Confessie – Raven Ruëll & Bruno Vanden Broucke
De kunstmarkt maakt de kunstenaar
Klaas Tindemans
© Raymond Mallentjer
Moest er nog repertoire zijn? Theater Zuidpool bewerkte vier Thebaanse tragedies tot één geheel waarin nu eens niet Oidipoes en Antigone centraal staan, maar wel de backbencher Kreon de spil is. Wie was die koning Kreon nu ook weer? ‘Drie en een half uur lang,’ schrijft Evelyne Coussens, ‘geeft Zuidpool ons de kans om de blinde vlek in te kleuren, naar eigen oordeelsvermogen.’
Uncool is the new cool. Of het nu in de politiek is, in de showbizz of in de damesbladen: wat vroeger saai, onopvallend en oninteressant was, heet tegenwoordig betrouwbaar, intelligent en degelijk. Een politicus zonder een spatje charisma, een 47-jarige zingende maagd en een hele generatie computergeeks plukken daar alvast de vruchten van. Net zoals bepaalde tragedie-figuren, die in het verleden buiten het voetlicht vielen: Antigones brave zusje Ismene bijvoorbeeld (Zus van, 2005), en nu ook Oidipous’ onopvallende schoonbroer Kreon, die door Theater Zuidpool wordt vereerd met een eigen tragedie.
Waarom veroveren deze vergeten figuren, moeizaam rechtkrabbelend van tussen de plooien van de geschiedenis, net nu massaal onze liefde en ons vertrouwen? Het buzzword is: authenticiteit. In tijden van angst en onzekerheid verlangen we meer dan ooit naar waarachtigheid. En wie in deze hoogdagen van egotripperij uit het voetlicht blijft, wie discreet voortboert zoals wij allemaal doen, móét wel waarachtig zijn. In de politieke context heeft zich rond het begrip authenticiteit een paradigma gevormd met termen als expertise, betrouwbaarheid, degelijkheid, professionalisme, leiderschap… Het zijn niet de schreeuwers vooraan, maar de harde werkers achter de schermen die ons respect verdienen. De geniale vondst ‘goed bestuur’ legde de partij die hem lanceerde in 2006 en 2007 geen windeieren.
Ook Kreon is zo’n backbencher – duf maar degelijk. In Sophocles’ Oidipous Rex en Oidipous in Kolonos en in Aischylos’ Zeven tegen Thebe speelt hij verschillende rollen: broer, voogd, oom, raadsman. Pas in Antigone, chronologisch gezien de laatste van de vier tragedies, komt daar de titel van ‘staatshoofd’ bij. Drie generaties en drie tragedies lang is Kreon een schaduwfiguur, een bijrol, een voetnoot in de geschiedenis van het Thebaanse koningshuis. De eeuwige tweede die zichzelf wegcijfert in het belang van het grotere geheel, tot het koningsschap hem ten slotte als een rijpe appel in de schoot valt – eindelijk gerechtigheid. Theater Zuidpool zet vraagtekens bij dit discours. Op de affiche van kREon figureert een gezichtsloze, schimmige figuur. Hoe waarachtig is Kreon? Is hij een authentieke vorst in de koninklijke zin van het woord, die zichzelf ten dienste stelt van zijn gemeenschap? Of is hij een kapitale RE in het diepst van zijn gedachten? Drie en een half uur lang geeft Zuidpool ons de kans om de blinde vlek in te kleuren, naar eigen oordeelsvermogen.
De oude garage waar Theater Zuidpool speelt is altijd al van een kille schoonheid geweest, maar als enscenering voor dit kaalgeslagen drama is ze bij uitstek geschikt. In de lege ruimte met de roffelende regen op het dak staan enkel twee tv’s. Ze zullen het tijdsverloop aangeven van de vier dagen waarin Zuidpool de vier tragedies vat – soms van minuut tot minuut, een procédé dat gebruikt wordt in politieke thrillers of spionagefilms. Aan de rechterzijde is de scène open en fel belicht, het is de weg waarlangs de personages op- en afgaan.
Een figuur zit ineengedoken op scène, als een dier. Hij kijkt niet op of om. Hij strekt en rekt zijn pezige lichaam, gaat op zijn handen staan, balanceert op één been – in opperste concentratie, als een topsporter die zich voorbereidt op de wedren, een dier op de sprong, of op de vlucht. Geen zucht weerklinkt. Buiten dat ene, prachtig belichte beeld is er niets te zien of te horen. Het eindeloos traag opbouwen van een bijna mystieke spanning moet zo onderhand Jan Bijvoets handelsmerk zijn. Ook wanneer van op het achterplan een vrouw verschijnt, die zwijgend postvat naast dat lichaam in spanning, blijft de stilte aanhouden. Dan kijkt de figuur op, met brandende ogen het publiek in, een blik die bloed in ijs verandert. Oidipous, regerende koning van Thebe, is een charismatische figuur met een haast dierlijke aantrekkingskracht. Met wilde baard en haren, lange, losse mantel en scherpe blik ademt hij leven, passie, emotie. Het contrast met de figuur die vervolgens stijf de scène opbeent kon niet groter zijn. Zijn zwager Kreon (Koen Van Kaam) zit strak in het pak: keurig geknipt, correct geschoren, de uitstraling van een uitgeleefde vijg. Geurloos, kleurloos, smakeloos. Zo vindt ook zijn echtgenote Eurydice (Sofie Decleir) die, weliswaar trouw aan Kreon, hevig naar Oidipous verlangt. De artiest tegenover de burgerlijk ingenieur, de sjamaan tegenover de staatsman. De mannen hebben ruzie, de inzet is het welzijn van de staat. Een verder onbestemde ‘crisis’ vraagt om bestuurlijke krachtdadigheid, en raadsman Kreon komt zijn vorst de les lezen: ‘Er moet gehandeld worden.’ Dat Oidipous, blind nog voor hij het werkelijk is, zelf aan de basis ligt van de crisis, weigert hij te zien. En dus verdenkt hij zijn zwager van politieke spelletjes: ‘Verdien je niet genoeg?’ Oidipous verbant Kreon, die zich schijnbaar gewillig bij dat eerloze vonnis neerlegt: ‘Als ik het land maar red.’
Zo ver komt het niet. Door toedoen van de ziener Tiresias (Paul Wuyts) openbaart zich het bekende verhaal van vadermoord en incest dat Oidipous als schuldige aanwijst voor de crisis. Het drama voltrekt zich als terloops, zonder enige nadruk. Het hart van Sophocles’ Oidipous Rex wordt in de bewerking van Zuidpool teruggebracht tot de vage, verre aanleiding voor de politieke omwentelingen, die meer aandacht opeisen. In een prachtige gestileerde scène maakt het ensemble de overgang naar de tweede dag en de tragedie van Oidipous in Kolonos. De mededeling komt dat Iocaste, Oidipous’ vrouw (én moeder) zich verhangen heeft. Even later verschijnt de vorst op scène, een in dekens gerold lichaam op zijn schouders torsend. Hij zakt in elkaar, verstrengelt zijn lichaam met dat van de dode, waar even later vreemd genoeg weer beweging in komt. Uit de dekens kruipt niet Iocaste maar een jong meisje, dat op haar beurt in een adembenemende piëta de hulpeloze, incontinente Oidipous op de schoot neemt. We zijn 22 jaar later. Geleid en verzorgd door zijn dochter Antigone (Stefanie Claes) keert de blinde balling Oidipous terug naar zijn land en naar de regent van dat land, die intussen ook de voogd is van zijn kinderen: Antigone, Ismene (Barbara Claes), Eteocles (Stefaan Degand) en Polyneices (Jonas Leemans). In een confronterend wederzien tussen de schoonbroers en de twee zusjes blijkt nog maar eens hoezeer er een schisma loopt door de familie: de hartstochtelijke Antigone heeft uit de buik gekozen voor haar vader en voor het vrije zwerversleven, de brave Ismene, op haar beurt strak in het mantelpak, koos voor zekerheid en voor haar voogd Kreon, die zij ‘vader’ noemt. Antigone haat Kreon, Ismene gehoorzaamt hem. In het midden van beide polen wervelt nog steeds Eurydice, heen en weer geslingerd tussen emotie en ratio. Oude liefde roest niet. In een ontroerende scène zien we hoe de sjofele Oidipous zich zenuwachtig opmaakt voor haar komst. Hun omhelzing is van een ongeziene tederheid. Eurydice biedt deze immigrant-voor-de-tweede-keer politiek asiel aan, tot grote ergernis van Kreon, die zijn schoonbroer bestempelt als ‘communicatief gebroken, sociaal gehandicapt en alleen’.
Oidipous, tussen dementie en luciditeit, ziek van ellende maar niet gespeend van humor, besluit de eer aan zichzelf te houden. In een magistraal afscheidstafereel, dat doet huilen en lachen tegelijk, voelen we wat Eurydice aan Oidipous bindt: zijn passie voor het leven, leven dat Kreon uit haar wegzuigt. Het is zij die hem eigenhandig genade schenkt. Antigone blijft moederziel alleen achter op scène – een vooruitblik naar de derde dag.
Die derde dag begint met het conflict tussen de wettige zoons van Oidipous. Eteocles is uitgeroepen tot opvolger van zijn vader, waardoor zijn oom opnieuw in de positie van raadsman is gesukkeld. Polyneices, verbannen anarchist, bedreigt vanuit het buitenland de troon. Eteocles, een kind in de schoenen van een generaal, is onmiskenbaar een zoon van Oidipous: wild, animalistisch, ongeremd, infantiel en lucide tegelijk, vol grootheidswaanzin en cynisme. Op een groteske, dansante manier zet hij ons uiteen wat het begrip oorlog betekent, in een hallucinante scène die de rillingen over onze rug jaagt. Deze Nero avant la lettre wordt door Stefaan Degand meer dan indrukwekkend neergezet. L’histoire se repète: opnieuw is de staat in gevaar, en Kreon probeert een totale oorlog te voorkomen. Hij zoekt daarvoor de steun van de internationale gemeenschap maar faalt, want het vertrouwen in zijn persoon is tanend. Hij vraagt om zijn ontslag: ‘Zet mij buitenspel, in het belang van de natie.’ Uiteindelijk is het Eurydice die achter de schermen voor een ultiem topoverleg zorgt, dat zal uitmonden in de dood van beide broers. Daarmee is de voorraad aan mannelijke verwanten binnen het Thebaanse koningshuis definitief opgebruikt. Nu rest er enkel nog Kreon, die niet meer tijdelijk, vervangend of ad interim maar voor het eerst als RE de verantwoordelijkheid voor de staat opneemt. Eindelijk is hij nummer één. Eindelijk ligt zijn ‘project’, een ideale staat gebaseerd op wetten en orde, binnen handbereik. Toch noemt hij het zelf ook een ‘afscheid’. Het is met Kreon ver gekomen. Voelt hij dat de menselijkheid hem ontglipt? Beginnen de doden door te wegen?
In de ideale samenleving waarvan Kreon droomt krijgt de voormalige staatsman Eteocles een staatsbegrafenis, terwijl de terrorist Polyneices wordt overgelaten aan vogels en honden. De rebel Antigone, dochter van haar vader en verloofde van Kreons zoon Haemon (Jonas Leemans) begraaft hem toch, goed wetend dat ze hiervoor zal gestraft worden. Antigone is in zekere zin de tragedie die de dilemma’s uit de vorige op de spits drijft. Het hele drama cirkelt rond het begrip ‘plicht’. Antigone volgt haar persoonlijke geweten, haar plicht als zuster en mens. Kreon denkt aan het vrijwaren van zijn project – wetten zijn er om gehoorzaamd te worden, zelfs al kost hem dat zijn nicht, zijn zoon, en ten slotte ook zijn vrouw. In een hartverscheurende scène komt Haemon smeken om het leven van Antigone, Kreon beeft maar barst niet. Zijn regelgevend fundamentalisme zal hem uiteindelijk achterlaten met de opperste macht, én met de diepste eenzaamheid.
De actuele hertaling van Jorgen Cassier laat geen twijfel bestaan over de invalshoek die Zuidpool kiest: Cassier heeft van de vier tragedies op meesterlijke wijze één hedendaags politiek drama gemaakt. Niet dat er rechtstreeks verwezen wordt naar concrete politieke topics. De meeste Griekse namen en de referentie aan de stad Thebe worden verzwegen maar de verdwenen Griekse anekdotische context wordt doelbewust niet ingewisseld voor een nieuwe, hedendaagse anekdote. Geen Yves Letermes, geen Barack Obama’s, geen euthanasie- of hoofddoekendebat, hoewel al deze actuele gegevens zich perfect lenen tot invulling van het universele politieke kader dat nu geschetst wordt. Er wordt, uiterst consequent en met een bewonderenswaardige naturel, gesproken over ‘de crisis’, spin doctors, topfuncties, asielzoekers, mandaten, de internationale gemeenschap. Maar Zuidpool laat het aan ons om de linken te leggen, en houdt zich ver van geheven vingertjes. De griezelige toepasbaarheid van ons hedendaagse politieke jargon en de al even akelige herkenbaarheid van conflicten die zo’n 2500 jaar eerder worden gesitueerd, leiden vanzelf tot bedenkelijke gedachten over de state of mankind. Dezelfde terughoudendheid hanteert Zuidpool in het ethisch ver- of beoordelen van Kreons handelen. Hoogstens onthult het gezelschap een aantal keuzes waarmee Kreon te maken krijgt, te vatten in een drietal tegenstellingen.
Is Kreon een berekenende intrigant die drie tragedies lang aast op de troon of is hij een slachtoffer van de omstandigheden die hem tegen wil en dank tot vorst hebben gekroond? Dat die tweede piste de receptiegeschiedenis is ingeslopen, is voor een deel te danken aan Jean Anouilhs invloedrijke Antigone uit 1942. Bij Anouilh duikt voor het eerst de interpretatie op van de vorst-tegen-wil-en-dank – Kreon zou een kunstzinnige estheet zijn, die slechts uit plichtsbesef van zijn hart een steen heeft gemaakt. It’s a dirty job, but someone’s got to do it. In een lange brief, aan de toeschouwers overhandigd bij het begin van de voorstelling en gericht aan de ‘enkeling binnen de gemeenschap’, probeert Kreon ons te overtuigen van de authenticiteit van zijn handelen. Het is een apologetisch schrift waarin hij zijn plaats opeist in de geschiedenis, die hem zijn verdienste en zelfs zijn bestaan misgund heeft. Die geschiedenis veroordeelt de figuur van Kreon als incoherent, middelmatig of ongeloofwaardig: welk individu bestaat het immers zulke offers te brengen ten dienste van de gemeenschap? Kreons vrees is niet onterecht: zijn martelaarschap komt op een modern publiek ongeloofwaardig en zelfs onzinnig over. Ook wij verdenken hem ervan een geslepen strategie te hanteren: reculer pour mieux sauter, op cruciale ogenblikken trekt hij zich strategisch terug uit de machtsrace, om later met meer kracht terug te komen. De gedachte dat Kreon wel eens wérkelijk in het belang van allen zou kunnen handelen, komt niet bij ons op. Waarom eigenlijk niet? Waarom zijn zoveel nederigheid en vaderlandsliefde a priori verdacht?
Misschien omdat wij denken vanuit onze moderne en exclusief westerse blik. In onze eigen samenleving die draait om persoonlijk geluk vinden wij een ingrijpend wegcijferen van het ego en het opofferen van dat persoonlijk geluk ondenkbaar. Toch hoeven we niet eens zo ver te kijken om te zien dat de idee van martelaarschap en zelfopoffering niet uitgestorven is. Een broer die zijn zus vermoordt om de familie-eer te redden, een zelfmoordterrorist die zijn gezin achterlaat in functie van een religieus ideaal – ze bestaan. Dat wij achter Kreons zelfopoffering per definitie een materialistisch, onethisch plan vermoeden, zegt meer over ons cynisme dan over dat van het personage.
Het discours dat vooral in Antigone op het spel staat is in wezen dat rond de grenzen van de democratie – die staatsvorm waarmee de Grieken 2500 jaar geleden begonnen worstelen en waarmee onze moderne samenleving nog steeds niet uitgeworsteld is. Hoe verhoudt de
vrijheid van het individu zich tot het belang van de massa? Waar botst het geweten van de enkeling op de grenzen van het algemeen welzijn? Het volstaat aan de abortuskwestie uit 1990 te denken om dat conflict weer glashelder voor de geest te krijgen. Voor Kreon is het duidelijk: elke mens moet zichzelf binnen zijn gemeenschap zien, en verantwoordelijkheid opnemen voor die gemeenschap. Dat is niet in tegenspraak met zijn persoonlijke vrijheid, want ‘de staat garandeert de individuele vrijheid’, net door haar vast te leggen in decretale bepalingen. Dura lex sed, en Kreon stelt noch zichzelf, noch zijn familie boven die wet. In zijn technocratische geest volstaat het zich aan de wetten te houden, om zich te beschermen tegen de ‘irrationaliteiten van anderen’, zo schrijft hij in zijn brief: ‘Ik wist wat ik deed en ik deed wat ik moest.’ Het is dat ‘moeten’ dat, met het oog op latere geschiedenis, in moderne oren akelig doorgalmt als Befehl ist Befehl. Wie is dan die autoriteit, die hogere macht die dat ‘moeten’ installeert? Een anoniem concept als ‘het algemeen belang’ – het had evengoed God, Allah of de Grote Leider kunnen geweest zijn. Opnieuw: individualistisch als we zijn, kunnen we ons maar weinig meer voorstellen bij zo’n hogere macht. Los daarvan kost het weinig moeite om voorbeelden te vinden waarin een abstract maatschappelijk, religieus of ideologisch concept als dekmantel dient om individueel kwaad te vergoelijken. Rechtvaardigt het belang van velen de misdaden tegen enkelen? Vragen die, met de foltergevangenissen van Abu Ghraib in het achterhoofd, een wel pijnlijk actuele echo krijgen.
Drie en een half uur na aanvang is het wezen van uncool Kreon een nog even groot mysterie als voorheen. De lepe intrigant noch de overtuigde martelaar heeft in onze geest de overhand genomen: we hebben vooral een mens gezien, die keuzes heeft moeten maken.
Zijn ratio legt Kreon op het eerste gezicht geen windeieren: hij leeft, de anderen zijn dood. Simpel, neen? De anderen, dat zijn Oidipous, Iocaste, Eteocles en Polyneices, Antigone, Haemon en ten slotte ook Eurydice. Heeft Kreon bloed aan zijn handen? Geen druppel, allemaal sterven ze door eigen hand, voor geen enkele dode is Kreon actief verantwoordelijk. Toch voelt het aan alsof hij een immense schuld draagt. Zeker in het geval van de laatste drie kan hij beschuldigd worden van iets wat in hedendaagse rechtstermen wellicht ‘het niet verlenen van bijstand aan personen in nood’ zou heten. Die evolutie die zijn personage doorheen het stuk ondergaat, van actief handelend naar passief lijdend voorwerp, is opmerkelijk. Koen Van Kaam laat een groeiende paniek op subtiele wijze in zijn personage binnensluipen. Is Kreon in eerste instantie de nuchtere rots in de politiek woelige branding, alert en ondernemend, dan raakt de figuur gaandeweg steeds meer beklemd door de consequente rol waartoe hij zichzelf heeft veroordeeld. Verstarring van geest en leden treedt op, zijn stap wordt stram, zijn uitspraken cynisch, tot de parka, die hem vroeger als gegoten zat, zijn armen als een dwangbuis om zijn lijf snoert. Wanneer hij eindelijk de machtigste man van het land is geworden, zit hij gevangen in zijn eigen neurosen. Ze nemen het van hem over. Het laatste halfuur staat hij onwrikbaar op het voorplan terwijl zijn zoon, zijn vrouw, zijn geliefden komen smeken, roepen, vervloeken. Onmenselijk vast in zijn onvermogen, verraden vooral de zenuwtrekjes rond zijn neus zijn machteloosheid. Steeds harder beeft hij, zijn tranen verbijtend. Van angst voor wat aan zijn controle ontsnapt, ook in zichzelf? Van woede en afgunst om het irrationele, het onbevattelijke, datgene dat Oidipous wél bezat en waar zijn vrouw voor viel? Zijn verantwoordelijkheid als staatsman belijdt Kreon tot in zijn uiterste consequenties, maar aan zijn verantwoordelijkheid als mens gaat hij voorbij. En zo gaat hij ten onder, aan zichzelf.
Hoe intelligent ook de politieke insteek van kREon, uiteindelijk zijn het de menselijke scènes die het meeste bijblijven: de confrontatie tussen Oidipous en zijn zoon, tussen Kreon en de zijne. Politiek blijft immers mensenwerk, en niet in het minst vrouwenwerk, zo blijkt. Naast de hertaling naar politiek jargon is de herschepping van Eurydice zonder twijfel de meest ingrijpende innovatie in Zuidpools interpretatie. Waar zij bij Sophocles een onbetekenende rol speelt, is de Eurydice van Zuidpool de spil waarrond het kluwen van ratio en emotie draait. Het cliché wil dat in de schaduw van elke grote man een grote vrouw staat, in kREon moeten twee mannen één indrukwekkende madam delen. Tussen haar en Kreon leeft een wederzijdse afhankelijkheid, gevoed door verantwoordelijkheidszin maar gespeend van elke hartstocht. Kreon kan met de buitenechtelijke passie van zijn vrouw om zoals met eender welk puntje op de politieke agenda – denkt hij. Tussen haar en Oidipous bruist de tomeloze energie van het gulzige leven. Eurydice is een samensmelting van beiden: de – trouwe! – echtgenote van Kreon maar de geliefde van Oidipous, zij heeft het belang van de staat voor ogen maar ook dat van haar kinderen, zij speelt voor de schermen de huisvrouw maar trekt achter de schermen aan de touwtjes. Uiteindelijk is het net haar vervloeking die Kreon finaal breekt, en haar dood – niet de zijne – die de tragedie van Kreon tot een einde brengt.
kREon laat ons in de eerste plaats achter met een diepe zucht: wat een gruwelijk drama is dit toch, wat een complexe tragedie. Wat een… onmogelijkheden. Drie en een half uur na aanvang is het wezen van uncool Kreon een nog even groot mysterie als voorheen. De lepe intrigant noch de overtuigde martelaar heeft in onze geest de overhand genomen: we hebben vooral een mens gezien, die keuzes heeft moeten maken. Of Kreon daar dan een good of een bad guy in is laat Zuidpool onbeslist, het beklemtoont enkel hoe moeilijk het is om die keuzes te maken, zeker wanneer op de achtergrond voortdurend ‘de ondergang van de staat’ dreigt. Hoe precair de omstandigheden, hoe verscheurend en verleidelijk het gewicht van de macht. It’s a dirty job, but someone’s got to do it. Door de politieke context zo dwingend uit te spelen en Kreon als speler daarin simpelweg te tonen, genereert Zuidpool mededogen voor élke politicus. Daarmee gaat het in tegen een onderbuikstroom die met gratuit negativisme en karikaturale ontmenselijking de figuur van de politicus, de politiek en het hele politieke bestel onrecht doet. Naar aanloop van 7 juni is kREon vooral een pleidooi voor menselijkheid en respect, een welkom shot antidotum tegen een vaak al te gemakkelijk beleden antipolitiek.
www.zuidpool.be
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.