Nachtland – Tg STAN
Een schilderijtje doorbreekt het stilzwijgen
Klaas Tindemans
© Fred Debrock
In ALL TOGETHER NOW! zet regisseur Suze Milius zes acteurs rond een tafel. Ze eten, zingen, zwijgen en botsen in scènes die familiediners, kantinelunches en vriendenweekends evoceren. Maar Milius legt zoveel diffuus materiaal op tafel, dat die gaandeweg onder het gewicht bezwijkt.
De tafel: het meubelstuk waarrond mensen al eeuwenlang verzamelen om te eten in heel wat culturen. Milius toont dat die collectieve samenhorigheid rond tafel mooi in een van de eerste scènes, waarin de acteurs als naïeve Teletubbies een onwezenlijk koor vormen. Unisono zingen ze “ha” tijdens een triomfantelijke dans rond de tafel die ze samen in elkaar gezet hebben.
In mijn internetzoektocht naar de geschiedenis van de tafel, stoot ik herhaaldelijk op de stelling dat ‘tafelen’ altijd een collectieve ervaring is geweest. Maar dat is het natuurlijk niet meer. Ik vraag een vriend wanneer hij de tijd vindt om zoveel realityreeksen te bekijken. ‘Terwijl ik eet’, is het antwoord. We tafelen tegenwoordig maar al te vaak apart achter een scherm in plaats van ‘all together’. Vandaar misschien het krampachtige uitroepteken en de dito kapitalen in de titel van de voorstelling, en de stroeve, gespannen, escalerende – en vooral – mislukte pogingen tot gesprekken die de eclectische groep acteurs (Rodrigo Batista, Sara De Roo, Stefan Jakiela, Patricia Kargbo, Gustav Lauesen en Janneke Remmers) opvoeren.
“We tafelen tegenwoordig maar al te vaak apart achter een scherm in plaats van ‘all together’. Vandaar misschien de stroeve, gespannen, escalerende – en vooral – mislukte pogingen tot gesprekken.”
De tafel brengt mensen samen, willens nillens. In die zin thematiseert ze in ALL TOGETHER NOW! intermenselijke relaties, een thema waarmee Milius ook in vorig werk aan de slag ging. De tafel symboliseert de constructie en deconstructie van het kerngezin, de polarisatie binnen families en vriendengroepen, machtsverhoudingen.
Ze staat dus ook voor wie (of wat) zichtbaar is, voor wie er wel of niet een plaats rond de tafel is. In de programmabrochure verwijst dramaturg Marie Peeters naar Sara Ahmed om te illustreren hoe de tafel inclusie én uitsluiting symboliseert: “We tend to notice what shuts us out.” Dat wordt versterkt door de aanwezigheid van een visueel aantrekkelijke, podiumbrede constructie waaraan lichtblauwe gordijnen hangen. Eveneens een theatraal decorstuk dat zichtbaar of onzichtbaar maakt. Even heb ik de sensatie dat de gordijnen niet uit stof, maar uit stukken golfplaat bestaan – zo onverstoorbaar glanzend hangen ze in de plooi. Maar net zoals de tafel is de constructie uit verschillende stukken geassembleerd, die gaandeweg uit elkaar gehaald, verschoven en herschikt worden.
“De tafel vormt een metafoor voor machtsverhoudingen, voor samenhorigheid, uitsluiting, insiders en (al dan niet zelfgekozen) outsiders.”
Tegelijkertijd vormt de tafel een metafoor voor de voor- en nadelen van collectiviteit: samenhorigheid, uitsluiting, insiders en (al dan niet zelfgekozen) outsiders. In elke scène verlaten één of meerdere acteurs de tafel. “Schat, ik ga weg”, kondigt De Roo, in de rol van mater familias, aan. Lauesen gaat subtiel weg van de luid discussiërende vriendengroep. Volgens de programmabrochure gaat de voorstelling net over dat opstappen: uit een situatie of – metatheatraal – uit een rol. Dat gebeurt uiteraard na een conflict dat zich innerlijk of binnen de groep heeft uitgespeeld. Dat conflict blijft echter vrij abstract of symbolisch: ‘de vader’, ‘een werknemer’, of ‘een vriend’ verwijderen zich van tafel.
In de programmatekst las ik dat de voorstelling ook een ode aan conflict wil zijn. Een viering van verschil, van frictie: personages gaan niet alleen van tafel, de lange tafel zelf wordt uit elkaar getrokken, de indrukwekkende gordijnenwand wordt uit elkaar geschoven in losse decorstukken die kriskras door elkaar staan, het gezang van de acteurs gaat van unisono (‘ha’) naar harmonieuze meerstemmigheid naar onheilspellend gezoem, pogingen tot polyglotte gesprekken (in onder andere Nederlands, Engels, Portugees en Deens) ontaarden in kakafonie, intermezzo’s door bemiddelaars, voorgelezen boodschappen, wetenschappelijke uiteenzettingen over de hersencortex die met behulp van levensgrote poppen worden gevisualiseerd, onbegrijpelijke telefoongesprekken en speeches gericht tot een afwezige mister president. Volgt u nog?
De omarming van conflict resulteert in chaos. In de afwisseling van uiteenlopende (pogingen tot) gesprekken en scènes raak ik de draad kwijt. Misschien is het de bedoeling dat de wanorde overheerst, maar als kijker flitst net iets te vaak door mijn hoofd: waar gaat dit over? Over conflict, over chaos, over machtsverhoudingen, over weggaan?
“De omarming van conflict resulteert in chaos. Misschien is het de bedoeling dat de wanorde overheerst, maar als kijker flitst net iets te vaak door mijn hoofd: waar gaat dit over?”
Niet alleen de thematiek, maar ook het gelegenheidsensemble komt weinig coherent over. Ook dat is vermoedelijk intentioneel. De kostuums lijken het enige bindmiddel te vormen: identieke gifgroene overalls die af en toe werden afgestroopt om bij elkaar passende bovenstukken te onthullen (geblokte hemden voor de vrienden, effen hemden met synthetische dassen voor de collega’s, etc). Conceptueel klopt dat contrast tussen visuele uniformiteit en een gebrek aan samenspel, maar het zorgt voor een enorme afstand tot de archetypische, vlakke en vaak onbegrijpelijke personages, voor zover je überhaupt over personages kan spreken.
Als ook de theaterzaal een tafel is, moet die dan eveneens worden gedeconstrueerd? Horen wij hier wel te zitten met z’n allen in deze pluche zitjes? Het zijn bijzonder terechte vragen, maar de vorm waarin Milius ze giet maakt ALL TOGETHER NOW! moeilijk te volgen. Ik vrees dat ze zich vooral verloren heeft in een gebrek aan thematische focus en een te veel aan ingevingen. De tafel is, met andere woorden, zo vol, dat ik niet meer zie wat erop ligt.
De vormelijke contrasten tussen orde en homogeniteit versus chaos en conflict doen me denken aan een passage uit het boek Everybody. Daarin onderzoekt Olivia Laing hoe alledaagse lichamen de status quo kunnen uitdagen. Hen beschrijft het ordentelijke, gedisciplineerde (machts)blok dat de fascisten vormden. (Hoe aanlokkelijk én subtiel dreigend was het homogene hemelsblauw van de gordijnenwand aan het begin van de voorstelling?) Tegenover het blok staat de chaos en transgressie van de zogenaamde zwerm – een ongeregelde massa die als onwenselijk en vaak ook onmenselijk wordt beschouwd door de heersende krachten. ALL TOGETHER NOW!: geen vriendelijke koordirigent of popster, maar de dwingende roep van de heersende machten? Verwijst de politieke getinte slotscène (“So I had a dream”, zegt Batista) naar activistische pogingen om ongelijkheid uit te dagen, naar de moeilijkheid om elkaar te vinden in een gepolariseerde wereld?
Welke status quo probeert Milius exact uit te dagen met haar over het podium uitzwermende acteurs en decorstukken? Die van de gevestigde orde? Die van de zeggenschap van het theater in een wereld die op zijn grondvesten lijkt te daveren? Van onze focus op harmonie en eensgezindheid? Het systeem moet op de schop, ja. VOLMONDIG EENS! Tegenover dat failliete en gewelddadige systeem plaatst Milius een voorstelling die ontregeling viert, en erin vastloopt.
De voorstelling speelt nog in Rotterdam op 11 en 12 april, in Oostende op 25 april, in Amsterdam op 29 april, 30 april en 1 mei, in Hasselt op 6 mei, in Mechelen op 8 en 9 mei en in Den Haag op 21 mei.
De speellijst van de voorstelling vind je hier.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.