Infinite Now © Annemie Augustijns

Minder mens, meer condition humaine

Opera21: Infinite Now – Chaya Czernowin & Luk Perceval en Revelations – Wim Henderickx & Wouter Van Looy

Jan Dertaelen ging naar Opera 21 kijken, het festival dat een platform voor vernieuwing binnen de opera wil zijn. Prominent op de affiche prijkten Infinite Now van Chaya Czernowin & Luk Perceval, en Revelations van Wim Henderickx & Wouter Van Looy. Beide voorstellingen wrikken aan de fundamenten van de opera en dompelen de toeschouwer volledig onder in een diepteonderzoek naar de werking van de psyché.  Opent zich hier een nieuwe richting voor een genre in crisis?

De operawereld viert feest. Dit jaar wordt de 450ste geboortedatum van Monteverdi herdacht: de man aan wie we de klassieke opera, zoals we die nog steeds kennen, te danken hebben. Wereldwijd worden grootse producties opgevoerd om de pater familias van het genre in de bloemetjes te zetten en de geschiedenis te eren. Daar was recent echter niets van te merken tijdens de vijfde editie van Opera21, waar het jong geweld en radicale vernieuwing troef was. Het festival richt zich op nieuwe creaties binnen hedendaagse opera en muziektheater, en doet dat niet zonder reden. Er is namelijk meer dan ooit nood aan een hernieuwde aandacht voor het vaak stiefmoederlijk behandelde ‘nieuwe’ muziektheater.

Dat opera zich in een crisis bevindt, moet hier niet aan de grote klok worden gehangen. Kwijnende subsidies, een afhakend publiek en een ogenschijnlijk onoverbrugbare kloof tussen klassiek repertoire en nieuw gecreëerd werk, zadelen de sector op met kopzorgen. Al decennialang wordt er geroepen dat het genre op zijn laatste benen loopt.
Een reden tot paniek? Misschien. Maar als je een blik op de geschiedenis werpt, ontdek je dat opera reeds sinds haar ontstaan door crisis wordt getekend. Dat begon al bij Monteverdi, een revolutionair die de muzikale conventies van zijn tijd op hun kop zette. Bij het componeren van zijn eerste opera L’Orfeo (1607) moest hij de regels van de polyfonie radicaal innoveren. De opvoering kende een groot succes, maar stuitte tegelijkertijd op de weerstand van conservatieve tijdgenoten. In navolging van L’Orfeo werd een ontzagwekkende hoeveelheid stukken geproduceerd, waarbij driftig werd geëxperimenteerd met het dramma per musica. Componisten waren naarstig op zoek naar andere en betere vormen waarin tekst en muziek konden verenigd worden. Deze humuslaag van experiment, vernieuwing en mislukking – hoewel de meeste composities in de plooien van de tijd zijn verdwenen – zorgde voor een vruchtbaar klimaat waaruit tijdloze meesterwerken oprezen. De grote vernieuwers (denk aan Gluck, Mozart, Händel, Wagner, Berlioz, Stravinsky) gaven elk op hun beurt een eigenzinnige draai aan het genre. Door een nieuwe muzikale taal te creëren, de uitvoeringspraktijk te hervormen en de politiek tegen de schenen te schoppen, wisten ze hun oeuvre voor de vergetelheid te behoeden. Niet zelden zorgde dat voor opschudding: Salomé van Strauss was een kaakslag voor het Duitse publiek, de Parijse première van Tännhauser kelderde Wagners carrière in Frankrijk, en Verdi’s confronterende La Traviata creëerde een enorm schandaal bij de Italiaanse burgerij. Maar het is net bij gratie van dat voortdurende in vraag stellen en heruitvinden dat opera heeft kunnen overleven. Opeenvolgende crisissen hebben het genre niet verzwakt, integendeel: ze hebben zuurstof gegeven aan de meesterwerken die we vandaag nog steeds op onze podia opvoeren.

“Als je een blik op de geschiedenis werpt, ontdek je dat opera reeds sinds haar ontstaan door crisis wordt getekend.”

Opera21 wil een platform voor vernieuwing zijn: een festival dat zich niet naar de smaak van een klassiek publiek plooit, maar dat wars van alle verwachtingen voor het nieuwe en het verrassende kiest. Op die manier willen de organisatoren enerzijds een nieuw publiek aanspreken dat zich aangetrokken voelt tot experiment, en anderzijds het klassieke operapubliek confronteren met hedendaagse ontwikkelingen. Prominent op de affiche prijken Infinite Now (Chaya Czernowin & Luk Perceval) en Revelations (Wim Henderickx & Wouter Van Looy), twee voorstellingen die opvallen omwille van hun ambities en inventiviteit. Opent zich hier een nieuwe richting voor muziektheater en opera?

Meditatie

Infinite Now ging in wereldpremière tijdens de openingsavond van het festival en zorgde meteen voor commotie: een niet onaanzienlijk deel van het publiek verliet voor het einde de zaal en ook de critici bleken moeite te hebben met deze radicale, compromisloze voorstelling. Dit is dan ook allesbehalve een klassieke opera. Er wordt duchtig gerammeld aan de fundamenten van het genre: er zijn personages noch verhaal, het gangbare dramatisch verloop en de catharsis ontbreken, en de muzikale taal is van een geheel nieuwe orde.
Aan de basis van Infinite Now ligt de theatervoorstelling Front (2014) die Perceval creëerde ter herdenking van de Eerste Wereldoorlog. Puttend uit dagboeken, brieven en oorlogsromans liet hij een polyfonie van stemmen oprijzen die getuigen over leven en dood aan het Belgische front. Czernowin liet deze tekst in dialoog gaan met het mysterieuze kortverhaal Homecomings van de Chinese schrijfster Can Xue, over een vrouw die thuiskomt in een huis dat haar vreemd is. Deze raadselachtige combinatie van tekstmateriaal leidt tot een diepgaande meditatie over existentiële vervreemding, het niemandsland tussen leven en dood en de uitzichtloze beklemming die daar heerst. Daarmee is ook de kern van deze voorstelling blootgelegd: Infinite now wil geen vertelling zijn (een narratieve structuur is ver te zoeken), maar een meditatie of een uitvoerige reflectie over een complexe zijnstoestand.
Eenzelfde ambitie spreekt uit Revelations. Componist Wim Henderickx baseerde zich enerzijds op de mystieke liefdeslyriek van de middeleeuwse dichteres Hadewijch, anderzijds op Een jihad van liefde van Mohamed El Bachiri om een voorstelling te creëren die ‘een zoektocht is naar het summum van liefde’. Ook hier wordt gestreefd naar een vorm van contemplatie en een manier om binnen te dringen in een mentale situatie: in dit geval een toestand van kwetsbare harmonie, hoop en liefde.

Revelations © Koen Broos

Fragmentatie

Zowel Infinite Now als Revelations putten uit diverse literaire bronnen, maar het is opvallend dat de tekst nooit wordt gebruikt als leidraad, maar slechts als een inspiratiebron waaruit emoties en ideeën worden gedistilleerd. Het tekstmateriaal zelf wordt daarna weer verworpen.
Hoewel de gedichten van Hadewijch een belangrijke inspiratie vormen, is Revelations een woordeloze voorstelling waarin geen enkele versregel wordt gedeclameerd. De zanglijnen bedienen zich van onherkenbare klanken. Het manifest van Mohamed El Bachiri resoneert slechts in de muziek, die een boodschap van liefde moet zijn. De individuele stemmen van de auteurs worden opgenomen in een gezang dat hen overstijgt, maar dat betekenis put uit de kern van hun oeuvre.
De tekstflarden in Infinite Now zijn zo gefragmenteerd dat er geen sprake kan zijn van inleving in een vertelling of identificatie met een personage. Er is geen individu aan het woord waarmee de toeschouwer zich zou kunnen vereenzelvigen, maar ‘de universele soldaat’. De ontheemde vrouw uit Homecomings komt nog het dichtst in de buurt van een klassiek personage, maar omdat ze vertolkt wordt door meerdere zangers wordt de individualiteit van het personage als het ware uit elkaar gescheurd. In de versmelting van de verschillende stemmen ontstaat een metapersonage, dat (opnieuw) het individuele overstijgt.

Infinite now is een eindeloos uitgerekt ogenblik, een existentiële huivering die wordt gevat in een eeuwigdurend nu dat buiten de tijd staat.”

Dat weerspiegelt zich ook in de muziek. Verwacht geen fraaie aria’s, harmonieuze koorpartijen of passionele duetten in Infinite Now. Het publiek wordt geconfronteerd met een gezang dat geen gezang wil zijn. De partijen onderscheiden zich als vocale collages van ruisende adem, gefluister, verknipt gezang, flarden van onzekere melodieën en gorgelend, inhalerend spreken. De stemmen worden onherkenbaar. Op die manier ontneemt Czernowin de zangers hun unieke stemkleur en persoonlijkheid. Ze vertolken niet de individuele beslommeringen van afgelijnde personages, maar geven gestalte aan iets groter: het is een staat van existentiële angst die hier tot centraal personage wordt gebombardeerd. Geen mens van vlees en bloed, maar een zijnstoestand, een staat van groeiende ontzetting en de onontkoombare verlamming die daaruit voortvloeit.
Ook het spel is daarop afgestemd: de acteurs bewegen ijzingwekkend traag, alsof het sculpturen zijn die vastzitten in gestolde tijd. De titel spreekt dan ook voor zich: Infinite now is een eindeloos uitgerekt ogenblik, een existentiële huivering die wordt gevat in een eeuwigdurend nu dat buiten de tijd staat. Een verontrustende condition humaine openbaart zich daarin.

Hoewel de muziek bijzonder complex is en een grote concentratie vereist, slaagt Czernowin erin om een intens immersief effect te creëren. Dankzij een bataljon luidsprekers wordt het publiek langs alle kanten omringd door geluiden die aanzwellen en weer voorbijtrekken. De zaal fungeert als de binnenkant van het hoofd van iemand die een totale ontreddering ervaart. Het publiek wordt overspoeld door alles wat erin omgaat.
De compositie laat zich het best omschrijven als een landschap van over elkaar heen schuivende lagen van klank, waarbij de instrumenten worden ondersteund door intense geluidseffecten: windhozen, kinderstemmen, scheurend metaal en donker gedreun. Czernowin probeert de werking van de psyché in muziek te vatten: associatief, wispelturig, gelaagd, drijvend op herinneringen en verlangens, verstoord door trauma’s en angsten. Haar compositie is een weergave van de complexiteit van de ziel. Ze nodigt ons uit om in die ziel plaats te nemen en haar van binnenuit te beleven. Infinite Now duurt twee en een half uur, zonder pauze. Dat geeft de compositie ruim de tijd om zich in al haar facetten te ontplooien. Bij iedere nieuwe acte wordt er dieper doorgedrongen in de muzikale thema’s. Het is een meditatieve reis doorheen de verschillende lagen van het onderbewuste.

Immersie

Wim Hendrickx creëerde voor Revelations een sobere, ingetogen, niet-dramatische muziek. Het is muziek die geen verhaal vertelt, maar een sfeer wil oproepen: een toestand van extase, vrede en liefde. Ze ontwikkelt zich niet volgens een klassiek schema, maar wil functioneren zoals de geest: gelaagd, zoekend naar een harmonie die soms wordt gevonden en dan weer wordt verstoord door onrustige, prikkelende dissonanten. Sopraan Lore Binon gaat in dialoog met een koor van vijf zangeressen van Cappella Amsterdam. Ze omcirkelen haar als engelen, wenden zich van haar af, maar keren altijd weer bij haar terug. Langzaam wordt duidelijk dat het koor geen tegenspeler is, maar klank geeft aan haar innerlijke extase. Net als in Infinite Now hebben we hier te maken met een metapersonage dat oprijst uit een cluster van stemmen. Niet een mens, maar dé mens. Invloeden van westerse middeleeuwse en renaissancemuziek vermengen zich met oosterse muziek in een compositie die zich loszingt van bepalende, culturele referenties en een universele boodschap van liefde wil zijn. De muziek is als een omhelzing, een mystiek licht dat zich om je heen legt. Het publiek wordt deelgenoot aan een spirituele ervaring. Opnieuw dringt de vergelijking met Infinite Now zich op: het doel van de voorstelling is om een immersieve ervaring te creëren. Ook bij Revelations wordt de techniek van de omsingeling toegepast, en wel zodanig dat de hele scenografie erop is afgestemd. De toeschouwers zitten namelijk in een cirkel rond een kruisvormig podium. Geregeld dalen de zangeressen ervan af en lopen ze zingend tussen en rond het publiek. In contrast met een gebruikelijke setting word je hier voortdurend omringd door stemmen die zich in cirkels om je heen bewegen. De muzikanten zitten bovendien verspreid op kleine eilanden tussen de toeschouwers, waardoor de muziek een ruimtelijke dimensie krijgt waar je als luisteraar deel van uitmaakt. Tot slot weerklinkt de eindeloos meanderende, elektronische soundscape van Jorit Taminga vanuit de luidsprekers die rondom het publiek hangen. Je wordt ondergedompeld in een bad van muziek, een contemplatieve toestand waarin je wegzinkt. Op de scène wordt Lore Binon ingewikkeld in plastic. Haar gezicht en lichaam worden onherkenbaar. De persoon op het podium zou iedereen kunnen zijn, en niemand in het bijzonder.

“Je wordt ondergedompeld in een bad van muziek, een contemplatieve toestand waarin je wegzinkt.”

Op het eerste zicht lijken beide voorstellingen sterk van elkaar te verschillen: waar Revelations zoekt naar harmonie, extase en hoop, openbaart Infinite now een uitzichtloze toestand van ontheemding, onzekerheid en verschrikking. Maar wie goed oplet, ontdekt opvallend veel gelijkenissen. In beide stukken wordt de werking van de psyché aan een diepteonderzoek onderworpen. Een complexe mentale situatie wordt gekozen als uitgangspunt, waarbij wordt gepoogd het publiek daar zo intens mogelijk in te laten opgaan. De strategieën om die immersie te bereiken lijken paradoxaal, maar zijn bijzonder effectief: op alle vlakken wordt het persoonlijke, het individuele uitgeschakeld om op die manier een meer universeel perspectief te openen. Minder mens, meer condition humaine. Dat lijkt het credo. Beide voorstellingen bieden een indrukwekkende ervaring die niet stopt bij de laatste noot, maar die nog lange tijd blijft nazinderen.

recensie
Leestijd 7 — 10 minuten

Jan Dertaelen