Leestijd 6 — 9 minuten

Schwalbe speelt een tijd – Schwalbe

Bouwen om af te breken  

Met de zes-uur durende performance Schwalbe speelt een tijd sloot het Nederlandse theatercollectief Schwalbe een week af vol Schwalbe-voorstellingen. Onder de noemer Schwalbe Speelt Alles werd hun jongste project voorafgegaan door de herneming van Spaar ze (hun afstudeerproject uit 2008), Schwalbe speelt op eigen kracht (2010), Schwalbe speelt vals (2012), Schwalbe zoekt massa (2013). De spanning tussen massa en het individu, de strijd tussen collectiviteit en individualiteit is een constante in de woordeloze en extreem fysieke performances die Schwalbe brengt.

De pompende beats in Spaar ze doen individu en groep steeds met elkaar versmelten. De muziek breekt de individuele grenzen open die we ons zelf opleggen en laat ons toe op te gaan in de feestende massa. In Schwalbe speelt op eigen kracht gaat het collectief al fietsend om met ecologische problemen. Het is een CO2-neutrale voorstelling waarbij op tweedehands hometrainers als een bezetene wordt getrapt om het licht brandende te houden. Wat in Schwalbe speelt vals begint als een onschuldig spel op de speelplaats verglijdt snel in een gevecht waarbij de sterkste alles uit de kast haalt om de overwinning binnen te rijven. Schwalbe zoekt massa is een hypnotiserende choreografie waarbij een menigte als massa tegelijk beschermend als bedreigend kan zijn. Een derwish-beweging waarin de massa het individu opslokt maar ook boven zichzelf kan doen uitstijgen.

Elke nieuwe voorstelling van Schwalbe ontstaat naar eigen zeggen uit de vorige voorstelling(en). In de vorige voorstellingen, waarin het spanningsveld tussen het individu en de massa centraal stond, speelde Schwalbe altijd met tijd, uitputting en de impact die beide hebben op het lichaam en de relatie met de anderen. Deze keer is het de beurt aan de toeschouwer om de impact van tijd te ervaren op het lichaam. In Schwalbe speelt een tijd moeten de repetitieve handelingen van vorige voorstellingen wijken voor het pure handelen. In vergelijking met Schwalbe speelt vals, Schwalbe speelt op eigen kracht of Schwalbe zoekt massa staat nu het publiek voor een grote uitdaging.

Vanaf klokslag middernacht bouwt Schwalbe zes uur lang decors op. Het werk dat normaal de verantwoordelijkheid is van theatertechnici, decorontwerpers en decorbouwers is nu in handen van de vrouwelijke leden van Schwalbe. In heel Nederland klopte Schwalbe op de schouwburgdeuren met de vraag of ze diens meest dierbare of bijzondere decor konden lenen. Op die manier passeert een gekke verzameling van scenografeën de revue: een robuust café dat aan de jaren ’50 moest herinneren, verroeste motoren, een schimmig bordeel, een bühne geplaveid met blikjes, een bloemenveld vervaardigd uit open geknipte petflessen, een gigantische door LED-lampen verlichte penis en een slapende opblaasbaby met het formaat van een walvis. Het ene decor is in een handomdraai klaar, een ander vraagt dan weer om veel hef-, sleur- en timmerwerk. Grote zakken die uitpuilen van de blikjes giet je snel uit maar het opruimen heeft meer voeten in de aarde. De decors werden niet alleen gekozen omwille van hun visuele kwaliteiten maar vooral op basis van de verschillende bouwprocessen die aan het uiteindelijke decor voorafgaan. De vrouwelijke leden van Schwalbe brengen een ode aan alle onzichtbare handelingen die aan de grondslag van theater liggen en waar we als kijker zelden of nooit bij stilstaan. De brute manier van werken en de zware handarbeid die we associëren met decorbouw wordt in Schwalbe speelt een tijd ingeruild door een ongeziene rust waarmee de scènes worden opgebouwd. Geen kreten die worden toegesnauwd om een schroevendraaier door te geven of zenuwachtig gespurt om alles snel op en afgebouwd te krijgen maar een hartverwarmende toewijding waarmee het decor wordt opgezet. Decoropbouw als sacraal ritueel.

Bij het betreden van de zaal wist je als toeschouwer dat er geen gemakkelijke opdracht op je stond te wachten. Voorzien van een volle maag, gewapend met waterflessen, thee of chips en getooid in kleren die het toelaten om zes uur stil te zitten ging om 23.59 Schwalbe speelt een tijd van start. Het ontbreken van dramatische spanning maakt het voor de toeschouwer geen evidente opgave om de aandacht er bij te houden. Alles gebeurt met een traagheid die leidt tot fysiek ongemak. Wie een blik werpt in de tribune ziet de knikkebollende hoofden en het gevecht met de oogleden om die open te houden. Anderen proberen zich krampachtig een houding aan te nemen die hen in staat stelt om de opbouw te kunnen bekijken. Sommigen geven de strijd op en maken van de door Schwalbe voorziene dekentjes gebruik om even een powernap te doen tussen de zitplaatsen in.

Zo groot de concentratie van de performers om alles routineus en in stilte op te zetten, zo groot ook de inspanning die het publiek moet leveren om de zes uur uit te zitten. Net als in hun vorige performances ontbreken de woorden en primeren de beelden. Elk decor in Schwalbe speelt een tijd is gedoemd nooit te kunnen doen waarvoor het gemaakt is: er een theatervoorstelling in laten ontstaan. De laatste bout die wordt vast gedraaid zorgt er niet alleen voor dat het decor af is maar is tevens het signaal dat die weer kan afgebroken worden en in de krochten van de schouwburg mag verdwijnen. Telkens flakker de hoop weer op dat ze iets met het decor zullen aanvangen. Telkens weigert Schwalbe speelt een tijd een antwoord te geven op welk theaterstuk van welk theatergezelschap er zich afspeelde op die scene. Want vooraleer je bij elke scenografie een mogelijk script kan bedenken staat er al een stuk decor terug in de coulissen.

De ongehoorzame Sisyfus moest als straf van de goden een rotsblok naar een bergtop sleuren. Wanneer het rotsblok zich op de top bevindt rolt de steen telkens opnieuw naar de voet van de berg en kan de onmogelijke tocht opnieuw beginnen. Albert Camus (1902-1960) zag in de Griekse mythe van Sisyfus de absurditeit van ons leven. Er gaat geen dag voorbij in ons leven of we verkwisten energie aan triviale zaken. Camus wijst er op dat Sisyfus niet gebukt loopt onder zijn straf maar er net energie uit put. Zijn zinloze werk is een bron energie geworden. Met Schwalbe speelt een tijd brengt Schwalbe een 21ste versie van de mythe van Sisyfus. De eerste twee uur zijn een strijd tegen de slaap en een gevecht om concentratie. Zoals bij een andere voorstelling probeer je alles waar te nemen en te snappen. Schwalbe heeft die factoren waar de performers mee te maken hadden in de vorige performances – het aftakelen van het lichaam, het testen van het uithoudingsvermogen, mentale weerbaarheid – in gezet om het publiek uit te dagen. In de zes uur Schwalbe speelt een tijd ga je dit aan den lijve onder vinden. De tijd laat zich door de lichamen van de toeschouwer want bij de performers lijkt de tijd amper vat te hebben. De lange nacht weet niks van hun vastberadenheid af te pakken terwijl die van de toeschouwer in de eerste twee uur minuut na minuut lijkt weg te ebben. Eenmaal je als toeschouwer aanvaardt dat het onmogelijk is zes uur alles geconcentreerd waar te nemen, sta je zelf toe even pauze te nemen in de bar backstage, je ogen te sluiten of even een frisse neus te halen. Zoals de goden telkenmale de steen opnieuw naar beneden doen rollen zo haalt Schwalbe elk decor meteen weer uit elkaar. De aandacht die we als toeschouwer hen gaven was tevergeefs. Bouwen om af te breken, kijken om uiteindelijk niets te zien. Pas wanneer de toeschouwer toe laat de illusie telkens aan diggelen te slaan kan je genieten van de poëzie die ontstaat door een containervracht aan blikjes of een langzaam leeglopende reuze opblaasbaby.

Gezien op 26 maart 2016 in de Kaaistudio’s, Brussel

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#144

15.03.2016

—

14.06.2016

Jasper Delbecke

Jasper Delbecke is theaterwetenschapper en dramaturg. Hij werkt als onderzoeker aan de vakgroep kunstwetenschappen van de UGent, waar hij zich toelegt op zijn proefschrift over hoe de vorm van het essay vandaag terug te vinden is in de podiumkunsten.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!