‘Judaspassie’ © Kurt Van der Elst

Leestijd 9 — 12 minuten

Judaspassie

Dominique Pauwels, Pieter de Buysser, Inne Goris / LOD & B’Rock

Dominique Pauwels en Pieter De Buysser zijn niet de eerste kunstenaars met de ambitie een nieuwe Passie te maken, maar in tegenstelling tot bijvoorbeeld Andrew Lloyd Webber en Tim Rice in 1970 met hun rockopera Jesus Christ Superstar, hebben zij geen hedendaagse vorm gezocht om het gekende verhaal opnieuw te vertellen. Auteur en componist zijn elk op hun manier in interactie gegaan met een oude, beladen traditie om er hun eigen ideeën op te enten en hun artistieke taal te ontwikkelen. Het eindresultaat is een contemplatief werkstuk dat Inne Goris terecht als een weerbarstig oratorium heeft geënsceneerd.

Wie is opgegroeid in de westerse (post)christelijke cultuur kent Judas als ‘de verrader’ van Jezus Christus. Zelfs wie niet vertrouwd is met de teksten uit het evangelie kent het begrip ‘judaskus’ en weet misschien ook waarom de plant met de platte ronde zaaddoosjes ‘judaspenning’ wordt genoemd. Verder zijn we vertrouwd met schilderijen waarop Jezus door Judas omhelsd wordt terwijl beide protagonisten omgeven zijn door hogepriesters of soldaten en herkennen we Judas meteen tussen de apostelen op Leonardo Da Vinci’s Laatste Avondmaal als degene die een zak zilverlingen omklemt terwijl alle anderen ontredderd naar Jezus kijken. In de lijn van een antisemitische tendens in het christendom werd Judas dikwijls voorgesteld met een ‘joodse’ haakneus, zelfs tot in de negentiende-eeuwse bijbelillustraties van Gustave Doré.

Tegenover dit beeld van Judas als laffe, op geld beluste verrader of als symbool van het jodendom dat Jezus niet als de Messias wilde aanvaarden, bestaat er ook een christelijke traditie die Judas ziet als noodzakelijk instrument in een goddelijk plan. In het eerder beschouwende evangelie van Johannes – geschreven enkele decennia na de andere – geeft Jezus al vóór het passieverhaal te kennen dat hij moet worden overgeleverd om zijn opdracht te kunnen volbrengen. Hij kan immers alleen verlossing brengen doorhéén zijn dood en verrijzenis. De Kaïntische gnostische sekte trok deze visie extreem door en vereerde Judas als oorzaak van de reddende kruisdood van Jezus. In deze context ontstond er in de tweede eeuw zelfs een evangelie volgens Judas. Van de oorspronkelijke Griekse tekst werd niets teruggevonden, maar in 1975 vond een Egyptische boer een koptisch manuscript van het Judasevangelie uit de vierde eeuw. Toen de Engelse vertaling hiervan in 2006 gepresenteerd werd, kwam de droom van Dominique Pauwels om ooit een Passie te componeren in een stroomversnelling terecht. Vanuit een interesse in de tragiek en de mens achter Judas besloot hij een Judaspassie te maken.

Het Koptische manuscript bleek echter te bestaan uit een verzameling spreuken en gnostische beschouwingen. Bovendien is het erg onvolledig bewaard en eindigt het op het moment dat Pilatus Jezus overdraagt aan het volk, dus nog vóór het eigenlijke lijdensverhaal begint. Daarom vroeg Dominique Pauwels aan Pieter De Buysser om de gaten in het verhaal op te vullen en een libretto voor zijn Judaspassie te schrijven. De Buysser greep het verhaal van Judas en Jezus aan om zijn persoonlijke kijk op religie te geven. Qua schriftuur sluit zijn libretto nauw aan bij religieuze taalvormen en tekststructuren. Jezus spreekt als de eenvoudige verteller en prediker die we kennen uit de evangeliën. De wat archaïsch aandoende taal van Judas, met ritmische herhalingen, sluit dan weer eerder aan bij de gebedstaal. ‘Het meer’, dat de rol van het koor opneemt, spreekt de poëtische taal van de psalmen. Zoals in de Passies van Bach is het de evangelist die het verhaal vertelt, maar hier gaat hij te werk als een liveverslaggever van een proces: aan de hand van korte beschrijvingen van wat hij ziet, laat hij het verhaal evolueren. De auteur introduceert ook nog een ‘Drievuldigheid’ in zijn Judaspassie: zij staat voor drie manieren van omgaan met (de erfenis van) religie.

Op muzikaal vlak is Judaspassie cyclisch opgebouwd. Jezus, Judas en de Drievuldigheid worden elk door een eigen strijkkwartet begeleid, maar die kwartetten – en dus het hele orkest – komen slechts langzaamaan tot stand. Elk personage wordt bij zijn eerste tussenkomst door slechts één instrument begeleid: een viool voor Jezus, een cello voor Judas, een altviool voor de Drievuldigheid. Bij de tweede tussenkomst komt er een instrument bij, tot het kwartet volledig is. Deze evolutie van solistische passages over kamermuziek naar brede orkestrale passages wordt geaccentueerd in de regie: elke muzikant neemt pas plaats op de scène wanneer zijn instrument geïntroduceerd wordt.

Zoals Pieter De Buysser de personages typeert aan de hand van diverse literaire idiomen die ons via de christelijke godsdienst en cultuur overgeleverd werden, zo geeft Dominique Pauwels elk personage zijn eigen klankkleur en muzikaal idioom. Het koor, vertolkt door het Collegium Vocale, zingt in lang aangehouden klanken en harmonieus klinkende akkoorden. Hun commentaren brengen rust en bezinning. De aria’s van Jezus en Judas zijn gevarieerder en bij momenten rustelozer. Heel langzaam maken ze zich los uit de contemplatieve sfeer die het koor aanhoudt, met als hoogtepunt het pakkende duet aan het begin van de kruisweg en het lamento van Judas. De stevige, warme stemmen van mezzosopraan Bonita Hyman – Jezus wordt vertolkt door een vrouw – en bas-bariton Romain Bischoff staan in schril contrast met de ijle, ietwat onvaste stemmen van de drie kinderen van het Kinderkoor van de Vlaamse Opera die de Drievuldigheid vertolken. Zou de componist hun partijen met opzet op het randje van hun kunnen hebben gecomponeerd? Als een contrast tussen de oprechte bezieling van Jezus en Judas enerzijds en het opportunisme van ‘De laatste paus’, de onverschilligheid van ‘De eerste ongelovig gelovige’ en het aarzelende zoeken van ‘De Stiltezanger van tegenwoordig’ anderzijds? Ik wil het graag geloven, maar zijn compositie voor het orkest was soms ook op het randje van de mogelijkheden van de barokinstrumenten van B’Rock, en dat lijkt me eerder een muzikale keuze.

Op één kort fragment na zingt de evangelist in Judaspassie niet, maar de tekstzegging van acteur Kadi Abdelmalek klinkt minstens even muzikaal als een recitatief. Daar is de taal waarin hij spreekt niet vreemd aan: hij vertelt het passieverhaal in het Arabisch en die voor ons onverstaanbare klanken veranderen dankzij zijn warme stem en ritmische zegging in muziek. Het Arabisch van de evangelist harmonieert bovendien goed met het Hebreeuws waarin Jezus en Judas zingen. Dominique Pauwels maakte een gouden keuze door het passieverhaal in deze oude talen te vertellen en te laten contrasteren met de Engelse commentaren van ‘het meer’ en de Drievuldigheid.

Inne Goris is het gewend om een voorstelling organisch te laten groeien vanuit het repetitieproces met de makers, maar in dit geval lag er al een zeer gelaagd werkstuk voor en bovendien waren er naast de acteur en vijf zangers ook veertien strijkers van B’Rock in het geding. Het koor van Collegium Vocale zingt niet live maar is aanwezig via een halve cirkel van speakers op het podium (één speaker per stem) en evenveel speakers verspreid tussen het publiek. Het is niet de eerste keer dat Dominique Pauwels met speakers werkt. Hier laat het hem toe om het koor akoestisch door de ruimte te laten evolueren: van in het centrum van het gebeuren (het podium) via de zaal (tussen het publiek) naar buiten.

Om de artistieke keuzes van Dominique Pauwels en Pieter De Buysser zo goed mogelijk tot hun recht te laten komen, koos Inne Goris voor een uiterst sobere regie, waarin de evolutie van licht en beweging op de scène de symmetrisch opgebouwde spanningsboog van de Judaspassie ondersteunt. De voorstelling begint en eindigt met een schaars verlichte, verlaten scène, op één meisje na: ‘De Stiltezanger van tegenwoordig’. De hele voorstelling lang heeft ze gezwegen en rustig op een bankje gezeten, in tegenstelling tot haar twee kompanen van de Drievuldigheid, die zich geregeld over de scène verplaatsten, al dan niet in functie van het verhaal en hun rol erin. Tussendoor speelden ze al eens met het water in de bekkens achteraan op de scène of gooiden ze geldmuntjes op de grond en raapten die weer op. Zelfs tijdens het hoogtepunt van Judaspassie, wanneer Pilatus Jezus overdraagt aan het volk, met een uiterst geconcentreerd en op volle kracht spelend orkest op een volledig belichte scène, leken ze zich niets aan te trekken van het drama dat zich bij Judas en Jezus voltrok, of van het publiek dat geconcentreerd naar de muziek wilde luisteren. Op het einde van de voorstelling, wanneer iedereen de opnieuw duister geworden scène heeft verlaten en ook de klanken van het koor zijn uitgestorven, zingt ‘De Stiltezanger van tegenwoordig’: ‘(…) Ik zing, ik zing, ik zing het Schrift te barsten en wat vaststaat komt los. / Het Schrift wordt niet vervuld. / Woorden worden opengezongen, / zoals ooit Judas en Jezus samen / een nieuwe mens verzonnen.’

In feite herhaalt het meisje wat we al lang begrepen hebben: Pieter De Buysser is ‘ingebroken’ in het apocriefe evangelie om er als een volleerde koekoek zijn eigen ei in te leggen. Opzienbarend is wat hij heeft verteld nochtans niet: dat Jezus échte vriendschap en vrijheid nastreefde en niet de bedoeling had om een godsdienst te stichten, dat beelden de verbeelding doden en dat bevrijding haaks staat op dogma’s, dat een martelaar een goede voedingsbodem is voor fanatieke godsdienstbeleving en dat er machten zijn die zich daarmee verrijken en versterken… Maar meer dan wát hij vertelt, vind ik het intrigerend dát hij dit vertelt, en dat hij het probeert te vertellen in een taal en een genre die ‘toebehoren’ aan, of op zijn minst geassocieerd worden met kerk en godsdienst. Zo maakt hij het de toeschouwers niet bepaald gemakkelijk: terwijl sommige een zekere aversie moeten overwinnen, vinden andere het gewoon saai of niet van deze tijd. De kans op verontwaardiging van gelovige toeschouwers is haast onbestaande, want de enkele grotesk aangezette persiflages op de geld- en machtshonger van de kerk zijn compleet onschadelijk.

Je kan je afvragen of het wel gepast is om een contemplatieve voorstelling met religieus referentiemateriaal te maken terwijl de paus in Afrika verkondigt dat het condoom niet beschermt tegen aids. Revolteren via een theatervoorstelling hebben we al enkele decennia geleden afgeleerd; maar gewoon doodzwijgen kan natuurlijk ook. Op het einde van Judaspassie besluit ‘De Stiltezanger van tegenwoordig’ echter tóch te zingen: ‘Zonder dit tegen-het-schrift-in-zingen was nooit hun verhaal bevrijd’. In het licht van de gangbare polariserende beeldvorming in godsdienst, politiek en samenleving is de keuze om te vertrekken van de vriendschap tussen ‘verrader’ Judas en ‘martelaar’ Jezus een oefening in kritisch kijken naar wat ons is overgeleverd. En dat zijn niet alleen ideeën, opvattingen en overtuigingen, maar ook talen en beelden. Of beter: ín talen en beelden gestolde opvattingen en overtuigingen. De makers van Judaspassie hebben zich de religieuze taal en muziek in zekere mate toegeëigend om de gestolde beeldvorming open te breken, om hun denken over religie en godsdienst in beweging te zetten.

Judaspassie is een integere oefening in artistieke toe-eigening – en dus ook ideologische onteigening – van een van de meest bepalende verhalen uit onze westerse cultuur. Het resultaat is een ingetogen voorstelling die uitnodigt tot kritische bezinning over hoe wij ons in een grotendeels ontkerkelijkte en steeds multicultureler wordende samenleving (willen) verhouden tot godsdienst en religie.

Marleen Baeten

www.lod.be

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 9 — 12 minuten

#117

01.06.2009

—

31.08.2009

Marleen Baeten

Marleen Baeten is lesgever in Open School Leuven en freelancer in de kunstensector.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!