© Dries Segers

Leestijd 4 — 7 minuten

11 seconds – Charlotte Bouckaert / 0090 & Toneelhuis

Een-seconde-performance

Theater en fotografie lijken in alles elkaars tegendeel. Ze belichamen een spanning tussen leven en dood, stilstand en beweging, verleden en heden. In 11 seconds dicht Charlotte Bouckaert echter de kloof door een voorstelling te puren uit één snapshot.

11 seconden. Zoveel aandacht besteedt een museumbezoeker gemiddeld aan een kunstwerk. Kan in die achteloze tijdspanne überhaupt een gedachte ontstaan? In haar gelijknamige voorstelling doet beeldend kunstenares Charlotte Bouckaert een radicaal tegenvoorstel. Ze laat ons een uur lang naar één beeld kijken. Een beeld van een gebouw dat we allemaal kennen, hetzij live of virtueel: het Guggenheim in New York, een van de meest iconische cultuurtempels van de 20e eeuw. Op een groot scherm verrijst de spiraalvormige, stralend witte mastodont van Frank Lloyd Wright tussen de wolkenkrabbers op 5th Avenue. Het snapshot lijkt middenin het kosmopolitische straatgewoel te zijn gemaakt. Gele taxi’s wachten ongeduldig op hun volgende klant, stadsnomaden zijn onderweg van hier naar nergens. Een hond trekt zijn baasje voort, een oudere vrouw zit onderuit gezakt op een bankje. Hun gezichten zijn onherkenbaar, ‘verpixeld’ in een luttele seconde. Net zoals de auteur van de foto zullen ze voor ons altijd anoniem blijven.

Over de link tussen fotografie en de dood wordt al sinds het ontstaan van de discipline aan het begin van de 20e eeuw veel geschreven. Een van de mooiste bijdragen komt wellicht van Roland Barthes die in zijn Camera Lucida (1980) de essentie van fotografie beschreef als het ça à été: een foto toont dat wat onweerlegbaar ooit is geweest, maar niet meer is. Het is een technische reproductie van een gebeurtenis die we in existentieel opzicht nooit kunnen herhalen. Dat maakt onze verhouding tot foto’s – althans in een pre-digitale wereld waarin de ervaring nog vooraf ging aan de representatie – soms zo fetisjistisch. Een foto suggereert een waarheid, een realiteit die je echter nooit in het beeld zelf kan terugvinden, hoe lang je ook staart. Op het moment dat je beseft hoe werkelijk de afbeelding ooit is geweest, heeft het net van de herinnering zich alweer gesloten.

Ook in haar vorige installatie-performances, toen nog onder de vleugels van Atelier Bildraum, leek Bouckaert – zelf ook fotografe – zich al tegen die inertie van de fotografiekunst te verzetten. Haar verlangen? De gestolde tijd terug vloeibaar maken, de actualiteit in het hart van een beeld terug activeren zodat die opnieuw deel kan worden van een/het leven. Zo begint 11 seconds ook. We horen hoe iemand in de auto stapt, de radio aanzet en wegscheurt. Aan haar werktafel vooraan op het podium, vanwaar de foto live geprojecteerd en gemanipuleerd wordt, schuift Bouckaert een kartonnen cut-out van een wagen met twee raampjes over het Guggenheim-tableau. Door de ogen van een fictieve chauffeur wordt het stedelijke landschap langzaam voor ons onthuld, alsof we mee op de achterbank zitten. Dat procedé zal Bouckaert in de loop van de voorstelling nog een paar keer herhalen: telkens zoomt ze met haar camera in op details, theatraliseert ze die tot kleine scènes met behulp van licht, geluid, kleurenfilters en tekeningen en suggereert ze zo een wereld die buiten de grenzen van het beeld valt. Het is een mooi gebaar: in een tijd waarin iedereen zo dwangmatig alles wil vastleggen, probeert Bouckaert het beeld net te bevrijden uit de klauwen van de representatie, terug te traceren tot een materiële ervaring.

Voor het script van haar ‘2D-theater’ put de kunstenares uit bestaande interviews, found footage, nieuws- en filmfragmenten. Terwijl ze scherpstelt op een groepje passanten voor de ingang van het museum horen we bijvoorbeeld een voice-over uit Woody Allens Manhattan (1979) waarin drie snobistische vrienden een tentoonstelling over hedendaagse kunst bediscussiëren. “Really, you liked the plexiglass?” “It was a hell of a lot better than that… steel cube. Did you see that steel cube?” “Yes, to me it was very textural. You know what I mean? It (…) had a marvellous kind of negative capability. The rest of the stuff was bullshit.” Of hoe het ego zegeviert op de kunst.

“In een tijd waarin iedereen zo dwangmatig alles wil vastleggen, probeert Bouckaert het beeld net te bevrijden uit de klauwen van de representatie.”

Al snel wordt duidelijk dat Bouckaert niet zomaar een foto van een museum gekozen heeft, maar dat de plek voor haar symbool staat voor een dolgedraaid kunstbedrijf dat geregeerd wordt door ‘fastfood curating’ en blinde marketingprincipes. In een schichtige montage van fragmenten uit interviews – waarin zowel curatoren, alledaagse mensen, hedgefundmanagers en beroemde kunstenaars zoals Christian Boltanski en Diane Arbus aan het woord komen – wordt het museum ontmanteld als een commercieel, nationalistisch, patriarchaal en monocultureel instituut dat, in het geval van het Guggenheim, zelfs dubieuze donaties ontvangt van een farmagigant die massaal verdient aan de Amerikaanse opioïdencrisis. Ook de eeuwenlange achteruitstelling van vrouwelijke kunstenaars en kunstenaars van kleur wordt gehekeld. “Waarom spreken we nooit over mannelijk naakt?”, vraagt iemand zich af, terwijl Bouckaert het museum bedekt met miniatuurprentjes van Manets naakte Olympia en andere iconische schildersmodellen zonder naam.

Het is niet zozeer in deze vrij generische institutiekritiek, die te snel te veel kanten uitschiet, dat 11 seconds overtuigt. Wel in het esthetische vraagstuk dat Bouckaert koppelt aan de wildgroei van discours over kunst. In het stemmenpalet dat we te horen krijgen, valt het op hoezeer iedereen rond kunst heen praat, in plaats van met. De retoriek is hol, de promotie glad, de appreciatie fake, de analyse kortzichtig. Bouckaert verbeeldt het probleem ook treffend visueel wanneer ze op het eind zes bordjes op verschillende hoogtes voor het projectiescherm plaatst. De gedrukte letters – die samen het woord ‘m-u-s-e-u-m’ vormen – vallen precies samen met de hoofden van de anonieme figuranten op de Guggenheim-foto. Bouckaert stelt het museum voor als een ruimte waarin het leven – letterlijk – uit de kunst wegvloeit, overschreven wordt door interpretatie, semantiek en (symbolisch) kapitaal. De houding die Bouckaert er tegenover plaatst is veel nederiger. Het is er één van geduldig, actief en zorgvuldig kijken, wachten en opnieuw observeren. Meermaals draait de kunstenares zich om met de rug naar het publiek en laat ze ons kijken naar hoe zij kijkt. Zelfs met een uur heb je niet genoeg om een beeld van één seconde te doorgronden.

Het stemt tot nadenken: Hoe kunnen we het werk zelf herwaarderen, in zijn nabijheid blijven, het ervaren op zijn eigen voorwaarden, zonder het te gijzelen in een mal van voorgevormde woorden, meningen en politieke agenda’s? Een werk kortom laten zijn en beter luisteren naar wat het zelf te vertellen heeft? Het is voor elke criticus en toeschouwer een wezenlijke vraag.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#164

01.06.2021

02.09.2021

Charlotte De Somviele

Charlotte De Somviele schrijft freelance over dans en theater voor o.a. De Standaard en is kernredactielid van Etcetera.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!