Vier zusters – Luna, Winter, Toulouse en Jules De Cock
Zussen spelen
Catho De Cordt
(c) Anne-Marie Brandstötter
Kersvers afgestudeerd theatermaker Hannah Jens ziet dat veel van haar generatiegenoten met hun eerste voorstelling een perfect visitekaartje willen afleveren, want de druk is groot en de kansen zijn schaars. Bij de start van het Toneelscholenfestival roept ze iedereen op om het experiment te omarmen, wars van de smaak van publiek of programmatoren. “We moeten nu maken wat we willen maken en als het flopt betekent dat niet dat er nooit meer iemand naar ons werk zal komen kijken.”
Als net afgestudeerde maker voel ik de druk om een perfecte voorstelling te maken. Er is heus wel die ene docent die zegt ‘’ik zie liever het experiment, het hoeft niet af te zijn, onderzoek maar wie je bent en wat jij wil maken” en ook al is dat het perfecte advies voor een jonge kunstenaar, de fluisterstem die zegt ‘’er komen (misschien) programmatoren kijken’’ klinkt veel luider. Die druk is enorm: tot nu toe kon ik me tijdens mijn opleiding nog altijd verschuilen achter een opdracht, ik hoefde mijn stem nog niet te kennen want ik voerde gewoon een taak uit. Maar bij het maken van mijn eindwerk moest ik opeens laten zien wie ik dan eigenlijk was. Wat had ik allemaal geleerd, waar had ik in al die jaren allemaal naar toe gewerkt?
Bij mijn bachelorproef was ik al druk bezig met de doorgroeimogelijkheden nog voordat de voorstelling er was. Hoe kan ik ervoor zorgen dat ik de best mogelijke voorstelling maak die rechtstreeks in het programma van diverse theaterhuizen en kunstencentra past? Wie kan ons helpen, hoe kunnen we dit optimaliseren? Doorgroeien is goed, maar ik had me beter beziggehouden met theater leren maken: dingen onderzoeken, uitproberen, fouten maken, loslaten en opnieuw beginnen. In plaats daarvan voelde ik veel stress om hét perfecte visitekaartje af te leveren waarmee ik mijn carrière kon kickstarten. Het eindresultaat was een coole voorstelling, een tikkeltje commercieel, met een prachtig decor, muziek waar ik trots op ben en de unanieme feedback van mijn leerkrachten: “we misten het experiment.” Met terugwerkende kracht moet ik vooral lachen om mezelf: al een poosje zit ik met een tekst over meer experiment in mijn hoofd en alsnog ben ik in de val van ‘de perfecte voorstelling’ getrapt.
“Bij mijn bachelorproef was ik al druk bezig met de doorgroeimogelijkheden nog voordat de voorstelling er was. Doorgroeien is goed, maar ik had me beter beziggehouden met theater leren maken: dingen uitproberen, fouten maken en opnieuw beginnen. In plaats daarvan voelde ik veel stress om hét perfecte visitekaartje af te leveren waarmee ik mijn carrière kon kickstarten.”
Elke jonge dramastudent weet: geld verdienen als fulltime theatermaker lijkt voor maar een enkeling weggelegd. Niet het gebrek aan plaats en doorstroming, maar de overvloed aan nieuwe makers wordt als het ‘probleem’ gezien. Gelukkig zijn er steeds meer initiatieven die beginnende makers kansen geven. Zo was ik dit jaar, als trekker van Toneelscholenfestival, uitgenodigd op de programmatorendag van het Conservatorium Antwerpen om een praatje te houden over onze werking. Daarin merkte ik op dat het voor mensen die net afstuderen best ingewikkeld kan zijn om het werkveld te betreden. Na mij was één van de grote theaterhuizen van Antwerpen aan de beurt, die vertelde dat het helemaal niet moeilijk is om aan werk te komen en dat zij bijvoorbeeld ook een atelier bieden voor beginnende makers.
Ik schaamde mij een beetje: wat deed ik daar, schijnbaar zo ongeïnformeerd, tussen al die grote huizen? Dat deze initiatieven bestaan maakt me ontzettend blij en ik hoop dat ik daar op een dag gebruik van mag maken. Maar daar ligt ook het probleem: die programma’s zijn vaak zo exclusief dat de ‘jonge’ makers die ze bevolken soms al tien jaar zijn afgestudeerd.
Niet gek dus, dat ik ook heel veel masterproeven zie die hun best doen om ‘de perfecte voorstelling’ te zijn. Van techniek tot tekst, van decor tot spel, op artistiek vlak lijkt alles tot in de puntjes uitgewerkt. Indrukwekkend, zeker; generiek soms. Bij mijn eigen bachelorproef was ik mij zo dun aan het spreiden over alle verschillende artistieke facetten dat ik echt regelmatig vergat wat ik eigenlijk aan het doen was. Er lijkt een soort receptje te zijn dat veel beginnende makers volgen waarbij er vooral wordt nagedacht over wat we denken dat het publiek wil zien en veel minder over wat we zelf willen vertellen. Allemaal in de hoop om die enkeling te zijn die geprogrammeerd wordt en die zo kan beginnen aan het leven als kunstenaar. Ik heb het gevoel dat het werkveld hier ondertussen ook echt op anticipeert: masterproeven als goedkope, kant-en-klare voorstellingen om een programma mee op te vullen, waarna de makers totaal geen zekerheid hebben of ze nu verder aan de slag kunnen.
“Ik zie veel masterproeven die hun best doen om ‘de perfecte voorstelling’ te zijn. Van techniek tot tekst, van decor tot spel, op artistiek vlak lijkt alles tot in de puntjes uitgewerkt. Er lijkt een soort receptje te zijn dat veel beginnende makers volgen waarbij er vooral wordt nagedacht over wat we denken dat het publiek wil zien en veel minder over wat we zelf willen vertellen. En het werkveld anticipeert hierop.”
Daar wil ik graag iets tegenover zetten: een pleidooi voor meer durf. Laten we minder als perfecte kunstenaar willen afstuderen en meer als uitvinder. Laten we experimenteren, onszelf en onze interesses onderzoeken, de stijlen ontdekken die voor ons werken. Samen met de mensen die we interessant vinden. Zeker nu we nog zo jong zijn: we hebben onszelf nog niet eens ontdekt, waarom zouden we die stap dan willen overslaan om aan het werkveld te bewijzen dat we het wél al allemaal weten?
Voorheen vond ik het – op zeer elitaire wijze – verschrikkelijk om naar voorstellingen te kijken van jonge theatermakers die in veertig minuten evenzoveel existentiële crisissen uitspuwen op een dubieus rijmschema. Nu kan ik daar enorm van genieten, dan denk ik: ‘’gooi het er maar uit’’ en ben ik vooral benieuwd naar wat deze persoon over een paar jaar gaat maken. Laten we erop vertrouwen dat het publiek vergevingsgezind is: we moeten nu maken wat we willen maken en als het flopt betekent dat niet dat er nooit meer iemand naar onze voorstellingen zal komen kijken. We hebben de tijd! En geen zorgen, als we pas over tien jaar doorbreken zullen ze ons nog steeds als ’jonge’ maker zien.
“Laten we minder als perfecte kunstenaar willen afstuderen en meer als uitvinder. Laten we experimenteren. Zeker nu we nog zo jong zijn: we hebben onszelf nog niet eens ontdekt, waarom zouden we die stap dan willen overslaan om aan het werkveld te bewijzen dat we het wél al allemaal weten?”
Een tweede oproep aan mijn collega-theatermakers: durf jezelf serieus te nemen. Maak keuzes en ga daar ook voor! We wisten allang dat dit een ingewikkeld werkveld zou zijn en toch hebben we deze opleiding gekozen. Op artistiek vlak moeten we durven los te laten en te experimenteren en in een ideale wereld kan je je als theatermaker volledig storten op het maken van kunst, maar helaas is dat niet de realiteit. Theater is ook ondernemen: productie, communicatie, jezelf verkopen. Dat is vervelend en tegelijkertijd soms echt makkelijker dan we denken: het begint met communicatie. Bij Toneelscholenfestival valt het me altijd weer op hoe weinig masters (op tijd) hun mailtjes beantwoorden of Google Forms invullen. Ieder jaar weer zeggen mensen last minute af of melden ze zich juist maanden (ja, echt) na de deadline pas aan. Dat wekt niet altijd een even betrouwbare indruk. Door jezelf en je praktijk serieus te nemen, creëer je een kader om binnen te experimenteren.
Op school moesten we onze meest ambitieuze en onrealistische dromen delen voor onze carrière binnen dertig jaar. Meerdere klasgenoten gaven aan dat het een droom was om essays te schrijven voor Etcetera. Dat soort dingen kunnen mij mateloos fascineren: hoe bedoel je dat dit een droom voor de verre toekomst is? Als je denkt dat je een relevante mening hebt, hoef je toch geen dertig jaar te wachten om die te delen? Na vier jaar in Vlaanderen te hebben gewoond, ervaar ik blijkbaar toch nog wel de nodige cultuurschok, want als nuchtere Hollander denk ik dan: als je nu iets te zeggen hebt, stuur je toch gewoon nu een mailtje?
Durf ambitieus te zijn! Durf te mailen, durf contacten te leggen, durf nieuwe dingen te leren, durf op je bek te gaan. Je hoeft het nog niet perfect te kunnen, maar als jij jezelf niet serieus neemt, waarom zou iemand anders dat dan wel doen? Er worden zoveel (gratis) evenementen georganiseerd voor jonge makers. Ik raad iedereen aan om daar ook echt gebruik van te maken; je leert van alles bij en je ontmoet nieuwe mensen en daarbij laat je aan het werkveld zien dat je proactief bent. Organiseer dingen: ik heb bij Toneelscholenfestival heel veel geleerd en vooral ook veel jonge makers ontmoet, waaronder de technieker die de fantastische scenografie van mijn bachelorproef heeft gemaakt.
“Op school moesten we onze meest ambitieuze dromen delen voor onze carrière binnen dertig jaar. Meerdere klasgenoten zeiden: essays schrijven voor Etcetera. Dat soort dingen kunnen mij mateloos fascineren: als je denkt dat je een relevante mening hebt, hoef je toch geen dertig jaar te wachten om die te delen?”
Als je iets wil, doe het dan ook! Als je denkt dat je een goed idee hebt, meld je aan voor die beurs of dat atelier. Durf ervoor te werken en zorg dat je je shit op orde hebt. Doe wat je kan en vraag hulp bij wat nog niet lukt. Want: ja, je hebt écht een technische fiche en een verkoopdossier nodig om je voorstelling te kunnen verkopen, maar je hoeft het niet alleen te doen. Dat is het mooie aan theatermaken: je doet dit samen. Vraag je klasgenoten, collega’s en vrienden om hulp, klop aan bij organisaties die zich richten op het steunen van jonge makers. Wat mij betreft moeten we af van het hyperindividualistische idee van de allround maker en mogen we best weer wat meer op elkaar steunen.
Verlies elkaar niet uit het oog: het is makkelijk om andere jonge kunstenaars als concurrentie te zien als we ons allemaal inschrijven voor dezelfde beurzen en ateliers. Zeker als het jou plots wel lukt, blijft het zo belangrijk om niet op anderen neer te gaan kijken. We zijn elkaars collega’s en je gaat elkaar echt nog tegenkomen. Het voelt een beetje cliché om te moeten zeggen, maar: blijf respectvol.
“Verlies elkaar niet uit het oog: het is makkelijk om andere jonge kunstenaars als concurrentie te zien als we ons allemaal inschrijven voor dezelfde beurzen en ateliers. Zeker als het jou plots wel lukt, blijft het zo belangrijk om niet op anderen neer te gaan kijken.”
Dit alles is makkelijker gezegd dan gedaan. Want natuurlijk geloof je dat net jij die ene uitverkorene van jouw generatie bent bij wie het wél allemaal in één keer lukt. Dat mag ook – ik hóóp het voor je – en het zou niet de drijfveer van je werk moeten zijn. Als jouw grootste urgentie is om ontdekt te worden in plaats van je verhaal te vertellen, kan iedereen dat zien in je voorstelling.
Ik kan best een beetje teleurgesteld zijn over mijn bachelorproef, want ik had die stiekeme droom om mezelf in één keer volledig te ontdekken, mijn stem te ontwikkelen waarop er dan een programmator zou langskomen met de gevleugelde woorden: ‘’Wauw, ik zie wie jij bent, met jou wil ik verder in zee’’. Ik ben niet teleurgesteld in wat ik gemaakt heb, maar in die belachelijke verwachting van mezelf dat twee maanden en één project genoeg zou zijn om te weten wie ik ben.
Daarom zeg ik net zo goed tegen mezelf als tegen elke andere beginnende maker: durf te experimenteren. Durf jezelf te ontdekken. Durf te maken wat je op dit moment voelt dat je moet maken. Wie weet veranderen we zo wel de blik van het werkveld en wordt ook hun focus verlegd van ‘de perfecte voorstelling’ naar de nog groeiende maker die erachter zit.
Ben je na het lezen van dit stuk ook nieuwsgierig naar (andere) incomplete, fantastische jonge makers? Toneelscholenfestival vindt plaats van 27 augustus tot en met 2 september in Gent. Alle imperfecte beginnelingen zijn ook heel welkom op onze Jonge Makers Brunch, de Q&A x High Tea en het slotfeest!
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.