Confessie – Raven Ruëll & Bruno Vanden Broucke
De kunstmarkt maakt de kunstenaar
Klaas Tindemans
© Adel Setta
Powerplay kondigt zich aan als zoektocht, als een poging om het ethisch kluwen van grensoverschrijdend gedrag met vallen en opstaan te ontrafelen. Het regiedebuut van Valentijn Dhaenens wil niet eenduidig zijn. Het wil een brug slaan tussen een witte, oudere, gecancelde acteur (Bruno Vanden Broecke) en een jonge, opkomende, zwarte actrice (Andie Dushime), wiens identiteit geïnstrumentaliseerd wordt in zijn verontschuldigingspoging. In een confrontatie tussen twee maatschappelijke posities, tussen ironie en oprechtheid, tussen fictie en metareflectie, dringt de vraag zich op: wat vraagt deze zoektocht eigenlijk van haar publiek?
Ik geef eerlijk toe, ik zette me met een bang hartje neer in mijn stoel in de KVS. Het idee van een oudere man en een jonge vrouw die ethische geschillen uitvechten op scène, het doet mijn Gen Z-haartjes al een beetje rechtop staan. Het is een bekend opzet, en precies daarom beladen. Zal er opnieuw een generationele tegenstelling opgevoerd worden, waarbij de essentie van het onderwerp overschaduwd wordt door een gestereotypeerde antithese? Deze vorm kent enkel verliezers: de oudere generatie wordt als onbuigzaam, defensief en uitgespeeld geportretteerd, terwijl de jongere, ‘woke’ generatie als verzuurd, controlerend en moreel superieur aan de kant geschoven wordt. Ik kijk rond me en hoop dat de vriendelijke oudere man naast me achteraf nog even vriendelijk naar me zal lachen (en ik naar hem).
In haar openingsmonoloog waarschuwt Billie (Andie Dushime): dit gesprek zal niet af zijn. Het zal falen, maar zij en haar tegenspeler zullen altijd opnieuw herbeginnen. Net als Sisyphus, wiens steen telkens weer naar beneden rolt wanneer hij de top van de berg bereikt, zo ziet ook dit duo zich genoodzaakt telkens opnieuw te beginnen wanneer hun uiteenlopende visies een patstelling bereiken. Ze zullen niets afmaken, maar de confrontatie blijven aangaan. De Sisyphus-metafoor wordt tweeledig ingezet: niet enkel moeten zij telkens opnieuw beginnen, het is ook een uitnodiging om de potentie van het herbeginnen te omarmen. Wanneer de steen valt, is Sisyphus dan niet even vrij? Wanneer alles door onze vingers lijkt te glippen, zijn we dan niet kortstondig gelukkig, onbezwaard en onbegrensd?
“Als publiek word je verplicht hen te veroordelen: Pedro om zijn onoprechtheid en Billie om haar morele superioriteit.”
Dan komt Pedro (Bruno Vanden Broecke) op. Een Bart de Pauw-achtig figuur: een gecancelde acteur en dramadocent, ooit machtig, nu op zoek naar manieren om zijn rots opnieuw naar boven te krijgen. In Billie ziet hij die mogelijkheid. Haar aanwezigheid op het podium draagt al maatschappelijk gewicht, nog voor ze iets zegt. In dit metanarratief bouwen Pedro en Billie samen een verontschuldigingsvoorstel(ling) op, maar hun overtuigingen blijken telkens opnieuw onverzoenbaar. Pedro probeert, zoals het stereotype van de oudere witte man betaamt, de controle over zijn narratief te behouden, slachtofferschap te claimen, schijnexcuses te maken zonder zijn eigenwaarde te verliezen. Maar ook Billie speelt haar toebedeelde rol: zij doorprikt zijn foute intenties, wijst hem op zijn ego-gedreven verontschuldigingsqueeste en forceert hem zijn verleden onder ogen te komen door het letterlijk op te voeren. Zo wordt uitgebeeld hoe Pedro studentes manipuleert, ongemakkelijk maakt en betast. Wanneer de frustraties tussen de twee oplopen, wanneer één van de twee zich in een hoek gedreven voelt, wanneer het net te confronterend wordt, wordt een grote rode knop ingeduwd, hoor je een steen vallen en beginnen ze – zonder verzoening – opnieuw.
Het metanarratief van twee acteurs die een voorstelling maken, laat de nodige zelfreflectie toe. Pedro krijgt gestaag meer inzicht in zijn beweegredenen. Zijn houding impliceert geen schuld of oprechte noodzaak tot excuses. Als acteur wil hij gezien worden, graag gezien worden. Hij verlangt naar de grenzeloze creativiteit van vroeger, naar een positie waarin het publiek geen oordelende agency heeft. Billie is zich op haar beurt bewust van haar eigen positionering, zowel in het werkveld als in deze voorstelling. Ze is jong, nog niet gevestigd. Haar aanwezigheid is symbolisch: haar identiteit houdt een maatschappelijke begenadiging in. Tegelijk voelt ze de druk om deze symboliek te weigeren. ‘Ik wil niet met het vingertje wijzen, dat gaan we echt niet doen.’ Powerplay is zich bewust van de gevaarlijke jong-oud-dichotomie die ze opvoert.
Maar dit bewustzijn heft de tegenstelling niet op. Mijn Gen Z-haartjes gaan nooit echt liggen doorheen het stuk. Als publiek word je vanaf hun beider introducties verplicht hen te veroordelen: Pedro om zijn onoprechtheid en Billie om haar morele superioriteit. Hun zelfreflectie heft de problematische tegenstelling niet op, maar bevestigt haar. Alsof leeftijd iemand ethisch determineert. Ik ken genoeg jongeren wiens moreel kompas de grenzen van anderen niet registreert, alsook genoeg oudere mensen die hier weinig moeite mee hebben. Dit generatieconflict bevestigt een ingebeelde onverzoenbaarheid. Focussen we op deze manier niet op een fout discours, dat voorbijgaat aan de implicaties van grensoverschrijdend gedrag? Het is geen generatiekwestie, maar een verantwoordelijkheidskwestie.
“Grensoverschrijdend gedrag is geen generatiekwestie, maar een verantwoordelijkheidskwestie.”
Die verantwoordelijkheid wordt in Powerplay net te vaak vermeden. Telkens wanneer een essentie aangeraakt wordt, wanneer de stereotiepe karakterisering vervaagt en een oprechtheid doorschemert, wordt er op de rode knop geduwd en valt Sisyphus’ rots weer. Elke nieuwe scene herneemt de ironische basis van de personages: hij draait het narratief weer naar zijn slachtofferschap, zij wordt als overgevoelig en betweterig afgeschreven. De scène waarin ze samen een interview voorbereiden, illustreert dit scherp. Pedro laat Billie vooropgestelde vragen stellen, die peilen naar de negatieve implicaties van cancel culture op zijn leven. De zaal lacht. Het is herkenbaar, en zo ook comfortabel. En ik snap het: a spoonful of sugar makes the medicine go down. Maar dan moet je medicijn ook substantieel genoeg zijn, anders heb je niets genezen.
Bovendien suggereert Powerplay, via de titel en via de dramaturgie, dat de confrontatie een spel is waar beide spelers evenveel macht bezitten en dat ze op gelijke voet kunnen uitspelen. Ook dat voelt misleidend. Billie kan confronteren, benoemen, naspelen, maar ze kan niets afdwingen. Pedro’s onzekerheid wordt gelezen als het gevolg van een veranderde ethiek, van een oordelend publiek, van een zogenaamd dominante jongere generatie. Terwijl die onzekerheid evengoed gelezen kan worden als iets anders, als het ongemak van verantwoordelijkheid. Responsabiliteit wordt zo verward met macht, kritiek met cancel culture (die overigens wel een kritische reflectie behoeft).
“Elke nieuwe scene herneemt de ironische basis van de personages: hij draait het narratief weer naar zijn slachtofferschap, zij wordt als overgevoelig en betweterig afgeschreven.”
Ik verliet de zaal met de vraag: voor wie is deze morele zoektocht bedoeld? Voor wie bekend is met de problematiek, gaat Powerplay niet ver genoeg: ironie en die verdomde vallende steen staan een oprechte reflectie in de weg. Voor wie minder vertrouwd is met grensoverschrijdend gedrag, was de voorstelling te leuk. De stereotypen zijn herkenbaar, de ironie maakt ze behapbaar. Theater over grensoverschrijdend gedrag hoeft niet eenduidig te zijn. Het mag falen. Maar wanneer falen zelf een vorm wordt en ironie een schild, wordt het moeilijk om nog werkelijk iets te riskeren. Misschien mag die steen wel eens een tijdje beneden blijven liggen, zonder die haastig terug naar boven te duwen?
De speellijst van de voorstelling vind je hier.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.