© l’hommmm

Evelyne Coussens

Leestijd 4 — 7 minuten

First – Geert Belpaeme / l’hommmm

Een voorstelling als een oerkreet

‘All truth is curved’ klinkt het in First van l’hommmm. Spontaan krijg ik het beeld voor ogen van een heelal dat in zichzelf geplooid is, als een gebogen, voortdurend trillende homp materie waarbuiten niets bestaat, ongrijpbaar in zijn begin en einde – zo anders dan de klare lineariteit van geschiedenis en tijd die ons zo geruststelt. Anders ook dan de taal, die door de strakke opeenvolging van syllaben, woorden en zinnen een begrijpelijke betekenis lijkt te scheppen, maar in wezen niets anders doet dan een tweedimensioneel net spannen over een driedimensionele werkelijkheid. Dat de (recht)-’lijnigheid’ van onze realiteit een illusie is (maar wel eentje die we hartstochtelijk nodig hebben) is de mededeling die l’hommmm op een speelse manier doet in al zijn voorstellingen, te begrijpen als de artistieke vertaling van het filosofisch onderzoek van Geert Belpaeme en Mats Van Herreweghe. First bewijst opnieuw dat dat onderzoek weinig woorden van doen heeft – hun schijnzekerheid is immers te wantrouwen, terwijl de beweging van dingen, lijven en klanken zoveel meerduidiger spreekt.

Wat is het verschil tussen een man en een piano? Het lijkt het begin van een grap, en de eerste helft van First heeft inderdaad veel weg van een komisch nummer. Performer Geert Belpaeme moet zich op een bijna leeg toneel verhouden tot dit ene object: de vleugel die hem donker en zwijgzaam aanstaart. Hij vat het ding langs de verkeerde kant, probeert het vergeefs open te klappen, gooit zijn hele lijf in de strijd, waardoor zijn lichaam wel een verlengstuk lijkt te worden van het instrument. Belpaeme danst rond de piano met de tragische naïviteit van de clown, en ook zijn verontschuldigende complicité tegenover het publiek – hij knipoogt nog net niet – hoort thuis in het register van clownerie of pantomime. Wanneer de vleugel eindelijk opengeklapt raakt en een diagonaal vormt met een schuinstaande poot, neemt Belpaeme dezelfde houding aan; hij zoekt de schuinte zoals de piano dat doet. Wat is het verschil tussen een man en een piano? Het antwoord is: niets, want ze bestaan beide uit een verzameling trillende, bewegende moleculen, die op zich weer vervat zijn in dat grotere heelal.

In een tweede fase blijkt dat geen denkend, bewust wezen zich bij deze gekmakende gelijkschakeling kan neerleggen – verschil moet er zijn, iets of iemand moet in deze chaos van gelijkvormigheid toch een cesuur aanbrengen. En dus daagt Belpaeme de piano uit om zich van hem te onderscheiden, of misschien daagt de piano Belpaeme uit; in ieder geval ontspint zich een gevecht met de danser in de rol van torero en de vleugel als zwart beest. Er wordt getaxeerd, er wordt gedreigd, er worden schijnbewegingen gemaakt, er wordt geruststellend gegrijnsd richting het publiek, en dan tikt Belpaeme voor het eerst en bijna steels de toetsen aan van zijn geliefde vijand – kijk eens mama wat ik durf! Vervolgens wordt hij bouder, hij slaat nu stevig aan, uitdagend, zoals iemand zijn tegenstander provoceert door hem wat stompen tegen de schouder te geven. Uiteindelijk maakt Belpaeme zich meester van het instrument. Hij rolt het naar voren, bijna het publiek in, en gaat midden de eerste rij aan de piano zitten.

Het is een beetje jammer dat l’hommmm in wat volgt de woordloosheid doorbreekt. Belpaeme ‘doceert’ aan de piano onder meer delen uit het manifest van expressionist Barnett Newman (The first man was an artist, 1947), waarin wordt betoogd dat de eerste menselijke taal artistiek was – erop gericht zijn verhouding met dat onbegrensde van zichzelf en de wereld uit te drukken en te onderzoeken – en pas daarna sociaal, doelmatig, gericht op onderlinge communicatie. Op de een of andere manier lijkt het gebruik van woorden overbodig in de proefopstelling die First is en die voortdurend doet wat Barnett “an address to the unknowable” noemt. Belpaemes spreken wordt zo dubbelop en er dreigt de ondertoon in te sluipen van een wijsneuzerige lecture. Anderzijds zou je kunnen bedenken: ook een stem bestaat uit niets dan trillende luchtmoleculen en past daarmee naadloos in de definitie ‘massa in beweging’ die opgaat voor de man en de piano. Dat ik luister naar de betekenis van die woorden is niet noodzakelijk; het is mijn eigen keuze.

Belpaeme adresseert als first man ook the last men – zijn wij dat, toeschouwers in de zaal, die ons erop beroepen het geluk te hebben uitgevonden in een wereld die bevattelijk, rechtlijnig en utilitair is geworden? Wij die het artistieke spreken zijn vergeten, en daarmee ook het wezen van onze menselijkheid? Die eerst zijn geïndustrialiseerd en daarna gekapitaliseerd en gedisciplineerd? Die de band zijn verloren met “the chaos in one’s self” (Newman)? Als dit de interpretatie is die we aan deze woorden moeten geven, zorgt ze voor een politieke maar ook een ietwat moralistische wending in First. Het illustreert wat mij betreft opnieuw hoezeer het gebruik van het gesproken woord in dit geval de rijkdom aan betekenissen eerder vernauwt dan vergroot. Het verschijnen van drie panelen aan rood licht (een verwijzing naar Newmans ‘Vir Heroïcus Sublimus’ uit 1950?) geven in hun gebalde abstractie datzelfde inzicht zoveel  krachtiger weer.

In een laatste fase krijgt Belpaeme het gezelschap van pianiste Heleen Van Haegenborgh, die samen met hem de piano prepareert en de eenheid met het al repareert. Ze verbinden de fijne ‘kosmische’ snaren die in bundeltjes van evenwijdigen door de kale ruimte waren gespannen (als een soort notenbalken, maar dan met meer dan het vereiste aantal lijnen) met de ‘aardse’ snaren van de piano. Wanneer Van Haegenborgh vervolgens de piano bespeelt zijn het infernale klankresultaat misschien wel de “yells of awe and anger” (Newman) waarmee de mens het inzicht in zijn eigen tragische conditie – het feit dat hij niet meer of minder is dan een hoop massa – tot de hemel richt. Daarmee staat de first man weer aan het begin van zijn onderzoek, en neemt First zelf de structuur aan van een cirkel zonder begin of einde. De apocalyptische geluidsroffels en de ultieme slottoon klinken lang na, nog lang nadat beide performers het toneel hebben verlaten.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

Evelyne Coussens

Evelyne Coussens is freelance cultuurjournalist voor De Morgen en verschillende cultuurmedia, waaronder Ons Erfdeel, rekto:verso en Staalkaart. Ze is lid van de grote redactie van Etcetera.

recensie