Confessie – Raven Ruëll & Bruno Vanden Broucke
De kunstmarkt maakt de kunstenaar
Klaas Tindemans
© Karolina Maruszak
Na ZEEMAAL zet Sien Vanmaele met WIER haar onderzoek verder naar klimaatangst en voedsel, ditmaal gericht op een jong publiek. In een lezing en kooksessie die alle zintuigen aanspreken wordt zeewier andermaal opgevoerd als elastische hoop in bange klimaatdagen. De vraag is of die hoop de ecologische urgentie niet in de weg staat.
Als leerlingen in afwachting van de volgende les staan we te wachten, in een nauwe gang. Plots duiken Dulse (Laura François) en Nori (Sofie Joan Wouters) op. Het is zo stilletjes aan wel tijd om te starten, stelt die laatste. Zichtbaar zenuwachtig jaagt ze haar vriendin en collega-‘zeekenner’, die toch een enorme kar vol netten voor zich uit moet duwen, naar voren. De tijd dringt.
Eens de mensenrij doorploegd, leidt Nori ons de zaal in. Samen met drie kinderen en twee ouders krijg ik een plek toegewezen op een van de doeken die een halve cirkel vormen rond een opzettafel met allerlei proefbuisjes en glazen bokalen. Gezapige ukelelemuziek vult de zwarte doos met associaties van zee en strand.
Nadat Dulse haar kar eindelijk krijgt gestald op de plek die de opgewonden Nori voor ogen had, start het tweetal hun lezing over de ‘wierwonderlijke zee’. Maar eerst introduceren ze zichzelf. Beiden zijn al van kinds af aan ‘zoekers’. Nori onderzoekt het leven in de zee. Met veel passie vertelt ze over de drie categorieën zeewier: de rood-, groen- en bruinwieren. Dulse is strandjutter en zoekt de vloedlijn dagelijks af naar zeldzame vondsten. Ze verzamelt alles. Ze vindt veel – te veel, leer je later – kreeftenfuiken, kroonkurken en flessendopjes.
Het tweetal leidt ons geanimeerd rond in de zeewierwereld. Ze hangen hun verhalen steeds op aan individuele soorten als zeesla, Iers mos, nori en micro-alg spirulina. De ‘zeekenners’ verweven biologie, ecologie, cultuur en geschiedenis en doen dat met een bijzondere aandacht voor praktische kennis. Zo vertelt Nori dat haar rode naamgenoot, die wij vooral kennen als sushibladen, vroeger zo waardevol was dat je er Japanse keizers mee kon betalen en informeert Dulse ons dat het groene Iers mos de stof carrageen bevat die we gebruiken als natuurlijk bindmiddel in slagroom en chocomelk.
De opzet van de voorstelling doet erg denken aan het boek Wieren (2018) van de Nederlandse Miek Zwamborn. Aan de hand van persoonlijke observaties en verhalen, historisch materiaal en wetenschappelijke weetjes laat ook zij een beeld ontstaan van de relatie tussen zeewier en het leven op onze wereld. Want, zo leert Nori ons, zeewier vormt het basisingrediënt van de ‘oersoep’ waaruit het leven ontstond.
In typische Laika-stijl bepalen zintuigen het verloop van de voorstelling. De lecture-performance voor kinderen vanaf acht jaar start uiteraard met luisteren. Al snel mogen we kijken naar zeewier in bokalen en brengen prachtige prenten van de hand van Jana Roos (ze doen denken aan oude plantencyclopedieën) de vertelstof nog meer tot leven. En met een spelletje ‘pak de flosj’ met het bruine knotswier mogen we ook voelen.
“In typische Laika-stijl bepalen zintuigen het verloop van de voorstelling.”
Ruiken en proeven zullen later de revue passeren. De meer dan duizend soorten zeewieren zijn namelijk bijna allemaal eetbaar, onthult Dulse met zichtbare pretoogjes. ‘Maar…’, schreeuwt een aangedane Nori er haastig tussen, ‘de zee is in gevaar’. Dat komt niet alleen door al het plastic dat Dulse uit de zee vist, maar ook door de opwarming en verzuring van het zeewater. Helder leggen Nori en Dulse aan de jongsten onder ons uit dat het leven op onze planeet een schakel vormt in een lange, lange keten. Die wordt verstoord door de mens en zo wordt al wat leeft op onze planeet bedreigd. Aangezien volwassenen nog altijd niet luisteren, ‘ook al liegen de zee en het wier niet’, richten de onderzoekers zich nu dan maar tot het jonge publiek, om het tij toch nog tijdig te keren.
Voor Dulse en Nori licht de oplossing op uit de zee, zoals de zeevonk. Ze beroepen zich op de cirkel van het leven: als we meer wier eten, groeit er meer wier en verdwijnt er meer koolstofdioxide uit de lucht. ‘Maar is zeewier wel lekker?’, hoor je de aanwezige kinderen stilletjes denken. Smakelijk ziet de groenbruine smurrie er in ieder geval niet uit. Plotsklaps tovert Dulse een ‘zeewierzoetje’ tevoorschijn. En zo komen de laatste zintuigen, geur en smaak, in het spel.
“Net als in ZEEMAAL zijn koken en theater voor Vanmaele gelijkwaardige kunstvormen. Haar werk doet denken aan wat Marguerite Duras schreef over koken en schrijven in La cuisine de Marguerite(1999): keuken en schrijftafel zijn plekken om te creëren en contact te maken met mensen.“
Meer en meer wordt duidelijk dat WIER een doorvertaling vormt van het eerdere ZEEMAAL (2023) maar voor een jonger publiek. Dezelfde ingrediënten komen terug: de persoonlijke verhalen en vragen, historisch en wetenschappelijk materiaal, het samen koken. Zelfs het kookeiland van weleer lijkt zijn comeback te maken. Onder leiding van Dulse maken we samen ‘zeesla-pesto’ en ‘blauwe schelpenbrood’, dat we op het einde mogen proeven.
Net als in ZEEMAAL zijn koken en theater voor Vanmaele gelijkwaardige kunstvormen. Haar werk doet denken aan wat Marguerite Duras schreef over koken en schrijven in La cuisine de Marguerite (1999): keuken en schrijftafel zijn plekken om te creëren en contact te maken met mensen. Vanmaele zou daar vermoedelijk aan toevoegen dat het ook helpt om contact te leggen met de natuur en zo onze relatie met haar te herstellen. Vooral Duras’ inzicht dat een maaltijd of een verhaal – in boek- of theatervorm – betekenis krijgt én geeft als je het deelt, resoneert sterk in het werk van Vanmaele.
Het ondertussen gekende recept van Vanmaele is intrigerend maar voelt, net zoals vorige voorstellingen, ietwat naïef. Een beetje (te) gemoedelijk ook. Het koken met wieren laat ons de zee kennen, voelen en proeven en wil ons zo doen inzien hoe onze voedselproductie en -consumptie ervoor zorgen dat deze ‘oersoep’ op sterven na dood is. Andermaal presenteert Vanmaele daarop de zeewieren als een elastische utopie die de wereld kan redden. Het jonge publiek moet worden wakker geschud zodat het zijn gedrag verandert. Tegelijk, en misschien wel net daarom, wil de voorstelling ook niet afschrikken. Het sterven van onze zee blijft veelal buiten ons blikveld. De voorstelling houdt zich ver van harde ecologische aanklachten.
Is het echt voldoende om kinderen erop te wijzen dat we ook gewoon ‘anders kunnen eten’ om de nakende klimaatcatastrofe te voorkomen? Je kan de kookervaring in WIER ook lezen als een gebrek aan besef bij de enthousiaste jutter en onderzoeker dat ze onze leefomgeving (opnieuw) consumeerbaar maken en dus (opnieuw) bijdragen tot de vermarkting en commodificatie van onze natuur.
“Het sterven van onze zee blijft veelal buiten ons blikveld. De voorstelling houdt zich ver van harde ecologische aanklachten.”
Misschien heeft het recept van WIER wel een portie David Attenborough nodig? Diens recente Ocean (2025) benadrukt niet alleen het belang van de zee voor het leven op onze planeet, maar toont vooral onomwonden de oorzaken en gevolgen van ons gedrag. WIER mist deze urgentie, en blijft zo niet meer dan een heerlijk spannend moment voor kinderen die iets ongewoons op hun bord krijgen.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.