© Bieke Depoorter

Leestijd 8 — 11 minuten

Wietse Marievoet

Portret van een toeschouwer

Delphine Hesters brengt een reeks portretten van gulzige toeschouwers zonder professionele band met de podiumkunsten. Via een gesprek over hun traject speurt ze naar wat hen telkens weer naar het theater voert, welke plaats theater of dans innemen in een mensenleven en welke geschiedenis zich ontplooit in de persoonlijke terugblikken en reflecties. Fotografe Bieke Depoorter levert het beeld. Vorig seizoen brachten we een eerste reeks; deze aflevering opent een nieuwe reeks.

‘Ik ben kwaad noch vereerd,’ reageerde Anne Teresa De Keersmaeker in haar persbericht als antwoord op de kopie van fragmenten uit de films Rosas danst Rosas en Achterland in Beyoncés clip Countdown. Dat Beyoncé niet de slechtst denkbare copycat is, voegde ze er nog aan toe, maar dat ze toch meer geraakt was door een YouTube-filmpje waarin vier Vlaamse schoolmeisjes frasen uit Rosas danst Rosas dansten op de muziek van Madonna’s Like a Virgin, ‘meneermarievoet’ heet het Youtube-kanaal waarop het filmpje nog steeds te vinden is. Vier meisjes in een klaslokaal, lessenaars gestapeld aan de kant, vier stoelen geschrankt in het midden, lange losse haren, losse T-shirts en wat onwennig gez wier bij de start van het fragment. Niet in de sportles, maar in lokaal B1.05 van de leraar Nederlands. Zolang lesgeven Wietse Marievoet toelaat om te vertellen over de dingen die hem passioneren, staat hij voor de klas. ‘Ik wil alleen dingen doen die mij boeien of inspireren. Ik denk dat alles in mijn leven heel geïntegreerd is. Naar theater gaan is geen “vrije tijd”, maar maakt integraal deel uit van mijn dagelijks leven.’ Zijn fascinatie voor Madonna en Nico, een archief met zeldzame opnames van zijn muzikale helden, de rijen boeken en theaterteksten in de kast, lesgeven, een cultuurproject op school, filosofie – alles waarover Wietse vertelt, voedt en versterkt elkaar. Het zijn geen afzonderlijke compartimenten maar sporen, vervlochten tot een en hetzelfde condens parcours.

Mijn eerste voorstelling was een concert van Madonna, toen ik tien jaar was, met mijn papa en mama tussen duizend anderen in een park in Parijs. Toen ik haar de eerste keer op televisie zag, was ik meteen gefascineerd. Wat ze deed? Ze zong Holiday en deed een dansje. Madonna is een parcours dat is blijven groeien. Intussen heb ik haar al vijfentwintig keer live gezien. Wat me in haar aantrekt, is dat ze voortdurend speelt met de afstand tussen haar personage op scène en haar echte zelf, dat ze graag de illusie wekt dat je de echte Madonna ziet om daarna weer te beklemtonen dat het maar een personage is. Dat spel vind ik heel boeiend. Ik heb nooit de behoefte gevoeld om te weten wat er zich in het privéleven van een acteur afspeelt, maar ik ben wel erg geïnteresseerd in hetgeen hij van zichzelf toelaat op scène. En op welke manier dat ontsnapt aan het acteren of er net een dimensie aan toevoegt.

Ik kan mij nogal monomaan richten. Dan beslis ik: ‘Nu wil ik over dit onderwerp alles weten.’ En dan begin ik eraan. Aan de universiteit was ik bevriend met Jeroen Peeters die voor Veto en De Financieel-Economische Tijd schreef en ik ging mee naar alle dansvoorstellingen die hij zag. Van dans wist ik tevoren nauwelijks iets. Een dansvoorstelling interpreteren is moeilijk, door de afwezigheid van een verbale taal. En ik ben net vooral met taal bezig: lesgeven, naar theater gaan, ik lees veel boeken. Dans is daardoor altijd iets nieuws, het geeft inkijk in een wereld die ik niet ken. Dans creëert ook een soort leegte. Sommige mensen mediteren; ik denk dat dansvoorstellingen mij de gelegenheid bieden om te mediteren, of toch om mijn gedachten stop te zetten en enkel daarmee bezig te zijn. Ze creëren een ruimte waarin ik kan rondwandelen.

Als ik iets echt goed vind, ga ik graag meer dan eens kijken. Zeker bij dans, dat zo efemeer is. Om mijzelf de illusie te geven dat ik dat toch op de een of andere manier kan inprenten of vastnemen. Elena’s Aria heb ik vier keer gezien en zie ik binnenkort nog een vijfde keer. Die vijf vrouwen op een bijna leeg podium zijn zo ontroerend. De kwetsbaarheid, de muziek die op de achtergrond aanwezig is en tegelijk onhoorbaar. Er wordt een leegte gecreëerd die op bepaalde momenten wordt opgevuld en dan weer leeg gelaten. Zoals bij elke voorstelling van Anne Teresa De Keersmaeker is Elena’s Aria heel gestructureerd, zonder dat die structuur er met de paplepel ingegoten wordt. Zo heb ik al veel voorstellingen gezien: met hoofdstukjes. Maar daar houd ik niet van. Ik heb niet graag het gevoel dat ik bij het handje genomen word en dat mij door de strot wordt geramd wat ik nu eigenlijk moet denken of begrijpen. Ik verzet mij graag tegen de gedachte dat het nodig is om de dingen te begrijpen om ervan te kunnen genieten.

Dat is de visie waarvan we vertrekken: we doen geen schoolvoorstellingen. We willen dat leerlingen een echte theaterervaring hebben. Dat betekent dat we ’s avonds, buiten de schooluren naar theater gaan en dat we maximum vijfentwintig tickets per voorstelling nemen, liefst een pak minder. Omdat ik niet wil dat de leerlingen de voorstelling overnemen. En ook omdat ze het gevoel moeten hebben dat ze deel uitmaken van het publiek, van mensen die naar theater gaan omdat ze willen gaan, niet omdat ze moeten van hun leerkracht. Ik geef nu les op een grote school, de Ursulinen in Mechelen. De ASO-en TSO-leerlingen nemen we mee naar het theater. Jaarlijks stellen we een lijst op van zo’n veertig voorstellingen – van heel toegankelijk theater tot performance in de Kaaistudio’s – waaruit de leerlingen er drie kiezen. Ik maak online een vak aan op smartschool en post er de promotekst en een foto van de voorstelling bij. Als de voorstelling al gemaakt is, zorg ik ook voor een filmpje. Ik denk dat iedereen in principe warm te maken is voor voorstellingen. Maar daarom vind ik het heel belangrijk dat ze zelf kunnen kiezen, op basis van hun interesse.

Jérôme Bel maakt heel didactisch theater. Naar The Show Must Go On ben ik een paar keer met de klas gaan kijken. Wat de leerlingen zien is een simpele opeenvolging van nummers en soms vinden ze het saai en soms entertainend. De dingen die in het nummer voorkomen worden uitgebeeld. Dat ligt nogal voor de hand. Maar The Show Must Go On toont het verloop van een voorstelling, met elk moment bevroren en vertaald naar een popsong die iedereen kent. Het binnenkomen van het publiek heeft een nummer, het licht dat aangaat heeft een nummer, het applaus dat in ontvangst wordt genomen op het einde. De spelers komen daarna niet meer terug om hun applaus in ontvangst te nemen, want dat was een onderdeel van de voorstelling die intussen afgelopen is. Het is heel plezierig om leerlingen hints te geven zodat ze zelf geïnspireerd geraken en verder kijken dan de oppervlakte van de voorstelling.

Vroeger zag ik enkel dans, maar sinds stan ga ik ook naar theater. In theater ben ik minder trouw, behalve dan bij stan, Maatschappij Discordia en Dood Paard. Die zijn fantastisch.

STAN leert dat het echt niet nodig is om de illusie te wekken dat het personage uit het stuk waarnaar je kijkt ook op het podium staat. En pas sinds STAN slaag ik erin een theaterstuk te volgen van begin tot eind. Zij hebben die weg voor mij geopend, door heel gearticuleerd te spelen, door uit hun rol en er terug in te stappen. Ze slagen erin om mij de hele tijd geboeid te houden. Dankzij STAN heb ik ook een liefde voor theaterteksten ontwikkeld die ik voordien helemaal niet had. Nu lees ik ook zelf theaterteksten, een nieuw gegeven.

De stap van theatertekst naar spel vind ik altijd ongelooflijk indrukwekkend. Een van de eerste theatervoorstellingen die ik als student zag was Caligula van Needcompany. Het was eigenlijk een tekstlezing door de acteurs van Needcompany -schouder aan schouder aan een lange tafel, gezicht naar het publiek, de tekst voor hun neus. Ze keken af en toe naar elkaar, maakten veel armbewegingen, maar bleven de hele tijd zitten. Heel indrukwekkend! Dat vind ik een goeie manier om aan theater te doen. Ik zou graag nog stukken op die manier opgevoerd zien worden. De tekst wordt zo heel erg leesbaar. Sommige toneelteksten zijn moeilijk om zelf te lezen, zeker als er veel personages in voorkomen, maar als die rollen ingevuld worden en acteurs zeggen de tekst, wordt het totaal iets anders.

Jonge makers maken soms de fout niet meer te doen waarin ze goed zijn, maar enkel hun eigen grenzen te willen verleggen. Daar heb ik als publiek niet altijd een boodschap aan. Het is goed als iemand zijn persoonlijke grenzen verlegt, maar als er op het podium geen verlegd worden, wordt het een beetje pijnlijk. Arco Renz is misschien wel mijn favoriete choreograaf. Hij is iemand die heel duidelijk de dingen maakt waarin hij goed is. Hij heeft een strak esthetisch concept en zijn bewegingsmateriaal is enorm boeiend. Hij laat je kijken naar beweging met veel nuances, beweging waar kracht en spanning mee gemoeid zijn, eerder dan uithouding. Het is interessant om te zien hoe artiesten soms in andere circuits van programmatic vallen. Arco Renz is tegenwoordig in Les Brigittines te zien maar niet meer in het Kaaitheater of de Beursschouwburg.

Recensies van dansvoorstellingen lees ik niet graag. Ik heb het gevoel dat heel wat recensenten bezig zijn met het vertellen van iets wat hen op dat moment boeit, dat ze dus de voorstelling ophangen aan hun eigen esthetische of filosofische agenda. Daar sta ik vijandig tegenover. Er zijn enkele heel goede recensenten. Pieter T’Jonck is goed, net als Wouter Hillaert, hoewel hun beider smaak toch ook heel gedefinieerd is. Maar zij zijn daarin eerlijk en transparant. Hun stukken zijn ook goed geschreven zonder dat de recensie gaat over de recensent die wil uitpakken met hoe goed hij kan schrijven.

Ik kan niet zeggen dat de manier waarop ik kijk in al die jaren geëvolueerd is. Maar ik denk dat dit ook geldt voor de artiesten die ik volg. Ik denk dat mensen starten met een bepaald project dat verder verfijnd wordt, maar dat de gevoeligheden en de parameters van de blik constant blijven. Er is zo’n uitspraak van iemand die zegt dat een kunstenaar heel zijn leven bezig is met het opnieuw en opnieuw articuleren van dezelfde gedachte. Daar geloof ik wel in. Als ik terugkijk op de thema’s die mij vroeger interesseerden en de thema’s van vandaag, dan zijn die dezelfde gebleven. Alleen krijgen de dingen meer diepte en kan je door de leeftijd en het afgelegde traject meer dingen met elkaar verbinden. Maar fundamenteel denk ik niet dat de dingen veranderen. Noch bij het maken, noch bij het kijken.

Evolutie kan alleen maar opwaarts gaan. Vorig seizoen heb ik een tachtigtal stukken gezien. Er zijn sowieso een aantal mensen die ik nu volg. Nature Theater of Oklahoma, Rosas, Meg Stuart, STAN, Discordia, Dood Paard,… Die wil ik niet meer missen. Het zorgt meteen voor een heel aantal voorstellingen per seizoen, want dat zijn heel productieve mensen en ik ga soms een tweede keer kijken. En dan is er ook het Kunstenfestivaldesarts. Ik ga naar zo goed als alles van het Kunstenfestival. Als ik iets van het programma mis is dat omdat het logistiek niet lukt. Ik laat het nooit hangen. Soms ben ik moe en heb ik eigenlijk geen zin om te gaan, maar dan enkel omdat ik moe ben, niet omdat ik niet naar theater wil. Als ik een aantal dingen wil consolideren, maar tegelijkertijd ook nieuwe dingen wil ontdekken, kan het elk j aar alleen maar gekker worden.

Wietse Marievoet

Leeftijd: 36
Studies: Germaanse en Filosofie, in Brussel en in Leuven
Job: leerkracht Nederlands en Engels
Zou voor volgend beroep kiezen, mocht hij alles kunnen overdoen: dans
Gaat met de trein naar voorstellingen in Brussel, Antwerpen, Leuven, Mechelen,…
Favoriet theatergezelschap: STAN
Favoriete toneelauteur: Harold Pinter
Favoriete beeldende kunstenaar: Brâncusi
Favoriete architect: Rem Koolhaas
Muzikale helden: ‘Alles van David Bowie tot 1981. Recenter: Fennesz, Siouxsie and the Banshees, Aphex Twin. Autechre… Autechre heeft een perfect oeuvre, zonder fouten. Voilà, als het er een moet zijn: Autechre.’
Dé voorstelling van afgelopen jaar: A Papnö van Ärpad Schilling, laatst op het Kunstenfestivaldesarts.
Welke voorstelling uit de geschiedenis heb je gemist en zou je graag opnieuw kunnen oproepen: ‘Tijdens Preparatio Mortis van Jan Fabre vlogen 300 vlinders op de scène. Dat had ik wel graag gezien. Ik zou ook graag Achterland gezien hebben. In het algemeen: rewind Rosas.’

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 8 — 11 minuten

#131

15.12.2012

14.03.2013

Delphine Hesters

Delphine Hesters is cultuursocioloog. Ze werkt als onderzoeker, facilitator en adviseur voor organisaties en beleidsmakers in cultuur. De afgelopen tien jaar deed ze onderzoek over o.a. de precaire positie van de kunstenaar, het Kunstendecreet, fair practice, culturele diversiteit en genderongelijkheid in de kunsten.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!