© Bart Grietens

Leestijd 6 — 9 minuten

Where is everybody? – ZOO/Thomas Hauert & Platform K

Een magisch droomeiland

Twee danstrio’s, respectievelijk van Platform K en ZOO, zoeken uit hoe je kan samenzijn en samenwerken in verschil. Where is everybody? begint weliswaar als een wat stroeve, karakterloze oefening maar verwerkelijkt zich gaandeweg tot een magisch droomeiland waar de verscheidenheid van elk individu verschijnt en opbloeit.

Koude vioolklanken van Salvatore Sciarrino’s Sui Poemi Concentrici II vullen de donkere ruimte. Ze klinken als bevroren lucht, lijken uit de verte te komen. Wanneer een wit licht de scène overneemt, onthult het individuele groene lappen stof die samen één gordijn vormen. Als een ‘U’ hangt het tegen de achter- en zijwanden. Het zweeft een halve meter boven de grond. Rechts vooraan staan wat onopvallend een tafeltje met twee witte kommetjes en een microfoon.

Tussen twee van die doeken verschijnt de imposante Anthony Quintard van Platform K. Hij neemt plaats centraal vooraan. In zijn grijze jogging-outfit kijkt hij ons aan. Met de blote voeten eerst zichtbaar onder het hangende doek komt vervolgens de rest van de performers op: Oskar Stalpaert van Platform K en Sarah Lundi, Samantha van Wissen en Mat Voorter van ZOO. In eenzelfde outfit en met eenzelfde emotieloze blik vormt het vijftal een statige rij en kijkt het ons gedurig aan.

Tot Anna Dujardin, van Platform K, als laatste verschijnt. Zij neemt geen plaats in de rij, maar gaat naast elk van haar medespelers staan en bekijkt hen in detail. “Ik ben hier! Ik besta! Zie mij!”, lijkt ze te zeggen, met haar grote, indringende ogen. De anderen draaien zich om en richten hun blik op haar.

Dujardin loopt naar de microfoon: “Ik ben omarmd in mezelf. Jij bent omarmd in jouw cocon. Samen zijn we omarmd in een cocon… Omarming, zie je het? Het is fictie. Er is nooit een omarming geweest voor mij. In mij. In het niets.” In koor herhalen de vijf anderen haar woorden, eerst in het Nederlands, nadien ook in het Engels en het Frans. Op de nog steeds kille klanken krijgt het beeld iets benauwends.

Dujardin loopt naar Stalpaert en Voorter en gaat hen voor in een eerste dans. Ze neemt een arm en legt die op een heup, pakt een hoofd en positioneert het hoger, verzet een been of draait de heupen een kwartslag. Het voelt alsof ze paspoppen in de juiste positie wil krijgen. Tegelijk blijven de andere performers woorden als “embrace“, “omarming” en “fiction” herhalen.

© Bart Grietens

© Bart Grietens

© Bart Grietens

Improvisatie-oefeningen

Op de tonen van ‘Mata Aini Kuru kara Ne’ van Jonny Greenwood komt de dans dan wat los. Dujardin leidt het duo nu over de gehele scène. De passen worden groter. Toch blijft het allemaal erg stroef en hoekig. De staccato-bewegingen breken af nog voor ze zich echt ontwikkelen. Van de gekende energie van Oskar Stalpaert valt weinig te merken.

Dan loopt Lundi naar het tafeltje. Ze neemt een kaartje uit elk van de kommetjes en zegt: ‘Mat, Oskar, evenwicht met twee. Muziek 3.’ Het tweetal voert de improvisatie-oefening uit. Ze doen met veel aandacht wat ze moeten doen, maar schijnbaar ook niet meer dan dat. Tussen de akelig rondspokende klanken van Sciarrino rijst de stem op van Ray Charles. Eerst eerder op de achtergrond, alsof zijn stem zit vastgeketend en niet mag losbreken, nadien gelukkig toch voluit. Lang duurt dat echter niet, want met ‘Anna en Anthony, ogen dicht. Muziek 8’ volgt meteen een volgende oefening. Het geblinddoekte tweetal laat zich leiden op basis van elkaars aanwezigheid.

“De staccato-bewegingen breken af nog voor ze zich echt ontwikkelen. Van de gekende energie van Oskar Stalpaert valt weinig te merken.”

Dit procedé herhaalt zich verschillende keren, met steeds andere constellaties van dansers, instructies en muziek. Duetten en trio’s op muziek van The Communards, Vienna Brass Connection, Peggy Lee en het Russische elektronische hiphopduo Aigel passeren de revue. Maar wat willen deze scènes vertellen? Tonen hoe ZOO haar gekende improvisatiepraktijk overdraagt aan de leden van Platform K?

Bij de lange opeenvolging van improvisatie-oefeningen valt op dat de scènes niet te lang (mogen) duren. Snel afgebroken voelen ze eerder onaf. Ook de muziek benadrukt dat: steeds eerst op de achtergrond, nadien heel even voluit. Samen met de ijzige violen die opnieuw doorklinken, de grijze outfits, het felle witte licht en de emotieloze blik, valt over de scène een bedrukte sfeer. Where is everybody? lijkt karakter te missen.

Samen verschijnen in verschil

Tot ‘Für mich soll’s rote Rosen regnen’ van Hildegard Knef de ruimte overneemt. Duo’s van ZOO’ers en Platform K’ers zoeken elkaar op. De bewegingen worden vrijer, energieker. Het zestal vloeit samen tot een slang waarbij ze hun armen in elkaar haken zoals in musical-choruslijnen. Zien we de omarming ontstaan waarover Dujardin eerder sprak?

Stalpaert breekt los en haast zich naar de microfoon. Dansend met de taal verweeft hij de woorden syndroom en droom: “Ik heb een droom. Downsyndroom. Dat is wat ik wil zijn. Het zit in mijn hoofd en in mijn brein. Downsyndroom, mijn held, mijn vijand. Downsyndroom, voor altijd mijn droomeiland.” De anderen, nog steeds in de musical-groepsformatie, zingen zijn woorden na in Frans en Engels.

“Ik ben wie ik ben… Laat mij maar doen,” besluit Stalpaert krachtig, en meteen begint hij stralend, vol energie en overtuiging, aan een uitbundige solo op een pianostuk van Ravel. De anderen volgen zijn voorbeeld. Polyfoon dansen ze nu door de ruimte. Ook het licht gloeit warmer dan voorheen. Het groene wanddoek creëert plots een lentesfeer.

“Stalpaert breekt los en haast zich naar de microfoon. Dansend met de taal verweeft hij de woorden syndroom en droom: ‘Ik heb een droom. Downsyndroom. Dat is wat ik wil zijn.”

Gaandeweg krijgt ieder zo een eigen gezicht, een uitgesproken ‘danskarakter’. Het zorgt ervoor dat je de voorgaande scènes anders leest. Werkt het zomaar integreren in bestaande sociale conventies beperkend? Vormt het een te strakke mal die eigenheid verstikt? De groepsdans die volgt onderschrijft die boodschap, want het zestal verandert van grijze muizen in particuliere dansers die samen elk eigenwijs bewegen.

Tot iedereen de bühne verlaat. De grote, wat verlegen Quintard komt in een kleurrijke outfit (Bernhard Willhelm) terug het podium op. Onder begeleiding van Bart Celis op gitaar zingt hij Freedom van George Michael. Hij geeft zich al snel helemaal en weet ook het publiek op te zwepen. De anderen, nu ook in kleurrijke kostuums, zingen en dansen mee.

De zes nemen opnieuw plaats in een rij zoals bij het begin. De cirkel is rond. Hun onwaarschijnlijke, kleurrijke kostuums benadrukken ieders individualiteit. Where is everybody? toont dat samenleven en samenwerken als gemeenschap niet moet worden begrepen als versmelting of fusie. Er kan alleen sprake zijn van gemeenschap als de verscheidenheid van elk individu, elk lid, blijft bewaard.

“Ieders lichaam vormt een motor voor schijnbaar eindeloos bewegingsgenot. Je weet amper nog waar te kijken.”

Allen verschillend en toch samen dansen ze een laatste onweerstaanbare sarabande. De dansers springen vrank en vrij over de scène, zwieren en draaien met nu opvallend soepele lichamen. Ze gooien alle stijlen door elkaar, uitbundig en met aanstekelijke energie. Ieders lichaam vormt een motor voor schijnbaar eindeloos bewegingsgenot. Je weet amper nog waar te kijken.

De voorstelling doet me denken aan het werk van de Franse filosoof Jean-Luc Nancy over samenleven en gemeenschap. Hij spreekt in dit verband over com-paraître of ‘samen verschijnen’. Gemeenschap is geen samensmelting of assimilatie van singuliere individuen in een allesomvattend en extensief geheel, maar een exposition waarin mensen de ruimte krijgen om zich in hun eigenheid en gelijkheid aan elkaar bloot te geven.

ZOO en Platform K tonen met Where is everybody?, dat door het improvisatie-element iedere avond van vorm verandert, dat die gemeenschappelijkheid een nooit afgewerkt product is. Eerder ‘is’ het iets dat zich elke keer opnieuw manifesteert. Een droomeiland dat we moeten blijven verwerkelijken.

De speellijst van de voorstelling van je hier.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#181

15.12.2025

—

14.04.2026

Jasper Delva

Jasper Delva werkt als beleidsmedewerker rond kennisontwikkeling bij het Departement Cultuur, Jeugd en Media van de Vlaamse overheid en doet onderzoek naar loopbanen in het Vlaamse podiumlandschap aan de KU Leuven. Hij schrijft tevens voor diverse cultuurmedia.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!