© Bea Borgers

Leestijd 7 — 10 minuten

Again Forever – Lisa Vereertbrugghen / Campo

Choreografie als antropologie

In pre-Tinder tijden liet de slow je toe om een relatie te starten of publiekelijk te bevestigen: al dansend kon je je gevoelens uitdrukken en de mogelijke gezamenlijkheid van je verlangen verkennen. In Again Forever onderzoekt Lisa Vereertbrugghen dit wegzinkende cultuurgoed met een choreografische en niet-patriarchale blik. Het resultaat is een voorstelling die te veel blijft hangen in de uiterlijkheid van bewegingen van de slow en te weinig de verlangenseconomie verkent waarmee die lange tijd verbonden waren.

Techno is ongetwijfeld de meest geciteerde sociale dans in professionele dansproducties. Die populariteit verwondert niet, tenslotte zijn de meeste dansmakers twintigers of dertigers. Het genre biedt tevens choreografisch gemak: ongebonden, geïndividualiseerd bewegen geeft veel vrijheidsgraden, ook wat betreft bewegingsmateriaal. De indruk van zichzelf genietende lichamen – die eeuwig glimlachende gezichten! – krijg je er gratis bij. Techno is feest, ook op een podium – of gaat het misschien toch eerder om feestdwang?

In haar vorige producties liet ook Lisa Vereertbrugghen zich inspireren door techno. Again Forever ruilt dat dominante dansgenre in voor de exploratie van de slow, een ooit populaire dansstijl die sociaal bezig is te verdwijnen en, zoals zovele andere ‘verledenheden’, in onze postmoderne conditie voornamelijk overleeft als campy citaat, zoal niet als pastiche. Slow is het tegendeel van techno: interactief, relatief sterk gecodeerd, verbonden met de heteronormatieve orde (man leidt vrouw) … en natuurlijk helemaal niet opzwepend. Terwijl techno de eenzaamheid van het neoliberalisme indirect socialiseert, was de slow ooit intrinsiek sociaal.

Wat doet Again Forever met deze uitstervende dansvorm en de ermee corresponderende sociabiliteit, die voor velen ook als definitief passé geldt (wat op zijn beurt een eveneens groeiend verzet oproept, zie de manosfeer of de tradwives)? Slowen was tot in de jaren negentig inderdaad een ritueel dat – ik heb het over de statistische doorsnee – het verlangen van een jonge man koppelde aan de mogelijke begeerte van een jonge vrouw via publiekelijk zichtbare gebaren, blikken, stappen. De tegeldans, dat was genormeerde erotiek, openbare intimiteit, een wezenlijk onderdeel van de hofmakerij binnen lokale gemeenschappen.

“Vereertbrugghen heeft scherp gekeken naar de vele kleine bewegingen die van de slow, ondanks de eerste impressie van eenvoud en stereotypie, zo’n rijke dansstijl maken.”

De slow maakte een eerste zet mogelijk: het voorzichtig verkennen van wederzijdse gevoelens; of hij bevestigde die: zwaar op elkaar leunende lichamen, ‘plakkende lijven’. Again Forever toont beide mogelijkheden, maar begint met de eerste: A nodigt B ten dans uit. De toekijkende, sociaal controlerende ogen zijn die van de toeschouwers: we zitten rondom de dansvloer; de bar waar de kiezende jongemannen tegen leunden, is vervangen door twee dranghekken. Onder de vier performers – Cynthia Loemij, Maisie Woodford, Ife Day en Sophie Guisset – bevindt zich echter geen man. Vereertbrugghen bedrijft geen historische antropologie, maar herpositioneert naar eigen zeggen de slow vanuit een anti-patriarchale visie.

In essentie choreografeert de slow de onderlinge lichaamsafstand, de blikken van de dansers, en de posities van hun handen. Alle gevestigde microbewegingen passeren in Again Forever de revue. Ze situeren zich op een schaal die loopt van een uitgesproken lijfelijke distantie, afgewende hoofden en verlegen aanrakingen (de hand voorzichtig om de heup gelegd of rustend op de schouder van de danspartner) tot innige verstrengeling, smachtende blikken, en vingers die door het haar van de ander woelen. Ik ken de gebaren en kan de aanrakingen navoelen vanuit jeugdige ervaringen. Ik herken ook het negotiëren van posities, waarbij indertijd doorgaans de man het initiatief nam om dichterbij te komen, woorden in het oor van de andere te fluisteren, een hand aan te halen. Dat hield niet per definitie een blijvende ondergeschiktheid in. De logica van een afwisselende leading-following, die Erin Manning treffend voor de eveneens sterk heteronormatieve tango (en het wandelen met haar hond) heeft beschreven, is geen noviteit.

Waar zit in de voorstelling dan soms de verschuiving, de deconstructie, het queeren van het verleden vanuit een hedendaagse, verbrede gendervisie? Er staat geen man op de scene, dat klopt – maar de posities van leider en geleide blijven doorschemeren, soms op het frappante af. Het slowen dat ik zie verschilt nauwelijks van het slowen dat ik ooit zelf beleefde. Af en toe observeer ik veel ‘zachtheid’; teder slowen was echter tijdens de jaren zestig of zeventig nu ook weer niet zo uitzonderlijk. En elkaars lichaam goed aanvoelen was toen bovendien een onder jonge vrouwen ingeburgerde verwachting (wie die norm doorbrak, heette ‘een slechte slower’ of gewoon ‘een lomperik’).

Slowen was noch is grootse danskunst, maar bovenal een kwestie van subtiele communicatie, zeker in het erotisch aftastende register. Een verlangen wil zich het liefst direct uitzeggen, maar moet in de slow de omweg nemen van trage, afgeremde bewegingen en gepaste aanrakingen: slowen is uitstel, met het risico van definitief afstel. Die spanning voel ik echter te weinig in Again Forever.

“Slowen was noch is grootse danskunst, maar bovenal een kwestie van subtiele communicatie, zeker in het erotisch aftastende register. Die spanning voel ik echter te weinig in Again Forever.”

Vereertbrugghen heeft scherp gekeken naar de vele kleine bewegingen die van de slow, ondanks de eerste impressie van eenvoud en stereotypie, zo’n rijke dansstijl maken. Haar mapping doet haast volledig aan, maar het lijkt alsof ze de geïnventariseerde gestes en posities in cellen heeft verdeeld en daarmee vervolgens quasi-mathematisch is gaan choreograferen. Misschien is het zo niet gelopen, maar de communicatieve inhoud van de bewegingen blijft eerder vlak. De connotaties van bijvoorbeeld betrachten of aanminnigheid (een oud woord, dat echter goed past voor een bepaald soort slowen) zijn er wel, maar hoofdzakelijk als poses.

Ik mis ‘binnenkant’: ik zie letters, niet ook geest; ik observeer precies afgelijnde betekenaren, niet ook achterliggende betekenissen. Het stuk resoneert daarom voor mij te weinig, het bewegen blijft in mijn blik vaak quasi-behavioristisch: gedrag, geen gemotiveerd handelen. Of nog: te veel studium, te weinig gesimuleerd punctum. In esthetische termen komt dat inderdaad neer op formalisme. Die indruk heeft ten dele te maken met de afwezigheid van een doorgedreven gezichtsregie. Ze zijn er wel, de monkellachjes of de door twijfel en onhandigheid getekende gezichten. Maar er mangelt iets, het ontbreekt aan uitdrukkingskracht.

Het slowen in Again Forever onderhoudt een te losse verhouding met de gereguleerde verlangenseconomie van de slow als sociaal gebeuren – als een ’extieme’ intersectie van begeerte en socialiteit, private intimiteit en publieke zichtbaarheid. Die kruising valt uiteraard moeilijk te simuleren zonder waarachtige hartstocht van een of beide, danspartners, maar je kan passie wel degelijk suggereren. De muziek vergemakkelijkt dat laatste wel niet. De soundscape van Michael Langeleder klinkt allesbehalve suikerig-sentimenteel: je hoort de meeste tijd een repetitieve, elektronische slowbeat met subtiele variaties in tempo en tonaliteit. Du van Peter Maffay of Angie van de Stones, twee plakkers die tijdens de eerste helft van de jaren zeventig immens populair waren, zijn ver weg.

“Verwachtte ik als socioloog en ex-slower te veel van deze voorstelling? Allicht. Maar ik miste vooral een effectieve exploratie van de mogelijkheid om de slow als kritische reflector in te zetten van ons post-romantisch tijdsgewricht.”

Again Forever is dramaturgisch goed opgebouwd. Af en toe verandert het schuifelen in een zwierig bewegen dat knipoogt naar de tango, of wordt een partner even gelift. Of slowen krijgt de betekenis van slow motion: er wordt traag maar individueel bewogen op een vrije manier, wat overkomt als sterk gedimd dansen op soul, disco of zelfs techno. Later in het stuk kantelt de choreografie richting sociale formatie: de performers vormen een compacte groep en maken samen bewegingen die slechts van verre refereren aan de slow. Het eigenlijk slowen komt zo in een vork te zitten: het wordt gesitueerd tussen persoonlijke dans en gemeenschapsdans (overigens een kader dat ook opdook in Vereertbrugghes vorige voorstelling, While we are here).

 In het slotdeel begint Loemij, schrijlings gezeten op een van de nadarhekken, te zingen. De muziek versnelt, het bewegen volgt, en ondertussen horen we meermaals de verzuchting ‘Let me take you higher’. Voor mij bevatte die zin alsnog een verwijzing, zij het verbaal gesublimeerd en dus met aftrek van lijfelijkheid, naar de verlangenseconomie die de slow als sociale dans stut.

Verwachtte ik als socioloog en ex-slower te veel van deze voorstelling? Allicht. Maar ik miste vooral een effectieve exploratie van de mogelijkheid om de slow als kritische reflector in te zetten van ons post-romantisch tijdsgewricht. Daarbinnen zorgt de combinatie van sociale media en neoliberalisme voor een dubbele economisering van verlangen en intimiteit: je gaat daar berekenend mee om, en je instrumentaliseert je uiterlijk tot koopwaar op de markt van potentiële partners (niet ook: van relaties). In deze constellatie is de slow een volkomen achterhaalde belofte van intieme communicatie – maar dat verneem je niet in Again Forever.

De speeldata van de voorstelling vind je hier.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 7 — 10 minuten

#181

15.12.2025

14.04.2026

Rudi Laermans

Rudi Laermans is socioloog en auteur, en tevens werkzaam als vertaler en dramaturg. Hij was hoogleraar sociale theorie aan de KU Leuven en gastdocent theorie aan meerdere kunsthogescholen, een rol die hij blijft opnemen binnen P.A.R.T.S. in Brussel. Recent publiceerde hij de boekessays Gedeelde angsten (2021) en Democratie zonder politiek? (2024). Als vertaler werkte hij o.a. mee aan Eigenzinnigheid, werk en geschiedenis (2023) van Oskar Negt & Alexander Kluge en Verlies (2025) van Andreas Reckwitz. Hij is al geruime tijd dramaturg bij Not Standing, het gezelschap van Alexander Vantournhout, en gaf ook dramaturgische input bij voorstellingen van o.m. Aïda Gabriëls.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!