© Kurt Van der Elst

Leestijd 6 — 9 minuten

Testament – Compagnie Cecilia

De morsigheid des levens

Een onbereikbare vader sterft, drie kinderen, allemaal geteisterd door hun eigen demonen, zitten rond zijn bed en hengelen vergeefs naar zijn liefde. Testament verkent thematisch geen nieuwe paden, maar dankzij het scherpe oog van filmregisseur Peter Monsaert en drie klasbakken van acteurs bezweert het stuk je toch van begin tot eind. De morsigheid van het leven, gevat in twee uur aanstekelijk spelplezier.

“Een ritueel onderga je niet in je eentje, of met een groepje gelijkgestemden, maar overstijgt juist de individuele ervaring.” Zo schreef Marian Donner vorig jaar in een artikel over en naar de Koreaans-Duitse filosoof Byung-Chul Han in De Groene Amsterdammer. Zondagnamiddag, dik honderd minuten aan een iets te krappe stoel gekluisterd zitten, in een letterlijk tot de nok gevulde theaterzaal, was een ritueel. Testament, in een regie van Peter Monsaert en op de planken gebracht door drie klasbakken van acteurs, ís een ritueel. Vanwege de uitstraling van Compagnie Cecilia om als vanouds een divers publiek op de been te brengen. Vanwege de kracht van deze voorstelling om datzelfde publiek in vervoering te brengen.

Dat je dat rituele na enkele minuten, waarin je de buitenwereld en het daglicht nog van je afschudt, al aanvoelt en met jou wellicht de hele zaal, is helemaal op het conto te schrijven van de drie geweldige acteurs: Janne Desmet, Titus De Voogdt en Dominique Van Malder. Zij zijn het stuk. Ze worden daarin ondersteund door een ogenschijnlijk eenvoudige maar effectieve enscenering en een wat exotisch, gimmick-achtig vertrekpunt van een via livestream stervende vader in een Macedonisch bergdorp. De hele voorstelling speelt zich af in de kleine keuken en karige woonkamer van een verder onopvallend vakantiehuisje. In een aangrenzende slaapkamer ligt een vader, die altijd kunstenaar is geweest, op bed in zijn laatste levensuren. Tot in de kist zichzelf als kunstproject achterna zittend zien we hem nooit, al streamt hij live zijn eigen doodstrijd. De scène behoort noodgedwongen de drie kinderen toe, die zich op aangeven van de jongste (Titus De Voogdt), rond het sterfbed verzameld hebben. Zelfs in het krappe doordeweekse huisje hebben ze alle moeite om niet te verzuipen, zuigen ze zich als drenkelingen vast aan de verwarming, de vloer, een stoel, een pot soep die pruttelt op het vuur. 

“Dat je pas echt kan winnen als je durft verliezen, is een huizenhoog sportcliché maar hier ook perfect van toepassing op het spel. Nergens lijken de drie spelers schrik te hebben zichzelf te verliezen.”

De verschillende narratieve lijnen die samen het verhaal vormen, voelen evenwel een beetje te keurig geassembleerd en af en toe een tikje belegen. De Kunstenaar-Klootzak als onbereikbare vader, drie ondanks alles naar vaderliefde hengelende kinderen met elk hun eigen demonen, een nachtelijke wake als louterende familie-ervaring, het zijn thema’s die al vaak en uitgebreid verkend zijn. Het publiek krijgt daarnaast de karakters, twee broers en een zus, iets te nadrukkelijk ingelepeld aan de hand van hun (vroegere) daden en (huidige) woorden. De oudste broer Max (Dominique Van Malder) heeft het meest de drive en niets en niemand ontziende mentaliteit van de vader meegekregen. En worstelt daarmee in zijn relatie die hij, zo daagt het hem gaandeweg, ei zo na kapotgemaakt heeft. Zus Evy (Janne Desmet) krijgt moeilijk vat op het leven en blijkt geen diepgaande verbinding te kunnen aangaan met mensen. Ze is een brok grillige energie met een gokverslaving, een succesvol Onlyfans-account en vooral een transactionele visie op het leven. De jongste Valery (Titus De Voogdt) is de gedweeë hondsloyale benjamin, een student verpleegkunde die de zorg voor zijn vader op zich heeft genomen deze laatste maanden. En hem nader is gekomen. Beweert hij. Hij is een vat vol opgekropte emotie en wisselt zijn zachtheid op gezette tijden in voor scherpzinnige nuchterheid. 

De drie personages zijn net iets te weloverwogen uitgedacht en neergezet. Maar dat deert ultiem helemaal niet. Met hun nooit aflatende aanstekelijke spel, gaande van net niet schandalig over-the-top- uitbundig tot ontroerend ingetogen, en hun pure theatertechnische vakmanschap, stuwen Desmet, De Voogdt en Van Malder deze voorstelling op ver voorbij eventuele narratieve beperkingen. Dat je pas echt kan winnen als je durft verliezen, is een huizenhoog sportcliché maar hier ook perfect van toepassing op het spel. Nergens lijken de drie spelers schrik te hebben zichzelf te verliezen, nooit vervalt de voorstelling in kolder of slapstick. Steevast blijven ze je als publiek bezweren. Zo ontstaat er een morsigheid die zo des levens is dat je vergeet dat je zoeven de personages nog te uitgekiend vond.

“Waar ze écht naar op zoek zijn, is elkaar. En niet naar de nostalgische versie van zichzelf als kinderen maar naar hun vermogen om samen een pagina om te slaan en opnieuw te beginnen.”

Het is niet zozeer dat je tot hun deelgenoot wordt gemaakt, eerder niet eigenlijk. De betovering schuilt in de nabijheid die ze simultaan creëren met het ophouden van een spiegel, het houden van een niet-programmatorisch pleidooi. Voor waarachtigheid, de mogelijkheid tot onvoorwaardelijke (familie)banden en bovenal: voor mildheid. Ze laten je toe op hun huid en kruipen intussen achteloos onder de jouwe. Ze nemen elkaar in het vizier en onder vuur en gaan elk heel verschillend om met het aanstaande overlijden van hun vader. Ze weten waar ze elkaar kunnen raken en doen dat ook. Zoals alleen broers en zussen kunnen doen. Maar ze doen dat ook met zoveel zelfspot, waarbij ze zichzelf niet ontzien, dat ze zelfs in de (soms uit hun kindertijd stammende) leugentjes die ze elkaar vertellen, heel waarachtig worden. En ze beginnen zich doorheen de voorstelling te herinneren dat zij drie elkaar wel zien, elkaar altijd gezien hebben. En daarin tonen ze zich liefdevol en uiteindelijk ook mild. Voor elkaars tekortkomingen en kleine kantjes, onzekerheden en vervormde levensvisies. En vanuit die mildheid slagen ze erin zich te herpositioneren, ten opzichte van hun vader, zeker, maar vooral ten opzichte van elkaar.

“Een recensie kan al te vaak al te snel overhellen naar het serieuze. Laat ik daarom tot slot niet vergeten het absolute plezier aan te stippen dat deze voorstelling brengt, dat doorheen alle gaten en kieren gloort van het moeizaam bij elkaar getimmerde levenspad van de drie personages.”

Theatermagie is fragiel en vluchtig, al ademt de voorstelling ze nog zo door al haar poriën. Wat je mee naar huis neemt is duurzamer en tegelijkertijd weerbarstiger. Twee broers en een zus maken elkaar bijna voortdurend iets wijs, spelen spelletjes en rollen, grappen en grollen, klooien met pijn en doorheen dit alles is authenticiteit deel van de schone schijn. Waar ze écht naar op zoek zijn, is elkaar. En niet naar de nostalgische versie van zichzelf als kinderen maar naar hun vermogen om samen een pagina om te slaan en opnieuw te beginnen. En dat indien nodig nog eens te doen. Dat lijken ze gewonnen te hebben. Het vermogen elkaar te blijven vinden, ook zonder de extreme omstandigheid van het overlijden van de overschaduwende vader. Mildheid en uiteindelijk een vertrouwen in elkaars mildheid vormt daarbij het cruciale ingrediënt. Een recensie kan al te vaak al te snel overhellen naar het serieuze, ook hier is dat onvermijdelijk aan de hand. Laat ik daarom tot slot niet vergeten het absolute plezier aan te stippen dat deze voorstelling brengt. Het voelbare plezier van het spelen, het gedeelde plezier van het kijken en meegevoerd worden, het plezier dat onderdeel is van de levenslust die onbedwingbaar doorheen alle gaten en kieren gloort van het moeizaam bij elkaar getimmerde levenspad van de drie personages. Wat een plezier.

De voorstelling speelt vanaf september 2026 terug in De Expeditie (Gent).

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#181

15.12.2025

—

14.04.2026

Pieter Martens

Pieter Martens studeerde geschiedenis, was lang actief in de Gentse erfgoedsector en werkt nu in een wijkgezondheidscentrum. Hij houdt van theater, lezen, voetbal en zijn zoon.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!