Tekening: Wim Van Gansbeke

Wim Van Gansbeke

Leestijd 2 — 5 minuten

Wim Van Gansbeke

ZONDAG 21

Ik kom tot de ontstellende constatering dat ik sinds 2 september ll. – sinds 80 dagen – 40 voorstellingen heb gezien, die je met de genrenaam theater zou kunnen aanduiden, waarbij een brede publiekslaag dan ongeveer weet waarover je het hebt. Nog ontstellender: ik had er zo’n goeie 50 kunnen zien, waren er niet beperkingen van fysieke, professionele en persoonlijke aard. Het ontstellendst: ik had er van die 40 eigenlijk maar 7 willen zien. Tegen het einde van het seizoen zal ik aldus – godstamebij – zo’n 140 voorstellingen gezien hebben, er zo’n 180 hebben kunnen zien en er uiteindelijk 20 hebben willen zien. The fourteen percent solution.

ZATERDAG 20

Kunsttheater. Zo noem ik het theater dat zich, in het zog van echte vernieuwers, als vernieuwend aandient. Echte theatervernieuwing heeft niets nieuws: ze maakt alleen een diepere exploratie van de oervormen, herdenkt hun grammatica, rangschikt ze anders, toetst ze op hun wendbaarheid, herbepaalt hun functie, haalt het verschoten behang ervan af, krabt talloze verflagen weg. Het resultaat is een rauwe muur vol littekens. Want het echte theater is een litteken op de tijd. Kunsttheater vernieuwt niet. Kunsttheater is een truc die er nieuw uitziet omdat hij in eerste instantie iets ongewoons toont, maar die niets essentieel nieuws of vernieuwends zegt. Kunsttheater is het oude misverstand in een nieuwe vermomming. Soms mooi om naar te kijken, maar doorzichtig niets vertellend wat je nog niet weet of ondoorzichtig het theater verbergend achter luxueuze vitrages. Kunsttheater is kunstjes doen op het theater. Dat kan mijn hond ook.

VRIJDAG 19

Oneigenlijk gebruik van een term is een term gebruiken in een andere betekenis dan die hem eigen is. In het traditioneel-burgerlijke theater – waar de emoties, in aluminiumfolie verpakt, liggen te wachten op de volgende acteur die ze in een rol nodig heeft en waar de gestiek in condoomverpakking wordt gehaald bij de parfumeriewinkel – is het gebruik van de term ‘theater’ oneigenlijk. Dus verwarring stichtend. Als we nog over traditioneel-burgerlijk theater willen praten, hoewel er niets over te zeggen valt, goed dan, als we het nog willen blijven benoemen, als we onze nazaten nog ooit een schrikwekkend voorbeeld willen geven van menselijk tekort, ze willen waarschuwen voor de desastreuze gevolgen van het gebruik van de kunstpenis, moeten we eerst het woord ‘theater’ uit hogergenoemd begrip halen. We moeten er dus een andere naam voor bedenken, waaruit nooit kan worden afgeleid dat er tussen ‘traditioneel-burgerlijk’ en ‘theater’ ook maar enige band zou kunnen bestaan. Als we nu afspreken met Van Dale S.J. dat we het gewoon ‘jammerkloot’ noemen, weet eenieder dan voortaan waarover we het hebben?

DONDERDAG 18

Oktet voor het theater

Ik lees mijn hond een toneelstuk voor Verstrooid luistert hij toe. Alleen als ik er plots een bladzij uit het grote sexuele records-boek tussen schuif spitst hij de oren.

WOENSDAG 17

Ik wil een theater dat helder is zonder stom te zijn, dat duidelijk is zonder moraliserend te zijn, dat amoreel is zonder schroom, dat begrijpelijk is zonder kinds te zijn, dat zegt wat het op zijn lever heeft, dat niet verhult maar onthult, dat storend werkt, dat een politieke daad is, dat agressief is, dat me waanzinnig aan het huilen maakt, dat me uitzinnig aan het lachen brengt, dat adembenemend reëel is, dat me ondersteboven gooit, dat me de keel dichtknijpt, dat me niet met rust laat, dat me gelukkig maakt, dat schijt heeft aan academische ethica, esthetica, phonetica en logica, dat zijn eigen logos is, dat persoonlijk en exemplarisch is. Dat de waarheid is. En de waarheid ligt niet in het midden.

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 2 — 5 minuten

#1

15.01.1983

14.04.1983

Wim Van Gansbeke