© Philip Frowein

Leestijd 11 — 14 minuten

Mitosis – Brandy Butler

Een LSD-opera-soap

Nu veel mensen LSD en plant teachers herontdekken als spiritueel redmiddel en alternatief voor de klassieke psychofarmaca, vinden tripverhalen ook hun weg naar het podium. Maar hoe puur je theater uit een psychedelische ervaring, die meestal zo overrompelend is dat ze alle woorden en zintuigen doet kortsluiten? In haar ‘LSD opera’ Mitosis toont de Amerikaanse performancekunstenares Brandy Butler alvast hoe het niét moet.

“LSD, 100 microgram, intramusculair.” Toen Aldous Huxley in 1963 stierf aan strottenhoofdkanker, kon hij al een tijdje niet meer praten. Zijn laatste wens krabbelde hij op een briefje voor zijn vrouw Laura, zijn partner in crime tijdens de vele psychonautische experimenten die hij tijdens zijn leven had ondernomen. Terwijl Huxleys dokter afgeleid was door het tv-nieuws over de moord op John F. Kennedy, injecteerde Laura haar man met twee shots LSD. Enkele uren later stierf hij vredig, “like a piece of music just finishing in a sempre piu piano dolcemente.”

Huxley had een mystiek geloof in de kracht van psychedelica bij eindelevenservaringen. In zijn laatste roman Island (1962), over een utopische samenleving in de oceaan, krijgen alle eilandbewoners het speciale ‘Moksha-medicijn’, dat hen bevrijdt van hun stervensangst en bewuster in het leven doet staan. We moeten van de dood een spiritueler, en minder fysiologisch proces maken, schreef hij in een brief aan psychiater Humphrey Osmond (de man die de term psychedelica muntte). Laten we de dood niet beschouwen als de “ultieme biologische ramp”, maar als een avontuur door ons bewustzijn, dat zoveel omvangrijker is dan de fractie die we ervan maar ervaren in ons dagelijks leven (of wat Huxley de ‘Mind at large’ noemde).

Jammer voor Huxley, en al zijn psychonautische broeders en zusters, werd LSD in 1968 verboden door de Amerikaanse overheid. Waar de CIA aanvankelijk nog heil zag in het goedje als waarheidsserum in de heksenjacht op de communisten, werden ze na de flowerpowerbeweging en de provocaties van drugsgoeroe Timothy Leary toch een beetje bang voor hoe zo’n klein druppeltje lyserginezuur, afkomstig van een onschuldige graanschimmel, op grote schaal tot een politieke revolutie kon leiden.

Veertig jaar later beleven psychedelica weer een revival, geïnspireerd door de vele doodgezwegen wetenschappelijke onderzoeken uit de jaren 1950 en 1960 waarin tripmiddelen uiterst effectief bleken bij de behandeling van verslaving, angst, depressie en palliatieve zorg (een medicinale kracht waarvan de inheemse culturen in het Amazonewoud zich al eeuwenlang bewust waren).

Psychedelica kwamen zo ook op de radar van de Amerikaanse, naar Zwitserland gemigreerde, performancekunstenares Brandy Butler. Hoe kan de dood geen eindpunt zijn, maar een proces van transformatie, en kan LSD daarbij helpen? Dat is het opzet van haar ‘LSD opera’ Mitosis, waarin ze ook het plotse verlies van haar moeder verwerkt. Op papier klinkt het veelbelovend, maar wellicht zou Huxley zich omkeren in zijn graf – of net zoals ons een lange zucht van verveling slaan – als hij zag hoe Butler de fractale psychedelische ervaring ‘verplat’ tot een mak 2D-toneeltje.

© Philip Frowein

Macarena op weed en witte salie

In Mitosis maken we kennis met een vrouw, vertolkt door soulzangeres Annie Goodchild, die borstkanker heeft. Op het einde van de voorstelling zal ze misschien dood zijn, zo zingt ze ons frontaal toe met een stem die doet denken aan Alicia Keys. Net nog heeft ze haar 44e verjaardag gevierd, met drie vrienden (gespeeld door acteur-zangers David Attenberg, Ivy Montiero en Ruth Schwegler). Bij binnenkomst in de theaterstudio van De Singel stonden ze al uitgelaten de macarena te dansen in een hyperrealistisch nagebouwde living, cavaatje en jointje in de hand, de geur van witte salie kringelend in de neus, en een catchy song op repeat die ketamine, peyote en MDMA aanprijst.

Het is opmerkelijk hoe voorstellingen vaak al in de eerste minuten het probleem ensceneren dat hen ‘fataal’ zal worden. Hoe zal Butler vanuit dit postironisch toneeltje spelen, vanuit dit burgerlijke doen alsof iets geloofwaardig kunnen vertellen over doodgaan en de impact van psychedelica, allebei ervaringen die zo onbevattelijk en diep existentieel zijn dat ze bij uitstek aan het domein van de representatie ontsnappen? Ik ben er niet gerust op, maar kijk, nog twee uur te gaan.

“Tekst, muziek en enscenering glijden in Mitosis zo rimpelloos en zoetgevooisd over elkaar heen dat ik me bijna in een Disney-musical waan. We hebben het sentiment alleen maar als zoete pap te slikken. Maar waar blijft de ayahuasca-kots?

Na het feestje volgen we Goodchild in de wachtzaal, op haar ziekenhuisbed en bij de therapeut (gespeeld door Butler zelf). De diagnose blijkt ernstiger dan gedacht. De dokters schrijven de vrouw aan de lopende band pillen voor, witte, rode, blauwe, roze… De bijwerkingen moet ze er maar bijnemen, zo zingen ze luchtig in hun flapperende witte jassen terwijl ze van hot naar her crossen. Goodchild krijgt er prompt een identiteitscrisis van. Wie is ze nog, nu haar lichaam zich tegen haar heeft gekeerd? Heeft ze voor dit lot al die tijd trouw haar belastingen betaald en haar vrienden uit de nood geholpen? “Is this all I get, cause I want more. (…) God is a traitor!”

Goodchild vertolkt haar kopzorgen met een meelijwekkende blik die nadrukkelijk hengelt naar onze empathie. Zoveel ernst zou een onbedoeld neveneffect kunnen zijn van het feit dat ze geen geschoolde actrice is, maar de muziek maakt duidelijk dat het wel degelijk een regiekeuze is. Een greep uit het aanbod van wat we te horen krijgen (de ondertitels van Mitosis vatten het beter samen dan ik zelf zou kunnen): gentle orchestral music, soft piano music, elevator-latin music, soft emotional drone music, moody rock music, emotional string quartet… Ik ben geen kenner, maar voor mij is dit muziektheater van het ergste soort. Tekst, muziek en enscenering glijden in Mitosis zo rimpelloos en zoetgevooisd over elkaar heen dat ik me bijna in een Disney-musical waan. Nergens mag het schuren, nergens voegt de muziek iets toe aan wat het personage denkt of voelt. We hebben het sentiment alleen maar als zoete pap te slikken. Maar waar blijft de ayahuasca-kots?

Glinsterende paddo’s en roze olifantjes

Op advies van haar therapeut gaat Goodchild op zoek naar een alternatief voor de klassieke geneeskunde. Op de zijwanden van het huiskamerdecor verschijnen filmbeelden van mei 1968, stonede hippies in een park, cartoons van glinsterende paddo’s en roze olifantjes. “You could take some LSD, maybe taste the color pink. Or try some DMT, see your past lives. If you’re feeling brave, ayahuasca’s all the rage,” zingt Butler terwijl ze in een luchtgitaarsolo haar innerlijke Jimi Hendrickx bovenhaalt. Ook de andere acteurs, die zich voor de gelegenheid in een gebatikte legging hebben gehesen, verklaren mee de “war on the war on drugs” terwijl ze high over het podium dwarrelen. Uiteraard zien we ook Reagan verschijnen in zijn bekende anxiety speech uit 1966, waarin hij waarschuwt voor de gevaren van LSD, het begin van het einde voor het veelbelovende psychedelica-onderzoek.

Vanuit het publiek kijkt Goodchild goedkeurend toe en vraagt ons na de show om applaus. Ik heb niet veel zin om te applaudisseren voor zo’n hoop clichés over iets wat mij zeer dierbaar is. De geschiedenis van psychedelica is zo rijk, maar Butler walst er oppervlakkig doorheen en beperkt zich tot het Wikipedia-abc. En het wordt er niet beter op. Even later zit Goodchild samen met een paar andere reizigers op een yogamatje, klaar voor haar eerste psychedelische ceremonie. Nog even stretchen en de intenties overlopen. De éne wil zijn fysieke pijn kwijt, de andere zijn schaamte, zij zelf heeft gewoon het beroemde artikel uit The New York Times gelezen over “life-changing psychedelics” en wil eens zien waar alle fuzz om draait (net zoals Butler zelf?). Maar de trip blijkt een mislukking. De prille psychonauten kunnen niet ademen, vinden het saai en de muziek staat te luid. Het is in de verre verte niet grappig genoeg om effectief de draad te steken met de commerciële westerse tripindustrie en de vele pseudogoeroe’s die vandaag opduiken (dat zou een terechte kritiek zijn). Tegelijk maakt Butler de bijzondere impact van een psychedelische trip op deze manier behoorlijk belachelijk. Waarom doet ze dat?

Misschien omdat ze op zoek is naar de catharsis van het klassieke drama, want dat is wat Mitosis in essentie blijft. “I’m scared of losing control,” trapt Goodchild sentimenteel een open deur in, op zoek naar een reden waarom ze niet in de LSD-flow geraakt. De therapeut stelt haar gerust: psychedelica zijn geen quick fix, je moet vertrouwen hebben in jezelf. En ziedaar, plots openen de doors of perception zich miraculeus wel. Het decor klapt open en we komen terecht in Goodchilds black box. Het wordt stil, de tijd vertraagt. De performers duiken op als haar alter ego’s, gekleed in dezelfde salopet. Ritueel begraaft ze hen, waarna ze weer opduiken in ziekenhuiskleedjes, solidair aan haar lot. Via weinig suggestieve filmbeelden keren we vervolgens terug naar het bestaan op cellulair niveau, van waaruit dankzij het proces van ‘mitose’ (celdeling) altijd nieuw leven mogelijk is. “Whether we fight, holding to our last breath, our cells still commune, far beyond bodies death,” zingen ze in koor. In een stream of consciousness ziet Goodchild haar leven aan zich voorbijtrekken, met foto’s uit haar jeugd, nieuwsflitsen en zelfs Jennifer Coolidge uit The White Lotus.

“In het werk van Susanne Kennedy en Markus Selg kom je soms wel dichtbij de psychedelische ervaring. In hun liminale tussenwerelden lijken de personages meer hallucinaties dan echte mensen, tijd en ruimte zijn distorted, het landschap is even virtueel als reëel.“

Butler wil hier duidelijk de sprong maken van de representatie naar de ervaring, naar het domein van het onvoorstelbare, maar het blijft allemaal heel letterlijk, gevangen in een gladde muziektheatervorm die vooral een keurig verhaaltje wil vertellen. Natuurlijk is het geen evidentie, om zoiets overrompelend, hyperpersoonlijk en alogisch als een psychedelische trip te verbeelden. In het werk van Susanne Kennedy en Markus Selg kom je er soms wel dichtbij, en niet alleen door de felle GOA-kleuren die bijna een aanslag op je zenuwstelsel zijn. In hun liminale tussenwerelden lijken de personages meer hallucinaties dan echte mensen, tijd en ruimte zijn distorted, het landschap is even virtueel als reëel… Je weet niet hoe te navigeren in deze wereld met ongekende fysieke wetten, waarin dimensies over elkaar schuiven, waarin je zintuigen je bedriegen. En precies dat is zo eigen aan een trip.

Dat het ook zonder ontregelende beelden kan bewees Luanda Casella onlangs in Trouble Score. In haar koortsige beschrijving van een ayahuasca-ritueel zit het onbewuste van de verteller de hele tijd te duwen tegen de oppervlakte. Het ‘nu’ wordt doorkruist door andere schaduwtijden, trauma’s van het verleden die bloederig door de woorden heen hun weg zoeken. Casella slaagt er niet de hele rit in, maar op de beste momenten laat ze je in Trouble Score luisteren met je lijf, net zoals het plantmedicijn ook doet, en raak je in een bedwelmende high waarin tijd, plaats en vertelperspectief out of joint geraken.

Van die belichaamde ervaring geen spoor in Mitosis. We krijgen net een heel stereotiepe representatie van de dood. Op het eind verschijnt Goodchild in een zwart kleedje, met een ruiker bloemen aan haar voeten. “Everything in beauty, everything in peace, everything in love,” zingt ze in memoriam voor zichzelf, ondersteund door een melancholische hoorn. Ze is vredevol gestorven, althans in haar verbeelding, want even later wordt ze wakker op haar ziekenhuisbed. Klaar om haar ziekte nu echt in de ogen te kijken?

© Philip Frowein

Kosmisch heimatgevoel

Het is een mooi idee, psychedelica als manier om de dood te oefenen. Dat ontdekte psychiater Stanislav Grof al in de jaren 1960, toen hij experimenten deed met terminale kankerpatiënten. Door de LSD gingen ze niet alleen de kleine gelukjes van het leven meer waarderen en werd hun pessimistische denken letterlijk ‘opgeschud’ (door een proces dat we vandaag neuroplasticiteit zouden noemen). Ook de kosmische, oceanische verbondenheid met iets groter hielp sommigen bij het bezweren van hun stervensangst.

“Het absolute Niets in de ogen kijken is afschrikwekkend, dat merkte ik zelf tijdens een van mijn trips op psilocybine. Ontlichaamd zweefde ik door een gigantische, grenzeloze, donkere void.”

Het leven is inderdaad meer dan enkel dit kleine ego van ons. Maar het vraagt wel wat moed, die mindswitch. Het absolute Niets in de ogen kijken is afschrikwekkend, dat merkte ik zelf tijdens een van mijn trips op psilocybine. Ontlichaamd zweefde ik door een gigantische, grenzeloze, donkere void. De duisternis was zo massief en drukkend dat ik bijna niet meer kon ademen en alle oriëntatie verloor. Het was er ijzingwekkend stil. Zo stil, dat het voelde alsof ik, in lichtjaren afstand, nog het enige levende wezen was. En het was koud, zo koud, alsof elke menselijke warmte was uitgedoofd. Zou dit ooit voorbijgaan of was dit nu voor altijd mijn lot, om eenzaam, als ontstoffelijkt bewustzijn, rond te dwalen door deze leegte? Zonder horizon, zonder richting, zonder iemand die weet had van mijn bestaan? Het was de ultieme oefening in overgave. De enige mantra die ik voor mezelf kon herhalen, was: niet bang zijn, je hebt jezelf, je bent bij jezelf, dit gaat over. In plaats van weerstand te bieden, probeerde ik één te worden met de duisternis. En het ging over.

Eerlijk, die trip heeft me niet minder bang gemaakt voor de dood. Mijn husband zegt vaak dat hij niet bang is om te sterven, omdat hij dan teruggaat naar de sterren en de zee en de bergen. Ik ben altijd jaloers op dat kosmische heimatgevoel. Het maakt dat ik iets minder bang ben om hem te verliezen, maar voor mezelf vind ik het besef deel te zijn van iets Groter op dit moment eerder nog overweldigend en bedreigend dan geruststellend. Toch heeft mijn confrontatie met het Niets me wel een zekere kracht gegeven. De kracht dat ik het misschien wel ga kunnen – sterven, de controle uit handen geven – als de tijd ooit komt. Om een bondgenoot te zijn in mijn eigen afscheid. Om dan hopelijk, zoals Huxley, langzaam uit te doven zoals de laatste noot muziek.

Mitosis (Brandy Butler) gezien op 30/1 in De Singel.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 11 — 14 minuten

#181

15.12.2025

—

14.04.2026

Charlotte De Somviele

Charlotte De Somviele schrijft over podiumkunst voor De Standaard en is co-hoofdredacteur van Etcetera. Daarnaast werkt ze als klinisch psycholoog in een psychiatrisch ziekenhuis.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!