klein meisje met mijn voorhoofd tegen het raam te fantaseren over hoe ik uit mijn toenmalige wereld zou raken en nu verlang ik er alleen maar naar terug. Al ben ik wel heel erg dankbaar voor wat ik heb. Maar omdat mijn pad zo onbewandeld is, blijft het soms overweldigend. Ik blijf tegen dingen aanlopen binnen het instituut, ik blijf me afvragen of dit wel de plek is om mijn verhaal te vertellen. Daarom moet ik ademhalen, rustig blijven en gelijkgestemden om me heen verzamelen, die ik gelukkig tref in het werkveld en in het leven.

Is kunst je leven? 

Ik weet niet wat kunst is en ik weet niet wat mijn leven is. Ik weet ook niet of ik per se bezig ben met kunst. Het is niet aan mij om te benoemen dat dat is wat ik doe. Wel ben ik heel nieuwsgierig en ik denk dat dat mijn leven wel bepaalt, net als het niet-weten.

Mijn nieuwsgierigheid is mijn leven, dat is wat mij beweegt.

Als je een tweede carrière zou beginnen, in welke sector zou dat dan zijn? 

Ik denk dat ik iets analytisch of beleidsmatig zou doen binnen de pedagogiek of de didactiek. Ik zou me bemoeien met educatie, kinderen zijn de toekomst, teach them young.

Denk je dat het theater in de toekomst zal blijven bestaan?

Zeker, maar misschien niet in de huidige vorm. We moeten voorbij de huidige normen durven kijken. Ik denk dat theater sowieso veel meer buiten het instituut en de blackbox beweegt dan erbinnen. Voor mij staat het contact maken, de verbinding, de ambacht en het ritueel van verhalen vertellen voorop. Welke institutionele vorm theater heeft of krijgt, maakt me minder uit.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

interview
Leestijd 7 — 10 minuten

#162

01.12.2020

14.03.2021

RECENT VERSCHENEN

interview

RECENT VERSCHENEN

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!