Axel Doumen en Mireille Vandervelpen – “Met vuur spelen” – (Theater Teater) – Foto Marc Peeters

Leestijd 5 — 8 minuten

Arca en Theater Teater: Jappe Claes regisseert

KRONIEK – LEERDE ALLE ARTIKELS UIT HET HOOFD

Jappe Claes debuteerde dit seizoen als regisseur bij Arca met Het café van R.W. Fassbinder. Daarvoor regisseerde hij ook al in het amateurtoneel, o.a. bij Theater Teater een fel opgemerkte Kamers. Met dezelfde groep bracht hij intussen Met vuur spelen, naar Strindberg.

Qua thematiek liggen de stukken in mekaars verlengde, maar het verschil in produktieomstandigheden pleit, eigenaardig genoeg voor de amateurprodukties.

Naar een Fassbinder keek je altijd met spanning uit. De man had zoveel in zijn mars dat zijn films je steeds weer verrasten. Hij kon melodramatisch uit de hoek komen, pathetisch en zwaar kitscherig, maar hij wist dat altijd aanvaardbaar te maken door een creatieve omgang met het filmmedium: cameravoering, belichting, koloriet vormden de sobere bestanddelen van zijn rijke vormentaal, zijn schitterende acteursregie verklaarde de andere helft van je fascinatie. Hij slaagde erin de melocode subtiel te bespelen, zodat hij tegelijk het grote publiek bereikte en je tot opnieuw kijken en nadenken verleidde. Plezierig was ook dat je nooit lang op Fassbinder moest wachten: hij brandde zichzelf op aan een hels tempo. Films werden op enkele weken gemaakt, altijd was hij met zeven zaken tegelijk bezig.

Dat Fassbinder in het theater begonnen is, is minder bekend. Minder belangrijk ook. Met het Antitheatercollectief schopte hij tegen normen en smaak van de goegemeente, maar dat bleef marginaal. Behalve het feit dat hij er een aantal acteurs ontmoette die zijn filmwerk mee hebben groot gemaakt, heeft hij er weinig sporen nagelaten.

Als drama-auteur is Fassbinder vooral bekend van het nog niet opgevoerde Der Müll, die Stadt und der Tod. Postuum kreeg Fassbinder een hele gemeenschap op straat met betogingen, spandoeken, bezetting en dies meer naar aanleiding van de première van het als anti-joods en racistisch bestempelde stuk, die uiteindelijk werd afgelast. Daarnaast schreef hij nog een tiental stukken, waarvan Bremer Freiheit het bekendste, Das Kaffeehaus (1969, naar Goldoni) één van de minst bekende is. Daarmee zet Arca zijn loffelijke gewoonte voort om ongespeelde / onspeelbaar geachte / derderangs teksten op te diepen.

Met enige verbazing luister je naar de tekst: een vreemde mengeling van taalregisters, en echo’s van zeer verscheiden theaterwerk. Brecht is nooit ver uit de buurt (een combinatie van de jungle in lm Dickicht der Städte met de kapitalistische western Mahagonny) naast ingrediënten van het psychologisch drama en boulevard-vermommingscènes. Karamelleverzen worden afgewisseld met “tragische” bespiegelingen. Loopt het even uit de hand, begint men platjes te schelden (reet, scheet en dies meer). De uiteindelijke moraal van de microwereld in Het café (bestaande uit een café, een speelhol en de beurs) klinkt eensgezind: de wereld zit vol boeven en bedrog, vertrouw niemand en alles is te koop.

De taal- en stijlverscheidenheid worden in de regie gehandhaafd: zo maak je het mee dat een hoer in “schoon ABN” wat bespiegelingen ten beste geeft terwijl ze op een vies toilet haar gevoeg doet. Bevreemdende beelden verschijnen tussen realistische details. Een goedkoop crimisfeertje voert de boventoon naast stripverhaalprocédés waaraan enkele ongeloofwaardige omkeringen worden ontleend en een typecasting verdeeld over bakkebaardslechterikken, zwaargeringde pooiers, brave wollenmutsenmoeders. Dat alles speelt zich af in een eenheidsdecor (een café) waarvan de achterwand bestaat uit zwarte golfplaten waarin verrassend veel deuren, poorten en luiken verstopt zitten waarachter men mekaar beloert, afluistert: een decor van verschijningen en verdwijningen.

Mijn voornaamste bezwaren, de reden ook waarom de produktie m.i. (nog, het was de tweede speeldag) niet werkte, gelden het ritme en het acteergehalte. De voorstelling verliep traag, sleepte zich soms moeizaam voort, terwijl de stripverhaalcontext en het decor een flitsend, beweeglijk, verrassend ritme dicteerden. De acteursprestaties waren vrij zwak. Niemand slaagde erin zijn type-oorsprong gedurende de hele voorstelling boeiend te houden: Bob De Moor (Marzio) en Mark Verstraete (Trappolo) wisten af en toe hun personage in houding, ritme en beweeglijkheid vorm te geven, maar putten uit een te kleine marge om dat continu vol te houden. Voor de rest overheersen vocale luiheid en ergerlijke oppervlakkigheid.

Bij zijn eigen groep Theater Teater regisseerde Jappe Claes Met vuur spelen (naar Strindberg). Opnieuw een stuk waar het cynisme waarmee mensen met mekaar omgaan de pan uitswingt, nu in een gekwadrateerde en uitgepuurde versie: de maatschappelijke metaforiek is verdwenen, er wordt ingezoomd op een familieportret, en wel daar waar de familie het meest familie is: aan zee.

Een hete zomerdag. Zo’n dag waarop de siësta eindeloos mag duren. Waarop enkel water, liefst ijsgekoeld, en bier je uit de brand kunnen helpen. Op zo’n dag brengt de vriend, die een hele tijd geleden plots verdween wegens een escalerende liefdesverhouding met de schoondochter des huizes, opnieuw een bezoek aan het zomerverblijf van de familie. Nauwelijks is hij gearriveerd, of de liefdesmachine wordt weer in gang gezet: de nicht wil wel met de vriend, alles aan haar schreeuwt om liefde, maar ze krijgt het niet over haar lippen; tegelijk heeft ze wat met de zoon des huizes. Deze heeft op zijn beurt een warme verhouding met de vriend, hitst zijn vrouw op tot overspel en dweept eenmaal het zover is met zijn jaloezie. Zijn moeder zweert met hem samen; zijn vader, in een rolstoel, zit met dat alles vanop afstand fijntjes te lachen, maar heeft ook zijn aandeel in de hoerenkast via een verhouding met de nicht. Enfin, het bekende opwindende gevaarlijke spel met gevoelens, de vakantieliefdes aan zee, met een zon die de lijven ophitst en de zee die ongestoord de branding spoort.

Deze vakantiegenoegens worden door Jappe Claes in een extreme graad getoond: erotiek, frustratie, jaloezie als elementen van deze liaisons dangereuses verhevigen tot neurose, gevoelsmasochisme, small-sex. Het tonen, uitspelen van de verheviging is ook de leest waarop de acteursregie is geschoeid. Dat uit zich o.a. in de houding, uitzicht en motoriek van de personages: de voetspreidstand van de zoon, de driftige passen van de nicht of haar geschuifel langs muren, de sullige motoriek van de vriend. Personages worden op die manier eerst fysiek getypeerd. Eenmaal zo’n fysiek ontwerp afgelijnd, volgt de rest vanzelf: ritme, stemgedrag, samenspel. In tegenstelling tot Het café past dat allemaal organisch in mekaar, en voor de vergrotende trap die Theater Teater hierbij bespeelt, is dat al een prestatie op zich.

Maar er is meer. Het uitvergroten van personages en spelsituaties leidt uiteraard tot groteske toestanden. Het cynisme kent daarbij geen grenzen: er wordt gesold met de rolstoel, en ook de rest van het rollend materieel (een kinderkoets) wordt zo ver mogelijk uit de weg gezet. Emotionele noodkreten worden onthaald op gelach. Voortdurend laveert men van groteske naar tragische situaties en, in de voorstelling die ik zag, wordt die evenwichtsoefening constant volgehouden. Bovendien, en ook dat is een kwaliteit voor dit soort toneel, worden de acteurs totaal anders gecast dan in de vorige produktie van de groep. Men kiest bewust voor andere personageontwerpen die van de acteurs een ander soort beweeglijkheid, stemregister, ritme eisen. Men blijft niet stilstaan bij een eenmaal gevonden idioom, men doorbreekt dit bewust en overtuigend. Dat het soms te letterlijk uitbeelden van de tekst mij stoorde, dat de sfeer nog demonischer en indringender kon zijn, dat de zeer mooie ruimte van de “Usine a vapeur” in Mechelen nog beter geïntegreerd kon worden, doet niets af van de echte kwaliteiten van de produktie: ze biedt een ander, extroverter, theatraler acteeronderzoek, en een alternatief podium voor het toneel van de MMT-fabriek of -stal. Als je de twee produkties vergelijkt valt op dat Arca, ooit opgestart als experimenteel gezelschap, het produktieproces van het gevestigde theater overgenomen heeft, met, in het geval van Jappe Claes, een oppervlakkig resultaat als gevolg. Voor echt onderzoekswerk, dit veronderstelt het voortdurend anders uitproberen, opnieuw beginnen, dus veel langere repetitieperiode, is daarin geen ruimte. Het geeft toch te denken dat een professioneel theatermaker bij een amateurgezelschap beter presteert.

 

HET CAFE

auteur: RW. Fassbinder; vertaling: Jappe Claes, Pol Dehert, Dirk Segers; groep: Arca; regie: Jappe Claes; decor: Michael Gert Peter; kostuums: M.G. Peter en Katrien Devos; spelers: Bob De Moor, Guido Van Den Berghe, Wouter Van Lierde, Mark Verstraete, Jan Moonen, Pol Vanhoutte, Brit Alen, Martine Jonckheere, Carmen Joncheere, e.a.

Gezien op 12 september in de Baudelookapel, Gent.

MET VUUR SPELEN auteur: Strindberg; groep: Theater Teater; regie: Jappe Claes; scenografie: Guido De Smet; spelers: Leo Segers, Rosine Segers, Axel Doumen, Mireille Vandervelpen, Carina Van der Sande, Guy Segers.

Gezien op 26 oktober in de Usine à vapeur, Mechelen.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

agenda
Leestijd 5 — 8 minuten

#16

15.01.1987

14.04.1987

Luk Van den Dries

Luk Van den Dries is hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en redacteur van Etcetera. Hij wijdde zijn doctoraat aan de opvoeringsgeschiedenis van Heiner Müller in Vlaanderen en is gespecialiseerd in het naoorlogse Vlaamse theater.

 

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!