De Materie – Phia Ménard/Opera Ballet Vlaanderen/Bas Wiegers
Een schurend vooruitgangsdenken
Sébastien Hendrickx
‘Anonymous’ © Sony Pictures
Bent u er ook van overtuigd dat de zoon van een handschoenmaker uit de provincie nooit de auteur kan zijn van stukken als Hamlet en Macbeth? Dan bent u een Oxfordiaan en gelooft u met filmregisseur Roland Emmerich dat iemand anders dan Shakespeare de stukken van Shakespeare heeft geschreven. Meer zelfs, het kan alleen maar Edward de Vere zijn geweest. Johan Thielemans zag de film Anonymous maar – wat had u gedacht? – hij liet zich niet overtuigen.
Wanneer het over films gaat gebaseerd op historische feiten, dan ben ik een lastige klant. Ik wil graag leren, zelfs in de bioscoop, maar ik voel me wel bekocht wanneer ik na het bekijken van de film moet uitpluizen wat waar en niet waar is. Dichtung und Wahrheit, dat is een interessant probleem, en het staat iedereen vrij om nonsens te verzinnen. Het excuus van de intellectuele bedrieger is dan: ‘maar het is toch leuk’. Zo heb ik maar half genoten van Amadeus en doe ik niets anders dan componist Salieri verdedigen. Of heb ik een hekel aan Shakespeare in Love, omdat een vrouw nooit een voet kan hebben gezet op een elizabethaanse bühne. Sorry, Tom Stoppard, iedereen weet datje een geestig schrijver bent, maar aan deze hersenspinsels heb ik niets. Misschien is het ergste bij deze geschiedvervalsing nog dat het dwaze, sentimentele verhaaltje bovendien geplaatst wordt in een nauwkeurig opgeroepen wereld.
Natuurlijk is de grootste zondaar Shakespeare. Hij draaide er zijn hand niet voor om een historisch personage in de propagandaoorlog te doen passen. Zo schiep hij de afschuwelijke Richard III, en liet hem afstotelijke misdaden begaan. Dat paste erg goed in het kraam van de regerende familie van de Tudors. De grootvader van Elizabeth I had dat koninklijke monster overwonnen en was de stamvader geworden van een geslacht dat nu op de troon zat en bewonderd moest worden. Het portret van die Richard III is dan ook bijgewerkt met pekzwarte inkt, en alleen de geschiedenisboeken kunnen ons leren in hoeverre het stuk leugenachtig is. Hierbij speelde de schrijver natuurlijk niet zo’n mooie rol, bereid als hij was om zijn pen te lenen aan een plat politiek spel. Toen Shakespeare dan ook nog eens Hendrik VIII tot onderwerp nam, dan leren wij over deze heerser, van wie gezegd wordt dat hij het prototype van een Hitler was, nauwelijks een interessant feit. Als je onderdaan was van een koningin voor wie gevangenissen en executies acceptabale politieke wapens waren, dan kon je maar het best haar vader in een goed daglicht stellen. Shakespeare had trouwens zulke nauwe banden met Elizabeth I, die zijn toneelstukken erg op prijs stelde, dat hij zeker niet van plan was om de hand te bijten die hem zo rijkelijk voedde. We zwijgen dan nog over Macbeth, een stuk waarmee Shakespeare de volgende monarch plezierde. Die kwam uit Schotland, maar had een voortreffelijke stamvader, bewees het stuk van Shakespeare. Ook hier deed de schrijver een oogje dicht, en vergat hij voor de gelegenheid dat Jacob I een misdadige moeder had en hem zelf bloed aan de handen kleefde.
Natuurlijk spreken deze twee voorbeelden mijn stelling volledig tegen. Zowel Richard III als Macbeth zijn stukken die ik met ongeremd plezier onderga. Gelukkig schuilt achter de propaganda een reflectie over de corrumperende impact van macht, en dat aspect van de fabel blijft zijn waarde hebben. (En wat we denken over Elizabethanen en Jacobijnen behoort tot de oude geschiedenis.)
Met deze laatste opmerking kom ik weer in een paradox terecht. Want Shakespeare in Love gaat ook over lang vervlogen tijden. Maar het opzet van schrijver Tom Stoppard raakt niet verder dan wat vrolijkheid en puntige opmerkingen – zijn handelsmerk.
Nu is er de film Anonymous van Roland Emmerich en daar is veel meer aan de hand. Het uitgangspunt is bekend. Emmerich en zijn scenarist Orloff hebben het kamp van de Oxfordianen gekozen die zeggen dat niet de burgerzoon Shakespeare maar de edelman Edward de Vere, graaf van Oxford, de stukken geschreven heeft. Shakespeare, zo luidt de stelling, verbaast iedereen door zijn grote kennis. Hij plunderde geschiedenisboeken, ging bij Romeinse schrijvers te rade, schreef over Italië alsof hij er zelf geweest was. In de negentiende eeuw meende men uit de schaarse feiten die zijn biografie vormen op te maken dat Shakespeare niet genoeg Grieks of Latijn kende om zich te kunnen verdiepen in de teksten van Plutarchus. Deze overweging voedde de eerste twijfels omtrent het auteurschap van de Engelse acteur. De twijfelaars gingen op zoek, en ontdekten dat een jonge man uit de provinciestad Stratford, met een vader die wel burgemeester was maar waarschijnlijk niet kon lezen, moeilijk kon uitgroeien tot de grootste toneelschrijver van Engeland en de wereld. De jacht was open: elke goed opgeleide Engelsman kwam nu in aanmerking. De eerste kandidaat werd in 1848 in Amerika genoemd. Het zou om Francis Bacon gaan, een grote intellectueel en een staatsman. Voor sommigen was zijn kandidatuur toch niet helemaal overtuigend en in 1920 schoof de Engelsman Thomas Looney Edward de Vere naar voor, graaf van Oxford. De Vere was briljant, kende de wereld van het hof, was op de hoogte van de politieke spelletjes, had in Italië gereisd, in Vlissingen gevochten en was de beschermheer van een theatertroep. In één woord: zo iemand zou zeker de talrijke politieke stukken van Shakespeare hebben kunnen schrijven. Daarbij was hij ook een dichter, en om erg duistere redenen zou hij zijn beste verzen onder de naam Shakespeare gepubliceerd hebben. Sommigen vonden dit plausibel en in de Nederlanden heeft Maatschappij Discordia zich blijkbaar bij de Oxfordianen aangesloten, zo blijkt uit hun de Vere-projecten.
Het is duidelijk dat regisseur Roland Emmerich en scenarist John Orloff niet alleen staan. Ze vinden het bovendien ook fijn om een cultureel monument onderuit te halen. In de film Anonymous maken we niet alleen kennis met de Vere, maar ook met Shakespeare zelf. Deze wordt voorgesteld als een wat dwaze ijdeltuit. Rafe Spall speelt hem als een verre broer van Mozart uit Amadeus, maar dan in een dommere versie. Daar kunnen we nog mee lachen. Even komt Kit Marlowe in de film, net genoeg om Shakespeare te vertellen dat hij hem zal ontmaskeren. De volgende dag vinden we Marlowe in een steeg vermoord. Dat wordt al veel minder grappig, want over de moord op Marlowe weten we heel veel, zodat deze nieuwe ‘interpretatie’ danig op de zenuwen begint te werken.
De stelling van Emmerich, Orloff en de Oxfordianen luidt dat de graaf van Oxford het zich sociaal gezien niet kon permitteren om openlijk toneelstukken te schrijven. Maar nergens komt de scène die verklaart waarom de keuze van de Vere dan net op deze sul van een acteur valt. De makers concentreren zich op Ben Jonson, Shakespeares rivaal. Hij wordt het voorbeeld van ‘de schrijver’, die heldhaftig zijn kunst zal verdedigen. Wanneer de Vere sterft, wordt Jonson bij zijn doodsbed geroepen, en krijgt hij alle manuscripten toevertrouwd. De Veres aartsvijand, de gebochelde Robert Cecil, heerlijk lijzig gespeeld door Edward Hogg, wil de teksten in handen krijgen, omdat de Vere bij het schrijven van Richard III een toespeling op de bochel heeft gemaakt. Het stuk werd gebruikt om het publiek tegen Robert Cecil in opstand te laten komen. Ook al heeft de Vere (Rhys Ifans) verklaard dat goed theater politiek is, of anders slechts een verwaarloosbaar tijdverdrijf. Maar weer verslikt de kijker zich in deze absurditeit. We weten dat er een opstand tegen Elizabeth werd gepland, maar daar wilden de samenzweerders Richard II voor gebruiken.
Ben Jonson kwijt zich van zijn taak, laat zich martelen en verstopt tenslotte de manuscripten in een kist. Zo zijn de teksten tot ons gekomen, en het verklaart ook waarom Ben Jonson de inleiding bij de Folio, de verzamelde werken van Shakespeare heeft geschreven -weliswaar zonder een enkele allusie op de Vere te maken, al was die dan toch al twintig jaar dood. Straffer is dat de Vere alle teksten aan Jonson geeft, ook al sterft hij in 1604 en bleef Shakespeare zelf nog tien jaar schrijven.
Dat Emmerich en Orloff de kant van de Oxfordianen hebben gekozen, levert in de Engelse en Amerikaanse pers een controverse op, die losstaat van de kwaliteit van de film. Heel de kwestie rond het auteurschap wordt opnieuw onderwerp van gesprek. Scenarist Orloff heeft zich in de Los Angeles Times verdedigd met de bewering dat de discussie nog lang niet gesloten is, en dat de Vere als auteur een plausibele mogelijkheid blijft. In The New York Times schreef A.O. Scott daarentegen dat de film een brutale belediging is van de menselijke verbeelding. Maar het scherpst kwam Simon Schama uit de hoek in Newsweek. Voor hem is de gedachte alleen al dat een man van relatief bescheiden afkomst geen genie kan zijn, een absoluut snobistisch vooroordeel. Er zit achter de alternatieve versie een reactionaire visie, waarbij er automatisch wordt vanuit gegaan dat de adel tot meer in staat is dan een zoon van een handschoenmaker. Dus zijn alle alternatieve voorstellen zwaar ideologisch van oorsprong. Schama houdt het erbij dat Shakespeare Shakespeare is. Zijn argumenten getuigen van gezond verstand. Niemand, maar dan ook niemand heeft in de tijd van de toneelschrijver ook maar gesuggereerd dat er iets vreemds aan de hand was. En de kapitale vraag, waarom iedereen rond de Vere zou verzwegen hebben dat hij zoveel succes volle stukken heeft geschreven, krijgt geen afdoend antwoord. De ongerijmde bewering dat de Vere in 1604 reeds het hele oeuvre geschreven had, pareert Orloff met de opmerking dat de Shakespearespecia-listen er zelf niet in slagen om sluitende data voor de teksten te voorzien.
De hele discussie kan me persoonlijk weinig schelen. De jacht op de juiste naam kadert in het kapitalistisch principe van het bezit, gecombineerd met de opvatting over het unieke individu. Ik kan gerust leven met het feit dat Shakespeare Shakespeare was, een man die bestaat dankzij zevenendertig stukken.
Alhoewel. Hubert Lampo heeft ooit slim geargumenteeerd dat Shakespeare zijn stukken kreeg van een Antwerpse halfbroer. Dat lijkt me nu een interessant spoor, en misschien ook goed voor een Vlaamse film.
Door zich zo sterk op Shakespeare te concentreren, verliest men uit het oog dat de film nog meer nonsens te bieden heeft. Orloff heeft een heel eigen versie verzonnen van het leven van koningin Elizabeth. Hij laat de jonge koningin (de jonge Joely Richardson) smoorverliefd worden op de Vere, omdat ze bezwijkt onder de kwaliteit van zijn toneelstukken. De Virgin Queen is meteen een getalenteerde stoeipoes. Dat heeft echter gevolgen, want ze raakt in verwachting. Het kind wordt ergens in het geheim opgevoed, en wat blijkt: dat is later Essex, de onstuimige edelman op wie de oudere Elizabeth (nu gespeeld door Richardsons moeder Vanessa Redgrave) al even onstuimig verliefd wordt. Dat is dan een merkwaardig geval van incest. Het verhoogt de dramatische waarde van de executie van Essex, want nu leren we dat de zoon in opstand kwam tegen zijn moeder (hij weet dat misschien niet, maar dat geeft aan deze verwikkeling een zweem Griekse tragedie). Maar met één incestaffaire had Orloff niet genoeg, want ook de Vere is de vrucht van een heel oude affaire van de Queen, iets waar de Vere alleen achter komt dankzij zijn vijand Robert Cecil.
Je kan het met alternatieve geschiedschrijving dus bont, maar ook heel bont maken.
De verhaalstructuur van de film is heel ingewikkeld. Je wordt met flashbacks om de oren geslagen. Wat de film nog moeilijker maakt, is de lapidaire verteltrant. Wie niet op de hoogte is van de biografie van de Vere, Shakespeare en Queen Elizabeth, ontgaat nogal wat. Deze onnozele vertelling richt zich als klap op de
vuurpijl tot de ingewijden, die echter voortdurend mogen kijken naar gebeurtenissen die niet kloppen. Je kan dat geestig vinden – in Amerikaanse kranten wordt wel eens gezegd dat de film fun is – maar hoe meer je van episode naar episode sukkelt, hoe irritanter de film wordt.
Emmerich, en met hem de acteurs, hebben hard gewerkt. De film bezit een mooie, wat donker gehouden fotografie. Natuurlijk zijn de kostuums oogstrelend en de kamers bij kaarslicht erg mooi. Maar waarom zoveel moeite steken in hersenspinsels die nergens op slaan, en die niet eens erg boeiend zijn? Goede kunst moet politiek zijn, zeggen de makers, maar zelf zijn ze dat in deze film helemaal vergeten.
Toch is er voor Shakespeareliefhebbers ook goed nieuws: Ralph Fiennes heeft net een Coriolanus gefilmd en hij heeft daarbij de geschiedenis verplaatst naar de oorlog in Irak. Naar verluidt vormt het stuk op deze manier een waardig tweeluik met The Hurt Locker. Kijk, Anonymous wil ik graag vergeten, maar naar deze Coriolanus kijk ik al met ongeduld uit.
Anonymous, dir. RolandEmmerich, geschreven door John Orloff. Cast: Rhys Ifans (Edward de Vere), Vanessa Redgrave (Queen Elizabeth I), Joely Richardson (youngQueen Elizabeth), Rafe Spall (William Shakespeare), Sebastian Armesto (Benjonson), Trystan Gravelle (Christopher Marlowe), e.a.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.