Thomas Bellinck © Danny Willems

Leestijd 6 — 9 minuten

Achteruitkijken naar de toekomst

Over Domo de Eŭropa Historio en Ekzil van Thomas Bellinck in Tok Toc Knock

Eén van de opvallendste projecten van Toc Tock Knock was Thomas Bellincks Domo de Eŭropa Historio en Ekzil. Evelyne Coussens over een museum dat achteruitkijkt naar de toekomst.

Het voorbije seizoen trok de KVS met een ploeg kunstenaars de stad Brussel in, aankloppend in drie verschillende wijken waar eens een utopie leefde, of nog steeds leeft. De artistieke onderzoeksresultaten van dit Tok Toc Knock werden telkens in een festivalformule gepresenteerd. Het derde en laatste stadsfestival, in de Europawijk, leverde de meest heldere maar ook de meest wrange vertalingen op van dit utopisch denken. Geen wonder. 2013 mag dan al ‘The European Year of the Citizen’ zijn; steeds meer burgers van de lidstaten voelen zich vervreemd van de Europese constructie, gefundeerd op een naoorlogs verlangen naar vredevolle samenwerking. Getuige daarvan de heropleving van nationalistische reflexen, die hun politieke vertaling krijgen in succesvolle anti-Europese partijen als de Griekse Gouden Dageraad of de Italiaanse Lega Nord. Aan de gevel van het Europees Parlement golft een reusachtige wimpel: ‘Het gaat om Europa, het gaat om u, debatteer mee!’ Montere oproep of wanhopige smeekbede?

Wie uit het raam kijkt van de plek waar Thomas Bellinck zijn Domo de Eŭropa Historio en Ekzilo laat eindigen, de hoogste verdieping van een leegstaand schooltje in de Kloktorenstraat, ziet de wimpel hangen. Het Domo presenteert zich als een museum van de toekomst, of eerder: als een museum van de toekomstige nostalgie. De keuze voor het format is niet toevallig. Bellinck liet zich aanvuren door The House of European History, een grootschalig museum rond de geschiedenis van de Europese Unie dat in 2015 zijn deuren zal openen. Geïnitieerd door het Europees Parlement is het weinig waarschijnlijk dat in dit museum plaats zal zijn voor enig euroscepticisme. Is zo’n politiek museum niet vaak een stukje geofficialiseerde geschiedschrijving? Het beroept zich op een ‘waarheid’, zoals dat andere ‘objectieve’ instrument der misleiding: de documentaire. Beide zijn ficties die spelen met zorgvuldig gerepresenteerde elementen uit de realiteit. Dat de wijze van ordenen en presenteren en de selectie van de feiten in handen is van een subject, mag geen moment vergeten worden.

De story die verteld wordt kan er een van voluntarisme zijn, zoals in het geval van The House, maar even vaak is het er een van nostalgie – denk aan de musea van het communisme die in zowat elk voormalig Oostblokland te vinden zijn. In zijn Domo de Eŭropa Historio en Ekzilo brengt Thomas Bellinck beide types samen. Wie het verweerde schoolgebouw binnenkomt stort zich niet achteruit, maar vooruit in de tijd. Desondanks baadt het opzet in melancholie. Ergens in de jaren 2060 hebben de ‘Vrienden van een Herverenigd Europa’ een tentoonstelling opgezet rond het Europese project dat in 2018 definitief ter ziele is gegaan. Door deze plaatsing in de toekomstige tijd krijgt het ‘Huis van de Europese Geschiedenis in Ballingschap’, als ironisch verlengstuk van The House of European History, de kracht van een voorspelling. Maar wijst het vooruit/kijkt het achteruit naar een utopie, of een dystopie? Dat is nog maar de vraag.

Helemaal in lijn met de communismemusea is het Domo niet bepaald een driedimensionaal belevingsmuseum. In een kleine wachtruimte met flikkerend neonlicht wacht de toeschouwer op een gammel bankje zijn beurt af. Het bezoek aan de tentoonstelling dient individueel te gebeuren. De bezoeker zal alleen zijn weg moeten zoeken door de nauwe gangetjes, het labyrint van kleine kamertjes waarin dat nog veel grotere labyrint dat ‘Europa’ heet gerepresenteerd wordt. Het eerste waar hij trouwens op stuit is een toren aan papier die doorheen de verschillende verdiepingen van het gebouw naar de hemel reikt. De bureaucratische papierhel van wetteksten vormt zo, letterlijk, een dragende zuil van het Europese project – al staat deze steunpilaar erg wankel. Nog zo’n dramatische vooruitwijzing is het gebruik van Esperanto als voornaamste voertaal. We weten allemaal hoe het met dat project afgelopen is.

De expositie neemt ons mee van in de late negentiende eeuw tot in het jaar 2018, het jaar dat de Europese Unie definitief desintegreert. Verdieping na verdieping dwalen we door knullige zalen waarin het ontstaan en de ontwikkeling van het Europese project worden uiteengezet in gedateerde vitrines met stoffige poppen, statisch tentoongestelde voorwerpen, verweerde landkaarten en grappige maar weinig ter zake doende gadgets – zoals een citroenpers met het hoofd van Angela Merkel. We krijgen uitleg over de Europese Raad, het Europese Hof, het Parlement, de Commissie… en betrappen onszelf erop dat we beschamend weinig afweten van hun samenstelling en werking. Van de droom rond ‘nooit meer oorlog’ over de invoering van de euro tot de Nobelprijs voor de Vrede in 2012: het eerste deel van de tentoonstelling, die loopt tot in het ‘nu’ van de toeschouwer, blinkt uit in optimistische kretologie en het benadrukken van de goede bedoelingen van de Unie.

Regionaal separatisme

Het ‘nu’ vormt een keerpunt, als het moment waarop de droom van integratie en harmonisatie groteske uitwassen begint te vertonen. Europa zorgt vandaag niet enkel meer voor de noodzakelijke arbeidsreglementering of het vastleggen van import- en exportquota, maar het bepaalt ook de krommingscurve van een banaan en hoe snel een ruitenwisser heen en weer mag gaan. Contrasterend met de pietepeuterige precisie in het regelen van dagdagelijkse kleinigheden toont de intussen snel aangroeiende Unie zich machteloos tegenover een aantal fundamentele problemen zoals de immigratiestroom of de aanhoudende economische crisis, die in het museum te boek staat als De Grote Recessie. Die crisis sleept in zijn kielzog een aantal kwalijke politieke ontwikkelingen mee, zoals een hernieuwd regionaal separatisme. Uiteindelijk leidt deze politieke verdeeldheid tot de desintegratie van de droom.

Europa is groot én klein. Het is veraf en dichtbij. Stijgend doorheen het gebouw ontvouwt zich subtiel een piramidale dramaturgie. De onderste kamers van de tentoonstelling schetsen Europa in macrostructuren: een overkoepelende ideologie, grote politieke instellingen, vertegenwoordigers die we niet gekozen hebben, wetten en regels waarover de burger nauwelijks democratisch zeggenschap heeft. Naarmate de bezoeker opklimt, komt de impact van deze verre machine steeds dichterbij, wordt ze concreter, tot op microniveau, tot in ons leven, tot op ons bord, waarop tomaten liggen met een door Europa voorgeschreven kleur. Parallel daarmee vernauwt de tentoonstelling van het politieke naar het persoonlijke. Brusselse beslissingen omtrent arbeid of migratie veroorzaken vele trappen hoger schrijnende menselijke drama’s. De bezuinigingen waartoe de zuiderse landen gedwongen worden leiden tot een zelfmoordgolf onder kleine ondernemers. Verdieping na verdieping stijgen we in het Domo, zoals Dante zijn Louteringsberg beklimt, maar wat boven wacht is geen loutering. De laatste, donkere kamer, waarin slechts een handgeschreven brief te lezen is, brengt de angst voor verlies verschrikkelijk dichtbij.

In bijna elk interview benadrukt Bellinck dat hij geen euroscepticus is, dat hij het Europese project en de Europese waarden een warm hart toedraagt, zonder zich evenwel te willen inschrijven in europropaganda. Van zijn liefde voor Europa is op het eerste gezicht weinig terug te vinden in de vaak ironische en soms wrange relicten waarmee het Domo de Eŭropa Historio en Ekzil gevuld is. De utopie moet elders schuilen. Wie de laatste, stilmakende kamer verlaat komt er vanzelf in terecht: het is een cafeetje met uitzicht op het Europees Parlement, waar barman Bellinck eigenhandig Roemeense likeur en Poolse vodka schenkt. Op deze plek kan de toeschouwer opnieuw ademhalen en met zij die hem voorafgingen of volgen nakaarten over wat hij gezien heeft. Die mogelijkheid tot gesprek is Bellincks vertaling van de utopie. Zijn museum is niet helemaal gesteld in de voltooid verleden tijd. De opening naar de toekomst situeert zich in de potentie van de ‘kleine burger’ die zich betrokken voelt, praat en discussieert – veel meer dan in de euforische tweet van een Guy Verhofstadt over het Domo. Het Europese project staat op een kruispunt. Er is nog niets verloren, alles is nog mogelijk, maar dan moet het wel de potentie van dat nu grijpen. Dat een museum dat achteruitkijkt naar de toekomst dát openbaart, is waarlijk visionair.

www.kvs.be

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 6 — 9 minuten

#134

15.09.2013

—

14.12.2013

Evelyne Coussens

Evelyne Coussens is freelance cultuurjournalist voor De Morgen en verschillende cultuurmedia, waaronder Ons Erfdeel, rekto:verso en Staalkaart. Ze is lid van de grote redactie van Etcetera.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!