© Danny Willems

Wouter Hillaert

Leestijd 6 — 9 minuten

Afropean // Human Being – Sukina Douglas / KVS

Een kampvuur van complexiteiten

Afropean // Human Being van Sukina Douglas en Purni Morell gaat op vele manieren de confrontatie aan met het eeuwenoude proces achter  ‘identificering’.

Her(e), Dear Winnie, nu ook Afropean // Human Being bij KVS: voorstellingen met een bijna volledig zwarte cast en crew vallen tegenwoordig als rijpe vruchten van de boom.

Titus, Fanon Mixtape, nu ook Afropean // Human Being bij KVS: steeds vaker duiken spoken word en slam op als natuurlijke onderdelen van theatervoorstellingen.

Permanent Destruction, Angels in America, nu ook Afropean // Human Being bij KVS: de concertante setting tegenover het publiek lijkt in opmars in theater.

Ziedaar drie mogelijke openingszinnen voor deze recensie. Wellicht zijn er nog meer denkbaar, maar de eerste voelde veruit de makkelijkste. Afwijkingen van de geldende norm leiden nu eenmaal vanzelf tot spontane categoriseringen. Prompt wordt hun duidelijkste verschil de hele noemer: in dit geval ‘zwart’. En dat ene predicaat laat dan nog nauwelijks ruimte voor beslissende verschillen tussen de objecten of subjecten die eronder vallen. Terwijl we tegelijk zelden de noemer ‘witte voorstellingen’ zouden bezigen over andere podiumproducten. Ziedaar het eeuwenoude proces achter ‘identificering’. Precies met dat proces gaat Afropean // Human Being van Sukina Douglas en Purni Morell op vele manieren de confrontatie aan.

Maar laat ons liever beginnen bij die derde openingszin: je belandt in de Box van KVS niet in de klassieke zittribune, maar in een ruimte vol ronde tafeltjes met krakende borrelnootjes op. Je drank mag er mee naast. Alsof Sukina Douglas wil zeggen: relax, vanavond geen heilig theater, we zijn hier eerder op café. Samen vormen die tafeltjes de mise-en-place van comedy en spoken word, als één grote invitatie tot direct contact tussen publiek en performers. Twee van de vier spelers zullen zich later ook even tussen die tafels wagen, om daar kond te doen van hun twijfels over zichzelf of hun relaties tot anderen. Afropean // Human Being draait er z’n hand niet voor om om kwetsbaar te zijn, om zich van alle mogelijke kanten te laten bekijken.

En toch wordt het publiek misschien zelf nog wel meer bekeken, temidden van de vier smalle podia aan alle zijden van de zaal. Het zit niet in de val, maar wel op een molen. Afropean // Human Being spreekt je niet alleen recht toe, maar kruipt ook graag in je rug. En zo zal iedereen steeds weer op zijn stoel zitten draaien: echt relaxen is er niet bij. Best clever dus, deze simpele doorbreking van de vaste kijkhiërarchie. Deze voorstelling zet je als toeschouwer net zozeer op je gemak als op je ongemak. Wat gaat er komen?

‘Woorden, veel woorden’, zo kondigt in het duister de boventiteling aan. ‘Laat ze over je heen spoelen en je wassen.’ Woorden zijn dan ook Douglas’ eerste wapens. Sinds 2002 is de Britse met Caribische roots de ene helft van Poetic Pilgrimage, een vrouwelijk hiphop-duo waar Al Jazeera ooit de documentaire Hip-Hop Hijabis over inblikte. Bij de KVS viel haar sterke présence eerder al op in Malcolm X, tegenwoordig is ze er artiste associée. Over haar nood aan poëzie vertelde ze toendertijd aan Bruzz: ‘You know, I descend from people who were stolen from Africa and taken to the Caribbean as slaves. The ocean is a cemetery for millions of my ancestors. Maybe the only way we survived was through our expression. The power of the word, the power to sing, to make noise and music. I don’t really see any different: this, for me, is a coping mechanism. As dark as it may be, when I find the poetry, I find myself.’

Net die noodzaak voel je ook sterk in Afropean // Human Being. Voor het structurerende ritme van de voorstelling tekent Douglas zelf, met op geregelde tijden een gedicht in het Engels vanop het podium waar ook live muzikante Esinam Dogbatse voor de soundscore zorgt. Haar poëzie is niet zomaar bedoeld om het publiek te ontroeren of van haar literaire kunde te overtuigen. Het is geen artistiek entertainment. De veel diepere drive die eruit spreekt, is het opwaarderen van een collectieve ervaring die zonder poëzie onzichtbaar of onbestemd zou blijven. Neem Douglas’ openingsgedicht over het bouwen van een kasteel van karton in het niemandsland tussen twee realiteiten, ‘where the sea meets the sand’. Dat vervreemde dubbele bewustzijn waarin zoveel Afropese (en ook heel wat andere) mensen zich zullen herkennen, dicht ze om tot een bijna existentiële kracht: ‘to be a stranger everywhere and to own it’.

“De voorstelling suggereert meer over wisselende stereotypen gelinkt aan huidskleur, dan ze openlijk te veroordelen. De subtiliteiten van vooroordelen primeren op de uiterste voorbeelden van ongelijkheid die op Facebook zo vaak het vuur aan de lont steken.”

Het is poëzie als een warme mantel, als een emancipatorische spiegel, met de rol die ook hymnes kunnen hebben: een diepere symbolische verbinding creëren waarin een hele gemeenschap kan thuiskomen. Want al houdt Douglas zich aan haar micro ver van preken, toch hebben haar gedichten de kracht van litanieën. Ze maken van pijn power en van woede wijsheid. Een hele orale geschiedenis ademt erin mee, zo anders dan de meer geïndividualiseerde traditie van Nederlandstalige poëzie. ‘I too want to be a poet, I too want to find a way out of cycles of pain, and stifled potential and the inability to fly’, zo zal performer Ginny Holder later bezweren. Woorden leveren de vleugels én de lucht.

Toch is het net de afwisseling van tekstgenres en scènes die Afropean // Human Being bewogen houdt. Op tekst van Douglas vertelt Edson Anibal over een DNA-test waaruit bleek dat hij maar 65% Afrikaans is, én onderwerpt hij het publiek aan een retorische quiz die ons eraan moet helpen herinneren dat Afrika geen land is, maar een continent. In dialogen met Ginny Holder discussieert hij dan weer over de zin van protest en waar zijn gevoel vandaan komt dat hem iets bestolen is, zonder te weten wat het is. Elien Hanselaer, de enige witte performer, toont zich als woke ally intussen bewust van haar privileges, maar niet zonder zelfironie. ‘I’m playing a metaphor for white guilt and a desire to be part of the solution.’ Wanneer zij terugkijkt op een relatie met een zwarte man, claimt ze het recht om zijn lachen te vergelijken met dat van een aap, omdat hij haar een pauw noemde om haar zelfbewustzijn.

Hoe denken wij erover, daar aan onze tafeltjes? Met elke nieuwe scène en podiumwissel van de spelers daagt Afropean // Human Being vooral het publiek uit. Niet betogend, maar veeleer mededeelzaam. Ook de toon van de voorstelling wisselt voortdurend tussen ernst en lichte ironie, of laat over dat verschil graag twijfel bestaan. Veelzeggend is bijvoorbeeld de dialoog tussen Holder en Hanselaer over de yoga-reis van de ene naar India, terwijl de andere na een trip in Ghana plots beslist heeft te trouwen met een nieuwe man. Door datzelfde tweegesprek later nog eens over te doen, maar dan met omgekeerde rollen, suggereert de voorstelling meer over wisselende stereotypen gelinkt aan huidskleur, dan ze openlijk te veroordelen. De subtiliteiten van vooroordelen primeren op de uiterste voorbeelden van ongelijkheid die op Facebook zo vaak het vuur aan de lont steken. Afropean // Human Being baadt eerder in de zachte gloed van een kampvuur. Dat sluit felle discussies niet uit, maar nooit verbreken ze de cirkel.

Kijk wat er gebeurt na het kernconflict in de voorstelling, wanneer Holder en Hanselaer eerst verstrikt raken in een emotionele woordenstrijd over woede en neokolonialisme, en Douglas daarna ook haar ingehouden verbittering poëtisch laat exploderen. Meteen daarna haasten alle performers zich naar dezelfde podiumrand, delen ze op één rijtje een sinaasappel tegen hun zure mond, vegen ze zwijgend hun priemende vingers schoon en zoeken ze daarna weer elk hun plek op om door te gaan. Het is geen pacificerende stilte. Ze vibreert van alles wat er is gezegd. Maar ze kiest er wel voor om even niet te blijven roepen.

Wat Afropean // Human Being daarmee wint? Een meer genuanceerde verkenning van alle processen achter identiteitsvorming. Alweer? Je hoort het sommigen al zuchten: waarom moeten voorstellingen van makers uit minderheidsgroepen toch altijd weer over die eeuwige identiteitskwestie gaan? Los van het feit dat dat aanvoelen maar half klopt, biedt de Franse sociologe Nathalie Heinich een verhelderend antwoord in haar boekje Wat onze identiteit niet is (2019): ‘Een fundamentele eigenschap van identiteit is dat ze zich pas manifesteert als ze problematisch is’. Voor wie tot de onproblematische norm behoort, is identiteit inderdaad geen kwestie. Of wordt ze dat pas als anderen hen daar – net door hun ‘anderszijn’ – spontaan mee confronteren. Afropeanen daarentegen zijn er voortdurend op gewezen: wie ze zijn, is niet normaal.

Drie componenten duidt Heinich aan die iemands identiteit maken: zelfperceptie (hoe mensen zichzelf zien), presentatie (hoe mensen zich graag voordoen) en toeschrijving (hoe buitenstaanders hen zien). Identiteitskwesties ontstaan waar die aspecten met elkaar in conflict raken. En zo bestaan er voor zwarte Europeanen heel wat mogelijke discrepanties, laat Afropean // Human Being zien: van de stijgende hipheidsfactor van donkere meisjes in mode en media tot het heel dubbele thuisgevoel van Afropeanen die Afrika bezoeken. Waar stopt het individu en begint het collectief? Wat doe je met de ervaring tweederangs te zijn? Wat betekent eigenlijk ‘jezelf’ zijn, als je verre oorsprong als inferieur geldt? Als een rode draad loopt door Afropean // Human Being de nood aan ‘belonging’ en ‘thuiskomen’, terwijl de poging om iets op te bouwen op net die ontheemding en dat dubbele bewustzijn steeds sterker gaat doorklinken.

Oplossingen zijn er niet, alleen puur menselijke ervaringen. Én de gedeelde bezwering die alle zwarte performers op het einde samen in koor herhalen: ‘It will be nice not to be othered’. En opnieuw. Het is geen smeekbede, eerder een collectieve aanmaning. Voor iedereen die voor anders doorgaat, én voor iedereen die dat anderen aandoet. Voor iedereen op het podium, maar ook iedereen rond de tafeltjes. Nog meer dan over ‘Afropeans’ gaat deze voorstelling immers over ‘Human Beings’.  Samen zitten we, tussen twee stoelen, vooral op de molen. De simpele categorieën worden er meteen uitgewerveld. Waar komen we dan uit?

Bovenal leert Afropean // Human Being in wat voor een stroomversnelling dit hele debat en bewustzijn in het theater zit. Na voorstellingen als Kuzikiliza van Pitcho Womba Konga, Daar gaat we weer (white male privilege) van Wunderbaum of Race van ARSENAAL/LAZARUS zetten Douglas en Morell alweer een stap verder in alle subtiliteiten en complexiteiten van niet alleen raciale ongelijkheid, maar intussen zelfs ook al van woke zijn. Douglas’ Britse perspectief zal daar wel niet vreemd aan zijn: je voelt dat het debat over identiteit er al zoveel genuanceerder, gelijkwaardiger en meervoudiger gevoerd wordt dan in Vlaanderen. Maar ook dan zijn we er nog lang niet…

Krijg je graag ons magazine in jouw brievenbus?
Abonneer je dan hier.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#159

15.12.2019

14.03.2020

Wouter Hillaert

Wouter Hillaert is cultuurjournalist. Hij werkte vijftien jaar als freelance theatercriticus voor achtereenvolgens De Morgen en De Standaard en is betrokken bij de burgerbeweging Hart boven Hard.